Vandaag op de agenda

Vandaag op de agenda:

  1. Showcases met artists / exposure — Wat is een goed format (online / digitaal document / fysiek boek)? Hoe gaan we dit bootstrappen? Wat is het mogelijke groeipad? Waar kunnen deze showcases geplugged worden zodat artiesten (naast de huidige platformen) gevonden worden en (lokaal en wereldwijd) exposure gaan krijgen? Hoe gaan we die samenstellen? Wat zouden concrete doelstellingen kunnen zijn / welke impact / welke gewenste uitkomst streven we na? Ook exposities?
  2. Illustratoren + schrijvers = awesomeness — Wat is een goed format? Hoe kun je schrijvers en illustratoren samenbrengen? Verhalen in beeld en woord laten verzinnen? Waar gaan we dat publiceren / bootstrappen? Welke mogelijke doelstellingen? Gewenste impact?
  3. “Nederland van de toekomst” — Format? Aanpak? Budget?
  4. “Beste artist van het jaar” — Hoe? Wat? Waar? Wanneer? Met wie?

Kort de concepten:

1: Showcases met artists / exposure

Uitgangspunt: Het is lastig om momenteel een makkelijk en snel overzicht te vinden mbt het talent in Nederland (en Belgie). Wie is er? Wat wordt er gemaakt?

Insteek: Het verzamelen en centraliseren van artists en hun werk in showcases. Het voorzien van info en linkjes naar hun eigen portfolios. “Dit zijn de artists. Dit is hun werk. Hier kun je hun eigen portfolio vinden”.  De showcase zijn tevens archief.

Aanvullend: Ook exposities / exposure in real life galleries? Waar? Hoe? Met wie? Doelstelling? Gewenste impact? Hoe doen we digitaal naar doek?

Vragen: Zijn er (nog meer) bestaande partijen die (structureel) benaderd kunnen of moeten worden? Die al een eigen publiek bereiken, die een publiek bereiken dat relevant is voor de artists zelf? (AA and AAA Game studios, mogelijke opdrachtgevers, etc)

Periode: 2015 / 2016

Filters: Het werk moet een bepaald niveau hebben, aantrekkelijk zijn.Aanwezigheid van het werk is leidraad. Werk wordt alleen getoond met permissie.

2: Illustratoren + schrijvers (+ game developers?) = awesomeness

Uitgangspunt: Art-movements waren vaak multidisciplinair. Dit geldt ook voor SF, Fantasy en Horror. In het Nederlandstalige gebied zijn meer dan 200 schrijvers actief en meer dan 100 illustratoren met een passie voor SF/F en H actief. Daarnaast worden door verschillende Independent Game Studios spellen ontwikkeld. Wat kan er gebeuren als je die partijen samenbrengt?

Insteek: Losse brainstorm-sessies / dagen? Workshop achtige bijeenkomsten? Lekker samen schrijven en tekenen?

Periode: 2015 / 2016

Vragen: Wat zou een goed format zijn? Hoe hou je mensen betrokken? Hoe kickstarten we dit? Wie betrekken we?

3: “Nederland van de toekomst”

Uitgangspunten: De Gebroeders Das waren één van de eersten om een “Nederland van de toekomst” visie neer te leggen. CHIFT is aan het kijken wat toekomstdenken voor Nederland kan betekenen. SF kan de toekomst vormen voordat deze plaatsvindt. Thematische showcases (met verscheiden artists) maken vaak meer impact dan verzamelwerken. Fun.

Insteek: Budget loskrijgen. Financieringen lospeuteren. Samen visie neerzetten en uitwerken tot een mooi boek van 160 bladzijden.

4: “Beste SF/F/H artist van het jaar”

Uitgangspunten: Awards zijn een middel tot exposure van de artiesten. We hebben meer dan 30 jaar traditie met korte genre-verhalan. Het wordt tijd dat er een award gaat komen voor beste art.

Insteek: Keuze uit het meest recente werk van artists, op basis van inzendingen. 3 prijzen met vergelijkbare verdeling als Harland Awards: Award + 1000 euro voor 1e plaats, 250 euro voor 2e plaats, 150 euro voor derde. Copyright en alles blijft bij de artiesten. Beste is dit te koppelen met een bestaand event dat hart heeft voor de art zelf en goede connecties met de meida heeft, goede exposure geeft.

Wanneeer? 2016

 

 

Illustrated visions of the Dutch future

De concept-art van Star Wars (zoals dit en dit), de concept art van Sid Maed. De filmwereld van Bladerunner. De visies van de toekomst van de gebroeders Das. De opengewerkte tekeningen van straaljagers in de Kijk en ruimteschepen zoals dit en dit, die waarschijnlijk nog steeds worden gedaan in de Perry Rhodan serie.

Dit is waar mijn eigen trip begon.

En nu ga ik zelf zo’n boek samenstellen.

Waarom?

Ik vroeg mezelf afgelopen jaar af: “Hoe kan SF in en uit Nederland meer draagkracht krijgen?” en een boek met een thema en met heel veel mooie platen is volgens mij de beste manier om dat voor elkaar te krijgen.

Hoe?

Hier is grofweg het stappenplan:

  1. Draagvlak vinden. Dit boek kan fantastisch mooi worden, maar heeft geld en zichtbaarheid nodig. Geld om de kunstenaars te betalen, geld voor productie en geld voor de promotie. Zonder zichtbaarheid / media-exposure blijft het een stapel papier in een schuur en verbrand geld waar voornamelijk as van over is gebleven. Dingen moeten georganiseerd worden, mensen bij elkaar gebracht. Kunstenaars moeten betaald worden. Er moet onderzoek worden gedaan.
  2. Mensen bij elkaar brengen. Illustratoren. Denkers. Makers. Mensen die kostenberekeningen kunnen maken en dingen kunnen organiseren. De beste ideeën zijn in mijn ogen die ideeën die zowel totaal en krankzinnig wild zijn, EN een basis hebben in de werkelijkheid.
  3. Doen. Zodra die draagkracht er is, zodra er fondsen zijn, gaan we aan de slag.

Met die (Nederlandse) illustratoren zit het overigens wel snor. Hier zijn er meer dan 60 (waarvan er hier inmiddels 30 zijn geprofileerd door mij)

Wat is plan B?

Plan B is een serie showcases, zoals ik dat begin dit jaar begonnen ben met Showcase 0A. Met bestaand werk.

Nu

Ik ben nu bezig om de basis te leggen. Onderdeel daarvan:

  1. Een showcase samenstellen van de artiesten die dit zouden kunnen en mee willen werken aan dit project. Een beetje zoals dit, maar dan specifiek voor dit project. Die showcase is gebaseerd op het werk dat er nu al is en wordt gecategoriseerd op basis van de onderwerpen die in het boek zouden kunnen komen. Essentieel om pitches te doen. Alleen woorden zijn niet voldoende.
  2. Een samenvatting geven van wat het basisidee is. Zie deze blogpost.
  3. Praten met deze en gene. Ik kan momenteel nog geen namen geven, omdat dit echt totaal aan het begin staat. Maar idee is om onder andere de technische universiteiten te gaan betrekken. Er zijn ontzettend veel projecten waar bijna niemand iets vanaf weet, die over 20 jaar onze levens zullen hebben veranderd. Verder moet er geld gaan komen. Van sponsors en whatever. En een betrouwbare partij die de magneet gaat vormen voor dat geld

Minimal viable

Ik ga momenteel uit van een soort “bootstrapping”. Dit betekent dat veel gaat gebeuren uit enthousiasme van de betrokkenen.

