Het herkennen en oplossen van seks- en andere ismes in je eigen verhaal

We ontkomen niet aan ismes

Discriminatie is een automatische, niet-bewuste handeling. Het is onderdeel van ons overlevingsmechanisme. “Deze vrucht ziet er mooier uit dan die. Deze persoon is leuker of beter te vertrouwen dan die andere.”

Daarnaast kan dit proces van discriminatie worden beïnvloed door de denkbeelden van mensen in onze directe omgeving en door de denkbeelden de we oppakken van opiniemakers in de media.

Eén voorbeeld uit het verleden: “Vrouwen zijn niet in staat tot rationeel denken, en daardoor nergens anders goed voor dan het werk in de keuken.”

 

Keuze

Als schrijver heb je de keuze een stap verder en breder te gaan en jezelf uit te dagen om voorbij dat soort denkbeelden te gaan die je vaak vooral onbewust in elk verhaal met je meeneemt.

 

Ga voorbij politieke correctheid

Ik ben zelf van mening dat dit soort acties weinig zin heeft als je dit voornamelijk doet voor anderen, om ‘politiek correct’ te zijn.

Schrijf wat je wilt schrijven. Kijk wie je bent, wat je wilt en welk wereldbeeld je in je verhalen naar voren wilt brengen. Is dat ‘meer diversiteit’, doe dat dan zo goed als je kunt.

Als je daarentegen van mening bent dat bepaalde groepen (mannen, vrouwen, mensen met een niet-heteronormatieve seksuele voorkeur, mensen van een andere etnische achtergrond en/of religie, etcetera) (structureel) op een lager plan horen dan andere groepen of jouzelf, blijf dat dan gerust gebruiken in je schrijven.

 

-isme en macht

Dit zijn de drie kernvragen die ik mezelf stelde:

  1. Wat is het nut van discriminatie?
  2. Wie heeft daar belang mee?
  3. Wat valt er mee te winnen?

Ik kwam daarbij op de volgende hoofdpunten en vervolgvragen:

  1. Uitsluiting en privileges — Wat als je bepaalde mensen van iets kunt uitsluiten en andere mensen juist een voorkeurspositie kunt geven? Gaat dat je eigen invloed verbeteren?
  2. Alleen een bepaalde groep een stem geven — Wat als je bepaalde groepen tot zwijgen kunt brengen zodat (alleen) bepaalde andere groepen gehoord worden? Wat betekent dat voor jezelf?
  3. Relevantie — Wat als je de mening en de levens en het leed van bepaalde groepen volledig irrelevant kunt maken? Wat als je het leed en de mening en de levens van jouw eigen groep meer relevant kunt maken dan anderen? Hoe maak je daar winst mee?
  4. Verwijdering — Wat als je bepaalde groepen mensen (volledig) kunt verwijderen uit jouw omgeving? Zodat ze bijvoorbeeld geen invloed meer hebben op je leven of je geloofssystemen?

Ik ga daar later in dit stuk enigszins verder op in, met tekst en plaatjes.

 

Erkenning, bestaansrecht en gelijkwaardigheid

Waar draait het om? (Kernwoorden in bold voor helderheid)

  1. Erkenning en bestaansrecht, of: op positieve wijze gehoord en gezien worden — Als ‘jij’ (datgene waarmee je jezelf identificeert) structureel op negatieve wijze wordt beschreven, of zelfs structureel volledig afwezig bent in een situatie waarin ‘jij’ zou moeten of kunnen voorkomen, is sprake van uitsluiting en negatieve discriminatie. Voor veel mensen die niet aan ‘de norm’ voldoen is dit dagelijkse realiteit. En die realiteit doet pijn.
  2. Gelijkwaardigheid, of: ‘erbij horen’ — Als ‘jij’ (datgene waarmee je jezelf identificeert) structureel wordt achtergesteld, of juist constant op een voetstuk wordt geplaatst, is er — in een andere vorm — sprake van uitsluiting. ‘Jij’ hoort er niet bij. Je bent ‘anders’ en dat anders zijn wordt opnieuw vervormd en versterkt. En juist dat ‘anders’ zijn is maar al te vaak een dagelijkse realiteit voor mensen die niet-normatief zijn. Hoe fijn is het, daarentegen, om —  al is het maar in een verhaal — eindelijk eens ‘normaal’ te zijn?

Dit betekent niet dat je als schrijver in elk van je verhalen iedereen ter wereld (die in jouw optiek ook maar enigszins wordt buitengesloten) moet gaan representeren. Het  is vaak al een goed begin dat je kunt laten zien dat je deze situatie van buitensluiting begrijpt — bijvoorbeeld door het laten horen van verschillende stemmen en meningen in je verhaal.

En wat kan er nog meer? Wellicht is (voor de verandering) geen van je personages blank, of (voor de verandering) geen van je personages.heteroseksueel. Wellicht is je hoofdpersoon (voor de verandering) iemand met een lichamelijke handicap of een niet-normatieve geestelijke gesteldheid.

