Diversiteit, inclusiviteit en politieke correctheid

Diversiteit

In de afgelopen 30 jaar is de diversiteit in Nedelrand alleen maar toegenomen. Eén voorbeeld daarvan: er zijn in Amsterdam in 2007 meer dan 177 nationaliteiten geteld. Verder is  diversiteit zeker in Nederland (dat ooit voor een groot deel uit moerasland bestond en voornamelijk door immigranten uit omringende landen werd bevolkt) een integraal onderdeel van de geschiedenis.

Wat doe je als schrijver met een diverse realiteit zoals de onze?

Wat als ‘de norm’ jou als lezer buitensluit?

Wat doe je- en wat wil je als schrijver met personages die binnen jouw genre nauwelijks tot niet gerepresenteerd worden?

Hoe kun je je als lezer identificeren met een verhaal waarin jijzelf, of jouw soort persoonlijkheid, of waarin personages met eigenschappen die binnen jouw voorkeuren vallen, (volledig) afwezig zijn?

Een voorbeeld: jouw lezer is niet-heteroseksueel, niet blank en niet van een blank-Europese achtergrond, maar 95% van de verhalen die beschikbaar zijn in jouw markt gaat over blanke, heteroseksuele mensen met een blank-Europese (en vaak Judeo-Christelijke) achtergrond.

Is (of wordt) diversiteit een speerpunt in je werk? Schuif je die diversiteit onder het tapijt? Hou je het allemaal vaag in het midden (bijvoorbeeld door niets te benoemen en neutrale namen te kiezen) en laat je het (geheel) over aan de lezer?  Of doe je er gewoon helemaal niets mee en is iedereen zoals jijzelf?

 

Racisme

En hoe zit het met racisme? Wanneer ben je als schrijver bezig met het bevestigen van racistische denkbeelden in je verhaal? Is het racistisch (zoals sommigen beweren) als je juist de aandacht verplaatst naar de dominantie van blanke mensen en een blanke cultuur in een bepaalde context?

Is het racistisch om bepaalde groepen uit te sluiten van je verhalen en je verhaalwereld?

 

Seksisme

Seksisme is een ander heet hangijzer. Is het seksistisch als er alleen maar mannen of alleen maar vrouwen in een verhaal voorkomen? Of als slechts één van deze partijen de macht in handen heeft en de ander niet?

Is het mogelijk sappige verhalen vol seks te schrijven, zonder seksistisch te zijn?

Zou je jezelf daar eigenlijk wel druk over willen of moeten maken?

 

Discriminatie

Breder praten we (met racisme én seksisme) over discriminatie. Drie voorbeelden:

  1. Superioriteit — Handelen naar het idee dat één volk of één specifiek geslacht (man óf vrouw) (genetisch of anderzijds) “superieur” is aan het andere.
  2. Privileges — Het (structureel) ontnemen of ontzeggen van bepaalde privileges, op basis van het geslecht, een bepaalde huidskleur of een bepaalde etnische afkomst.
  3. Uitsluiting — Het (structureel) uitsluiten van mensen die van een ander geslacht of van een andere etnische achtergrond zijn.

Een paar voorbeelden:

“Mannen zijn superieur aan vrouwen, blanken superieur aan mensen met een donkere huidskleur.”

“Mannen hebben recht op een hoger loon dan vrouwen. Mensen van een andere etnische afkomst hebben minder recht op sociale bijstand.”

“Vrouwen en mensen van een andere etnische achtergrond zijn hier niet welkom.”

In elk van deze voorbeelden is sprake van een (vaak genormaliseerde en scheve) machtsverhouding. “Wij hebben de macht. Jij niet.”

Verder is sprake van een veroordeling op basis van uiterlijke kenmerken (vrouw zijn, een andere huidskleur hebben) of op basis van herkomst (een andere buurt, een andere stad, een ander land, een ander werelddeel).

Tot slot is in heel veel gevallen sprake van een systematische herhaling van onzin/onwaarheden over die andere partijen. (“Ik ben genetisch superieur aan jou” is daar één voorbeeld van. “Mannen zijn jagers en vrouwen zorgdragers” is een tweede.)

Discriminatie is geen willekeurig is, maar heeft een heel duidelijk aantal doelen, waaronder:

  1. Het klein houden van die ‘ander’ (door hem of haar macht en zeggenschap te ontnemen).
  2. Het drijven van een wig tussen jou en die ‘ander’ (zodat er o.a. geen reden is tot samenwerking).

 

 

Inclusiviteit

Het idee van inclusivitiet binnen het schrijversvak, is dat je andere mensen, met andere kenmerken gaat betrekken in je werelden.

Niet als stereotypen en “omdat het moet” maar omdat ze ook aanwezig zijn in die wereld. Wie en wat en hoe en hoe veel of hoe vaak is aan jou als schrijver zelf.

Maar hoe doe je dat?

De meest eenvoudige manier (zeker als je dat nog nooit eerder hebt gedaan) is door ze precies zo te schrijven als je zou doen met je andere personages.

Denk hierin bijvoorbeeld aan Reilly in de eerste “Alien” film. Gespeeld door een vrouw, maar oorspronkelijk geschreven als een mannelijk personage. Hoe ‘raar’ dat is, komt bijvoorbeeld naar voren in deze quote: “She’s not a sidekick, arm candy, or a damsel to be rescued. Starting with Alien, Ripley was a fully competent member of a crew or ensemble — not always liked and sometimes disrespected, but doing her job all the same.” (bron)

Wie zijn dat? Een greep:

  1. Beroepen — Mannen in ‘vrouwenberoepen’ en vrouwen in ‘mannenberoepen’
  2. Windstreken — Mensen uit verschillende windstreken, die vanwege diverse redenen daar gekomen zijn waardoor ze voor dat verhaal relevant zijn geworden
  3. Geaardheden — Mensen met verschillende geaardheden (seksueel en anderzijds) die dat zijn omdat ze dat nu eenmaal zijn van hun geboorte
  4. Interne bedrading — Mensen met een andere ‘interne bedrading’, waardoor ze de werkelijkheid anders waarnemen; zich binnen hun eigen normaliteit anders denken en/of zich anders gedragen dan de meeste mensen rondom.
  5. Geloofssystemen — Mensen met andere geloofssystemen (en overtuigingen) die binnen hun eigen denkkaders volledig logische verklaringen vinden voor wat voor andere mensen vreemd is of vreemd lijkt.

Benoem je dan ook hun kenmerken? Hun ‘anders’ zijn? Hoe veel aandacht gaat daar naar uit? Hoe doe je dat?

Hier drie uitgangspunten:

  1. Relevantie — Is het belangrijk voor jouzelf en jouw specifieke doelgroep dat dit helder is? Zoja: draai niet om de hete brij heen.
  2. Sfeer en identificatie — Voegt het voor jou en je lezers toe aan de sfeer van dat verhaal en de identificeerbaarheid met dat verhaal en die personages als die verschillen helder zijn? Zoja: wees dan helder over die verschillen en eigenschappen.
  3. Eigenheid — Zijn de personages die je schrijft eigen aan jezelf? Komt het uit je hart of uit een diepe wens dit te doen? Doe het dan gewoon, naar je eigen inzicht.

Het is hierin zeker handig research te doen naar de levens- en belevingswerelden van de personages die je probeer te schrijven. Zeker als die verder bij jouzelf en wat bij jou bekend is vandaan liggen en leven.

De meest eenvoudige manier om die afstand te overbruggen is als volgt:

  1. Research — Doe research. Lees je in. Volg discussies online van mensen die dat leven leiden en in die situaties leven.
  2. Begrip — Leef je in in hun uitganspunten. Kun je hun gezichtspunt begrijpen en overnemen in je verhalen?
  3. Keuzes — Kies hoe je dat wilt doen. Wat toon je? Vanuit welk perspectief? En met wat voor soort persoonlijkheid? (Denk opnieuw aan Ripley uit “Alien”, die kundig én toevallig ook een vrouw is.)

 

Politieke correctheid

Politieke correctheid is wat mij betreft een stok. Waarmee mensen geslagen worden.

Doe je dingen omdat je graag ‘politiek correct’ wilt zijn, heroverweeg dan je redenen om meer diversiteit in je werk te brengen.

De weerstand vanuit de wereld rondom kan behoorlijk hoog worden als je bepaalde taboes of bepaalde denkbeelden expliciet en weloverwogen en goed onderbouwd in je werk naar voren brengt.

De bewering dat iets gedaan wordt “uit politieke correctheid” is wat mij betreft vaak een bewering met een politieke reden: “Hou je bek over mensen die we voornamelijk negeren. Maak ze niet zichtbaar.”

Interessant is dat “politieke correctheid” (soms nabijheid van het woord gutmensch) vaak gebezigd wordt in verband met menselijke verhalen over mensen die (vaak) buiten hun schuld in kutsituaties leven. Alsof het fout is om empathisch te zijn.

 

Je huiswerk doen

Dat “goed onderbouwd” is kern. Als je andere mensen dan de standaard keuzes (die overigens verschillen per genre en doelgroep) binnen je verhaal bestaansrecht gaat geven, is het handig als je goed onderzoek doet. (Zie wat hierboven daarover staat)

Des te beter jij je kunt inleven in je personages, des te echter ze over gaan komen in je werk.