Voor de kunstenaars is momenteel 10.000 euro gereserveerd. Dat lijkt veel geld, maar voor een boek dat waarschijnlijk iets van 300 tot 500 bladzijden kan gaan worden is dat grofweg 20 tot maximaal 33 euro per pagina. Dat is lang niet genoeg dus. En over “exposure als beloning”?

exposure

Wat?

Neem Nederland. 30 tot 50 jaar van nu. Pak al de ontwikkelingen die nu wereldwijd gaande zijn, van batterijen die in een uur opgeladen kunnen worden, zonnecellen die in ramen verwerkt kunnen worden, vliegtuigen en wagens waarvan het ontwerp deels door computers word gegenereerd, in een versneld evolutionair proces: alsof het levende wezens zijn. Protheses die beter zijn dan het origineel. Kleine centra waarin ambachtsmensen werken met laser-snijders en 3-D printers om alles te maken wat je maar kunt verzinnen.

Maar ook:

Welke coole shit kunnen we verzinnen? (De korte versie van alles beneden) Denk aan grote robots voor industrieel gebruik (om huizen en grote schepen in elkaar te zetten bijvoorbeeld). Hoe gaan VTOL vliegtuigen er uit zien? Militaire equipments, de tanks en militaire vliegtuigen en helicopers (of vergelijkbare shit) van de toekomst? Drones? Exo-skeletten? Onderzeeboten? Oplossingen voor containervervoer? Passagiersvliegtuigen? Schepen voor persoonsvervoer? Bruggen? Gebouwen? Parken? Scholen? Hoe gaan we eten verbouwen? Gaan we eten printen met 3D printers? Een combinatie van geprint voedsel en klassiek? Gaan er dieren in de parken zijn? Hoe gaan die er uit zien? Gaan we genetische modificaties doen? En wat gaan we voor planten en bloemen en bomen maken? Welke exotische vormen kunnen we verzinnen als we met genetische manipulatie alle kanten op kunnen gaan?

Wat kun je doen met grondstoffen als koolstof en silicium? Denk aan toepassingen van oersterk monofilament dat meer dan 100 keer sterker is dan staal tot diamantharde coatings op andere materialen, of carbon-composites voor de beplating van voertuigen, tot super-goedkope zonnecellen tot het bouwen van microprocessoren met carbon nanotubes.

Hoe bouw je een duurzame toekomst? Waar gaan we bijvoorbeeld naar toe nu zonnecellen steeds goedkoper worden? Kunen dat soort oplossingen de windmolenparken vervangen, of gaan ze naast elkaar bestaan? Wat zijn de mogelijkheden van batterijen die razendsnel opgeladen kunnen worden en steeds hogere capaciteit krijgen terwijl ze compacter worden (Zie ook dit)? Kunnen we gebruik maken van de golven in de zee? Hoe gaat dat er uit zien? Gaan huizen en wijken self-sufficient worden? Zelf hun energie opwekken? Welke rol gaan Nederlandse instituten en universiteiten hierin spelen? Welke resultaten gaan hun opleidingen geven? En hoe zit het met voedselproductie? Hoe voeden we straks als wereld de miljarden van deze wereld, op een manier die niet belastend is? Gaan we insecten eten (ook hier en hier) of slim samengestelde cocktails om bijvoorbeeld de wereld te redden? Kunnen we groente telen op zee? Kunnen we efficiënter en beter met onze ruimte omgaan? Is het mogelijk om landschappen waarin groente en fruit wordt geteeld ook esthetisch mooi te maken? Hoe zit het met robots en machines om te planten en te oogsten? Kunnen we dat automatiseren? Hoe? Hoe gaat dat er uit zien?

Wat doen we met onze ruimte? Is een luchthaven in zee nog steeds een slecht idee? Of zijn er goede use-cases bekend? Zou een dergelijk kunstmatig eiland (zoals dit) ook dienst kunnen doen als toeristische attractie? Of als een nieuwe wereldhaven die poorten naar zowel het land, de lucht en de zee biedt? Kunnen we grote steden combineren met prachtige natuur? Gaan we de mooiste stadsparken (ook deze pagina ) ter wereld maken? Blijven onze huizen en steden grauw, of gaat er kleur komen? En hoe zit het met de architectuur? Blijven we veilig, blijft het bij brutalisme of gaan we esthetisch lef tonen? Zoals dit? Of dit? Kunnen we grote steden maken met ruimte voor miljoenen, zonder dat dat ten koste gaat van leefbaarheid? Kunnen we die steden groot en tegelijkertijd plezierig maken? Gaan we ondergronds? Krijgen we hoogbouw? Een combinatie?

Hoe gaat onze omgeving er uit zien? Hoeveel van Nederland is werkelijk “vol” en wat gaan we met al die andere ruimte doen? Wat als we agrarische gebieden efficentier zouden kunnen gebruiken, of op andere manieren die ook mooi zijn? Parklandschappen die semi-wild zijn? Welke bomen en planten en kleuren en strcuturen en patronen (dit, en dit bijvoorbeeld) zouden we over 50 jaar kunnen zien vanuit de wegen en de treinen en het vliegtuig als we dit zouden her-ontwerpen met schoonheid en bijzonderheid op het oog?

Hoe vervoeren we ons? Zijn gemotoriseerde vervoermiddelen volledig geautomatiseerd? Hebben wagens nog een stuur, of is het een cocon geworden waarin je plaatsneemt? Hoe zien de wegen er uit? Hebben individueen nog eigen vervoer, of krijgen we Transportantion On Demand waarin je een voertuig kan aanroepen of reserveren zoals taxis nu? Gaat het openbaar vervoer een grotere rol spelen, of wordt het vervangen? Wordt het een combinatie van alles?

Wat doen we in de toekomst aan problemen elders in de wereld? Gaan piepschuimen huizen helpen in gebieden met veel aardbevingen? Kunnen we iets met nieuwe materialen voor kleding (en ook dit) zodat vluchtelingen die bijvoorbeeld wachten op registratie niet doodgaan aan de gevolgen van de winter? Kunnen we bijvoorbeeld kleding maken waarin je altijd warm en droog blijft, zelfs met extreme regen? En wat is er nog meer mogelijk met moderne stoffen? En hoe zit het met de kampen zelf? Zijn tenten de oplossing, of zijn er andere mogelijkheden? Hoe zit het met communicatie en lokale netwerken voor internet, educatie, verstrooiing? Kunnen we goedkope technologie, goedkope computers en goedkope energiebronnen verschaffen voor internet access, noodzakelijke activitieten, het oplosssen van logistieke problemen, gratis ebooks voor zelf-educatie, expressies van creativiteit terwijl er gewacht wordt op een verblijfsvergunning?

