Steppingstone 1: Broedplaats voor korte verhalen van kwaliteit

Ik denk dat er verschillende “steppingstones” nodig zijn om structureel verbetering te krijgen in het werk dat in Nederland geschreven wordt. En dat er in Nederland nog steeds gaten zijn in het groeipad dat voor een schrijver beschikbaar zou kunnen zijn.

Verder denk ik dat het korte verhaal cruciaal is voor de ontwikkeling van een schrijver.

  1. Het is overzichtelijk
  2. Het dwingt tot concreetheid in een kort tijdsbestek (vergeleken met een roman of novelle)
  3. Het geeft ruimte voor experimenten
  4. Ze zijn redelijk snel te produceren
  5. Ze zijn redelijk snel te lezen
  6. De hoeveelheid tijd voor terugkoppeling (door lezers) blijft overzichtelijk
  7. Ze maken het mogelijk om binnen vrij korte tijd, met snelle rondes per verhaal te werken aan hele specifieke ontwikkelpunten per schrijver.

Broedplaats

Hoe kan een broedplaats voor korte verhalen er uit zien?

  1. Selectie / uitnodiging — Selecteer een beperkte groep schrijvers en nodig ze uit voor dit traject. Schrijvers die:
    1. Iets unieks tonen / talent hebben / fris voelen / belofte tonen
    2. Willen werken
    3. Willen verbeteren
    4. Willen doorbreken
  2. Traject — Ga een traject in van een jaar, waarin per schrijver 5 afgeronde en publiceerbare verhalen worden geproduceerd.
  3. Feedback — Geef elke schrijver feedback, in maximaal 3 ronden per verhaal, van 2 personen per ronde, door ervaren mensen die kwalitatief goede feedback kunnen leveren.
  4. Publiceer — Publiceer het beste werk dat uit dit traject komt.
  5. Herhaal — Herhaal dit traject in het nieuwe jaar.

Verwachting naar schrijvers

Dit is de verwachting naar de schrijvers

  1. Kort — Elk verhaal is minimaal 2000 woorden en maximaal 8000 woorden lang.
  2. Afgerond — Het verhaal staat op zichzelf, kan onderdeel zijn van een grotere wereld, maar heeft een helder en zelfstandig begin en een afgerond einde.
  3. Volwassen — Geschreven voor volwassenen.
  4. Hedendaags — Met gebruikmaking van ideeën en ontwikkelingen van nu.
  5. Eigen draai / eigen stem — Geschreven met een duidelijk eigen draai aan het thema of onderwerp.
  6. Productie — De schrijver produceert minimaal 5 verhalen per jaar.
  7. Feedback  — De schrijver geeft gestructureerde feedback over de verhalen van anderen.

Verdere invulling

  1. Feedback — Op elk verhaal wordt feedback geleverd.
  2. Garantie — Uit die productie wordt gegarandeerd en minimaal één verhaal gepubliceerd.
  3. Voorwaarde — Voorwaarde is dat deze verhalen grondig geredigeerd zijn en geredigeerd worden door de schrijver, naar aanleiding van aanwijzingen vanuit de feedback.
  4. Focus — De focus in dit traject is de volgende:
    1. Kwaliteit — De lat zo hoog mogelijk te leggen
    2. Uitdaging — De schrijver uit te dagen meer te doen en verder te gaan dan hij / zij gewend is.
    3. Routine — Om routine te krijgen in het schrijven en redigeren.
    4. Buitenland — Om een dusdanig niveau te bereiken dat deze verhalen ook buiten Nederland een publiek kunnen vinden.

Aandachtspunten

Ik denk dat de volgende aandachtspunten belangrijk zijn :

  1. Wereldbouw — Is deze grondig? Is zichtbaar dat de schrijver research heeft gedaan? Heeft nagedacht over consequenties van elementen en gebeurtenissen die geintroduceerd worden?
  2. Personages — Zijn deze geloofwaardig? Zijn het mensen met diepgang en individuele wensen, noodzaken, drijfveren, idealen, persoonlijke waarden en persoonlijkheden? Hebben ze een leven buiten het verhaal om? Is dat zichtbaar? Zijn hun handelingen logisch op basis van hun persoonlijkheid, karakter, ervaring en ervaringen uit hun persoonlijke verleden? Kan het nog interessanter? Is het teveel over de top?
  3. Actie — Gebeuren er dingen in het verhaal / is er actie? Gaan mensen tot actie over? Is die actie geloofwaardig, goed gedoseerd en logisch binnen het verhaal en binnen de verhaalwereld? Kan het meer? Is het te veel?
  4. Plot — Is het plot consistent en in evenwicht? Komt alles uit de verf? Is de volgorde van gebeurtenissen de meest optimale? Zijn er plotgaten? Onmogelijkheden? Dingen die wel geschreven worden maar niet logisch zijn of zelfs onmogelijk?
  5. Verhaal — Hoe loopt het verhaal als geheel? Leest het lekker weg? Wekt het nieuwsgierigheid? Vraagt het naar meer? Daagt het mij als lezer uit? Is het spannend? Saai?
  6. Stijl — Hoe lopen de zinnen? Vloeiend? Hakkelend? Ben ik een opsomming aan het lezen, of een echt verhaal? Hoe is het woordgebruik? Mooi? Saai? te simpel? Te complex?
  7. Lef — Durft de schrijver grenzen te overschrijden? Durft de schrijver een stap verder te gaan? Een stap gruwelijker? Een stap groter? Een stap meer experimenteel? Zien we speelsheid in het schrijven zelf? Een verkenning van ongewone verhaal- en vertelvormen?
  8. Coherentie — Hoe hermetisch is het verhaal? Hoe goed hangen alle onderdelen samen? Is dit verhaal los zand, of is elk verhaalonderdeel grondig met elk ander verhaalonderdeel verbonden?
  9. Frisheid — Hoe fris zijn de verhalen en de uitwerking van ideeen? Lazen we dit 10, 20, 50 en 100 jaar geleden ook al, of is er een nieuwe draai aan het idee gegeven?
  10. Anti-stereotypical — Breekt de schrijver alle stereotypes? Zien we echte personen? Unieke en mooie personages, ongeacht komaf, voorkeuren en overtuigingen? Of word elk mogelijk stereotype over mannen, vrouwen, binnenlanders, buitenlanders, criminelen, huisvrouwen, seksueel actieve, seksueel inactieve, religieuze, niet religieuze, heteroseksuele, homoseksuele en biseksuele mensen –en zo voorts– klakkeloos herhaald?
  11. Bewustzijn van de realiteit — Zien we in de verhalen, gebeurtenissen, handelingen en beweegredenen van personages een duidelijk bewustzijn van de schrijver over de realiteit rondom hem of haar? Of is alles maar lukraak aan elkaar verzonnen? Zien we huidige (politieke, sociale, economische, klimatologische ..) ontwikkelingen terug? Zijn die onderwerpen actueel? Dingen die de krant halen, of die juist de krant zouden moeten halen?
  12. Eigen stem / eigen draai — Zien we hier een schrijver die aan al deze elementen een eigen draai kan geven? Iets dat uniek is? Iets dat eigen is aan de schrijver? Een bepaalde manier van denken? Een bepaalde humor? Een bepaald gevoel voor horror? Een bepaalde grondigheid? Een bepaald vermogen om complexe dingen juist heel simpel neer te zetten? Een vermogen om complexe verhalen te vertellen? Iets anders?
Advertisements