Hoe je dat invult (en hoe ver je gaat in het benoemen van expliciete zaken) is aan jou als schrijver.

 

Uitsluiting versus fouten maken

Moet je ‘andersoortige’ personages (niet-jouw-geaardheid, niet-jouw-huidskleur, niet-jouw-overtuigingen-delend, niet-jouw-afkomst/herkomst) vermijden? (Ongeveer de meest voorkomende vraag op dit onderwerp.)

Ik zelf vind van niet. Juist het verkennen van dat soort personages waar ik vrij weinig over lees en juist het verkennen van die eigenschappen die ik bij mezelf ontken of ontwijk is voor mij wat het schrijven extra leuk maakt.

Ik maak liever fouten dan dat ik me laat opsluiten in ‘meer van mijn veilige zelf, zoals ik wil dat de buitenwereld mij ziet’.

Ik probeer daarin ook steeds explicieter te worden, zonder dat verhaal een draak te maken van — vooral — armzalige/slechtgeschreven karakterschetsen. Elke nieuwe expressievorm (in dit geval het insluiten van meer diversiteit) vereist nieuwe skills. En het leren van die skills kost tijd en moeite en gaat met vallen en struikelen en opstaan en nog meer vallen en struikelen.

 

Tot slot

Ik persoonlijk vind het resultaat daarvan (iets meer diversiteit in mijn eigen werk, een betere representatie van de wereld rondom mijzelf) lonend.

 

 

 

Advertisements

De echo-kamer met een beperkte set van schrijfregels

Show, don’t tell, beginnen in media-res, beperking van het aantal gezichtspunten in een (kort) verhaal, simpele woorden gebruiken en heldere zinnen schrijven, vooral een heldere en lineaire verhaalopbouw gebruiken zodat je je lezers niet verliest, het principe van ‘Chekhofs gun‘ respecteren, bloemrijke taal vermijden, bijwoorden zoveel mogelijk schrappen, de lezer niet teveel laten nadenken, de lezer niet teveel lastig vallen met moeilijke dingen.

Zomaar een greep uit schrijftips en aanbevelingen waar — in bepaalde echo-kamers van schrijvers — in mijn optiek soms teveel nadruk wordt gelegd als een ‘waarheid’.

 

1: Fuck de regels

Veel ‘schrijfregels’ zijn voornamelijk bevindingen. “Dit werkt in veel gevallen beter dan dat” waarbij rekening moet worden gehouden met het type lezer en het type verhaal. En net als bij sociale interacties heb je regels die:

  1. Helpen om die interactie tussen jou en je lezer makkelijker te maken
  2. Voor jou persoonlijke schrijven meer als een dwangbuis werken dan een hulpmiddel
  3. Totaal verkeerd aan je worden uitgelegd en daardoor een negatief effect hebben op je denken, je begrip en je werk

Een verhaal kan voornamelijk show zijn, kan helder en lineair zijn opgebouwd, kan zich richten op één personage, kan met de actie in media-res beginnen, kan een belangrijk plotpunt direct in het begin introduceren, kan zo worden opgebouwd dat elk element in het verhaal een groter cohesief geheel gaat vormen (Chekhofs gun), kan helder en efficient zijn in zinsbouw en woordgebruik. Het hoeft echter niet.

Daarom les 1: fuck de regels. Wat andere mensen graag in jouw verhaal terug zien is niet noodzakelijk wat jij wilt (of moet) schrijven. En in veel gevallen horen mensen (inclusief ikzelf) op dit vlak vaak de klok luiden maar hebben ze de fuck verstand waar werkelijk de klepel hangt.

 

2: Lees jezelf in

Literatuur en lectuur zijn geen statische objecten. Ook in de literatuur is vaak sprake van een ‘gevestigde orde’ met regeltjes die bepaald worden door een beperkte groep mensen met een grote bek en een groot genoeg platform om door (te) veel anderen gehoord te worden.

Het zijn vaak juist de tegenbewegingen die deze gevestigde orde (met hun vaak te nauwe regeltjes) zwaar onder druk zet en die deze gevestigde orde zelfs volledig in de vergetelheid kan duwen.

Zeker in de laatste 150 jaar zijn er binnen dit kader veel stijlvormen ontwikkeld waarmee je een verhaal zou kunnen vertellen (lees voor een beginpuntje dit stuk).

Twijfel je aan de dogma’s, lees jezelf dan in, in die verschillende stromingen en (bijbehorende) stijlvormen. Wat zijn de basisbeginselen bijvoorbeeld? Hoe zouden die bij jouw eigen aanpak kunnen passen? En welke effecten denk jij als schrijver daarmee teweeg te kunnen brengen bij de lezer?

 

3: Maak keuzes

Ik begin meestal met twee kernvragen:

  1. Wat wil ik overbrengen?
  2. Hoe wil ik mijn verhaal vertellen?

De stijl (het hoe in mijn geval) van een verhaal kan onder andere de emotie versterken die ik als schrijver over wil brengen (het wat in mijn geval).

Hier zijn vervolgens een aantal stijl-opties waar ik uit kies:

  1. Lineair / non lineair — Het verhaal volgt een heldere causale lijn waarin de ene actie op de andere volgt / het verhaal volgt een non-causale lijn, die zich bijvoorbeeld richt op de emotionele ontwikkeling van het personage
  2. Eén hoofdperonage / meerdere gezichtspunten — Het verhaal wordt vanuit één persoon verteld / meerdere personages geven elk hun eigen gezichtspunt, bijvoorbeeld rondom een bepaalde gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen.
  3. Beschouwend / stream of conciousness — Het verhaal is een heldere beschouwing achteraf / we zitten midden in de actie en beleven vanuit de eerste hand (soms zonder duiding en soms chaotisch) wat er gebeurt.
  4. Afgerond / open — Het verhaal rondt netjes af waar het mee begon / het begin is slechts een aanzet tot andere gebeurtenissen die mogelijk geen conclusie bereiken.
  5. Focus op verhaal / focus op emotie — Het verhaal is de kern / de emotionele belevenis (van de lezer) is de kern van het verhaal en de gebeurtenissen ondersteunen dit proces slechts.
  6. Betrouwbare / onbetrouwbare verteller — Wat je leest is ook echt wat er binnen die verhaalwereld gebeurd is / wat je leest is een zeer subjectieve interpretatie van gebeurtenissen, die zich niet noodzakelijk werkelijk zo, of in die volgorde hebben voorgedaan.

(Ik ben hierin in de afgelopen jaren merkbaar conservatiever geworden, wat één van de redenen is dat ik de noodzaak voelde om hier een blogpost over te schrijven.)

Verder kun je verhalen schrijven als een serie brieven of e-mails, in de vorm van artikelen en berichtgevingen, in mengvormen waarin (bijvoorbeeld) emails en/of berichtgeving door journalisten en bloggers wordt afgewisseld met eerstehands ervaringen van één of meer personages.

Vanuit verhaaltechnisch oogpunt bestaan er eigenlijk geen beperkingen meer. Elke schrijfregel is al een keer grondig stukgemaakt. Sommige schrijvers hebben daar vervolgens weer een grote en prestigieuze literaire prijs mee gewonnen en de Aarde draait nog steeds rond de zon.

De vraag is daarom dan ook: wat wil jij? Waarom? Hoe? En hoe ga je dat invullen?

 

4: Gééf om je lezer, maar hou zelf de regie in handen

Lezers zijn mensen. En met sommige mensen zul je nooit een vriendschap op kunnen bouwen (omdat het gewoon een stel enorme eikels zijn, of omdat hun primaire interesses te ver van jouw eigen primaire interesses af liggen bijvoorbeeld). Daarom is het goed na te denken over wie je probeert te dienen en welke beloning je daar zelf uit hoopt te gaan halen. Ook lezers geven iets terug.

Dus:

  1. Wie is je lezer? Wie wil je (gaan) bereiken?
  2. Waarom wil jij die lezer iets geven dat aansluit op hun interesses?
  3. Hoe wil je dat gaan doen?
  4. Waarom zou jij die specifieke lezer leuk, aardig of interessant kunnen gaan vinden?

Stel een profiel op. Begin met jezelf. Wat voor persoon ben jij, of zou je (juist niet?) willen zijn? Wat maakt een verhaal voor jou (rete)interessant? Welk soort verhalen worden volgens jou te weinig geschreven? Hoe zou jij daar als schrijver in willen en kunnen voorzien?

Omdat je waarschijnlijk niet alleen voor jezelf schrijft, is het nuttig om ook naar je lezer en de markt te kijken.

Wat is belangrijk voor die lezer? Waar wordt die lezer helemaal lyrisch van? Waar knapt die lezer (die mogelijk heel veel op jouzelf lijkt) juist op af?

Wat zijn de goedlopende genres? Wie zijn de meest verkopende schrijvers? Wat maakt hun werk aantrekkelijk voor dat (grote) lezerspubliek? Welke stijlvormen gebruiken ze? Kun je die zelf ook toepassen? Kun je daar iets eigens aan toevoegen. Is het werk dat jij wilt lezen en schrijven een commercieel succesvolle stroming of juist een slechtlopende niche? Voel je je — zeker als het een niche is — daar comfortabel bij?