Wat gebeurt er met onze kenniseconomie? Word wetenschap en technologische innovatie onze toekomst? Hoe gaan we dat doen (hier en hier) en hoe blijven we dat stimuleren? Hoe gaan de universiteten er uit zien? De scholen en lagere scholen? Gaan we integraties zien met land, lucht en water, in de omgeving van die scholen? Hoe gaat onderwijs inspelen op de veranderingen in de maatschappij? Hoe scholen we onze kinderen? Waar gaat de nadruk liggen?

Hoe zit het met protheses en de medische wetenschap?  Wat voor oplossingen kunnen we bieden voor mensen die nu gebonden zijn aan een rolstoel, die een arm of een been zijn verloren, die blind zijn? Kunnen we bodyscans gaan bieden waarin elke mogelijke problematische ontwikkeling voortijdig ontdekt kan worden? Hoe zit het met genetische profilering in dit kader? Kunnen we straks organen, huidweefsel en botten printen? Hoe gaan die machines er uit zien? Hoe zien de toekomstige hospitaals er uit? Hoe gaat men zowel noodsituties (ongelukken) als de meer reguliere dingen (operaties die minder spoed hebben) oppakken? Hoe gaan robots helpen bij operaties? Hoe gaat die robots er uit zien?

5 dingen die ik wil doen in de komende 6 maanden

Ik heb een sabbatical genomen van 6 maanden. Deze is 16 juli 2015 begonnen en eindigt ergens in maart 2016.

Ik heb ook een aantal dromen die hardnekkig terug blijven komen, ondanks negativiteit die ik soms ervaar (“kan niet, gaat nooit lukken” etcetera) en ondanks eerdere en vaak halfslachtige pogingen van mijn kant.

Ik heb beroepsmatig een aantal keuzes, waaronder werken aan de opties voor een nieuwe carrièreriching in min freelance-werk. Ik ga dat niet doen in deze periode. Ik vind deze vijf punten namelijk belangrijker.

De korte versie voor deze 6 maanden:

  1. Ik wil een keigave en steengoede SF-roman schrijven. Eentje die het werk van mijn klassieke helden evenaart en overstijgt. Twee concrete benchmarks die mijn eigen standaarden ooit hebben gezet: “Tijger Tijger” van Alfred Bester, “De wereld van Nul-A” van van Vogt. Uiteraard zijn er ook invloeden van anno nu. Veel van die invloeden komen momenteel o.a. uit Japanse SF series (animatieseries en strips).
  2. Ik wil een “Illustrator showcase” produceren die impact gaat genereren binnen Nederland en daarbuiten. De opzet zal thematisch vergelijkbaar zijn met de boeken van de gebroeders Das, maar dan zonder limieten en helemaal SF: “Nederland van de toekomst”
  3. Ik wil weten hoe SF in Nederland een doorbraak kan gaan maken. Want 100, 500 en 1500 lezers zijn niet voldoende.
  4. Ik wil een solide platform neerzetten voor korte SF, F en H verhalen. Hier gaan de beste verhalen van Nederlandse en Belgische bodem komen.
  5. Ik wil de weg naar het buitenland verder helpen openbreken, zodat we de beste verhalen en de beste schrijvers ook elders gepubliceerd kunnen krijgen.

De lange versie

Hieronder vind je per stap de langere versie.

1: Een keigave, steengoede roman

Status: al in ontwikkeling.

Hier is het plan van aanpak en wat info over het boek zelf:

  1. Schrijven — Er staan nu 50.000 woorden in twee delen. Het ziet er momenteel naar uit dat het boek 3 delen zal krijgen van elk 30.000 woorden. Onderwerpen en thema’s: vrijheid, nut, zelfmoord, kiezen voor jezelf.
  2. Verbeteren — Redigeren, herschrijven, heroverwegen, nieuwe samenvattingen schrijven, heroverwegen wat nu relevant is en dat weer in het boek verwerken.
  3. Samenwerken — Coaching ontvangen; feedback vragen, ontvangen en verwerken; zorgen dat het boek gepitched kan gaan worden naar een paar grote uitgevers in Nederland.
  4. Afmaken — Het boek niet halverwege laten hangen, niet vlak voor het einde afhaken, maar ook werkelijk afmaken. Van A tot Zgeredigeerd, van A tot Z helder geschreven, van A tot Z meeslepened.

Over het boek:

Werktitel

Luchteilanden

Samenvatting

Dit boek gaat over verplichtingen, motivatie, zelfmoord en vrijheid.

De kernvragen van mijn hoofdpersoon: “Wie ben ik eigenlijk? Wat wil ik zelf? Wanneer ben ik vrij? Wat verwacht mijn omgeving van me?”

Het draait om vijf personages: Bloesem, Zafira, Noam, Jade en Zhēnzhū. Het boek draait om Bloesem en haar keuzes. De (complexe) wereld en de achtergronden en dilemma’s die tot de keuzes van Bloesem leiden, krijgen diepte via de verhaallijnen van de andere vier.

Eén van de uitgangspunten in het boek is het volgende: zelfmoord is een vorm van moord. Dit specifieke concept wordt vorm gegeven in de verhaallijn van Zhēnzhū.

Opzet

Het eerste deel gaat over het einde van Bloesem’s ontdekkingsproces: “wie ben ik? Wat wil ik?”. Het tweede deel gaat over haar ontsnapping, transformatie en zelfrealisatie, het derde over de consequenties van die stappen.

Keigoed en keimooi

Plan van aanpak:

  1. De basis neerzetten — Eerst moet het verhaal staan. (Dat is nu het gevla)
  2. De diepte ingaan — Elk onderwerp en elk stuk in het boek wordt tot de max uitgewerkt. “Kan dit nog beter, nog scherper, nog indringender worden neergezet? Kan dit nog meer betekenis krijgen?”
  3. Streven naar ultieme schoonheid — In het schrijfwerk zelf. In de scenes. In wat we zien, voelen, ervaren. Door contrastwerking. Door uitersten nog dieper uit te werken. Door vanuit de plekken van liefde, genegenheid en verliefdheid te werken. Door diep bij mezelf naar binnen te gaan en dat te gaan raken wat in de afgelopen 20 en 30 jaar langzaam in slaap is gevallen: verwondering, bewondering.
  4. Feedback krijgen — Van ervaren mensen die het proces van haver tot gort hebben meegemaakt
  5. Feedback verwerken — Door dingen die beter kunnen nóg mooier en nóg beter te maken

2: Een illustrator showcase

Status: nog niet aan begonnen. Zie voor een lijst van Nederlandse en Belgische SF/F illustratoren dit overzicht.

Ik roep al sinds 2012 dat dingen moeten veranderen in Nederland. SF van eigen bodem is (zoals ik al een paar keer als voorbeeld heb gebruikt) een patatkraam in een doodlopende steeg waar bijna niemand komt.

Dat moet veranderen.