Je hoeft dat niet expliciet naar voren te brengen. Een hint kan al voldoende zijn.De kernwoorden zijn: respectvol en gelijkwaardig. Elk van je niet-normatieve personages is net als elk van je normatieve personages een volledig persoon.

 

Een overzicht van de hoofdpunten

Hieronder vind je de meest voorkomende punten

Structurele uitwissing

In dit geval bestaan bepaalde groepen simpelweg niet in je verhaalwereld. Er zijn bijvoorbeeld nergens in je verhaalwereld niet-blanke mensen te vinden. Letterlijk iedereen in je verhaalwereld is bijvoorbeeld heteroseksueel. Letterlijk niemand in je verhaalwereld heeft lichamelijke en/of andere beperkingen, ook al zijn die beperkingen hoogstwaarschijnlijk wel aanwezig.

Noot: “meer diversiteit” wordt vaak verward met “iedereen moet meedoen”. Dat is niet het geval, het is niet de vraag en het is — vanuit hele praktische redenen, waaronder je focus — niet haalbaar. De vraag is simpelweg: “wie sluit je (bewust of onbewust) uit?” en: “kun je als schrijver iets minder eenzijdig zijn?”

 

Structureel slechts één partij een stem geven

In dit geval nemen anderen het woord voor diegenen die eigenlijk zouden moeten spreken. Dit gebeurt in je verhaal bijvoorbeeld door je personages structureel oordelend over groeperingen of mensen te laten praten die zelf niet aanwezig zijn; door mensen met een bepaalde stem of mening die wel aanwezig zijn niet te laten uitspreken, of in het geheel niet aan het woord te laten.

Noot: Als de personages in een verhaal veel over en in naam van andere groeperingen spreken, onderzoek:

  1. Hoe eenzijdig het beeld is.
  2. Of je ook andere — niet stereotype en (bijvoorbeeld) meer menselijke — kanten kunt laten zien over dat personage of die groepering(en)

Je kunt als schrijver op de volgende manieren balans aanbrengen:

  1. Laat de mensen waarover gesproken wordt ook zelf aan het woord.
  2. Zorg dat hun tegenargumenten en hun redenen tot actie onvoorwaardelijk gelijkwaardig zijn in kracht.

 

Structurele uitsluiting

In dit geval bestaan bepaalde “niet-normatieve” groepen wel in je verhaalwereld, maar worden ze structureel uitgesloten van het hebben van invloed. Elke persoon in een gezagspositie is bijvoorbeeld een blanke man. En in je verhaalwereld worden niet blanke personages, niet-heteronormatieve personages en niet-mannelijke personages bijvoorbeeld structureel uitgesloten van elke rol van belang.

Noot: Het kan zijn dat een verhaal, of jouw verhaal, zich juist richt op uitsluiting van kansen en mogelijkheden voor bepaalde groepen. Maar zelfs in die verhaalwereld zijn weldegelijk rolmodellen aanwezig die streven naar verandering en die — door hun daden en resultaten, in interviews en via andere kanalen — laten zien dat een muur (of glazen plafond) doorbroken kan worden, dat succes mogelijk is, welke prijs daarvoor betaald wordt en waarom het doorbreken van die muur (of dat plafond) zo essentieel is voor beide partijen.

Van welk gezichtspunt zou je dat soort verhalen schrijven? En als je hoofdpersoon vecht tegen onrecht, hoe portretteer je dat persoon dan? Als bron van inspiratie? Als een slachtoffer?

Laat je hierin inspireren door de biografieën van en over mensen die in dit soort situaties geleefd en gestreden hebben. Denk bijvoorbeeld aan de gelijkheid van rechten en kansen voor mannen en vrouwen, de leiders van vakbonden die vochten voor veilige en menselijke werkomstandigheden voor arbeiders en mensen die streefden voor de opheffing van apartheid of de opheffing van slavernij.

 

Structurele verafgoding en vernedering

In dit geval worden bepaalde groepen ofwel structureel op een voetstuk geplaatst, of structureel op een lagere plek in die verhaalwereld geplaatst. Vooral als dit gebeurt op basis van (onder andere) sekse, huidskleur, niet-normatieve lichaamsbouw is sprake van discriminatie.

Noot: Het is vooral als je begint met schrijven verleidelijk om heel erg zwart wit te zijn. Goede mensen zijn goed. Slechte mensen zijn slecht. Mensen uit groep X hebben bijvoorbeeld zelf om hun ellende gevraagd en mensen uit groep Y hebben hun succes terecht verdiend. Mensen uit groep A ‘zijn en doen altijd zielig’ terwijl mensen uit groep B per definitie heldhaftig zijn en ‘altijd gelijk hebben’. De wereld is echter vol met grijze gebieden en het beeld wat je nu hebt, hoeft niet altijd correct te zijn. Ook hier geldt dat je elk personage in het verhaal, of het nu een hoofdrol of een bijrol speelt, gelijke kansen geeft.