Waar en wanneer begin je je eigen doelen te verliezen? Waar en wanneer beginnen de verhalen voornamelijk voor andere mensen te zijn en niet meer voor jezelf?

 

5: Kwaliteit?

Kwaliteit is een subjectief begrip. Elke lezer heeft zijn/haar eigen eisen aan jouw verhaal.

Als schrijver kun je daarom maar één ding doen. En dat is je eigen kwaliteitsdoelen stellen. Een voorbeeld:

  1. Hoe moeten zinnen zijn opgesteld? Hoe moet de ritme en de flow zijn van je verhaal?
  2. Hoe diep graaf je als je onderzoek doet naar de onderwerpen die je aanhaalt in je werk? Hoe vergevingsgezind ben je als blijkt dat je feitelijk fout zit?
  3. Hoe belangrijk zijn de innerlijke werelden van je personages? Moeten ze emotioneel en inhoudelijk overtuigen of is bordkarton voldoende?
  4. Hoe coherent moeten de gebeurtenissen in je verhaal samenhangen? Mogen er absoluut geen (merkbare) plotgaten zijn, of is gatenkaas met onsamenhangende zaken goed genoeg zolang het verhaal maar lekker loopt?

 

 

Tot slot

Een korte checklist:

  1. Wat wil je zelf? Wat zijn je kaders en je eigen schrijf- en groeidoelen?
  2. Wie is je publiek? Pas jij daar zelf ook bij?
  3. Hoe past gegeven advies bij jou persoonlijke doelen? Ga je binnen je eigen kaders werkelijk beter werk leveren als je dat advies gaat volgen? Is het schrijven nog wel lonend als je het op die manier gaat doen?

 

 

 

Vehicle design and some skin rendering

Vehicle design

I am doing some vehicle-design, which is quite time consuming and full of moments where I learn something new. Currently I am just playing around a bit, learning and not pushing the designs. (Mostly because I dont have time to do more.

I started with this:

render1 A spider-like vehicle that has quite a boxe-like shape.

Being an armored vehicle for personal use, I boxed it using simple shapes and a human form I already created as the basis.

boxing-spider1

At some point, after something like 3 weeks working on it from time to time, I got bored by the shape. It reminded me too much of this kind of design:

1971-daf-kalmar-1100

So I decided to redo the shape into someting more streamlined:

render12-closedss

Using a more classic shape with round curves, taking classic cars like Ferrari as  an example.

render12-closedss-a

It’s something different. I am not satisfied yet. Since this is a body-armour/vehicle the conceptual approach should be more like a motor cycle instead of a car, I guess.

Human skin

For the human character, I first used a simple skin-material I created myself, mixing different gloss/Fresnel materials together with simple specular. Resulting in this:

render11-detail1

Unsatisfied with the flatness, I decided to use the CG Blender SSS setup (see for links further down below). Compared with the previous renders, the skin on the next render is much more varied, without doing anything else than applying a meterial that has sub-surface scattering. A thing that happens for any and all materials that have some level of transparancy — like the human skin.

render12-detail1

 

The greyness in the first image is mostly because I deliberately mixed that grey in the original setup I used to create the skin material used in the second image.

More tuning with the settings and colors will result in warmer skin tones.

I downloaded the subsurface scattering skin material from this source .

The grass is still a work in progress.

 

Dropping hair-particles

I started out using hair-particles (as many others probably did) but switched to simple meshes because:

  1. I got frustrated by the lack of real control over shape.
  2. Grass made from hair-particles takes shitloads of resources, crashing Blender over and over
  3. With grass made from particles (and compared to using meshes instead) it takes Blender shitloads of time to build/prepare the scene for rendering.

 

Hair in Blender

While promising as a concept for noobs like me, hair-particles in Blender have turned to be mostly frustrating.

So I started to work on “alternative ways of making hair” as shown in several videos you can find on Youtube, aiming at a simple workflow that allows me to shape hair quick and easily.

My result after 2 hours of fun in that new workflow?

hair2

It completely relies on a simple base-image to create strands using transparancy and bump maps in Blender. This is the one I used, based on meshing together other peoples work:

hairstrands

Here is the summary of the process I used to create the hair:

1: Working on the 3D mesh:

Step 1: creating the surface to project the hair on.

  1. Create a plane to create a simple base-mesh based.
  2. Stretch it to your liking in edit mode.
  3. Use “Loop cut and slide” to subdivide the mesh so it has a “spine”
  4. Raise the “spine” to create a wedge so that the thing gets “volume”.
  5. Add “ribs”.
  6. Done.

This is what such a hair-plane might look like:

hair-plane

I start out with a simple plane, stretch it in edit mode and mainly use Loop cut and slide to create the “ribs” and the “spine”. Then I tweak the shape so it gets volume.

 

Step 2: creating a bezier curve, to shape the surface

This is the fun part. Instead of spending (many frustrating) hours melding your hair-meshes to fit the head of the model, you simply use a bezier curve. This curve allows you to shape and reshape the planes along any set of curves you like.

Easy hairdressing for the win.

  1. Create a bezier curve where you need it.
  2. Straighten it out.
  3. Position it correctly in the direction you want your hair to run
  4. Curve it properly.
  5. Done (with this step)

This is what it will look like (depending on your model and other facotrs)

beziercurves

In the image you see a selected Bezier-curve with nodes and their handles to determine the direction and strenght of the curve from those nodes.

Along with it I kept several planes visible, that follow that specific bezier-curve.

As you tweak the curve itself, Blender will updat the attached planes as well.

 

Step 3: adding de “Deform – Curve” modifier

Note: Do NOT apply the modifier until (ever never) (or when) you are done.

This point in yoir process is where the “look mom! almost without hands” hair-sculpting magic happens.

  1. Select the “hair” plane you created.
  2. Add the “Deform – curve” modifier.
  3. Select the appropriate bezier-curve in the “object” drop down (underneath the apply-button and marked yellow)
  4. Move the hair-plane so that it will nicely follow the curve as you want or need it to do.
  5. Play with the bezier-curve that you added in the previous step, to get things right
  6. Use ALT-D to duplicate your hair-plaine as a linked object. (More on that below) And plce them where wanted/needed.
  7. Done (for this step).

beziercurves-deform

Marked in yellow are the important bits.

What you see in this image:

We selected the 2D plane. Then we applied the Deform – Curve-modifier. The bezier curve I marked yellow is the one we use as the modifier. It is called: “Side left”. Notice how the selected plane follows that curve nicely.

The more horizontal and vertical distance you use, the more it will start “guessing”  the path to follow, making it less and less precise.

 

Limitations

There is at least one limitation to this method: you can’t use the bezier-curve to twist the plane. It will move through 3D-space, but you cant rotate the object around the axis you bend it along.

 

Using ALD-D to duplicate

One thing I started doing recently is to create linked objects instead of copies. The big benefit is that if I need to change the resolution of all hair-planes, I can do so on the one single object I “duplicated” all others will automatically update as well.

 

Rotating the object (in object mode) so it is easier to place

To make your plane move nicely along the curve, position it properly first by rotating it. Also note I try and put the 0/0 point at the “root”  of the hair-plane.

Below some examples, based on planes I already placed.

 

Forward:

b-forward-facing

Sideways:

b-sideways-facing

Backwards:

backwards-facing

After applying the Deform – Curve modifier, these hair-planes will follow the bezier nicely.

 

2: Applying the “hair material”

The hair-material is created with the following nodes (click for full-size image):

hair-material

There are 4 parts here:

  1. VisibilityPurpose: we want to make all part of the surfaces that are not hair-strands 100% tranparant. Solution: I use the grey- and white-values of the hair-map as a pass-through filter. White = 0% transparancy. Black = 100% transparancy. Issue: As the hair-map contains grey-values, I want to “boost” the white-levels. I do that with the RGB-curves thingy.
  2. Bump mapPurpose: we want life-like hair and to do so, we want to simulate light-fall on individual hair strands. Solution: use the hair-map also as bump-map. It contains nice grey-values to simulate the height-differences.
  3. Hair colorPupose: the hair has a specific color.  Solution: we simply choose a dark-brown for the Diffuse BSDF.
  4. Hair glossPurpose: hair is quite glossy. Solution: we add a Gloss BSDF. Notice that we use a lighter brown. Most natural hair has a slightly different gloss-color. This makes the hair itself more interesting as well, I think.

A visual breakdown :

All (gloss, bump, transparancy) implemented:

Notice the individual strands of hair. (I forgot to switch visibility on for some of the back strands, hence the gap showing the skull)

hair-all

Without transparancy:

hair-notransp

Without gloss:

hair-nogloss

Without bump map:

hair-nobump

And that’s basically it. 🙂

 

 

 

 

 

 

Theory of mind en het schrijfproces

[Eerste draft]

Theory of mind is (Wikipedia):

het vermogen om zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf. Men maakt gebruik van theory of mind wanneer men beschrijft wat een ander ziet, voelt of denkt vanuit zijn perspectief.

 

“Het vermogen zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander” is onder andere weten en begrijpen dat:

  1. Mensen (vaak) niet dezelfde voorkeuren en afkeuren hebben als ikzelf.
  2. Mensen (vaak) niet over dezelfde kennis en achtergrond beschikken als ikzelf.
  3. Zelfs als mensen dezelfde opleiding hebben gevolgd, met een vergelijkbaar ontwikkeltraject als ik, hun ervaring en invulling daarvan totaal anders is (of kan zijn) dan de mijne.
  4. Mensen (in de meeste gevallen) bij een bepaalde gebeurtenis niet dezelfde gedachten of gevoelens hebben als ikzelf.