Zesde open brief: de Elfia pilot

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik contact met de organisator van een van de grootste Fantasy-festivals in Nederland: Elfia. Mijn doel? Het openbreken van die blijkbaar ondoordringbare en magische grens van “500 lezers” (ook wel bekend als “de magische grens van 150 lezers” en “de magische grens van 2000 lezers”).

Met 25.000 tot 30.000 bezoekers “zou dat zeker moeten gaan lukken” (is mijn optimistische verwachting 🙂 )

Dat bereik naar die 25.000 tot 30.000 mensen via de PR-molen van dat festival is afgelopen week concreet geworden (en gaat specifiek om het aanbod van meerdere promotie-bundels. Van uitgevers en individuele schrijvers. Gratis te downloaden. Online).

Overzicht

Ik praat onder andere over:

  1. Het doel van de pilot
  2. Imago (van Nederlandse SF/F en H in Nederland)
  3. Of we het werkelijk zoveel slechter doen dan elders (Amerika!)
  4. De pilot en succesfactoren  (of: waar kan het fout gaan?)
  5. Conversie, conversieratio en gratis (of: hoe zit dat dan met de cijfers?)
  6. Nu – uitgevers
  7. Nu – Schrijvers
  8. Waar wordt dat werk getoond?
  9. Wat speelt er nog meer mee?
  10. De lezer en de publicaties
  11. Toen – een uittreksel van de mail waarmee ik dit avontuur begon

1: Wat is het doel?

Ik wil weten en kijken of het mogelijk is om meer dan 30.000 Nederlandse lezers en fans van SF. Fantasy en Horror te bereiken. Ik geloof namelijk niet “dat er geen publiek (voor ons) is”.

Anders gesteld: ik zie ons nu als die patatkraam in die doodlopende steeg in dat deel van de stad waar nauwelijks een hond komt, (en die zich al jaren twijfelend en steeds wanhopiger de verkeerde vraag stelt: “waarom komt er toch niemand? Is mijn patat dan niet lekker genoeg?“) (Een tipje van de sluier: de kwaliteit van de patat is niet het echte probleem hier.)

Ik wil die situatie zien veranderen. Ik wil dat een groot publiek binnen Nederland kan gaan kennismaken met SF, Fantasy en Horror uit Nederland.

Deze pilot is daar een stap in (en niet het enige initiatief dat momenteel gaande is).

2: Maar! Imago!

Ik ben bekend met het bestaan van een blijkbaar hardnekkig sentiment bij zowel “het publiek” als bij mensen in de “in crowd” dat “we met een imagoprobleem kampen”. Dat imagoprobleem kort samengevat? “Nederlande SF/F/Horror? Bleh!”

Verder “ontbreekt bij veel werk uit de lage landen ambitie”.

Jürgen Snoeren (uitgever van Link en daarvoor van de Boekerij / Meulenhoff) is hier vrij helder over (bold door mij aangebracht):

[…] het enige dat er werkelijk toe doet en dat ik veel te weinig zie in Nederlandse verhalen, is dat je als schrijver er alles uithaalt wat erin zit. Schrijf op de limiet, zoek de grenzen op van je onderwerp, je idee of thema, diep het uit zo ver je kunt, voorbij de conventies. Als je Nederlandse schrijvers iets kunt verwijten, in mijn ogen, is het gebrek aan ambitie, de wil om voorbij het gebruikelijke te gaan. De wil om risico’s te nemen. Om ook de lezer uit te dagen met alle instrumenten die het genre biedt. Nu ik door de verhalen van 2013 heen lees, wordt ik bevestigd in mijn stelling dat de Nederlandse genreschrijver van dit moment vooral uit is op veiligheid, de conventies volgt, nauwelijks door het oppervlak van het verhaal durft te breken.

Ik deel deze mening.

Het mag beter, groter, ambitieuzer. SF gaat niet alleen over uitvindingen, robots, ruimteschepen en vreemde werelden. Fantasy is niet alleen maar draken, elfen en magie. Inspiratie mag gerust buiten de genres worden gezocht. Verhalen mogen best “complex” zijn, “moeilijke vragen” stellen of over “diepe” en “indringende” onderwerpen gaan. Zelfs als dit (zoals Frank Norbert Rieter ooit aangaf) op de “vierkante meter en [in de hal] tussen deurpost en trapleuning” afspeelt.

Het mag volwassener. Bij inzendingen voor Fantastyval (en ik heb nog niet de volledige top 35 van de PHP 2013 gelezen) leek het merendeel van het werk geschreven door mensen jonger dan 18 en voor voor kinderen van 12 tot 15 jaar.

3: Doen we het slechter dan anderen?