 

Structurele eenzijdige vervorming en karikaturalisatie van specifieke groepen

In dit geval schetst de schrijver structureel en specifiek een vervormd en/of karikaturaal beeld van bepaalde mensen of groepen. De helden in het verhaal daarentegen worden (soms expliciet) als schoon en normaal neergezet.

Noot: Er is niets mis met satire en het op de hak nemen van bepaalde groepen en groeperingen, zolang de humor ook het zelf raakt. De reden dat dit gevoelig ligt is dat spot en satire door mensen misbruikt kan worden en vaak ook misbruikt wordt om de kloof tussen mensen en groepen te vergroten, door andere en specifieke groepen expliciet en structureel in een negatief daglicht te zetten.

 

Structurele beperking van karaktereigenschappen

In dit geval worden bepaalde groepen en personages structureel gereduceerd tot ze slechts een handvol (vaak stereotype, of expliciet discriminerende) eigenschappen hebben. Vrouwen worden bijvoorbeeld gereduceerd tot emotionele wezens die (behalve een mogelijke belofte tot seks) geen enkel nut hebben en geen enkele concrete bijdrage leveren. De rol van mensen van een niet-normatieve etnische achtergrond wordt bijvoorbeeld beperkt tot die van crimineel, nar en domkop.

Noot: met de beperking (of verarming) van personages gaat ook vaak een stukje vergroting van slechte en (als het om een voetstukpositie gaat) ‘goede’ eigenschappen. Het basisidee is tot balans te komen. Elk personage heeft meerdere eigenschappen, die het interessant maken en diepte geeft. Vooroordelen (die vaak kleurend werken) zijn slechts dat.

 

-ismes en je verhaalwereld

Je verhaalwereld is een keuze. Waarschijnlijk een zeer bewuste keuze. Binnen die verhaalwereld kan (bijvoorbeeld) sprake zijn van expliciete en indirecte discriminatie, een zekere omkering van rollen en machtsverhoudingen, of een grote mate van gelijkheid.

Wat je doet hierin is aan jou. Wil je dingen aan de kaak stellen? Prima. Wil je gewoon een schets geven van een bepaalde situatie? Ook goed. Maar zodra je — bewust of onbedoeld — een -isme in je verhaal introduceert, krijg je automatisch te maken met representatie van een individu uit een bepaalde groep.

In een volgende blogpost ga ik in op een serie van archetypische thema’s die nog steeds (en vaak uit luiheid) in korte verhalen, films en romans gebruikt worden.

 

Advertisements

Aanbevolen boeken voor schrijvers

[Eerste draft] De boeken die ik hier bespreek, zijn een selectie uit ongeveer 40 boeken over schrijven in mijn persoonlijke collectie. Ze dekken zo veel mogelijk aspecten van het schrijven, van basale zaken als het bouwen van je plot, tot “hoe maak ik een bestaand verhaal, sappiger, scherper, beter?”

Deze lijst kan nog veranderen en groeien.

 

Wat voor schrijver? Welke boeken?

Elke schrijver heeft zijn en haar eigen behoeften, die afhankelijk zijn van verschillende factoren.

Ik maak in deze lijsten onderscheid tussen 3 soorten boeken:

  1. Schrijfgereedschap — Code: SGER — Dit soort boeken vertelt je vooral wat er is en (vaak ook) hoe je dat kunt toepassen. “Dit is een hamer. Met een hamer kun je onder andere: 1: .. 2: … en 3: ..” Deze boeken nemen je nauwelijks bij de hand en zijn absoluut geen schrijfhulpboeken.
  2. Schrijfhulpboeken — Code: SHLP — Dit soort boeken zijn het soort: “Ik (de ervaren schrijver) neem je stap voort stap mee en ik ga je zo goed als mogelijk vertellen hoe je al die gereedschappen toe kunt passen.” Er is vaak inhoudelijke overlap met schrijfgereedschap-boeken, maar diep gaat dat niet.
  3. Schrijfbeschouwende boeken — Code: SBES — De schrijvers van dit soort boeken kijken met een hele specifieke mening en vaak met wat afstand naar het schrijven. Ze mijmeren in deze boeken wat los over het schrijverschap en het schrijven en doen dat vaak vanuit hun eigen, persoonlijke kader. Dit soort boeken zijn vaak wolliger, met veel voorbeelden waaruit je vaak zelf je informatie moet destilleren.
  4. Egodocumenten — Code: EGO — In dit soort boeken staat voornamelijk de schrijver van dat boek zelf centraal. Meer nog dan beschouwende boeken is dit een boek over de schrijver en zijn / haar mening of werk.

Zowel schrijfgereedschap- en schrijfhulpboeken zijn over het algemeen zeer praktisch ingesteld. Beschouwende boeken aanzienlijk minder.