Over het algemeen begint een kind na het derde levensjaar langzaam een besef te krijgen van die scheiding tussen “wat ik denk/voel/ervaar” en “wat jij denkt/voelt/ervaart” of: “wat ik ervaar is niet (noodzakelijk) wat jij ervaart”.

Maar waarom is dit belangrijk? En met name in het schrijfproces?

 

Als je je wilt inleven in je personages

Ik probeer mijn personages als eigen karakters neer te zetten.

Dit houdt in dat ze andere voorkeuren hebben dan ikzelf, andere gedachten denken dan ik doe en anders reageren op bepaalde situaties dan ik echt zou doen, of in mijn fantasie.

Dit kan tot gevolg hebben dat ik personages creëer waar ik weinig affiniteit mee heb, of juist bewondering voor kan voelen, of zelfs verliefd op kan worden.

 

Als je meer diversiteit zoekt in je personages

Aangezien elk personage een eigen brein heeft en eigen gedachten, kan automatisch de basis ontstaan voor meer diversiteit in die personages. Personages kunnen het grondig oneens zijn over bepaalde onderwerpen en grondig eens op andere.

Ze kunnen lijnrecht tegenover elkaar staan in bepaalde situaties, zorgvuldig samenwerken in anderen, zonder dat het verhaaluniversum in elkaar klapt.

Er kunnen veel mooiere en rijkere grijze gebieden ontstaan waarin meningen verschillen.

Personages kunnen in veel meer richtingen onlogisch handelen in de ogen van anderen binnen dat verhaal, terwijl hun eigen beweegredenen volledig coherent en logisch zijn voor hun karakter én voor de lezer.

Verder zijn personages zich niet bewust van de handelingen van anderen (iets wat je soms nog in het werk ziet van beginnende schrijvers) waardoor geheimen die de lezer wel kent van bepaalde personages, niet bekend zijn bij de andere personages in dat verhaal.

 

Als kritieken en recensies tot je grote verbazing tegenvallen

Lezers kennen je (waarschijnlijk) niet. Noch weten ze van jouw doelstellingen, je inspanningen en andere offers die je hebt gebracht. En — tenzij je wereldberoemd bent — zal ze dat worst wezen.

Lezers zijn gewend aan een overvloed van (soms) andersoortige verhalen. En het is zeer waarschijnlijk dat een groot aantal van die verhalen, waaronder het jouwe en/of het mijne, niet voldoet aan zijn of haar verwachtingen.

Zeker in het begin vond ik negatieve feedback totaal verschrikkelijk. Ik had voor mijn eigen gevoel enorm mijn best gedaan, (vrijwel) alles verwerkt dat uit de feedback van mijn lezers kwam en voor mijn eigen gevoel een (super) mooi verhaal opgeleverd.

Maar mijn mening is niet de mening van de wereld.

Mijn gebrek aan ervaring en redactie in het verleden leverde vaak slordig werk op, vol plotgaten, onlogische sprongen in het verhaal, voor de lezer ongeloofwaardige personages, houterige dialogen. Het werk dat ik nu schrijf is beter doorwerkt, maar vaak lastig te doorgronden doordat ik een bepaalde kant op gegroeid ben die voor voor teveel mensen — zelfs mijn beoogde doelgroep — te cryptisch is.

Ik heb nog steeds moeite mezelf goed in de schoenen van de lezer te plaatsen. Ik heb moeite met het “waarom?” achter de handelingen van mijn personages. Ik heb moeite mezelf als lezer op te stellen, die nog van niets weet, nog van alles moet leren over de werelden die ik schep.

Verder is de mening van de wereld niet altijd noodzakelijk relevant voor mij of mijn werk.

Soms verschillen we dusdanig dat er geen middenweg bestaat. Sommige dingen in mijn werk zijn zo relevant voor mezelf (waaronder het genre waarin ik schrijf) dat ik daar geen afstand van zal doen.

 

Als we onszelf als het middelpunt van het universum zien

Soms ben ik als schrijver niet in staat mezelf los te koppelen van mezelf. Ik ben in die mindset het enige relevante in de wereld en de wereld werkt binnen dat kader (exact) zoals ik dat zie.

Dit neemt en nam binnen mijn werk de volgende vormen aan:

  1. “Als ik snap waar mijn verhaal over gaat, snappen andere mensen dat (automatisch) ook.”
  2. “Als andere mensen niet snappen waar mijn verhaal over gaat, dan ligt dat niet aan mij maar aan hen.”
  3. “Als andere mensen anders reageren op bepaalde situaties in mijn verhaal, dan dat mijn bedoeling was, dan is er iets mis met die mensen / dan zijn ze te dom voor dit verhaal.”
  4. “Als criticasters negatief op mijn werk reageren, dan komt dat omdat ze dom zijn, of omdat ze mij persoonlijk pijn willen doen.”

In elk van deze vier voorbeelden was ik niet in staat “mezelf een beeld te vormen van het perspectief van een ander”.

 

Als de lezer het verhaal niet snapt

Hier zijn de meest voor de hand liggende dingen die ik in mijn eigen proces (als schrijver) over het hoofd zag (voor de behoeften van mijn lezers):

  1. Er was onvoldoende informatie voor de lezer, waarmee de lezer geen houvast krijgt in o.a. de redenen waarom dingen gebeuren en mensen handelen in dat verhaal
  2. Er was geen logische opbouw van dat verhaal, waardoor de lezer geen houvast heeft, niet even aan de hand wordt meegenomen langs de meest belangrijke momenten.
  3. Er mist een stap in het schrijf- en redactieproces, waarin ik als schrijver mijn eigen verhaal ervaar en lees als een lezer.

Hier is hoe ik dit vaak oplos:

  1. Ik kijk of mijn verhaal voor de lezer logisch van opbouw is. Weet de lezer waar hij of zij is en waar we naartoe gaan met het verhaal? Worden we gewezen op de hoofdzaken en bijzaken? Hebben personages een reden om te handelen? Wordt dat op tijd onthuld?
  2. Lees ik tijdens het redigeren als een lezer van het niveau waarvoor ik schrijft? (Kinderverhalen zijn b.v. anders dan verhalen voor volwassenen en verhalen voor de het brede publiek zijn anders dan verhalen voor fijnproevers)

 

Als het saai is of saai wordt

Hier is een andere (overbekende) valkuil die samenhangt met het (gebrek aan) inlevingsvermogen in mijn lezers.

Als het verhaal saai wordt.

Hier zijn een paar mogelijke oorzaken:

  1. Ik ben voornamelijk aan het egotrippen.
  2. Er gebeurt te lange tijd niets dat enig werkelijk belang heeft voor de personages of het plot.
  3. Er gebeurt van alles, maar het duurt te lang voordat voor de lezer duidelijk wordt waarover het verhaal gaat en waarom je personages doen wat ze doen of willen doen. (Het verhaal blijft maar voortkabbelen, zonder dat er iets noemenswaardigs plaatsvindt bijvoorbeeld.)
  4. Er wordt (constant) teveel informatie gegeven die niet relevant is voor de lezer (enorm gedetailleerde beschrijvingen van kledingstukken, kapsels, handelingen, omgevingen bijvoorbeeld)
  5. De schrijver valt in een soort van herhaling door opnieuw dingen te vertellen die eerder in het verhaal al duidelijk waren voor de lezer.

Vaak gaat het in dit soort gevallen bij mij zo dat het verhaal voor mij als schrijver perfect aanvoelt (want het gaat zoals ik voor ogen heb) maar dat het voor de lezer totaal niet werken.

Vaak schrap ik hele stukken (nadat ik ze gekopieerd heb in een “verwijderde stukken” document). Soms ga ik verder dan enkele stukken en schrap ik hele bladzijden met dialogen en interacties (die op het moment van schrijven totaal geniaal leken en achteraf totaal niets blijken toe te voegen aan het verhaal of het verhaalverloop).

Hier is waar ik op let bij het schrappen en redigeren van saaie stukken:

  1. Is er een kernverhaal, een basislijn? Of gaat het verhaal overal naartoe, maar komt het uiteindelijk nergens aan?
  2. Welke stukken zijn echt relevant voor dat kernverhaal?
  3. Welke stukken zou ik weg kunnen laten? (Deze stukken schrap ik vaak zonder genade, nadat ik de tekst heb veilig gesteld in dat “verwijderde stukken” document)
  4. Waar herhaal ik mezelf?
  5. Waar ben ik vaag in mijn omschrijvingen? Kan ik datzelfde kernachtig (en stilistisch sterker) samenvatten in 3 of minder dan 3 heldere zinnen?

 

Helder zijn in je beperkingen en je persoonlijke schrijfdoelen

Omdat ik niet iedereen een plezier kon doen, liep ik vaak tegen onnodige teleurstellingen aan. Ik heb ontdekt dat het zeer schadelijk kan zijn om mezelf hierin uit het oog te verliezen en dat het goed werkt is te weten waarom ik schrijf en wat ik schrijf en waar ik moeite mee heb en voor wie ik dat doet én wie ik daarmee uitsluit. Het helpt me om kritiek in kaders te plaatsen waar ik iets aan heb en die verbeterpunten aan te pakken die zinvol zijn voor mijn soort verhaal.