Omdat America momenteel een van de meest dominante en meest zichtbare producenten van SF, Fantasy en Horror is, lijkt die markt me een goede benchmark.

Ik heb vorig jaar de bundel “Five years of Tor.com” gedownload en daarvan de eerste 30 schrijvers gelezen. (Tor.com is een van de meest per woord betalende partijen voor SF/F en Horrorverhalen en qua reputatie vergelijkbaar met het Nederlandse Luitingh Sijthoff.)

Uit die eerste 30 schrijvers van deze “Luitingh Sijthoff” van Amerika blijkt waren er slechts twee (2 schrijvers!) die me werkelijk aanspraken, met verhalen met personages die werkelijk tot leven kwamen en een wereld die werkelijk meer was dan een gimmick en werkelijk meer dan een wapperend stuk papier over een stel kartonnen dozen in een garage. Er waren slechts drie (3!) schrijvers die tegen “okee-ig of goed” aanzaten, maar bijvoorbeeld met een tweede verhaal  compleet de mist in gingen.

De rest? Platgetreden paden. Veilig, risicoloos schrijfwerk. Hoofdpersonen die mij totaal niet konden overtuigen. Herkauwde thema’s zonder een gram toegevoegde waarde. En twee tot vijf schrijvers die ik na drie zinnen en drie bladzijden definitief achter me liet liggen.

Kortom: we zijn niet uniek.

4: De pilot – publiek, bereik

Deze pilot kan alle kanten opgaan. Meeliften op de promotie-campagne van een groot festival (zie beneden) kan heel veel gaan opleveren, maar ook nergens op uitlopen. Dit is afhankelijk van de presentatie en de zichtbaarheid van het aanbod in die campagne. (Spreekt het aan? Nodigt het uit tot actie?)

Dit is afhankelijk van het publiek. (Zijn ze wel geïnteresseerd in boeken? In Nederlandse schrijvers?)

Dit is afhankelijk van de techniek. (Kan de site meer dan 20, 200 en 2000 gelijktijdige bezoekers aan?)

Dit is afhankelijk van het aanbod op die verzamelsite. (Is het beeldmateriaal van de kaften aantrekkelijk? Prikkelt de korte beschrijving van het boek of de bundel tot de daadwerkelijke download?)

Dan is er nog sprake van inspanning van de uitgevers en schrijvers. Die publicaties gaan niet zonder eigen initiatief op een centrale plek komen. Ik kan e-mails versturen, maar als daar niet op gereageerd wordt, er door de betrokken partijen geen ebooks worden gemaakt, houdt het verhaal ergens op.

5: De lezer en de publicaties

Om onderscheid te maken tussen verschillende publicaties (“hoe zit het met kwaliteit? De lezer? Wat als deze lezer drie verhalen leest die bagger zijn en daarmee voorgoed afhaakt omdat een vooroordeel toch weer bevestigd wordt? Wat als daardoor mijn verhaal of mijn bundel niet gelezen wordt?”) geldt wat mij betreft slechts 1 ding als advies en leidraad. In acht simpele woorden naar iedereen die met dat dilemma zit:

Presenteer een uitzonderlijk goed product dat kwaliteit uitstraalt.

Lezers filteren zelf wel wat hen aanspreekt en wat niet. En lezers hebben een redelijk individueel patroon. Sommigen zullen voor “gemak” gaan en alleen dat downloaden wat hen direct aanspreekt (“Draak!” “Ruimteschip!” “Demonische schim!”) anderen zullen een bredere blik gebruiken en steekproeven doen.

De lezer die bij het allereerste verhaal en vanwege een directe: “Zie je wel! Bagger!” bevestiging van vooroordelen voortijdig afhaakt (vooropgesteld dat de doorsnee-kwaliteit van het werk dat wordt aangeboden niet het probleem is,) is waarschijnlijk niet de lezer waar we ons zorgen over moeten maken en onze energie in moeten gaan steken.

80% van elke willekeurige groep is waarschijnlijk (en in eerste instantie) niet de doelgroep. Dat geldt ook voor deze pilot. Die 20% (of wat dat percentage ook blijkt te zijn) is waar het werkelijk om gaat.

6: Conversie, conversieratio en gratis

De gemiddelde conversieratio wordt over het algemeen geschat op 10% bij elke stap. Dus van alle mensen die de promotiemails ontvangen zal waarschijnlijk slechts 10% op de link klikken (en 90% zal nooit zien wat je te bieden hebt). Daarvan zal vervolgens waarschijnlijk slechts 10% een boek downloaden.

Waarom gratis? Plaats in stap 2 nog eens een extra barrière tussen lezer en het boek (weer een pagina waar de gebruiker doorheen moet klikken, gedwongen betaling voor het werk) en van de 10% die tot dat punt kwam zal nog eens 90% af gaan vallen.

7: Nu – uitgevers

Op dit moment ben ik uitgevers als Link, Zilverspoor en Books of Fantasy aan het najagen (mailtjes en herhalingsmailtjes) om promotiebundels te maken:

  1. Gebundelde showcase van bestaande uitgaven — Met 1 hoofdstuk per boek, een afbeelding van de kaft en een korte intro op de schrijver en een inleiding tot de showcase-bundel met info waar en hoe het boek gekocht kan worden en dat de uitgever (indien het geval) een promo-stand heeft waar schrijvers ontmoet kunnen worden en op welke festivals de uitgevers staan
  2. Bundel met korte verhalen — Dit kwam eigenlijk erbij. Zowel Zilverspoor als Books of Fantasy bleek in maart/april bezig te zijn met een bundel
  3. Gratis — Om een zo groot mogelijk bereik te hebben en een zo groot mogelijke kans op veel downloads. (Hier geld voornamelijk de “funnel” zoals die o.a. in Marketing literatuur wordt besproken. In ons geval: elke volgende drempel verkleint de kans op downloads)
  4. Backlog van Wonderwaan — Ik hoop ook Wonderwaan te kunnen aanbieden. De PDF-bestanden zijn daar. Veel meer is er momenteel niet nodig (behalve de toestemming van de individuele schrijvers, als dit niet gedekt is in de overeenkomst tussen schrijvers en publicatie)

8: Nu – schrijvers

Ik heb verder een aantal individuele schrijvers benaderd waarvan ik weet dat ze werk hebben liggen. En ik plaats een van mijn eigen verhalen: “Gila Pradopo” online. (Dit maakt mijn eigen insteek en inzet om dit een succes te maken direct een stuk groter.)