Soms overlappen dit. In dat geval geef ik meerder codes aan een boek.

Basispakket

Boeken met 3 sterren zijn wat mij betreft een must-have. (Al kun je bij de 3 boeken over plot kijken welk boek het beste bij jouw werkwijze past.) Boeken met 2 sterren zijn wat mij betreft zeker de moeite waard (omdat de schrijver veel goede dingen aangeeft) maar vaak net even te wollig, of worden inhoudelijk grotendeels al gedekt door een basisboek als The dramatic writer’s companion toolkit.

 

Engelstalig

1: Alicia Rasley, The Power of Point of View ***

SGER, SHLP — Elk verhaal heeft een ‘point of view’ Dit is zowel “wie neemt dit verhaal waar?” als “hoe wordt dit verhaal waargenomen?” en “schrijven we dit in de ik, wij of zij/jullie/jij-vorm?” The Power of Point of view behandelt zo ongeveer elk aspect van ‘point of view’, zonder te verdwalen in bullshit. Het is goed opgezet, goed gestructureerd en simpelweg het eerste boek dat onmisbaar in je schrijfbibliotheek. Punt.

 

2: Georges Polti, 36 Dramatic Situations *** / Jan Veldman, De 36 dramatische situaties ??

SGER 36 Dramatic Situations is bijna 100 jaar oud. Het boek biedt geen hulp, maar een behoorlijk grondig overzicht (in de vorm van lijsten en referenties naar boeken) van dramatische situaties (die uiteindelijk het plot bepalen) uit de gangbare en leidende literatuur uit een periode tussen 18– en 1920. Een paar voorbeelden uit het boek: “Loss of the Possession of a loved One, Through Curiosity”, “Curiosity the Cause of Death or Misfortune to Others”, “Life Sacrificed for that of a Relative or a Loved One”, “Life Sacrificed for the Happiness of a Relative or a Loved One”, “Duty of Sacrificing Ones Child, Unknown to Others, Under the Pressure of Necessity” en zo voort, en zo voort. Goed om af en toe open te slaan voor inspiratie, als je vastloopt.

Story structury architect (zie beneden) neemt o.a. de hoofdlijnen uit 36 dramatic situations mee is een mooie aanvulling of een mogelijk beginpunt.

De 36 dramatische situaties is een Nederlandse vertaling en gemoderniseerde bewerking. Ik heb de Nederlandse versie nog niet gelezen of ingezien.

 

3: Will Dunne, The Dramatic Writer’s Companion Toolkit *** 

SGER — Dit boek bevat in mijn optiek alles wat een schrijver nodig heeft om een solide verhaal met sterke personages te bouwen. Een greep: Hoe open je je scenes? Wat is conflict? Waaruit komt dat conflict mogelijk voort? Hoe kun je dat gebruiken? Hoe bouw je je personages? Hoe geef je ze diepte? Wat zijn spanningsbogen en hoe pas je die toe? Te gebruiken als een aanvulling op The Art of dramatic writing of als alternatief. Het is primair geschreven als basismateriaal voor workshops voor professionele toneel- en film-schrijvers. De structuur is helder. Er is bijna geen onderwerp of insteek dat niet gedekt wordt. Het boek voelt daardoor echt super-compleet aan. Goed voor jezelf en super-werkmateriaal in schrijfgroepen en sparringsmomenten tussen samenwerkende schrijvers. Puur gereedschap-boek.  Een must-have in mijn optiek.

 

4.a: Victoria Schmidt, Story structure architect ***

SGER, SHLP Story structure architect neemt verschillende verhaalvormen onder de loep en geeft je per type een korte en bondige analyse met afbeeldingen en bullet points. Het gaat in op plotting, geeft een helder overzicht van de meest gangbare verhaalstructuren en verhaalopbouw en neemt o.a. de 36 dramatic situations van Polti mee in heldere hoofdstukken, maar is daarin geen vervanging. Volgens mij goed voor planners en organische schrijvers. Een helder en goed boek om te hebben.

 

4.b: Jack Bickham, Elements of fiction writing, Scene & structure *** 

SHLP, SGER — Dit boek volgt veel meer een “heb je hier aan gedacht?” lijn en is voor mijn gevoel veel meer geschreven voor schrijvers die een organisch proces volgen, waarbij het verhaal zich vormt tijdens het schrijven. Het boek is over het algemeen zeer bondig en helder geschreven, heeft veel sterke punten, maar kan soms wat oubollig zijn. Goed leesbaar en waardevol, ook als je op dat moment niet aan het schrijven bent.

 

4.c: James Scott Bell, Write Great Fiction: Plot & Structure **

SHLP, SGER — Dit is het derde boek in deze lijst over plot (en verhaalstructuur) waarin jij als schrijver (redelijk) de keuze wordt gelaten in hoe je dingen toe wilt passen. Ook dit boek geeft je een paar behoorlijk goede handvatten, met heldere illustraties daar waar dat nuttig is. Scott Bell voelt voor mij iets meer sturend in “hoe het moet volgens James Scott Bell” en krijgt daarom slechts 2 sterren. Desalniettemin zeer de moeite van het checken waard.