Een impressie:

Ik schrijf alleen maar SF, met een zware literaire boventoon. Fantasy, Horror en andere genres interesseren me niet.

Mijn verhalen zijn impressies uit de levens van mijn personages, waarover vaak een sausje van actie wordt gegoten.

Mijn personages denken vaak meer dan dat ze handelen, ook al lijkt het dat ze meer handelen dan denken en praten.

Mijn verhaalwerelden zijn even belangrijk als de personages en het plot.

Plot is noodzakelijk voor de lezer en de leeservaring, maar niet mijn favoriete ding.

Ik probeer altijd pulp-elementen toe te voegen om het verhaal gang te geven, maar slaag daar niet altijd in. Zie “plot” en “grootste struikelblok”

Mijn grootste struikelblok zijn de volgende waarom-vragen: “Waarom is dit belangrijk voor het personage? Waarom is dit relevant voor de lezer?”

Ik ben niet in staat om simpele ABC-verhalen te schrijven, omdat dat soort verhalen voor mij kaal en leeg aanvoelen.

Mijn werk moet sprankelen, veel verschillende ervaringen kunnen bieden. Het eindresultaat heeft vaak iets van een roman die is samengeperst in een kort verhaal.

Terugkerende thema’s die mijn interesse blijven houden zijn o.a.: het spelen met rollenpatronen, seksualiteit, gender-issues, discriminatie, onderdrukking en klasse-verschillen.

Ik doe dit voornamelijk omdat ik zelf graag dat soort verhalen lees en schrijf en ik van mening ben dat dat één van de functies is van SF en er niet genoeg van geschreven wordt.

Dit alles geeft mij een helder anker en een helder inzicht in wat ik naast me neer kan leggen en waar ik nog meer aandacht aan moet geven.

 

Begrijpen wie je lezers wel en niet zijn

Het is verleidelijk over de rest van de wereld te denken als “de mensen” en “de lezers” en “hun” en “wij”. Geen van deze groepen bestaat echter (tenzij we op een gegeven moment dat punt bereiken van een echte hive-mind).

Wie mijn lezers ook zijn, hoe groot mijn doelgroep ook is (kan uit een miljoen potentiële lezers zijn, of slechts uit drie mensen bestaan), er zijn altijd mensen binnen en buiten die groep die mijn werk:

  1. Nooit gelezen hebben
  2. Niet zullen waarderen
  3. Niet interessant zullen vinden
  4. Niet zullen begrijpen

In sommige gevallen zal dat permanent zijn.

Dit kan onder andere komen door:

  1. De persoonlijke voorkeuren — Van die lezer(s). Wat ik schrijf, kan die lezer(s) niet of niet voldoende aanspreken. Zelfs als ik alles uit de kast trek.
  2. Een kennis-nadeel — Mijn lezer weet meer over het onderwerp dan ik (en ziet keihard alle fouten die ik maak), of ik bent onbegrijpelijk voor mijn lezer
  3. Bepaalde vooroordelen — Over het genre waarin ik schrijf, of over mijzelf als schrijver.

Het enige dat ik hierover kan zeggen is, is het volgende:

  1. Het is zeer zinvol om in mezelf en mijn soort publiek te investeren. Wat willen ze? Wat verwachten ze? Wat verwachten ze van een schrijver als ik? Kan ik daaraan voldoen? Kan ik nog beter leren dat te schrijven dat ik wil neerzetten? Kun ik nog beter leren te begrijpen wie en wat mijn publiek is?
  2. Het is behoorlijk zinloos stil te blijven staan bij die mensen die niet tot mijn doelgroep behoren. Kritiek? Negatieve opmerkingen? Geen aansluiting met mijn schrijfdoelstellingen uit die groep? Negeren.

 

Als je het gevoel heb dat je iedereen een plezier moet doen

Veel van ons groeien op met het idee dat we iedereen een plezier moeten doen, dat we voor iedereen (volledig) acceptabel en (volledig) aanvaardbaar moeten zijn.

Mijn realiteit?

“Voor iedereen acceptabel en aanvaardbaar zijn” is voor mij onmogelijk geleken en ik ben op een gegeven moment gestopt met “mijn best doen” voor de grote groep. Er is altijd wel iemand die mij raar, dom, stom of een onbetrouwbare eikel vind, die kritiek heeft op wat ik doe en het — om wat voor reden dan ook — totaal oneens is met wat ik denk of doe.

Wat voor mij de last van- en de angst voor negatieve reacties verlichtte was:

  1. Het besef dat ik zelf elke dag exact hetzelfde doe met mensen die ik ken of toevallig tegenkom: het afwijzen en bekritiseren van wat ze doen en laten en dat dit zelden langer duurt dan een flits van een seconde.
  2. Het besef dat ik uit de meeste negatieve situaties weg kan lopen, omdat die mensen niet mijn vrienden en niet mijn geliefden zijn. Mijn groeiende vermogen om geen zak te geven om situaties die niet van belang zijn is ongeveer de allerbeste Zen-meditatie die er bestaat.

 

Wie is je lezer dan?

Mijn lezer is die persoon die een voorkeur geeft aan mijn soort verhalen. Dat kan het soort verhalen zijn dat ik nog wil gaan schrijven, of het soort verhalen dat ik nu al schrijf.

Mijn doelgroep lijkt enorm veel op mijzelf en houdt onder andere van: (je mag dit skippen)

Verhalen met diepere lagen, die zich soms pas na een aantal keer lezen en herlezen onthullen.

Verhalen waarin iets gebeurt, zodat het uitnodigt tot lezen, verslavend kan zijn, uitnodigt naar meer.

Verhalen die een indruk achterlaten, omdat de behandeling van bepaalde onderwerpen bijvoorbeeld bij die lezer tot nieuwe (persoonlijke) (bevrijdende) inzichten leiden.

Succesvolle buitenbeentjes, die mogelijk nog steeds weerstand ervaren vanuit hun omgeving, maar daarin een duidelijke eigen plek hebben gevonden, hoe minimaal dat ook is.

Diepe werelden waarin veel meer gebeurt dan in één verhaal past.

Die doelgroep vind het volgende wel belangrijk, maar pas in tweede instantie:

Actie die het verhaal voortstuwt.

Wat mijn doelgroep vermijdt als gif zijn verhalen waarin:

Makkelijke oplossingen worden geboden voor soms complexe problemen.

Personages zich conformeren aan beperkende normen en beperkende waarden

Jouw doelgroep houdt mogelijk van vergelijkbare verhalen en waarschijnlijk van een ander soort werk en een ander soort schrijver. De kernvragen die ik stel zijn deze:

  1. Wat lees ik zelf het allerliefste?
  2. Wat schrijf ik graag?
  3. Hoe zou ik dat kunnen combineren in mijn werk?
  4. Welk soort lezers wil ik uiteindelijk graag willen bereiken met je werk? Wat lezen die lezers graag?
  5. Is dat haalbaar? Realistisch?

 

De valkuilen van het ego

Ons ego is een kind van een jaar of drie. Dat kind wil aardig gevonden worden.

Een negatieve reactie op een verhaal kon behoorlijk hard aankomen. Voor mij voelde het lange tijd als een afwijzing van iemand van wie ik graag liefde of erkenning wilde krijgen. Zelfs als dat een wildvreemde was.

En wat heel raar was, was dat de mening van een wildvreemde vaak veel meer impact leek te hebben dan de mening van iemand die ik persoonlijk kende.

Ik denk dat dat laatste komt door de volgende drie redenen:

  1. We zijn vaak niet in staat onszelf in de huid van de criticaster te plaatsen. “Vanuit welk oogpunt wordt deze kritiek gegeven?” verwordt hierdoor vaak in rare aannames als: “de criticaster doet dit om mij pijn te doen”
  2. Vanuit dit soort verkeerde beginpunten (o.a. “de criticaster doet dit om mij pijn te doen”) stelde ik mezelf vaak de verkeerde waarom-vraag. (“Waarom wil deze persoon me omlaag halen?” bijvoorbeeld.)
  3. We weten vaak niet hoe we hier uit kunnen ontsnappen.

 

Slot

Inlevingsvermogen heeft binnen het schrijven twee kanten:

  1. Mezelf in de gedachten van de lezer en mijn personages kunnen plaatsen, met de uitgangspunten van die persoon als basis (en niet mijn eigen gedachten)
  2. Begrijpen wat de motivaties zijn (het “waarom”) vanuit een denkkader dat daadwerkelijk niet het mijne is.
  3. Daar iets constructiefs mee kunnen doen.

Verder is tot nu toe — bij het ontvangen van kritiek — de grootste uitdaging gebleken om los te komen uit dat stuk ego dat constant bevestiging zoekt bij alles en iedereen rondom me. “Mag ik er wel zijn? Ben ik goed genoeg voor jou? Vind je me wel lief genoeg?”

Iets dat al meerdere keren in het verleden mijn schrijfplezier heeft bedorven.