Dit is hoe ik denk dat dat kan gaan gebeuren:

  1. Maak een aantrekkelijk en spraakmakend Nederlands product — Ik denk dat de perfecte formule lijkt op die van de boeken van de gebroeders Das. En de het idee is deze:
    1. Werk samen met de beste Nederlandse en Belgische illustratoren
    2. Visualiseer de toekomst van Nederland en Belgie. Zonder restricties op “kan dat wel”?. Toon:
      1. De eerste Nederlands/Belgische Ruimtehaven. In Almere, of waar dan ook. Toon ruimteschepen die opstijgen, torens die een functie hebben, wat dan ook.
      2. Nederlands/Belgische robots op Mars, op de maan, op Pluto, die dingen doen. Met mensen in ruimtepakken die uiteraard uit de Nederlands/Belgische industrie komen en later in doorsnedes en met uitleg gevisualiseerd zijn.
      3. Nederlands/Belgische militaire en technische oplossingen zoals handwapens, zwaar geschut, exo-skeletten, onderzeeërs, slagschepen, tanks, power/mech-suits, ruimtepakken met ingebouwde exoskeletten. Whatever.
      4. Nederlands/Belgische robot-mijnschepen die onder andere de asteroïdengordels afgaan
      5. Nederlands/Belgische super-oceaan-schepen die de wereld rondgaan, waarop mensen leven en wonen en werken. Waarop voedsel wordt geteeld
      6. Nederlands/Belgische super-projecten zoals het groen-maken van de Sahara en de bouw van gigantische architectonische wondergebouwen op het vaste land en op kunstmatige eilanden voor miljardairs
      7. Nederlands/Belgische oplossingen voor het klimaat, voor het milieu, om de oceanen leeg te ruimen van afval, en zo voorts
      8. Nederlands/Belgische medische, bio en nano-technologie waaronder medische toepassingen van nanotechnologieen, protheses voor mensen die verlamd zijn geraakt, of een been of arm zijn verloren, of al hun benen en armen zijn verloren, om een voorbeeld te geven.
  2. Werk samen met instituten die al actief zijn in dat veld en dit een leuk project vinden. Valt er bijvoorbeeld wat te doen met de technische universiteiten van Leiden, Delft en Eindhoven? Research die daar gedaan wordt, omgezet in rete-coole visualisaties
  3. Zorg dat het tractie krijgt — Ik heb zelf geen enkel idee hoe dat moet, maar dat gaat wel komen. Zie punt nummer 3.

3: Snappen hoe SF een doorbraak kan maken in Nederland

Ik ben op de hoogte van het gezeur dat dit niet kan en dat het onmogelijk is. Ik geloof daar niet in. Ik denk dat we gewoon niet goed naar de eigen markt kijken en totaal geen benul hebben wat wel werkt.

Hier is een kort hoe en wat:

  1. Inzicht krijgen in wat wel werkt. Welke SF-series en SF-gereateerde dingen zijn populair in Nederland? Wat verkoopt wel? Waarover wordt wel gesproken? Wat is daarin de aantrekkingskracht? Is dat het verhaal? Zijn dat de visuals? Zijn dat boeken? Korte verhalen? Films? Animaties en animatieseries? Waarom werkt dat? Wat is het appeal?

Plan van aanpak

  1. Onderzoek — Welke bezoekersaantallen haalden SF- en superhelden-films? Wat scoorde hoger? Hoe zit het met strips en stripseries? Games? Welke verkoopaantallen heeft American Bookcenter mbt SF-boeken? Hoe goed lopen SF-games ten aanzien van niet SF-games? Hoe zit dat met speelgoed? Wat kan LEGO Nederland me bijvoorbeeld vertellen over hun SF-gerelateerde lego-dozen? Welke daarvan zijn regelrechte hits? Waarom denken ze dat dat zo is? Welke schrijvers lopen goed? Welke lopen het beste? Hoe vaak en veel wordt er gesproken over series als “Adventure time”, “Rick and Morty” en Japanse Anime die SF is, of op de grens zit van SF (denk aan Dragonball Z, Madoka magica en Ghost in the Shell). Waarom kijken fans wel series, maar lezen ze geen, of nauwelijks SF? Zijn dit nerds? Hoe zit het met theatervoorstellingen die SF raken? Eigen producties zoals met de films die het Blender-team maakte?
  2. Samenwerken? — Wellicht zijn er andere mensen die vergelijkbare onderzoeken doen of gedaan hebben, of willen doen.
  3. Blogposts — Het resultaat van die onderzoeken stop ik allereerst in blogposts

4: Een solide platform voor SF van Nederlandstalige bodem

Status: nog niet begonnen

Ik begon SF te lezen toen ik 11 was. De aantrekkingskracht van SF lag in mijn geval in de verhalen die volwassen hoofdpersonen hadden, met volwassen thema’s en intelligent schrijfwerk van een intelligente schrijver, maar wel weer in een avontuurlijke setting.

De appeal lag zowel in de verhalen als in de kaft-illustraties.

Verder kon ik uren wegdromen op opensnedes van ruimteschepen (Perry Rhodan, de Star Wars propaganda in bladen, elke keer voordat een nieuwe film uit ging komen)

De formule voor dit platform is vrij simpel:

  1. Ontwikkelen voor een publiek — Het gebodene moet een publiek aanspreken. Ik denk aan secties voor jong tot oud:
    1. Hardcore SF — Waarin de werelden werkelijk anders zijn, geen compromissen worden gesloten met de huidige wereld.
    2. Slipstream SF — Waarin SF-elementen worden gebruikt in een nog herkenbare wereld (die veel op de onze lijkt. Superhelden-films zoals “The avengers” en “The Hulk” zijn een voorbeeld daarvan).
    3. Young Adult SF — Waarin karakters met een leeftijd tussen 15 en max. 21 jaar centraal staan.
    4. Fantasy-SF — Waarin vreemde werelden met een focus op de vreemde flora en fauna ligt en verhalen een fantasy-achtige insteek hebben.
    5. Een focus op avontuur — De verhalen moeten merendeels een focus op avontuur hebben, of dat nu intellectueel is of fysiek. Er moeten dingen gebeuren. Het verhaal moet ergens vandaan komen en ergens naartoe gaan.
    6. Een focus op kwaliteit — Een zo hoog mogelijke innerlijke consistentie van de verhaalwereld, bijvoorbeeld. Schrijfwerk dat leeft en bruist. Zo weinig plotgaten dat ze niet meer opvallen.
    7. Een focus op intelligent schrijfwerk — De verhalen moeten diepte hebben, ergens over gaan, huidige thema’s raken. Of dat nu wereldpolitiek is, of dingen die nu spelen en een verschuiving aan het veroorzaken zijn in ons leven.
  2. Ergens beginnen — Hoge eisen zijn mooi, maar het moet ergens beginnen. Dat begin bestaat onder andere uit:
    1. Het her-publiceren — Van de beste SF-verhalen van Nederlandstalige schrijvers, van werk dat al geschreven en gepubliceerd is.
  3. Elk verhaal heeft minstens een titel-illustratie — Van hoge kwaliteit en door een Nederlandse of Belgische illustrator.
  4. Elke schrijver en elke illustrator krijgt betaald — Omdat dit serieuze shit is.
  5. Gratis voor de lezers — Dit is een promotie-platform. En binnen dat specifieke kader moet de deur voor de lezer en voor het publiek wijd open staan, terwijl de kwaliteit het hoogste is dat geboden kan worden.