9: Waar?

Om de logistiek simpel te houden, wordt elk van deze werken met link, plaatje en korte beschrijving op een verzamelpagina geplaatst, die met Google Analytics getracked wordt.

De exacte locatie wordt nog duidelijk gemaakt.

10: Wat nog meer?

Om een overkill van individuele werken te voorkomen krijgt elk van de schrijvers die mee willen doen het expliciete verzoek het werk te bundelen. Als dit losse verhalen van 1 auteur zijn: bundelen! Als dit een groep schrijvers betreft met elk 1 of 2 verhalen? Bundelen! Promotiewerk van uitgegeven schrijvers bij een uitgever? Bundelen!

Dit lijkt wellicht minder voordelig voor de individuele schrijver en het individuele wekr (“Ik sta niet in het middelpunt van de aandacht!”) maar werkt hoogstwaarschijnlijk veel beter dan wanneer dat potentiële publiek 30, 100 of 200 individuele files moet gaan downloaden en elk apart moet gaan openen en lezen.

11: Toen – de oorspronkelijke vraag

Mijn mail bevatte deze vraag en uitleg:

Promotie SF/Fantasy scrijvers / artiesten
Ik ben aan het kijken naar de mogelijkheden om Nederlandse SF / Fantasyschrijvers en artiesten binnen Nederland te promoten.
(Inclusief moderne sprookjesvertellers.)
Gratis e-book / verhalenbundel afgestemd op het event
Een van de opties die ik wil bekijken is een gratis e-pub / eboek.
De content van deze epub zou kunnen bestaan uit:

1: Verhalen die zijn afgestemd op een thema en het publiek van het specifieke SF/Fantasy festivals.

2: Op zichzelf staande stukken gerelateerd aan romans die door deze schrijvers zijn geschreven
3: Een korte intro van de schrijvers
4: Een kort stukje info over de uitgever(s) waar deze schrijvers ondergebracht zijn.
5: Ondersteunende kunst / illustraties / schilderijen / foto’s
6: Op zichzelf staand illustratief materiaal in een bundel (cbz / comic book reader en PDF : foto’s, illustraties, showcases van zelfgemaakte kleding / wapens, enzovoorts)
Verspreiding / content / productie
Verspreiding / verkrijging gratis vooraf, via download via links in e-mail en op de site.
Content in samenwerking met uitgevers en schrijvers en kunstenaars die op dit festival aanwezig zijn (Zilverspoor, Books of Fantasy, Luitingh-Sijthoff / Thomas Olde Heuvelt)
Productie door een derde partij, die onafhankelijk is van uitgevers en festivals
Vragen
Is zoiets al gedaan?
Is dat iets dat bij een evenement als Elfia zou passen?

Nu – status

Het concept is iets vereenvoudigd en tegelijkertijd uitgebreid (alleen schrijvers, ook individuele bundels).

Ik heb (behalve mijn eigen publicatie) en wat vragen, nog geen ander materiaal. Ik hoop dat dat eind juli een ander verhaal is 🙂

 

Voorbereidingen SF-Novella “Gila Pradopo”

Detail van de kaft

Detail van de kaft: Het hart van Amsterdam

Ik ben bezig met de afronding van “Gila Pradopo”, een verhaal van 20.000 woorden dat in verkorte vorm de 3e prijs in de Paul Harland verhalenwedstrijd won. (Het grote magenta rechthoek aan de linkerzijde van de cirkel is een fout die ik nog niet gecorrigeerd heb. Er zit daar een woonwijk, geen gat.)

Vanaf het moment dat ik de eerste versie van “Gila Pradopo” in juli 2013 afrondde had ik in gedachten om het te laten voorzien van 9 illustraties.

Deze week begon de concrete briefing die onder andere bestond uit ruwe schetsen van mijn hand (waarin soms niet meer dan wat krabbels worden gebruikt en vaak communicatie van het concept belangrijker is dan een fatsoenlijke tekening.)

Twee kaftconcepten

Gila Pradopo (cover concepts)

Gila Pradopo (cover concepts)

Momenteel heb ik twee mogelijke variaties op die kaft: volledig magenta of magenta en blauw. (de blauwe variant is alvast aangepast op de verhoudingen van A5-formaat waarin het document is opgemaakt. Wat nog ontbreekt in deze twee concepten is de naam van de illustrator.)

Beiden hebben hun charme.

Schetsen en motivatie

In de briefing naar de illustrator maak ik gebruik van snelle en vaak ruwe schetsen (om een impressie te geven) en van korte omschrijvingen die plaats, situatie en motivatie weergeven, alsof we spreken over een moment van een specifieke scene in een film.

“Gila en Nuri”

Gila en Nuri, hoofdstuk 1

Gila en Nuri, hoofdstuk 1

De briefing ziet er ongeveer zo uit (maar is langer, met meer beschrijving van de omgeving en dergelijke):

Gila heeft Nuri’s pols vast van de hand die Nuri heeft opgestoken. Nuri kijkt naar Gila. Gila kijkt naar de camera.

Nuri’s hand is ontspannen. Ring en middelvinger raken elkaar.

 

Haarstijlen

Haarstijlen

Aanezien niet alleen het gezicht, maar ook het haar relevant is, geef ik in de briefing ook concrete ideeën over de haarstijl.

De odelo

De odelo (of het “pak”) speelt een centrale rol. Ik wilde een beeld dat dat ding in zijn volledigheid laat zien. Omdat ik geen fotomateriaal heb om de gaten te vullen (hoe ziet dat ding er dan exact uit?) is deze tekening gedetailleerder een beter uitgewerkt om de basisvorm weer te geven.