 

5: Jack Bickham, setting ???

De omgeving (of setting) speelt zeker in genre-verhalen vaak een belangrijke rol, stuurt in veel gevallen zelfs en belangrijk deel van het verhaal. Setting geeft je genoeg handvatten om die setting goed uit te werken en tot leven te brengen in je verhaal. Nog geen sterren omdat ik het boek nog niet gelezen heb.

 

6.a: Jack Bickham, The 38 Most Common Fiction Writing mistakes ***

SHLP, SGER — Een hele goede checklist van de meest essentiële wat niet te doen dingen in schrijven. Essentiëel boek als je punten zoekt waarop je je (al geschreven) verhaal nog beter kunt maken. Soms wat wollig. Overweeg eventueel:102 solutions to common writing mistakes

 

6.b: Bob Mayer, 102 solutions to common writing mistakes **

SHLP, SGER — Dit boek geeft je op een lichtvoetige en praktische wijze inzicht in wat een redacteur, workshop-gever en ervaren schrijver je als advies zou kunnen geven. Leuk om te lezen, handig om te hebben en vooral zeer goed om in schrijfgroepen samen te lezen en bespreken. Het mist de directheid van “doe niet dit of dat”. Vandaar 2 sterren.

 

7: Gary Provost, 100 Ways to Improve Your Writing **

SHLP, SGER — Dit boek wil volgens mij te compleet zijn. Dat maakt dat wellicht 30% echt nuttig is voor je. Maar datgene wat het biedt aan nuttige tips is goed geschreven en goed samengevat in heldere, korte hoofdstukken. Een greep: Wat is show / dont tell? Hoe geef ik mijn verhaal (meer) dynamiek? Hoe overkom ik schrijversblok? Hoe schrijf ik een sterke opening van mijn verhaal? De moeite waard om in je boekenkast te hebben, denk ik.

 

8: Stant Litore, Write Characters Your Readers Won’t Forget **

SHLP, SGER — Dit boek stelt jou, de schrijver, centraal. Het is prettig geschreven, neemt je respectvol bij de hand en is vooral bedoeld om je te prikkelen. “Stel dat je dit en dat? Hoe zou je dat doen?” Dit boek geeft je een goede start als je je specifiek op je personages wilt richten. Veel wordt echter al gedekt in eerdere boeken in deze lijst. Als je een net iets andere benadering zoekt (of de aanpak in eerder genoemde boeken voor jou niet helemaal werkt) is dit echter een goede aanvulling op je schrijfbibliotheek.

 

9: Lajos Egri, The Art of dramatic writing, its basis **

SBES, SGER — Waarschijnlijk één van de eerste goed gestructureerde boeken voor schrijvers. Net als The dramatic writer’s toolkit dekt dit alle essentiele onderwerpen in het schrijven van fictie. Een redelijk praktisch en behoorlijk compleet boek. De tekst is soms minder toegankelijk dan dat van The dramtic writer’s companion en daarom maar 2 sterren. Desalniettemin de moeite waard om te checken. Uitgegeven in 1946.

 

Aanvullend

Deze boeken zijn in mijn optiek de moeite van het vermelden waard, maar net even minder, of minder essentieel dan bovenstaande lijst.

 

James N. Frey, Zo schrijf je een verdomd goede roman **

SBES, SHLPZo schrijf je een verdomd goede roman is in mijn optiek voor een heel groot deel beschouwend. Andere boeken (zie de eerste lijst) gaan dieper en vaak veel concreter in op de zaken die Frey in Zo schrijf je… aanhaalt. Dit maakt het boek geen slecht boek. Zeker als je moeite hebt met het lezen van Engelstalig werk. Het stipt zo goed als alles aan wat je in je basis moet weten. Maar in mijn optiek laat dit boek teveel weg en is het net iets teveel “zo moet het volgens James N. Frey”. Het biedt zeker hulp, geeft over het algemeen goed en zeer goed advies, maar biedt net iets te weinig schrijfgereedschap in vergelijking met b.v. Story structure architect en Scene & structure.

 

Ronald Tobias – 20 masterplots and how to build them

In dit boek neemt de schrijver je aan de hand langs 20 masterplots die (volgens de legenden) op dit moment onze moderne literatuur bevolken. Aanvullend wordt in het eerste deel van het boek in redelijk heldere bewoordingen de basis van ‘plot’ beschreven. Hoe zet je je verhaal op? Hoe geef je invulling aan dingen? De reden dat ik dit boek niet op de “must have” lijst heb staan is dat dit boek in mijn optiek te sturend is, te wollig geschreven is en omdat je voor ongeveer 40 euro met The Dramatic writer’s companion toolkit, Story structure architect en 36 dramatic situations samen in mijn optiek een sterkere en veel vrijere basis hebt.