 

De Harland Award, 2017

Samenvatting

Wat ik vanaf 2017 hoop te zien is een jaargang (en een start) waarin de organisatie van de Harland Award — onder die zeer specifieke naamvlag van Paul Harland — een standpunt gaat nemen met betrekking tot kwaliteits- en verhaalverwachtingen. Een standpunt dat –vanwege die naamkeuze “Harland Awards”– past bij het karakter van Paul Harland als specifiek persoon én als drager van specifieke vaandels én als criticus binnen het genre.

Ik hoop verder dat de selecteurs, de juryleden en hun criteria véél eerder bekend gemaakt gaan worden, zodat ik als schrijver (waar ik dat zou willen) rekening kan houden hun adviezen en selectiecriteria.

Hier een paar voorstellen voor de 2017-editie.

1: Handel ‘in de geest van’ of (advies:) kies een andere naam

Zou Paul zich de afgelopen jaren hebben omgewenteld? In zijn graf? Waarschijnlijk wel.

Paul was een kritisch lezer en een kritisch schrijver. Hij was fel in het voordeel van verhalen waarin bezieling was te lezen, verhalen waaruit —bij voorkeur— een unieke (en wilde) verbeeldingskracht sprak, verhalen waarin de platgetreden paden hard werden gemeden. Verhalen die iets nieuws brachten. Verhalen waarin grenzen werden opgezocht, regels werden gebroken.

Paul had de neiging de schrijvers die op de veilige paden wandelden, het soort schrijvers dat kritiekloos andermans werk na-aapten, de schrijvers die nooit verder kwamen dan zwakke imitaties van al even zwakke schrijvers, of waarvan het werk uit herkauwd gras of flauwe, kleurloze pap bestond, genadeloos af te branden.

 

Met andere woorden:

Als je een wedstrijd naar een specifieke schrijver vernoemt, eer dan ook (eindelijke eens) zijn standpunten. Of kies (zou ik als optie 2 willen voorstellen) een andere naam voor je wedstrijd.

De Harland Award kan hierin volgens mij het volgende doen:

  1. Zoek uit waar Paul Harland voor stond.
    1. Praat bijvoorbeeld specifiek met Paul Evenblij als het gaat om de inhoudelijke aspecten van schrijven en kritiek. (Kan zijn dat het Paul geen fuck interesseert, wat de HA doet, maar dat is een volgende halte)
    2. Lees of herlees Paul Harlands polemieken en recensies in de edities van: “Fantastische Vertellingen” uit de jaren ’80 en ’90 (uitgegeven door Remco Meisner en vast nog wel te verkrijgen). Analyseer zijn standpunten.
  2. Weerspiegel die standpunten in een lijst met verwachtingen of criteria.

 

2: Verwoordt dat in een statement

Voor mijn gevoel staat de Harland Award momenteel voornamelijk voor: “de winnaar van de Harland Award is schrijver met dat verhaal dat de meeste punten heeft gekregen”. Iets waarover ik al eerder schreef en waarin ik geen persoonlijkheid, kleur, of visie proef. (Zie ook: “Paul en zijn graf” hierboven.)

Ik kom nergens op de site enig inzicht tegen in de concrete verwachtingen van de organisatie naar de deelnemers, behalve globale zaken als: “schrijf een goed leesbaar en boeiend verhaal”, “stuur op tijd in”, “dit en dat verwachten de voorselecteurs en juryleden van een verhaal” en “zo moet je document worden opgemaakt”.

Dus.

 

Hoe zou een “Paul Harland specifiek” wedstrijd-statement er uit kunnen zien?

Hier een voorbeeld op basis van mijn visie op Paul Harland, omdat je ergesn moet beginnen:

De Harland Award beloont met name die verhalen:

  1. Die onmiskenbaar genre-verhalen zijn (SF, Fantasy, Horror, steampunk, cyberpunk, etc).
  2. Die inhoudelijk goed in elkaar steken, onder andere door een solide samenhang van gebeurtenissen in dat verhaal en geloofwaardige handelingen van personages binnen de verhaalwereld.
  3. Waarin de schrijver bovengemiddelde lef toont in zijn of haar schrijven, bijvoorbeeld door controversiële onderwerpen aan te snijden, tegendraadse standpunten in te nemen.
  4. Waarin de schrijver een bovengemiddelde flair en een bovengemiddelde verbeeldingskracht toont in zijn of haar schrijven, bijvoorbeeld door:
    1. Extravagante werelden en/of locaties
    2. Ongewone personages
    3. Ongewone situaties
  5. Waarin een uitzonderlijk inzicht wordt getoond in de brede variëteit van motivaties in het “waarom” van het menselijk handelen.
  6. Die positief staan tegenover homosexualiteit, bi-sexualiteit, a-sexualiteit, polyamorie en een positieve benadering hebben met betrekking tot gender-issues en aanverwante zaken.

 

3: Drop wedstrijd-doelstelling 3: “de schrijver helpen zich te ontwikkelen”

Een wedstrijd is geen groeiversneller voor een schrijver. Een wedstrijd is geen workshop.

Hoe goed bedoeld het ook is, een wedstrijd zoals de Harland Award is te traag (in de beoordeling van verhalen en met een frequentie van één wedstrijd per jaar) om voor een gemiddelde schrijver echt zoden aan de dijk te zetten in een (snelle) persoonlijke ontwikkeling.

Uiteraard is het prima om “de ontwikkeling van de schrijver” als doel te hebben van de organisatie. Maar plaats het dan op dat niveau en ondersteun het door o.a. schrijfboeken aan te bevelen, workshops en workshop-mogelijkheden te noemen van schrijvers als Thomas Olde Heuvelt, Tais Teng en handleidingen te geven in het organiseren van schrijfgroepjes en door facilitaire sessies te doen op de Harland Dag zelf, waarin schrijvers bijvoorbeeld praktische oefeningen doen in samenwerken om samen beter te worden voor de volgende ronde van de Harland Award.

 

4: Verander het concept van selectierondes

Bij Edge.Zero kwam één ding zeer duidelijk naar voren:

  1. Meer beoordelaars zorgt voor een betere balans in de selectie. We hadden o.a. beoordelaars die consistent bepaalde genres of bepaalde type verhalen lage punten gaven en andere genres en verhaaltypes consistent hoog lieten scoren, ongeacht de kwaliteit van het verhaal. Dit soort subjectieve voorkeuren was voor mij totaal onverwacht ( “We hadden toch redelijk objectieve criteria?”), is in mijn optiek geen harde fout en een onvermijdelijke feature van juryleden. Omhels het, gebruik het en doe dat op verstandige wijze. Ook in de keuze van de jury.

 

Hoe zou dat volgens mij gedaan kunnen worden?

Dit is slechts één mogelijke insteek:

  1. Laat alle juryleden alle verhalen lezen – Je voorkomt hiermee “ronde-bias” waarin verhalen soms “onterecht” niet doorgaan naar een volgende ronde (bijvoorbeeld door zeer persoonlijke voorkeuren van twee of drie juryleden in een bepaalde ronde, of specifieke en beperkende criteria waardoor bijvoorbeeld voornamelijk het soort verhalen met een specifiek soort opbouw of insteek doorgaan naar een volgende ronde).
  2. Doe geen rondes, maar gebruik twee “beoordelings-bakjes” – en laat elk jurylid op zijn en haar manier alle verhalen doorgaan. Dit kan er als volgt uitzien:
    1. “Bakje één” – Dit zijn de verhalen, die volgens dat jurylid bijvoorbeeld niet voldoen aan de specifieke eisen van de wedstrijd. Deze verhalen mogen deels ongelezen blijven.
    2. “Bakje twee” – Dit zijn de verhalen die volgens dat jurylid wél voldoen aan de eisen van de wedstrijd. Deze worden geheel gelezen.
  3. Gebruik een vast stramien in de beoordeling van elk verhaal – Bijvoorbeeld die van de literaire analyse (of “verhaalanalyse”). (zie hier voor een voorbeeld).
    1. Denk aan scores op goed gebruik van: vertelsperspectieven, samenhang en verband, spanning, thema, motief, motto, stijl.
    2. Aanvullend voor SF, Fantasy en Horror passen daar ook bij: wereldbouw en geloofwaardigheid.
    3. En even relevant: motivatie (van handelingen), plot en verhaalbeleving.
  4. Dwing geen specifiek soort verhaal af – Er zijn in het verleden in wedstrijden meningen geweest van juryleden en andere sujetten dat een verhaal op een bepaalde manier geschreven zou moeten worden. Bijvoorbeeld: “gebruik niet meer dan één vertelperspectief” en “begin meteen met de actie”. Die criteria zijn vooral onzin als je streeft naar een brede reeks van inzendingen.
  5. Gebruik een puntensysteem per criteria waarop je kunt wegen – Bij Edge.Zero maakten we gebruik van drie opties: “Voldoet volgens mij niet”, “Voldoet volgens mij bijna”, “Voldoet volgens mij wel” op basale technische criteria als “plot” en “ontwikkeling van het personage”. Dit gaf per beoordelaar, per verhaal en per criterium een goede doorsnede van de meningen en ervaringen per lezer en per verhaal een score waarop we konden sorteren en filteren. Wat bij ons ontbrak was een korte motivatie per verhaal, per beoordelaar. “Waarom gaf je deze (lage) score?”
  6. Zet een minimaal leesquotum voor “bakje twee” — In het geval van de Harland Award zijn dat er bijvoorbeeld 25: de 25 (volgens die jury) beste verhalen die mogelijk in aanmerking komen voor een prijs.
  7. Distilleer je prijswinnaars – Met een goed systeem is het relatief eenvoudig om uit die eindlijst een eind-top te bepalen. “Wie wint?”
  8. Schrijf voornamelijk jurybesprekingen voor “bakje twee” – Die bovenlaag zit wel goed. Die snapt waarschijnlijk inmiddels wel hoe je een verhaal schrijft dat kop en staart heeft.
    1. Verdeel al de verhalen gelijkmatig over je juryleden.
    2. Laat per verhaal twee of drie juryliden kort feedback geven over de scores die hij/zij heeft gegeven. Per criteria. Hoe lager het verhaal scoort, hoe belangrijker de feedback is als leerpunten voor de persoonlijke groei van die schrijver.