De odelo

De odelo en Gila

De Odelo is een variatie op de “Mechs” die je onder andere in Masamune Shirow’s “Appleseed” en de “Patlabor” series vindt: exoskeletten en “gemechaniseerde pakken” met armen en benen.

Briefing:

Gila komt ten aanzien van de camera van achteren aangelopen en draait om de arm van de Odelo heen om het ding te betreden.

Twee kleppen in de rug staan open voor onderhoud.

Gila heeft een ontspannen uitdrukking op haar gezicht.

 

“Fuck you and fuck off”

Fuck you and fuck off

Fuck you and fuck off

Dit is een van de sleutelbeelden in de novelle.

De briefing bevat een prachtige mix van handmatige schetsen en objecten die je in Word kunt toevoegen.

Uit de briefing:

Gila leunt naar voren en kijkt op naar de camera. Ze gaat door een behoorlijk zwaar deel van haar training. Haar uitdrukking is die van “fuck you and fuck off”.

De maan is zichtbaar tussen haar rug en de stoelleuning. Het koord in haar nek trekt de kraag van haar blouse omlaag.

De bijgevoegde schetsen geven onder andere aan waar haar polscontacten zitten.

Vervolgens

De briefing is gisteren verzonden. Nu is het wachten op de eerste resultaten. Zodra deze binnen zijn en de illustrator toestemming heeft gegeven komt de boel als preview online.

Analyse en verhaal: Een aantal consequenties…

Download

Met onderstaande link kun je de PDF downloaden met het verhaal en een analyse van: “Een aantal consequenties…”:

Peter-Kaptein-PHP-Een-aantal-consequenties

Deze versie van het verhaal is zoals verzonden naar de Paul Harland Prijs in juli 2013, voorzien van de feedback van de jury en een “kijkje in de keuken” waarin ik onder andere laat zien welke overwegingen ik nam en hoe ik te werk ging.

206 verhalen, 3e plaats

Totaal aantal inzendingen was 206 verhalen. Daarvan vond de jury dat 9 verhalen met kop en schouders boven de anderen uitstaken.

“Een aantal consequenties…” won de 3e prijs in de Paul Harland Prijs: “De grootste SF, Fantasy en Horror-verhalenwedstrijd van Nederland”.

Groeidocument, versie 2

Dit document is een groeidocument en niet perfect.

In deze versie is een behoorlijk stuk toegevoegd over technieken en karakteropbouw.

Verder sta ik helemaal open voor feedback. Als dingen niet duidelijk zijn, laat het me weten (Facebook is een goede plek hiervoor). Als je denkt dat ik dingen vergeten ben, of te bot of te bruut ben: het zelfde.

Peter.

Stuur je Sf/Fantasy verhalen

Er zijn verschillende SF en Fantasy verhalen-wedstrijden in Nederland. De twee meest bekende zijn:

  1. Paul Harland PrijsLink. Hoofdprijs 750 euro. Voor alle genres. SF, Fantasy, Horror.
  2. FantastelsLink. Voornamelijk Fantasy.

2013 is het jaar waarin het begint

Voor de Nederlandse SF en Fantasy en Horror.

Nederland is in de afgelopen 100 jaar drastisch veranderd. Dingen die veelal verborgen waren, verborgen werden gehouden mogen veel meer in het daglicht worden getoond. We zijn al lange tijd niet meer een dominant witte samenleving.

Het gekke is, dat je dit in de populaire media en de bovenstaande verhalenwedstrijden bijna nergens terugziet.

Ongeveer 95% van alle mainstream boeken, films en muziek die je vandaag in Nederland kunt vinden komt van blanke makers en representeert voornamelijk een Amerikaans / Engelse cultuur met een hele beperkte en eenzijdige visie op het leven, de wereld, liefde en seksualiteit.

WAAR IS DE REST VAN DE WERELD?

WAAR BEN JIJ?

Stuur je werk in

Verandering begint ergens. 2013 is het jaar voor de Nederlandse SF, Fantasy en Horror-verhalen.

Stuur je werk in.

Waar gaat het om?

Hieronder een kort overzicht. Verder beneden wat schrijftips.

Voornamelijk witte Nederlanders

Er is iets geks aan de hand. De meeste inzenders voor de Nederlandse verhalen wedstrijden zijn mannelijke, blanke Nederlanders. En als ik de deur uitga, zie ik echt iets anders in het straatbeeld (Amsterdam Zuidoost, de metro naar Amsterdam, de trein naar willekeurig welke locatie in Nederland, Amsterdam centrum, Rotterdam, Den Haag, Utrecht).

Waar zijn de schrijvers van Chinese, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse, Indonesische, Braziliaanse, Spaanse, Poolse, Japanse, Nigeriaanse, Etheopische en Indiase afkomst (om ergens in de lange lijst van mogelijkheden te beginnen).

Voornamelijk heterosexueel en monogaam

Een tweede ding dat heel gek is, is dat de meeste schrijvers die hun werk insturen heterosexueel zijn en een monogame levensstijl aanhouden en beschrijven in hun werk.

Dit is gek. Heterosexualiteit en monogamie zijn alles-behalve de mensenlijke  norm. Maar waarom zien we dat niet terug in SF en Fantasy-verhalen?

Waar zijn de verhalen met ervaringen van lesbische, bi-sexuele, polysexuele, asexuele mensen?  En niet alleen van blankeen Europese mensen, maar van wat voor herkomst dan ook.

Voornamelijk binaire gender-stereotypen

Het binaire gender-stereotype kan kort als volgt omschreven worden: “Je bent OF een man, OF een vrouw. En dat wordt bepaald door je geslachtsdeel. Dat weten we allemaal.”

De factoren die je sexuele identiteit bepalen zijn grotendeels een sociale constructie. Breek die sociale constructie weg en specifiek “mannelijk” en “vrouwelijk” gedrag worden plotseling aanzienlijk minder vanzelfsprekend.

Dat je sexuele identiteit NIET vanzelfsprekend het een of het ander, zou een basisgegeven moeten zijn in meer verhalen dan er nu gelezen en geschreven worden. Waar zijn de verhalen die al deze conventies in onze definitie van gender / sexuele identiteit onder druk stellen? Ter vrage stellen? Waar zijn de verhalen die hiervoor alternatieven bieden?