 

Nancy Kress, Dynamic characters

In Dynamic Characters geeft Nancy Kress kort en bondig de basisbeginselen van “hoe bouw je je personages?” De voorbeelden die ze geeft zijn mainstream (dus geen SF/Fantasy/Horror-specifieke zaken). Aan het eind van elk hoofdstuk geeft Kres een korte puntenlijst als samenvatting. De stijl is zeer losjes, informeel. De inhoud concreet en goed. Lees je liever een meer formelere stijl, kijk dan naar Linda Seger. Veel wat in dit boek wordt beschreven wordt al gedekt in The dramatic writer’s companion toolkit en Write characters your readers won’t forget.

 

 

Linda Seger, Creating unfogettable characters

SBES, EGO, SHLP, SGER — Mijn eerste indruk van en in dit boek was: “Linda Seger is wel heel  erg vol van haarzelf”. En dat is iets waar je als schrijver waarschijnlijk even voorbij moet lezen (sla die stukken gewoon over). Creating unforgettable characters bied een heldere structuur, die punt voor punt door de verschillende aspecten van “het bouwen van je personages” gaat. De voorbeelden die ze gebruikt zijn voornamelijk films en toegespitst op een Amerikaans publiek. Ook daar moet je even doorheen (of overheen) lezen. Wat overblijft (na al dat schrapwerk) is een zeer gestructureerd boek met al de basale aanwijzingen die nuttig zijn om je personages vorm te geven. Eigenlijk essentieel. Veel wordt echter ook al gedekt in The writer’s companion toolkit.

 

Victoria Lynn Schmidt, 45 Master Characters

45 Master Characters is een heel gevaarlijk boek. Het geeft je — net als 20 Master plots (eerder) — een goed overzicht van de 45 archetypen die je individueel of in groepen in boeken en films terug kunt vinden.  De inleiding over archetypen en stereotypen bevat informatie die je als schrijver in mijn optiek eigenlijk moet weten, maar of dat de aanschaf van het hele boek waard is weet ik niet. Het grootste probleem dat ik heb met 45 Master Characters is dat elk archetype te absoluut is omschreven, “type X IS dat en dat.”, waardoor bij mij een blokkade ontstaat. The dramatic writers companion toolkit en Write characters your readers won’t forget zijn mijn inziens betere keuzes.

 

Linda Cowgill, The art of plotting **

SGER The art of plotting gaat (zoals de titel al verraad) over het bouwen van plots. Er zijn betere boeken dan deze. Story structure architect is bijvoorbeeld beter opgezet en prettiger leesbaar.

 

 

Voor de meest eenvoudige oplossing gaan

Het einde van “Hoop”, een lang verhaal van ongeveer 13.000 woorden is ronduit kut. Niet wat er gebeurt, want actie, maar het waarom van die actie.

We zien (wat ik fake als) een zorgvuldige opbouw. We hebben een McGuffin-focuspunt waaromheen de actie gaat plaatsvinden en een einde dat in mijn optiek nog steeds behouden moet worden.

Dit is wat er mis is.

  1. De McGuffin heeft te weinig raakvlakken met het verhaal en het personage. (McGuffin: een begeerd of mysterieus object) Een beetje als: “de 64 karaats diamant waar alles om leek te draaien lag glinsterend op tafel, maar iedereen was te druk bezig met andere zaken.”
  2. Er zijn te weinig zinvolle interacties met de personage die de laatste, definitieve actie in beweging zet. Veel bijpersonen krijgen meer aandacht.

Hierdoor komt dat einde kunstmatig en geforceerd over.

De pogingen die ik heb gedaan om het eerste issue te fixen zijn niet genoeg. Ik kan kiezen om die McGuffin te droppen, maar ik kan ook kiezen om het een verbindend achtergrondgegeven te laten zijn. “De 64-karaats diamant lag op tafel, als verbindend element in het verhaal, maar niet als het centrale onderwerp. Het centrale onderwerp was de langzame onttakeling van het hoofdpersoon”.

Het tweede punt is eenvoudig te repareren, door wat extra actie bij te schrijven. 300 woorden zijn waarschijnlijk genoeg, waarin we meer kennis maken met deze eindbaas en waarin zijn rol meer is dan een willekeurige man met een stok en een hoed die een knop indrukt.

Verder is het credo sinds gisteravond: “ga voor de meest simpele oplossing, op basis van wat er al geschreven is.”

De lezer weet toch niet wat ik in gedachten had. Er is voldoende materiaal om iets goeds te maken dat past bij het einde dat ik in gedachten had. En een solide afronding is altijd beter dan wat er nu staat.

 

Is het nu allemaal wel zo slecht?

 

Paul Evenblij schreef een blogpost

Paul Evenblij schreef een blogpost. En die post heeft (in mijn beleving althans) een goede discussie losgemaakt.