Met de tijd die HA inboekt voor de beoordeling, mag dit geen problemen geven. En door de besprekingen (Als dat systeem gebruikt zou worden — niet iedereen werkt hetzelfde immers) over de groep te verdelen beperk je ook de werklast per jurylid.

In 3 zinnen samenvatten “waarom ik je een lage score op deze drie punten gaf” is redelijk snel te doen als de beoordeling al gegeven is in de vorm van punten. Aanzienlijk sneller dan een recensie (of sorts) per verhaal te schrijven is mijn persoonlijke ervaring met Edge.Zero — waarin we criteria gebruiken — en is mijn ervaring met wedstrijden als Trek Sagae en de Milleniumprijs waarin je per verhaal inhoudelijke feedback probeert te geven in een zelf-verzonnen structuur.

 

5: Wees niet bang voor die techniek, of: “Maar het is kunst!”

De Harland Awards voor korte verhalen is geen avantgardische bedoening waarin juist het breken van de regels de kern van de wedstrijd is.

“Staat dit huis onbedoeld scheef?” is een valide manier van meten binnen de doelstellingen van de wedstrijd en een valide eerste stap om de kwaliteit van een verhaal te beoordelen.

 

6: Balanceer het met subjectieve meningen

Techniek alleen maakt geen goed, mooi, meeslepend verhaal.

“Vind ik dit huis mooi? Uitdagend? Uitnodigend? Afstotend/bevreemdend/betoverend genoeg?” is daarom die tweede stap, die andere 50% van de beoordeling.

 

7: Zorg voor een goede follow-up

Je wedstrijd is afgelopen? De winnaars bekend? Perfect. Stimuleer je schrijvers het volgende te doen:

  1. Redigeren die hap! – Wellicht niet direct iets dat de verantwoordelijkheid is van een wedstrijd, maar momenteel ontbreekt in mijn optiek een ‘call to action’ om een volgende stap te maken. Biedt instrumenten aan (referenties naar boeken over schrijven bijvoorbeeld)
  2. Insturen die hap! – Stimuleer je schrijvers om hun werk actief in te zenden naar bundels als Ganymedes en initiatieven als Edge.Zero, bladen als SF-Terra en WonderWaan.

 

8: Wees veel eerder met juryleden en introducties

Dit jaar las ik pas een paar weken voor de deadline wie zou gaan jureren, waar die juryleden op letten en wat hun voorkeuren zijn. Dit mag vroeger. Véél vroeger. Bijvoorbeeld een half jaar vantevoren.

Dit geeft me de tijd om mijn verhaal te herlezen op die factoren, bij te schaven waar ik denk dat het onvoldoende voldoet en fatsoenlijk af te ronden voor inzending.

Nu kreeg ik het gevoel dat dit allemaal erg last-minute was waardoor de criteria van de selecteurs en juryleden nauwelijks meer relevantie hadden in mijn proces.

 

Slot: is de feedback in juryrapporten (nog) zinvol?

De Harland Award juryrapporten zijn een erfenis. Uit de King-Kong Award-tijd.

De organisatie zou een enorme efficientieslag kunnen maken door juryleden géén feedback te laten schrijven op elk verhaal.

Zoals één iemand het de afgelopen maand op Facebook stelde: “Kies gewoon een winnaar en klaar.”

En: “Daarnaast leg je de nadruk opnieuw op verbeterpunten, schrijvers die tekort schieten, terwijl de strijd tussen de besten zou moeten gaan, vakmensen die het klappen van de zweep kennen en waarschijnlijk al die verbeterpuntjes al kennen maar onbewust, of waarschijnlijker bewust niet hebben toegepast. Je kunt geen prestigieuze wedstrijd organiseren als de beste kandidaten niet meedoen. Iedereen weet dat bij de paralympics iedereen keihard zijn best doet, maar uiteindelijk draait het om de Olympische Spelen. In Nederland worden op genreschrijfgebied voornamelijk paralympics georganiseerd, maar wie zijn handicaps heeft overwonnen, kan blijkbaar nergens terecht.”

Ding is: de Harland Award is een wedstrijd voor iedereen. Beginnend schrijver en gevorderde. Dit heeft een aantal aspecten:

  1. Kans op ontdekking — Van oudsher kijken minstens één of meerdere uitgevers mee met de wedstrijd. Wat wordt ingestuurd? Is dat interessant? Zou ik dat willen publiceren?
  2. Mogelijkheid tot het krijgen van inhoudelijk sterke feedback — Niet elke schrijver heeft (op dat moment) een schrijfgroep of geoefende schrijvers en lezers die exact de pijnpunten kunnen aanwijzen in een / het verhaal. De HA (en ook de andere wedstrijden) leveren deze dienst.

Dit heeft ook één belangrijke consequentie:

  1. Meer overhead — Voor jury en organisatie (schrijven van zinvolle feedback voor individuele verhalen is geen sinecure bijvoorbeeld, evenmin als het samenstellen van het eindrapport)

Dat de HA (of een andere wedstrijd) zich zou moeten focussen op de topschrijvers en/of (afhankelijk van wie die mening geeft) zich moet weerhouden van feedback naar deze schrijvers is in mijn optiek totaal voorbijgaan aan het nut en doel van dit soort wedstrijden.

Ja: dit zijn JUIST het soort wedstrijden waaraan ook de beginners en de mensen met een handicap mee kunnen doen.

Ja: dit is een essentiële talentenjacht voor hobbyisten en liefhebbers en schrijvers die van mening zijn dat er nog groei mogelijk is.

Wil je iets anders dan dat? Organiseer dan iets anders, met een andere insteek, maar laat de HA in dat opzicht zoals het is. Omdat het concept JUIST rete-waardevol is voor beginnende schrijvers, in een land waarin zo veel andere belangrijke faciliteiten voor die schrijvers (waaronder tijdschriften met een groot bereik, betaling voor je werk, een groeipad dat meer is dan: “hier is het diepe, spring er maar in. Als je aan de overkant komt zonder te verdrinken? Gefeliciteerd!”) simpelweg ontbreken.

Wil je alleen iets voor de toppers? Prima. De helft heeft inmiddels schijt aan wedstrijden, omdat het niets meer toevoegt. Als geheel zijn dat soort wedstrijden voor al voor de buitenwereld voornamelijk schouderklopjes binnen een zeer klein, nauw kringetje. Iets dat al snel naar elitair en incestueus masturbatiewerk gaat neigen.

JUIST dat nieuwe, frisse talent dat in wedstrijden als de Harland Award naar boven komt drijven, met onverwachte en vaak onbekende winnaars houdt de boel fris.

 

Edge.Zero

Ik ontkom er niet aan Edge.Zero ook hier te melden.

Edge.Zero (uit de koker van Mike Jansen en mij) komt dichter bij het: “geef aandacht aan de topschrijvers” concept. Het idee achter Edge.Zero is om dat hele gekut van wedstrijden met een vakjury zoveel mogelijk los te laten. Want eerlijk: voor mij als ouwe rot telt voornamelijk hoeveel lezers ik bereik. Meer is beter.

Edge.Zero volgt daarom veel meer de paden van een uitgever met een magazine, met de doelstellingen van een magazine:

  1. Met zoveel goede verhalen zoveel mogelijk publiek bereiken — Zodat uiteindelijk omzet kan worden gegenereerd (uit donaties) en de gepubliceerde schrijvers ook daadwerkelijk een (maximaal) publiek kunnen bereiken
  2. Schiften op kwaliteit, binnen een bepaald kader — Dat publiek moet werk krijgen waar we zelf achter kunnen staan. En als “uitgevers” hebben we daarin hele specifieke voorkeuren.

We geven wel feedback, maar die feedback is voornamelijk standaard, omvat de mening per beoordelaar en inhoudelijk voornamelijk op basis van checklijsten en scores.

De reden voor Edge.Zero is juist dat te doen wat relevant is: een podium bieden voor het beste werk dat in Nederland en België geproduceerd wordt.

 

Eindgedachten

De wedstrijden die we hebben worden in bepaalde groepen te relevant gemaakt. Tot het punt waar ik denk: “waar maak je je zo (ziekelijk) druk over?”

Met enorm respect naar elke organisator een sneer naar de criticasters: Het gaat fucking nergens over als er geen structurele follow-up is.

Want wat win je uiteindelijk? Wat is de volgende stap? Wie pakt jouw verhaal op? Waar kom je vervolgens terecht? Blijf je doorgaan met schrijven? Biedt je je werk ook naar andere markten aan? Blijf je jezelf ontwikkelen? Wordt je gelezen? Bouw je daarmee een fan-base op?