Insturen en winnen

Stel: je schrijft SF en/of Fantasy en/of Horror of iets dat daarop lijkt. Je hebt dit stuk gelezen en je denkt: “Verdorie! Behalve dat ik niet wist dat er verhalenwedstrijden zijn: ik stuur iets in!”

Wat zijn dan de mogelijke barrieres?

  1. Je verhaal wordt niet begrepen — De jury heeft absoluut geen idee waar je het over hebt. Jouw wereld en jouw belevingswereld is zo vreemd dat je dat punten kost. Wellicht zijn sommige juryleden wel allergisch voor jouw onderwerpen en je hoofdpersoon.
    1. Who cares!? — Schrijf je verhaal. Stuur het in. Ja. Het is mogelijk dat 2 van de 5 juryleden je verhaal niet begrijpt. Het is inmiddels 2013 (of later). Laat je niet tegenhouden
    2.   Zorg dat je verhaallijn begrijpelijk is — Wat je ook introduceert en doet, zorg dat je verhaal een duidelijk begin heeft en een duidelijke hoofdlijn die je in 3 zinnen kunt samenvatten. “Impressies” en “expirimenteel werk” doen het minder goed dan een klassie ABC verhaal (begin, midden, einde, met een opbouw en een afwikkeling).
  2. Jij wordt niet begrepen — Dat kan gebeuren. Laat je daardoor niet tegenhouden. Werk aan je verhaalstijl. Lees boeken. Kijk hoe anderen het doen.
  3. Je Nederlands is niet goed genoeg — Dat kan gebeuren. Laat je daardoor niet tegenhouden. Een goed verhaal is een goed verhaal. Taal en taalkundige correctheid zijn absoluut een factor in de beoordeling en er zijn altijd 2 of 3 juryleden die je hierdoor minder punten geven. Maar een goed verhaal is een goed verhaal. Schrijf dus allereerst een goed verhaal. Maak je dan zorgen over taal.

Hoe win je?

Je concurrentie bestaat uit minimaal 100 andere schrijvers, waarvan ongeveer 10% goed is. Niet super. Niet fantastisch: goed.

Om te winnen moet je dus engszins je best doen. Zie de schrijftips hieronder.

Hoe win je? Schrijftips

Gewoon. Omdat het handig is om te weten.

  1. Schrijf een goed verhaal — Het begint met een goed verhaal.
    1. Duidelijk begin, midden, einde — Zorg dat het een duidelijk begin heeft, dat in het eerste hoofdstuk duidelijk is waar het verhaal over gaat. (doordat je alle relevante elementen DAAR introduceert. Zorg dat je einde alles netjes bijeen brengt en/of alles netjes afrondt wat je in het begin aan de lezer introduceert
      1. Om wie gaat het?
      2. Wat is er aan de hand?
      3. Wat voor soort verhaal kunnen we gaan verwachten uit de dingen die je in het eerste stuk schrijft?
      4. Waar gaat het verhaal mogelijk over?
      5. Waar gaat het mogelijk naartoe?
    2. Emotionele spanningsbogen — Zorg dat je karakters emoties beleven. Wat maakt ze bang, vrolijk, boos, woest? Waarom? Wat gaat daaraan vooraf? Kan iemand die jou verhaal leest meeleven in je karakters? Is het geloofwaardig vanuit het verhaalverloop?
    3. Doe wat je leuk vind — Welk soort verhalen lees je graag? Welk soort verhalen schrijf je graag? Wees niet bang voor het cliche, maar doe het GOED. Maak het vermakelijk, lekker om te lezen. Consistent, logisch, meeslepend.
    4. Balans — Weet hoe je een balans aanbrengt. Teveel van iets? Gaat niet werken. Te weinig? Ook niet. hier een paar tips:
      1. Uitleg: 60 woorden, maximaal 2 per pagina — Uitleg leidt af van het verhaal. Als je iets belangrijks wilt uitleggen over 1 onderwerp, doe dat binnen 60 woorden tekst. Hou het beperkt. Geef de voorkeur aan actie.
      2. Actie met emotionele redenen — Laat dingen gebeuren in je verhaal. En laat ze gebeuren vanuit een reden, een persoonlijk motief. Dit hoeft niet altijd van de hoofdpersoon te zijn. Een moordmysterie heeft bijvoorbeeld verschillende redenen voor actie: de moord (gepleegd door iemand anders), de plicht om de moord op te lossen (omdat dit de baan van je hoofdpersoon is), de persoonlijke keuzes van je hoofdpersoon (omdat hij/zij OOK een mens is).
      3. Emotie: tonen, niet zoveel omschrijven — “Hij voelde zich bedroefd” is niet fout, maar krijgt veel meer impact als je dat op verschillende manieren laat zien. Hier zijn 3 mogelijke manieren:
        1. In je dialoog — Laat je karakters woorden gebruiken om zich uit te drukken. “Ik ben heel erg boos,” kan, maar ook: “En nu ben ik het zat!” of “Ik denk dat je maar beter twee stappen terug kan doen voordat ik je een klap geef.”
        2. In acties — Laat je karakters interacteren met elkaar en hun omgeving. Als je karakter boos, verdrietig, vrolijk, wat dan ook is, hoe gaat hij of zij met die omgeving om? “Hij tekende hartjes op de achterkant van een enveloppe terwijl hij zat te wachten tot de verbinding weer hersteld was.” “Ze sloeg het glas op de tafel en liet het op de grond vallen.” Welke handeling doen je karakters juist wel of niet in die situatie?
        3. In hun uitdrukking — Dat kan bijvoorbeeld stem, gezicht en lichaamshouding zijn. Hoe klinkt de stem? Hoe staat / zit / loopt je karakter? Wat is daarin anders dan anders voor die persoon? Kijkt hij/zij/dinges boos, vrolijk, door samengeknepen ogen? Wat doet hij/zij met handen, voeten? Enzovoorts.
      4. Hou het kort: 60 woorden — Wat je ook omscrhijft, hou het kort. Zorg dat je in ongeveer 60 woorden alles weergeeft wat je weer wilt geven over een bepaalde situatie.
      5. Drama — Hou je drama onder controle. Smijt dingen niet in het gezicht van je lezer, maar laat hem of haar zelf conclusies trekken uit de gebeurtenissen. Soms is een bijna onderkoelde schrijfstijl meer effectief dan de: “IN YOUR FACE!!! EN HIER! EN DAAR! EN DAN NOG DIT!!” benadering.
      6. Humor / lichtheid — Zorg dat je zware dingen afwisselt met humor en/of lichtheid. Geef de lezer de mogelijkheid tot ontspanning. Maak geen Lars von Trier achtige werken waarin alles en iedereen zwaar, duister en ellendig is.
  2. Schrijf wat je kent / waar je mee weg kunt komen — Wat heb je in het verleden gedaan? Waarmee heb je persoonlijke ervaring? Kun je er mee wegkomen als de elementen in jou verhaal gelezen wordt door een (ervarings) “expert” op dat vlak?
    1. Doe research — Doe research over de dingen die je niet kent.
    2. Ga er vanuit dat je lezer meer over jouw onderwerpen weet dan jij — Op elk vlak. Leer dan ook de truukjes “om er mee weg te komen”. Bijvoorbeeld door de cruciale gaten in jouw ervaring aan de verbeelding van de lezer over te laten.
  3. Verwerk jouw identiteit — Er zijn al genoeg standaard verhalen over standaard mensen van een specifieke groep.
    1. Eigen — Probeer JUIST GEEN standaard Nederlands of standaard Amerikaans verhaal te schrijven. Die zijn er al genoeg.  Maak je karakter iemand die dicht bij je eigen beleving staat. Een vriend uit je eigen kennissenkring kan zijn, iemand die aspecten van jezelf reflecteert, maar dan in je verzonnen wereld. Er is JUIST behoefte aan verhalen die de standaard van blanke helden (die heterosexueel en monogaam zijn) doorbreken.
    2. Achtergrond — Waar kom JIJ vandaan? Wat houdt JOU bezig? Wat zijn de verhalen en legendes die jij gehoord hebt? Hoe vormt dat jouw verhalen en jouw denken? Hoe kun je dat uitbuiten in je verhalen?
    3. De wereld en jij — Hoe ben jij behandeld door de wereld om je heen? Wat zijn jouw dromen en dromen geweest?
  4. Wees consistent — Zorg dat dingen in je verhaal ook echt kloppen BINNEN die verhaalwerkelijkheid. Dat ze een logische opbouw en een logisch verloop hebben.
  5. Laat je verhaal lezen door anderen — Voordat je het instuurt. Kies hiervoor mensen die een mening hebben en je hopelijk kunnen vertellen wat er beter kan. Verwerk hun feedback als dat tot verbetering kan leiden. Zoek en vind schrijf-vrienden. (Maak daar werk van. Het maakt echt verschil.)
  6. Schrijf en redigeer — Schrijf veel. Schrijf veel verhalen. Expirimenteer. Verleg regelmatig je grenzen. Redigeer je werk. Dit bestaat uit:
    1. Lezen — Lees je eigen werk.
    2. Schrappen — Schrap stukken die niet bijdragen aan je basisverhaal. Schrap stukken die niet lekker lopen.
    3. Herschrijven — herschrijf stukken die niet goed lopen, die nog niet helemaal overtuigend zijn.
    4. Aanvullen — Vul dingen aan als deze niet duidelijk naar voren komen, of als je denkt dat je dingen mist.