Plan van aanpak, fase 1

  1. Heel veel praten — Er zijn namelijk al heel veel initiatieven op het vlak van uitgeven van Nederlandse schrijvers. Er is ontzettend veel liefde voor het fantastische genre. Er zijn redacteurs en uitgevers die al investeren in een beter en mooier landschap voor Nederlandstalige SF en Fantasyschrijvers. Het heeft geen zin om het wiel helemaal weer vanaf het begin uit te gaan vinden.
  2. Kijken waar raakvlakken zijn en waar samenwerking kan plaatsvinden — Ik heb mijn eigen eisen en wensen met dit platform. Ik zal in eerste instantie bepalen wie gepubliceerd gaat worden en wie niet. Het geld voor schrijvers en illustratoren zal in eerste instantie uit mijn eigen inkomsten komen, maar ik ben een schrijver, geen uitgever.
  3. Kijken of dat met alle uitgevers kan — Ik geloof niet in eilandjes.

Fase 2:

  1. Publiceren die shit — Webhosting is betaalbaar. Gratis zelfs als je gebruik maakt van de hosting van platformen als WordPress.

5: De weg naar het buitenland verder openbreken

Status: nog niet begonnen

De wereld is groter dan Nederland en groter dan Amerika. Vertaald werk van Nederlandstalige schrijvers heeft al z’n weg gevonden naar Europese, Russische, Chinese en Amerikaanse bladen. Ik ken in ieder geval één schrijver die anderen al helpt om ook buiten Nederland door te breken: Mike Jansen.

Dit soort initiateven en dat aanbod vanuit de Nederlandstalige markt kan waarschijnlijk beter en meer.

Een cruciaal onderdeel daarvan is volgens mij het volgende:

  1. Een agentschap of sorts — Dat verhalen en auteurs selecteert en het beste werk van deze schrijvers vertaalt naar het Engels en aanbiedt naar al de mogeljke markten
  2. Gebruik maken van bestaande platformen — Er zijn verschillende platformen waarop verhalen direct kunnen worden aangeboden naar wereldwijde markten van pro, semi-pro en fan-uitgevers.
  3. Vertrouwen op de markt — Eenmaal vertaald, vind een verhaal altijd wel zijn of haar weg.

Plan van aanpak:

 

 

Update, May 9

A lot of stuff has been happening in the past 8 months and I felt it was time for a summary and update.

Support

Walking around and talking to several people, drifting in this crazy bubble, I find that there is more support for SF/F and H in the Netherlands than people might assume.

Like anything, you need to understand where to look, what to ask for and where the balance lies. But in non of the cases, whether I spoke with publishing houses, organizers of events and the organizers of short story contests, was there a negative reaction. Each are very positive, willing to participate in some way to make things better for writers (and artists) in the Netherlands, as long as it fits within their (already busy) agenda and within their current line of activities.

Workshops: Masterclass writing

There is the series of 6 workshops that will start this year.

The idea with these workshops is to kickstart a trajectory that will fill several gaps for SF/F and Horror writers in the Netherlands. Three main points:

  1. A structure for writers to learn how to “think and work like a pro”, taking care of i.e. editing, revising and the feedback process but also granting insight in the different aspects of publishing (How do they read and evaluate manuscripts? How do they find new writers? How much does it cost to produce a book?)
  2. The development of an environment that allows writers to really push through to a bigger audience and a quality of writing that equals and even surpasses that of the better and best writers from the American and British markets.
  3. The opportunity to learn and get insights from i.e. professional story tellers, people in the publishing business and published (and successful) writers in our own field.

“Gila Pradopo”

“Een aantal consequenties…”, now named “Gila Pradopo” (after its main character) is going through revision, making it more grounded and easier to hook into. As it was a novella reduced to 10.000 words, the extra space I regained for short impressions (as experienced and seen by the main character) helps for the world and the characters to rise up a level or two.

For hat same story I contacted one illustrator and will contact 2 others, to visualize certain scenes. The idea is to mirror what 1940 American SF magazines did with their stories: marrying words and art.

With “Gila Pradopo” I want to try and see what is possible for Dutch SF within The Netherlands. Is it possible to reach more than 5000 readers? Is it possible to gain over 50.000 downloads of that one story?

Writing

I wrote one new story in February 2014, have plans for 2 more, sent in 3 stories in July and August 2013 of which one won the 3rd prize with the Dutch Paul Harland Prize and two others ended in the mid and lower regions.

I also started to see why my stories fail to connect to my readers in the places where they fail to connect. Something that probably translates into better and more vibrant work this year.

In the last week I picked up my English work again, having found a possible editor who is a native English speaker, has a degree in Literature, a background in screenwriting.and teaches English at university.

This week I will also finally pick up another trail to another editor living and working in the US and recommended by a fellow Dutch writer.

That bigger audience of readers

I strongly believe that the Dutch reader-market is much bigger as we think right now. I also believe that the idea that SF,F and Horror are considered as “unloved” is a misconception.

What I do believe is that the quality of most work produced right now, might not be what it should be and confirms the preconceptions we try to fight so hard, that SF/F and Horror from Dutch soil is “simplistic”, “immature”, “poorly written” and therefore “not worth reading”.

Focusing on that “bigger audience”, I decided last year August to contact the organizer of one of the biggest Fantasy events in the Netherlands with an email that came down to this: “Hi, I am looking at possibilities to promote Dutch SF and Fantasywriters and artists in the Netherlands. One of the options I like to look at is a free e-book that showcases writers and publishers. Has that been done before at your event? Would that be something that fits [name of event]?”

The answer was positive and in April I sat together for a brainstorm with that organizer. The willingness to give Dutch SF/F and Horror writers and publishers a ride on his promotional machine is there.
Plus the possibility to do an awesome project that involves writers and actors, in the same room, on the same day, cranking out a play in 6 acts and that I give the name “Shakespeare 2014”.
If all works out, 30 to 60 writers will produce a play that will be absurd and awesome.

VIP year SF/F/Horror writers

At the end of January I was approached to help set a VIP year for SF/F/Horror writers. Chaotic as it has been until now, I help setting this thing in motion by being present, collecting my 18 fellow writers (all either winner of a prize or part of the top 7 in the two major SF/F/Horror contests) and making sure they get in, get together, get food (if a lunch or dinner is involved).
Any costs I cover for that moment then are re-embursed so I do not end up at the short  end  if things.
The idea here is (again) to bridge the gap. In short: “You send in a story, win a price. Then what?”
This is what:
  1. You meet your fellow writers several times over that year
  2. You get in contact with other artists who are active in your same field
  3. You might or might not develop new contacts and new friendships with fellow writers and fellow artists

Asking what the exact purpose of this (costly) initiative is, I got this:

“It is not about the immediate effects, but on things that develop on the long run. Contacts these writers make now, might not lead to anything in the next two years, but could lead to some project the year after that.”

Europe-SF

Then I got involved in an e-mail exchange related to the creation of an “SFWA” of sorts of Europe.

Some issues discussed are the presence (or absence) of European writers and the dominance of American and English writers in the European market, the difficulty to find a common platform for European writers to unite on, the challenges of so many different languages and how that might stand in the way of an easy exchange of stories and novels between different publishers in Europe.

The “Speculative Fiction Writers Association of Europe” luckily seems to become the “European Fantastica Creators Association” or something in those lines, striving to bring together and promote not just writers but all artists in our field, which makes the European playfield much, much more interesting for all of us.