Die blogpost geef een aantal probleempunten aan, waaronder deze:

Mijn grootste probleem dit jaar, echter, is met de vlakheid, de ideeënarmoede en de grijsheid. (Eigenlijk de witheid, maar daarover later.) De meeste inzenders lijken geen benul te hebben wat moderne science-fiction/fantasy is. Steeds weer worden dezelfde ideeën, veelal afkomstig uit film of televisieseries, even vluchtig afgestoft, hier en daar van een strik voorzien, en gepresenteerd als het beste wat het Nederlands taalgebied te bieden heeft.

Helaas heeft Paul alleen kunnen lezen wat anderen voor hem geselecteerd hebben.

 

“Het niveau van de inzendingen daalt” (in een neerwaartse spiraal)

Floris Kleijne in deze draad:

Lees een bundel als Gödel Slam en weet dat stap 1 het stuiten van de neerwaartse spiraal is.

En:

Het wordt niet alleen niet beter: het is de afgelopen 15-20 jaar erger geworden.

Ik kan de emotionele reactie begrijpen. Je doet (met wisselende organisaties) al sinds de jaren ’70 een wedstrijd en nog steeds zie je daarvan geen duidelijk-zichtbare resultaten. Zoals Paul Evenblij het in eerder genoemde blogpost omschrijft:

De meeste verhalen die ik dit jaar te lezen kreeg voor de Harland Awards vond ik saai, achterhaald, en middelmatig of ronduit slecht geschreven. Ik stond opnieuw versteld van het feit dat veertig of inmiddels zelfs vijftig jaar SF de genretuin van de Lage Landen volstrekt onberoerd lijken te hebben gelaten.

Alsof we na jaren investeringen nog steeds letterlijk in dat tijdperk zijn blijven hangen.

Maar een neerwaartse spiraal? Wat is de vergelijking of het vergelijkingsmateriaal? Datgene wat rond de jaren 90 werd gedaan en geschreven? (Het meeste daarvan was bagger, inclusief wat prijzen won.)

Of datgene wat in 2003 voor de Milleniumprijs werd ingezonden? (Het meeste was ook daar achterhaalde bagger, met 2 of 3 uitzonderingen op een totaal van bijna 100 verhalen [1])

[1] Ik was een van de juryleden van die editie

Is het “zorgwekkend dat er over de jaren geen duidelijke stijgende lijn zichtbaar is”? Wellicht. Maar wat is het referentiekader? Waar baseer je (over het algemeen) deze waarneming op? En overschat je hierin wellicht niet iets teveel het nut van een wedstrijd?

De enige manier om dat te controleren is door verschillende jaargangen van de Harland Awards / Paul Harland Prijs in z’n geheel door te werken. (Iets dat ik in 2014 met de organisatie besproken heb) en elk verhaal volgens een vaste set van criteria te beoordelen. “Wat scoort het op plot, overtuigingskracht, karakterontwikkeling, frisheid van uitwerking… en zo voorts?”

Mijn gevoel is dat het resultaat verrassend stabiel zal zijn, met een langzame stijging naar de plus.

 

De bagger van Tor.com

En doen we het echt zo slecht hier in Nederland/Belgie?

Ik heb dit eerder in een andere blogpost aangegeven: in een leessessie van de eerste 50 verhalen in: “Het beste van 5 jaar Tor.com” kwam ik een vergelijkbare hoop bagger tegen als in mijn lees-sessies voor de Millenniumprijs, Trek-Sagae en andere wedstrijden waar ik voor jureerde.

Slechts twee (twee!) van die veertig verhalen waren voor mij de moeite van het uitlezen waard. Eén daarvan was een fantasy-verhaal over  een jongen (of een meisje) die haar thuis verlaat en op weg is naar een andere stad. De ander was een steampunk-verhaal.

Beide verhalen sprongen naar voren door de kwaliteit van de uitdieping van zowel de (verzonnen) wereld als de (verzonnen) personages. Beide verhalen gingen voorbij aan de tropes, de platgetreden paden van de genres. En beide verhalen zaten sterk in elkaar.

De rest?

Was achterhaalde of slecht uitgewerkte bagger. In mijn persoonlijke optiek.

Herhalingen van dingen die al meer dan 100 jaar gedaan worden, zonder ook maar iets toe te voegen. Personages die nauwelijks uit de verf komen. Invalshoeken die (voor mij) volledig oninteressant waren, niets toevoegden aan mijn persoonlijke beleving. Verhalen die me na 2 of 3 bladzijden al deden afhaken, omdat ik niet geloofde in wat de schrijver aan het doen was, omdat ik moest braken van het platte, Amerikaanse (en vaak heteronormatieve) moralisme en uiteindelijk: omdat ik het geduld niet meer kon opbrengen verder te lezen.