Remix: PIM PANDOER 2130

Finally we see new stories of the “Batman of the Netherlands”! Pim Pandoer!

Amphibious cars, smuggling, crime, inventions, inventiveness, gadgets, espionage. The Dutch Pim Pandoer already had it all in 1953.

Pim Pandoer 2130: exiting, smart, literary stories of adventure, engineering and science!

The shift from drug smuggling to politics in Pim Pandoer 2130 is a stroke of genius

Pim Pandoer 2130 is so much better than “Kapitein Rob, rebooted”

Another remix!

Who is Pim Pandoer?

Pim Pandoer!

From International Hero

As ex-smuggler, technician, nuclear physicist and electronics expert, he is just a very highly skilled hero, with many very finely honed skills. He had built by himself the Pegasus, a small submarine (mainly for use in rivers), which he lost in the second book. With the money he got as a reward in that book he built the Salamander, a red amphibious sportscar, which could be used as boat too. The Salamander was his usual means of transport in the series.

Pim Pandoer was originally, in the first book in the series, an opium smuggler, but that was because those times were more innocent. Pim Pandoer was on his way to becoming an evil villain, rather than just a smart guy making some money in a way not entirely legal, but a dramatic confrontation with his foster father in a sinking submarine saw his good side take over.

[…]

He is the best example of a dark hero, a hero with a traumatic past, a vulnerable one with a thirst for vengeance in the Dutch long underwear crowd; the “Dutch Batman” had arrived.

Pim Pandoer in Paris

Pim Pandoer 2130. The story (a beginning)

After the alien invasion, the Netherlands and the rest of Europe are in reconstruction mode. Countries in Europe have been broken up in self-governing provinces using Game Theory and Win/Win and Zero sum games as a starting point for economical and human welfare. An old super computer is restarted and slowly things come into order again.

Pim Pandoer emerges in the chaos. At first a villeinous villain bitter and at war with the world for the death of his her parents in the Alien Goelags, Pandoer slowly  starts to understand the world is not as black and white as he believed.

The story starts with Gert Geertje Welders, a short blonde all-Dutch misguided youth, growing up in the region of the Biesbos. Mentored by the devious Fred Balkenstein (a retired politician and statesman who milked his political position in many ways), driven with revenge and genius, Welders works his her way in local politics to re-purpose parts of the money flow towards their secret operations and destroy the Dutch society and the European Union by using the D.C.S.M. (Deep Cultural Sabotage Method) he  she and Balkenstein have developed in secret.