4e open brief aan de Nederlandse SF, Fantasy en Horror scene

Laat ik gewoon maar met de deur in huis vallen.

Er word enorm hard gewerkt

Door onder andere *:

  1. Organisatoren en vrijwilligers — Die in vrijwel alle gevallen onbetaald hun tijd geven aan onder andere de organisatie, realisatie en invulling van onder andere:
    1. Wedstrijden — zoals de Paul Harland Prijs, Fantastels en Trek Sagea;
    2. Semi-pro uitgeverijen** — Die werk van Nederlandse (en in Nederland wonende) auteurs uitgeven. Deze uitgeverijen zijn o.a.: Verschijnsel, Zilverspoor, Books of Fantasy, Fantastische Vertellingen en Macc
    3. Tijdschriften en websites — Waarin boekbesprekingen staan, schrijvers een kans krijgen gelezen te worden, artiesten hun werk kunnen tonen. Dit zijn o.a. SF-Terra, Holland-SF, Wonderwaan, Flying Dutch en het voormalige Pure Fantasy.
    4. Conventies en festivals — Waar mensen met een liefde en voorliefde voor het fantastische bijeen kunnen komen. Zoals Fantastyval, het 2nd Dutch Steampunk Festival, Castlefest, Elfia, Imagicon en de jaarlijkse SF-Terra en NCSF conventie (in het verleden althans).

* Ik heb ongetwijfeld dingen over het hoofd gezien.

** “Semi-pro” staat voor uitgevers en initiatiefdragers die werk produceren van een vergelijkbare (en soms hogere) kwaliteit als de professionele partijen maar nog te klein zijn om hun werknemers en medewerkers een full-time en marktconforme beloning te geven.

Hoop en kansen

Er is nu een landschap is waarin hoop bestaat en waarin kansen worden gecreeerd om dromen waar te maken, waaronder:

  1. Uitgegeven te worden — In boekvorm, in tijdschriften. In de vorm van korte verhalen. Door semi-pro uitgevers (met prachtige verzorgde boeken) en door professionele uitgevers waaronder (mogelijk nog steeds) Luitingh Sijthoff, Meulenhoff / De Boekerij en het nieuwe Link.
  2. Gelezen en gezien te worden — Door een publiek. Door de professionele uitgevers. In Nederland en hopelijk binnen afzienbare tijd ook structureel buiten Nederland.

Er zijn indrukwekkende resultaten behaald

Waaronder:

  1. Een constante stroom van nieuwe boeken — Bij de actieve uitgeverijen. Kijk onder andere eens bij eerder genoemd Verschijnsel, Zilverspoor, Link en Books of Fantasy. [links volgen nog]
  2. Meer dan 2000 en 20.000 bezoekers — Op o.a. Fantastyval en Elfia.
  3. Meer dan 20.000 downloads voor individueel werk — Waaronder korte verhalen en werk van o.a. Jaap Boekestein, Tais Teng, Gerben Hellinga, Anaid Haen en Mike Jansen: dat gratis beschikbaar is gesteld op o.a. de iStore en Smashwords. Mogelijk en waarschijnlijk in vergelijkbare aantallen zitten: o.a. Django Mathijsen en Patrick Brannigan
  4. Meer dan 250 verhalen in 2013 — Van schrijvers die o.a. meedoen aan de Paul Harland Prijs, Fantastels en Trek Sagea.
  5. Meer dan vijf Nederlandse genre-auteurs — Die momenteel door een professionele uitgever als Luitingh Sijthoff en Meulenhoff/De Boekerij worden uitgegeven.
  6. Leesbaar over de grens — In verschillende professionele en semi-professionele publicaties, waaronder werk van Tais Teng, Mike Jansen, Chantal Noordeloos, Thomas Olde Heuvelt, Rochita Loenen Ruiz, Floris Kleijne, Paul Evenblij / Evanby, Django Mathijsen en Jen Minkman-Saturay.
  7. Genomineerd of op de lijst — Voor o.a. de Hugo Award, door Thomas Olde Heuvelt en Rochita Loenen Ruiz.

“Ja maar–“

Ja.

Er zijn ruzies. Er zijn mensen die elkaar niet kunnen luchten en zien. Er zijn mensen die vinden dat alles wat door anderen wordt gedaan maar prut is en dat het geen zin heeft om verder te dromen dan wat er nu is. Er zijn mensen die geloven dat we nooit boven de 200, 500 of 5000 lezers gaan komen. Dan is er de angst dat we onze identiteit verliezen zodra we in een andere taal gaan schrijver, of voor een ander taalgebied.

En dus? En dan? Is dat wel zo?

Praktisch

Vanuit praktisch oogpunt is het verder behoorlijk zinloos om al teveel aandacht te schenken aan dingen die niet werken, tenzij ze pontificaal voor je eigen deur staan of elke keer je pad afsnijden. Aansluitend daarop heeft het weinig zin om de problemen van anderen op te lossen.

Wat in een plek, of bij een persoon niet werkt, kan ergens anders of bij iemand anders als een raket de lucht in gaan.

Wat in mijn ogen wel zinvol is, is om te kijken wat er nu en op dit moment mogelijk is met een (relatief) minimum aan extra inspanning.

Wat kan gecombineerd worden? Waar laten we kansen liggen die vrijwel direct opgepakt kunnen worden?

Mijn idee en uitgangspunten

Hier is mijn idee:

Dingen kunnen anders en nog veel beter

En hier is mijn uitgangspunt:

Er is enorm veel individuele kennis en ervaring — Meer dan ooit tevoren, in Nederland en binnen ons genre, zijn er mensen die weten wat er voor nodig is om:

  1. Wedstrijden te organiseren en nieuw talent te vinden
  2. Boeken te maken en boeken uit te geven
  3. Meer dan 3000 en meer dan 20.000 mensen te bereiken en in verschillende plekken in Nederland bij elkaar te brengen
  4. Door te breken naar Nederlandse en buitenlandse professionele uitgevers
  5. Schrijvers te trainen en te begeleiden in hun individuele groeipaden

“En dan?”

Volgens mij is de eerste logische stap om al deze kennis en ervaring samen te gaan brengen.

Wat als?

  1. Schrijvers — die o.a. via verhalenwedstrijden gevonden worden
    1. Een structurele begeleiding zouden (kunnen) krijgen?
    2. Gestimuleerd zouden worden om regelmatig nieuw werk te leveren?
    3. Alle gereedschappen krijgen aangereikt om te denken en te werken als professionals?
  2. Semi-pro uitgevers — zonder al te drastische veranderingen
    1. Nieuwe kanalen gaan aanboren? (Zoals, in het geval van Zilverspoor en Books of Fantasy: e-Boeken?)
    2. Meer publiek kunnen gaan bereiken met het werk dat ze nu al uitgeven?
  3. Het resultaat van evenementen — langer door kan blijven werken? Bijvoorbeeld door:
    1. Prijswinnaars van de verhalenwedstrijden gedurende dat jaar als eregasten uit te nodigen op alle SF en fantasy conventies in Nederland?
    2. Het werk dat geproduceerd is centraal en goed vindbaar beschikbaar te stellen en overal waar mogelijk te promoten?
    3. Verhalen en karakters en kunstwerken van cosplayers en andere creatievelingen op o.a. de fantasy-fairs in verhaal en boekvorm te gieten door oude en nieuwe schrijvers in ons genre?