“Waarom zien we niet meer ambitieuze SF, Horror en Fantasy verhalen?”

Ik heb mijn eigen theorieen hierover, die ik in het verleden al op verschillende manieren heb bewoord.

Kort samengevat:

  1. Gebrek aan stimulans — Iets waarop niemand zit te wachten zal minder snel ondersteuning en positieve impuls krijgen. “Doe maar niet te moeilijk. Niemand wil dit lezen.” en zo voorts.
  2. Gebrek aan zichtbaarheid — Wellicht wordt het wel geschreven, maar nergens uitgegeven.
  3. Gebrek aan ambitie — Ambitie zit in je, of niet. Veel ambitieloos schrijfwerk is simpelweg ambitieloos omdat de schrijver geen ambities heeft, anders dan dat verhaal te schrijven (en in of op te sturen naar iets of iemand)

Ambitie en het gebrek daaraan

Ambitie komt in mijn optiek van binnenuit en grenst wat mij betreft aan obsessief gedrag. Oftewel: het onvermogen iets los te laten wat anderen al lang geleden zouden hebben laten vallen.

Ambitie is verder persoonlijk. Zeer persoonlijk.

Een gebrek aan ambitie (wat dat ook mag zijn en waarin dat ook is) is echt enorm gezond en behoorlijk normaal. Veel mensen zijn niet-obsessief ingesteld. En kiezen voor dingen die leuk zijn, plezier geven, veel beloning opleveren en weinig moeite kosten.

Over het algemeen zijn mensen die niet obsessief ambitieus zijn, in mijn optiek blijere en vrijere mensen met minder kopzorgen. Ze schrijven ook het soort super-saaie verhalen dat ik liever niet lees, omdat ik eindeloos veel betere dingen te doen heb.

Stimulans

Hoe stimuleer je “ambitieuze verhalen”? Of “obsessieve ambitieuze schrijvers”?

Hier is mijn mening:

  1. Zorg dat ze ergens terecht kunnen:
    1. (Online) uitgevers die hun soort werk publiceert.
    2. Coaches en schrijvers die dat soort schrijvers van dat soort werk steun en stimulans geven
    3. Wedstrijden die specifiek voor dat soort verhalen worden georganiseerd
  2. Biedt ruimte voor experiment. Ambiteus werk is heel veel vallen en weer opstaan.
  3. Zorg dat het steun krijgt
    1. Bespreek dat soort werk.
    2. Schrijf over de noodzaak en behoefte.
  4. Maak dat soort werk zichtbaar

Zichtbaarheid

Het is 2016 en Internet, Facebook en plekken als SmashWords zijn momenteel je vrienden. En je gaat (als ambities schrijver) niet zitten wachten tot iemand je een hand reikt. Dat gebeurt namelijk binnen SF-minnend Nederland al meer dan 30 200 jaar niet. Er is geen geld. Er is geen (tot nauwelijks) ambitie. En er wordt enorm veel gepraat zonder dat er concreet wat verandert.

  1. Werk samen
  2. Verzamel schrijvers. Maak bundels en zet ze op Smashwords
  3. Maak een website
  4. Publiceer kort werk en lang werk en prikkelende dingen
  5. Snap wat je publiek zoekt en wat heb prikkelt
  6. Doe aan marketing en zelfmarkeing
  7. Zorg dat het woord zich verspreidt.
  8. Stuur je werk in naar zoveel mogelijk wedstrijden die voor jouw soort genre relevant zijn. Want niet-meedoen is toegeven dat jouw werk niet relevant is.

Vorm kliekjes van gelijkgestemden

Juist met ambitieus werk is het belangrijk om focus te houden. Ambitieus werk vraag om toewijding, niet om democratische meningen en verwatering van schrijfdoelstellingen.

Accepteer de intolerante eikels

Verder zijn obsessieve ambitieuze mensen vaak enorme intolerante eikels die slecht samenwerken, snel ruzie krijgen met andere obsessieve ambitieuze mensen en ruzie zoeken en die slecht tegen de afwijkende meningen van anderen kunnen. Dit houdt onder andere in dat samenwerking meer in de vorm van “hoe doen katten dat?” dan “hoe doen honden dat?” gaat.

Het is mogelijk, zolang het maar vrijheid blijft bieden en iedereen zijn of haar eigen gelijk kan vinden. En wegblijft van het soort ruzies dat harten breekt. (Respect tonen en zo, zelfs als je lijnrecht tegenover elkaar staat en zo.)

Verlaat de groepen die giftig zijn

Sommige groepen zijn ronduit giftig, met bittere en manipulatieve mensen die jouw rug gebruiken om zichzelf hoger te plaatsen.

Eén simpel advies: loop zo snel mogelijk weg en sluit de deur. Zelfs “als ze mogelijk nog ergens een meerwaarde kunnen leveren.” Vaak is dat niet het geval.

Produceer

Ambitie is latten hoger leggen en leercurves overwinnen en dan opnieuw hoger reiken. De enige manier om door te gaan is te produceren. Veel verhalen.

Fuck: “koop mijn boekje” (tenzij je dat leuk vind)

“Koop mijn boekje” loont niet (uitzonderingen daargelaten!). Het verspreidt niet (uitzonderingen daargelaten!). En het Internet is zo goed als gratis met websites als WordPress die geen kosten rekenen voor weblogs, die weer als publicatieplatform kunnen worden gebruikt.

Ga voor eyeballs. Bezoekers. Bekendheid.

Pageviews zijn in mijn optiek je eerste inkomsten, je eerste beloning, je eerste betaling.

Faal. En faal nogmaals. En dan nog een keer. Tot het lukt.

Elk falen is een stap op weg naar beheersing.

Het goede van schrijven (in tegenstelling tot skateboarden en parcour) is dat “op je bek gaan” bij het schrijven (en online publiceren) geen blijvende schade oplevert, zoals gebroken knieschrijven, gebroken enkels, gebroken polsen, gebroken kaken, gebroken neuzen en gebroken ellebogen.

Publiceer

Fuck elke uitgever die je niet wilt publiceren. En als er niets overblijft, maak dan je eigen plek. Dat is hoe dingen werken. Maak je werk zichtbaar.

Fuck verder iedereen die klaagt dat “gratis werk de markt ondermijnt”. Dat is niet zo. Pirated-werk (zoals gratis-downloadbare boeken van gerenommeerde uitgevers) ondermijnt de markt. Facebook ondermijnt de markt. Slechte marketing van het eigen fonds; een slecht marketing-plan; een armoedige uitvoering van dat marketing-plan ondermijnt “de markt” (lees: de eigen verkopen).

Niet jouw gratis werk.

Wees geen (bittere) jankert online

Als dingen niet lukken, huil daar dan offline over. Niet online. Bij ambitie hoort falen. En een groot publiek dat jouw werk niet pruimt omdat het te raar, te moeilijk of te onleesbaar is. Huil offline, verzet je doelen en doelstellingen en ga weer door.

Verwar ambitie niet met kwaliteit of succes, tenzij dat je ambitie is

 

(Super)ambitieus werk is (zoals eerder gezegd) niet per definitie leesbaar of verkoopbaar of goed, of goed te pruimen door (veel) lezers. Zeker niet als je als schrijver grenzen probeert te doorbreken.

(Super)ambitieus werk kan zelfs heel lelijk zijn.

(Super)ambiteus werk kan totale rotzooi zijn voor een grote groep lezers (en weer super-enerverend voor een andere groep).

Tot slot

Ik denk dat het beste dat in de komende jaren in Nederland kan gaan gebeuren, een wildgroei aan websites gaat zijn waarop ambitieuze en andersoortige verhalen te lezen zullen zijn.

Elk met een specifiek doel en kwaliteitsdoelstellingen voor ogen.

Je publiek daarin zijn niet de oude knorrige mensen zoals ik (die nergens tijd meer voor hebben en vrijwel alles kut vinden) maar jonge lezers die net het genre beginnen te ontdekken en overal nog open en fris tegenaan kijken.

Je kracht ligt verder in onderscheid en samenwerking. Laat zien waarin jouw site en jouw verzameling van schrijvers uitblinkt ten aanzien van andere sites en schrijvers. Wissel met elkaar uit. Werk samen, doe maandelijkse “wedstrijden” en opdrachten waarin je (samen) bepaalde onderwerpen uitwerkt.

Schrijf fan-fiction en trek dat soort lezers ook naar andere plekken toe. Ga voor pageviews en bezoekersaantallen. Volg je eigen hart. Maak dingen die totaal geweldig en tegelijkertijd totaal kut zijn. Faal met liefde en passie. Streef naar hoger en meer. Wat dat ook mag zijn in jouw persoonlijke schrijfdoelstellingen.

En heb schijt aan mensen die je proberen te vertellen wat je wel en niet moet doen, op basis van “succesformules” en andere onzin, of zonder dat ze ooit echt aandacht aan je werk te hebben geschonken.

Stop met het pleasen van lezers en juryleden.

Pak alleen die feedback waarmee jouw werk in jouw optiek beter gaat worden. Want het is jouw werk. Hoe lelijk of mooi dat ook mag zijn.

En heb je geen ambitie? Dan is dat ook prima.