All to give power back to the few.

A fragment from the story:

“My computer has calculated the short term effects of your new campaign and the results look good,” Balkenstein said. “Our D.C.S.M. is working well. It was a stroke of genius to put the blame on the Germans and claim the French had said this to you in a private conversation ‘you could not keep secret anymore for the public interest’.”

Balkenstein laughed and drew smoke from his cigar. “A stroke of genius, Geertje.”

“Thank you,” the young Welders said and smiled a sinister smile. “You taught me well, Fred.”

As Gert Geertje becomes a loved public figure, using the still present hate for the Aliens and the role the French and the Swedish played into the fall of Europe, his her dark and sinister alter-ego — still under the influence of past Alien mind-control — is growing into the scourge of the Biesbos, stealing from the rich and giving it to the French.

Only at the end, where Welders almost switches completely to the “dark side”, the turning point comes: when one of his five foster parents — who took care of Welders as a child and survivor of the Goelag — begs him to see the broader picture as they are trapped in a burning Alien ship. To understand that the hate that is consuming Welders is only going to destroy himself herself and kill the people she loves.

At the end of the story we see Gert Geertje Welders stepping down from his her public position “to write a book”, but in reality to emerge as PIM PANDOER 2130, HERO OF THE BIESBOSCH.

Welders: A short bio

(Replace “him” for “her”)

Living in the Biesbosch area, Welders initially works in the Insurance of Bodily and Mental Health industry (IBMH). His interest in the subject leads him into politics as a speech-writer for the Netherlands’ Party for Liberty and Financial Independence for the People (LFIFP). He starts his political career as a parliamentary assistant to the party leader Fred Balkestein, specialising in foreign policy. He holds this job from 2120 to 2125. During this time Gert Welders travels extensively, visiting countries all across Europe, including Germany, France, Portugal, Spain and Italy.

Balkestein is the first Dutch politician to address the consequences of mass extermination for Dutch society, including a sharp criticism of Alien extrogants. He sets an example for Welders not only in his ideas but also in his confrontational speaking style. Political analyst Antoine van Bunsink to Gelderen will describe Welders as a “sorcerer’s apprentice” to Balkestein.

In 2125 Welders is elected to the municipal council of Tiel, the fourth largest city of the Netherlands. He lives in Kanaleneiland, a suburb with cheap social housing and high apartment blocks, and which has a relatively high number of immigrants.

While a city councilor, Welders is mugged in his own neighbourhood; some speculate that this may catalyse his personal transformation. He is not rewarded for his time on the municipal council of Tiel, for in the following elections he will score well below the national average in the University city.

A year later, he is elected to the Netherlands’ national parliament, but his first four years in parliament draw little attention.However, his appointment in 2128 as a public spokesman for the LFIFP leads Welders to become more well known for his outspoken criticism of Alien extrogantism. Tensions immediately develop within the party, as Welders finds himself to be to the right of most members, and challenges the party line in his public statements.

He is expelled from the LFIFP parliamentary party, and in September 2128, Welders leaves the LFIFP, to form his own political party, The party of Welders (POW), later renamed the Party for Truth (PFT).

Source 1 and 2

Writing: “CHATWINGTHEHT — Part one of the book of Marcus Flipsen”

The Tapeworm Chronicles just got a new and even scarier sequel

Where I thought “The book of Koen Flipsen: DEMON HUNTER” was awesome, Kaptein upped the game with ten notches in “CHATWINGTHEHT”

Undead children! Amsterdam! The Golden Age! Rembrandt! The rise of an old apocalyptic cult! Ghosts! This is Urban Fantasy at its best!

“CHATWINGTHEHT”. Until the very end you will be wondering who or what CHATWINGTHEHT is. And the answer will surprise and shock you. Chilling to the bone.

Dan Brown; make place for Peter Kaptein

OK. “The book of Koen Flipsen: DEMON HUNTER” is not even written and we already have a sequel.

The night watch

The night watch

CHATWINGTHEHT, a plot summary (or something)

It is 1641. Marcus Flipsen, a young Postlutherian Sacramentalist and one of the descendants of Koen Flipsen: Demon Hunter, gets a new assignment when a dead body of a black man is found, infested by tapeworms, with the secret sign of the Anabaptists scorched in the chest and a note reading: “CHATWINGTHEHT” in the cold and stiff hand: written in blood on the processed skin of a dead human baby.

While dead newborn children haunt the night, possessed by demon spirits, hungry for human blood, Rembrandt van Rijn suffers from flashes of a frightening future, ghosts of slaughtered soldiers haunt the Sloter Plassen and several signs seem to lead to the resurrection of the presumedly dead leader of the Dutch Anabaptists, Marcus Flipsen is forced to take on this assignment as well.

And he is only 16 years old. [THIS IS ALSO POSSIBLY A YOUNG ADULT BOOK: ALERT!!!!]

How are the city patrons related to this? Who is the girl bathing in golden light in one of the most ambitious painting of that time? Why is Marcus Flipsen forced to hunt yet another mystery? How is he related to Rembrandt van Rijn? Why are so many traces ending in the harbor where the Dutch trade ships arrive and set sail again? Who is the dead man and what is binding everything together? What is happening overseas? What is this talk about slaves shipped from Africa to New Amsterdam? And how will this all eventually lead to the fall and loss of New Amsterdam twenty years later as is scratched by the visionary Van Rijn on the missing part of the Rembrandt painting: “The Nightwatch”?

Nothing is what it seems. Even Marcus has a dark secret, hiding from the light. [SPOILER ALERT: His name is actually Marcella — AS THIS IS URBAN FANTASY AND SUPER FEMINIST LITERATURE!!!1!22!!3! — and he is born as a girl!1!!1!]

A globe spanning mystery unfolds.

You will find a frightening and enlightening vision on the Amsterdam of the Golden Age where Rembrandt van Rijn painted his masterpieces and the Netherlands rose to new heights with the Dutch East India Company: to dominate global trade for two whole centuries.

In his quest to uncover the truth, Marcus Flipsen will uncover things and events the Dutch rather have erased from history.