Structurele verandering. Niet door gegantische grote, moeilijke, hemelbestormende nieuwe plannen op te zetten, maar net even iets anders tegen zaken aan te kijken, zaken te combieren, zaken te delen en zaken uit te wisselen.

Mijn aandeel

Ik ben niet het soort persoon dat een blog-post over dit soort dingen schrijft en vervolgens gaat zitten afwachten tot iemand anders actie gaat ondernemen.

Ik hoop dit jaar invulling te gaan geven aan een traject voor schrijvers waarin ze structureel begeleiding gaan krijgen door mensen met ervaring. Dit kan zijn in de vorm van eendaagse workshops en schrijfweekends en een programma waarin een jaar lang hard gewerkt wordt aan 5 nieuwe verhalen.

Verder heb ik 3500 euro opzij gezet voor o.a. vertalingen (1500 tot 2000 euro) en de betaling van prijswinnende schrijvers voor de publicatie van hun verhalen in een aantal bundels (1500 tot 2000 euro) die als gratis e-boeken moeten worden aangeboden in het eco-systeem van onder andere Kobo, Sony en iPad.

Doel is om structureel tot een doorbraak te gaan komen waarin ons eigen werk van eigen bodem zowel nationaal als internationaal zichtbaar wordt voor het grotere publiek.

De toekomst

Ik denk dat we op een gigantische berg ruw goud en ruwe diamanten zitten die we in de komende jaren om kunnen zetten in fantastische nieuwe dingen.

De grootste verandering hierin zal (behalve voor de schrijvers) niet: ‘meer werk’ zijn, maar een andere en nieuwe manier van “naar de dingen kijken” en een andere en nieuwe manier van samenwerken.

Op het moment dat ikzelf in de afgelopen maanden de lijntjes begon te verbinden nam er een soort aardverschuiving plaats in mijn hoofd.

Ik weet dat:

  1. Het niet makkelijk is
  2. Dat er nog heel veel moet gaan gebeuren
  3. Dat er heel veel paarden zijn doodgegaan in het verleden, waarvan een groot deel nog ergens ligt te rotten

Ik weet ook dat het mogelijk is.

Alle basisingredienten zijn er namenlijk al.

Bedankt voor het lezen,

Peter.

The Cathedral and the Bazaar

[First draft]

In 1996 Eric S Raymund held a presentation at the Linux Congress called “The Cathedral and the Bazaar”. The main premise of that talk was the comparison between software development from a strictly controlled and monolithic approach (the Cathedral) or a loosely organized get-together in which people can walk in, contribute (or set up a shop) and walk out again as they please (the Bazaar).

What this is about

In 2014 I will be working on something new and scary (for me personally), that will include the input and possible collaboration of many different parties.

The first milestone: 30 000 people

The first milestone will be a reader-audience of 30 000 people in the Netherlands. 

Summary

I think the most effective approach in this is a collaborative model. Most important aspects are:

  1. Respect of individuality — Each person and group active now has their own reasons, motivations and goals to do what they are doing. The first factor leading to failure is to try and force each of these people into the same direction and force them to work from only one set of values.
  2. Respect for the past — Whatever has happened before has lead to the current state of things, which are not that bad at all. We have 5 publishing houses in the Netherlands publishing good looking books within the genres of SF, Fantasy and Horror. We have four annual short story contests. There are over 250 active Sf, Fantasy and Horror writers.
  3. Finding the common ground — Instead of “creating” one, it is much more effective to find out what drives each of the parties and (instead of pushing things or asking for even more investments than already done) find out which activities touch a common ground and can be boosted to new heights without creating more strain.
  4. Keeping it simple — Complex and/or ambitious projects are usually easier prone to failure than simple ones. If you need to go from A to B, taking the train and the bus might be an easier solution than building your own car.

Possible directions to go

In writing and getting published, but also in creating an environment in which writing can flourish and reach an audience, one can go several directions. I mention four:

  1. Closed/for sale —  Use a (closed) business model based on the sales of individual works to an audience that is as large as possible.
  2. Open/for free — Get the work out there (for free), available for as many people as possible, with the least amount of barriers possible.
  3. Centralized management — Direct all actions from one centralized place
  4. Distributed contribution — Distribute as many actions as possible to as many people as possible willing to help and contribute

Elements

  1. Reaching a bigger audience — Right now, most writers (and illustrators) roughly reach 100 to 500 people, unless they are lucky enough to be selected and published by a bigger publishing house.
  2. A steady production (of good quality) — I believe it is important to have a steady stream of work coming from a diverse group of writers and illustrators. Once you reach an audience, it is nice to keep that audience. The work these writers (and artists) might produce? Work related to (but not limited to): Hard SF, Politically engaged SF, High Fantasy, Urban Fantasy and Young Adult.
  3. A rise in quality — There is a certain bias of Dutch readers against Dutch writers: “Dutch writing is (per definition) inferior”. This is mainly related to American writers (and illustrators). The only way to really break through that prejudice is to get to a point where we produce a steady stream of attractive work of high quality. Not easy, but very doable in a period of 3 to 5 years.
  4. Competing against several detractors — The audience that could be reached (probably 100,000 to 200,000 people, see this post) is furthermore spoiled by a saturated market of games, movies and award winning stories in which almost everything of their needs can be found. If you can’t at least match the high part of the average standard (the better stories, the better art work) you will remain in a small market of supporters.

Why I believe collaboration (with some competitive elements) is the best answer

Competition has a very limited value. Sure it helps to put things on the edge and motivate people to make that extra step and to strive further than they currently do. Without collaborative models underneath, competition has only one single outcome (once you have beaten all your competition): solitude. Collaborative models (with some competitive elements) strive for a common growth. In the case of the talks I will have in 2014, that common goal is to break through to a larger audience. (from 500 to 30,000 people). You do not reach this by one single winner within a game of elimination. You reach this by a group of awesome people in a game of inclusion and communal growth.

Awesome people

“Awesome” here is relative. “Awesome” can be:

  1. Awesome organizers — People who get things done. Who can get people together and combine individual elements into something bigger
  2. Awesome supporters — People who help in any way possible to get specific tasks done, from making sandwiches to preparing all the elements needed to make things work.
  3. Awesome writers — People who write stories that engage other people. From total adventure-pulp to incredibly complex literary works and everything else that is possible.
  4. Awesome artists — People who can create audiovisual experiences, illustrations, art
  5. Awesome promoters — People who know how to involve other people in new stories and endeavors.
  6. Awesome publishers — People who can package and sell stories.
  7. Awesome feedback — People who read the stories, look at the results of organizers and others involved and are able to tell you what can be better in such ways that you can clearly see the benefits and are happy to do so.

The possible challenges

In each environment, there are at least 1 or 2 challenges to be met. Below I define five.

  1. Underdeveloped market — In many places, including the Netherlands, SF and Fantasy is an underdeveloped market. You write. You create art. You put it online or wherever out there, maybe find a publisher. And then what? Who is able to (help you) polish and improve your work? Who has the reach
  2. Underdeveloped reach — How many people (of your potential audience) are aware of what happens on their own home-ground? How many people really know what is good and what is mediocre? How many people know you (and your peers) actually exist to begin with? How many of those will actually be able to find and read/consume your work?
  3. Closed / isolated / fragmented approach — In most cases, initiatives created are isolated and fragmented (instead of connected to other initiatives) and many of these initiatives follow the classic centralized/closed approach where most responsibilities will be centered on one person. This includes websites, publishing houses, magazines, contests and writing stories / producing art.
  4. Underdeveloped eco-system — Each and all parties present (magazines, publishers, writers, artists, websites) are part of a bigger eco-system. This eco-system has many interdependencies. Publishers like to reach an audience. Magazines usually already reach that audience. Publishers need writers and writers need both magazines and publishers to reach an audience. When there is not enough funding, only a limited audience aware of what is available, the eco-system itself reaches a halting-state at some point: below what it could become.
  5. A polluted / toxic eco-system — There are many factors (including strife, greed, anger, old pain, resentment) hindering (several forms of) collaboration to actually happen. These (usually unintended) factors (plus the frustration of things not happening) can lead to a pollution of the eco-system. If this goes on for too long, that eco-system can become so toxic and/or polluted that it is easier to drop it as a whole and start from scratch.

A look at the open / closed models

Learning from Open Source Software projects

Open Source Software development is one of the most clear and most current models that has shown what you can achieve using an Open model. Open Source Software development initiatives fail more often than they succeed. To avoid too much wordage, let me summarize the success-factors:

  1. A shared problem — There has to be a shared problem that requires a solution
  2. An already existing willingness (and/or need) to invest — People have to be already willing to invest in an Open Source project even before the project itself exists.
  3. Acceptance / embrace of differences — The reason you join are (most likely) different than the reasons I join. The time I invest will be (most likely) different from yours. The quality of my work will be (most likely) different from the work you produce.
  4. The willingness to listen and share — Open Source Development is a shared and communal effort. Everyone is important. Everyone plays a role. If you are incapable of sharing your space (successes, results, your contributions) with others, you should not join an Open Source effort. Listenign to others (and their opinions) is a very important part of this as well.
  5. A clear understanding of what you can contribute — You are not an employee in an Open Source model. There is nobody telling you what you should do or when that should be finished (at the most: requesting you to deliver a certain contribution, but that’s it). Understanding what you can contribute makes your own efforts and work much more centered and focused. In short: you do what you like most and what you are best at.

Centralized or decentralized?

I believe a mix is the most effective approach. You need some centralized activities (or attractors) to bring things together. Where will you be going? What is the purpose? Each part of the total system, however works best when it is independent. Why try do everything from one single place? Apart from the organisatoric aspects (the amount of people you need, the amount of work involved in managing these people, the amount of money needed to reward them) there is the aspect of vulnerability. One single organisation can’t do everything in the best way possible. Nor can it please all it would like to reach. When something goes wrong within that single organisation, it is possible all will feel the consequences. Several independent organisations working loosely together can cater a much wider audience, specialize on specific aspects and specific audiences and deliver a very specific quality for that audience. When one fails, the damage is usually limited to that single entity. As for the organization: as each entity is smaller in size, the overhead is usually smaller as well. Less people are involved. Communication lines are shorter. Decisions can be made faster.

Why things usually don’t work

Here are five recurring reasons I have encountered in several projects in the past:

  1. Similar goals, similar investments, different purpose — While it might seem that people from different groups are doing similar things, their work/effort is not combineable because they have different purposes in mind. For instance: “earning money by selling the end product” versus “using the end result as a stepping stone for something else”
  2. Uncombinable personalities — In some cases, people simply do not fit on personal levels. Even when and if their work is very similar and even if they are willing to work together with someone, their personalities simply clash.
  3. Differences in personal relevance — Where the end result is crucial for one person, it can be a side issue for another. Where on person will give everything possible to reach the end goal, the other might give up the moment things become something resembling an effort.
  4. Old pain — Something has happened in the past. Between people who might be able to work together, or between non-related people in the past. The old pain that still exists hinders any real form of collaboration.
  5. A toxic environment — Sometimes the environment in which things could happen has become so toxic (strife, hatred, disdain, exclusion of certain people and certain groups) that nothing new can really grow or flourish.

Closing

I close with several considerations related to open, closed, centralized and decentralized models.

Benefits of a centralized model

The closed and centralized approach allows for maximum control. You decide what will happen when and where and how. Any decisions made first go through a process directed by you, so mistakes (and possible losses to reputation and sales) are minimized.

Disadvantages of a centralized model

The problem with a centralized model is that the reach you have (in the amount of people contributing) are limited to the size of your resources (in most cases: money). Scaling up (more people to create a bigger reach) will introduce more cost and more risk as the money you invest in a product might never be paid back by your sales. While you have more control over the products you deliver and the way they are distributed, you also need a lot of money to get things really going.

Benefits of an open model

An open model usually kicks off by invitation. You invite others like yourself, with similar needs and wants: to contribute in your model or idea. In most cases as you are all doing the same (or similar) thing and joining forces will be much more efficient than all doing the same things in slightly different ways. Instead of doing all yourself, you work with others to help create that thing you feel you all can benefit from. Since all involved would have invested in this thing already on their own, the Return on Investment (when the joint effort is successful) is incredibly more high than what you would have been able to achieve on your own. In short: 2 + 2 can become 50.

Disadvantages of  an open model

One of the biggest “disadvantages” of an open model is the loss of control and the loss of ownership. You are no longer the only one deciding what should happen and what has the highest priority. You no longer “own” the end result. Meaning that anyone involved can use the end result as he/she likes, for any purpose they have in mind and all money that comes out of sales of the end result is not just “your” money but that of everyone involved.

Making money out of open models

If and when (making) money is an issue (for instance, because the end result is an important part of your business), not the end result, but what you can do with that end result is where your possible earnings will be.

Open source

Open Source code, including the source code of Linux, is widely available online. For free. You can download compiled libraries or the raw code itself. You can change the content of the code and make your own versions and variations as you like. You can take out specific bits of that code and create something different with it. Whatever it is, whatever you want, you are free to do so.

Licenses

If and when the Open Source code is under a specific licence (basically a summary of the intention under which the code is released as Open Source, plus a set of rules you are invited to implement when you use that Open source code, or parts of it).

Closed Source

Closed Source software is software that only comes in complied form. To understand how it works and to see the lines of code you need to decompile that software. The software that does this takes the binary code of the compiled Closed Source, read it step by step, figures out what is related to what in which way and then presents the best it could produce in human-readable programming code.

Commerce / business model

The business model behind Open Source is completely different from that of Closed Source software. Since Open Source software is freely available and open, most business models based on Open Source software are based on a “spin off effect” of that Open Source. For instance:

  1. Building tailor made solutions with that Open Source software
  2. Maintaining environments running on that Open Source software
  3. Offering infrastructure to run that Open Source software

With Closed Source software, the software itself is the product on which part of the business model is based. Microsoft Office is one example of such Closed Source software.