Om opnieuw aan te geven dat de problematiek die we zien in de inzendingen voor de Harland Award (blijkbaar opnieuw veel middelmatigheid) niet uniek is voor Nederland.

 

Bagger hoort erbij

Het is onrealistisch te verwachten dat elke schrijver ambitieus is, onrealistisch te stellen dat elke schrijver ambitieus moet zijn. Toch lijkt dat vaak te gebeuren.

Schrijvers schrijven omdat ze schrijven. Sommigen doen dat met ambitie en een doel voor ogen. Anderen niet. Zo werkt dat. Klaar.

Bagger hoort erbij. En die schrijvers die daar bovenuit willen stijgen mogen en moeten dat zelf bepalen.

 

Selectieproces

Wat er in mijn optiek op dit moment “mis gaat” in de Harland Awards van de laatste drie edities is de voorselectie.

Ik schreef daar in eerder genoemde Facebookdraad het volgende over:

Er is bij de HA in mijn optiek een discrepantie tussen wat de voorselectie selecteert en de jury in de eindronde verwacht.

Een beetje als (in overdrachtelijke zin): “We hebben alle restaurants voorgeselecteerd waarin je als gezin veilig kunt eten (patat met applemoes!) zonder gekke dingen tegen te komen” waarbij de eindjury zich afvraagt: “Waar zijn de tenten met een uitdagend menu en uitdagende gerechten die mijn tong doet strelen met sensaties die ik nog nooit eerder heb ervaren?”

Hier zit een stuk ervaring achter.

De meeste verhalen die bovenaan komen zijn “veilige verhalen”. Vaak (redelijk) goed en degelijk (genoeg) geschreven, met een degelijk (genoeg) plot om geen echte controversie te creëren.

Deze veilige, (redelijk) degelijke verhalen scoren over het algemeen (verdiend) 6 tot 8 punten bij de jury.

Er zijn ook het soort “wilde en ongekamde” verhalen die bij sommige juryleden een negatieve reactie opleveren. De punk-verhalen, de House-muziek en trash-metal verhalen, de “ik ga (bijna) helemaal los, daarna steek ik alles in de fik (of zo) en toen reed ik — vanwege teveel ambitie — mijn auto in een greppel” verhalen die over het algemeen zeer gemengde reacties losmaken bij de jury Bijvoorbeeld omdat ze te experimenteel zijn, of omdat de personages ‘niet sympathiek genoeg’ zijn, of omdat ‘het verhaal te complex is’ of wat dan ook.

Dit soort verhalen eindig vaak in de middenmoot, omdat de jury niet eensgezind is. Een voorbeeld: “Goed geprobeerd, maar net niet goed genoeg” en: “Wat de fuk is deze schrijver aan het doen? Ik snapte er geen reet van.” en: “Dit verhaal is mijn absolute topper. Het heeft alles wat ik zoek: een ambitieuze schrijver, een ambitieus plot, het zoekt ongeveer elke grens op die opgezocht kan worden. Ja het faalt, maar het faalt glorieus, met vuurwerk en explosies”

De voorselecties zijn hoogstwaarschijnlijk funest voor dit soort “wringende” verhalen.

 

Een alternatieve opzet

De voorrondes zijn in het leven gekomen toen de inzendingen voor de Harland Awards richting de 200 verhalen ging. Teveel workload voor een jury die naast het volledig doorlezen ook per verhaal feedback moest schrijven.

 

Ik denk dat dit ten koste is gegaan van de grootste charme die de HA voor mij had: dat “ik trek een hele kast ambities open en beuk alle conventies stuk” verhalen, dat “ik ga schreeuwend op een berg brandende auto’s staan” werk hierdoor nauwelijks meer een kans krijgt.

Wat is (een mogelijk begin van) een oplossing?

  1. Alles beoordelen — Laat je eindjury alles beoordelen wat is ingezonden
  2. Filteren — Geef de jury de ruimte om te filteren. Een verhaal mag onuitgelezen blijven als dat verhaal voor dat jurylid niet in aanmerking komt voor verdere lezing
  3. Visie — Geef als organisatie aan wat je visie is met de HA. Wat zoek je? Wat verwacht je? Wat stimuleer je? (“Met de HA zoeken we naar die verhalen en die schrijvers die ….”)
  4. Nabeschouwing — Laat elk jurylid een nabeschouwing geven. Hoe jureerde hij of zij? Wat houdt het in als je als schrijver in een bepaalde regio bent gekomen (de onderste 50%, de middenmoot, de top 20)?
  5. Vooraf stimuleren — Inplaats van achteraf besprekingen te geven is het in mijn optiek nuttiger om schrijvers vooraf een stimulerende impuls te geven. Opnieuw: wat is je visie? Hoe kunnen schrijvers hier op inhaken?
  6. Tips en advies — Geef als organisatie heldere tips hoe je je als schrijver kunt ontwikkelen. Welke boeken en blogs zijn aanbevolen leesmateriaal? Welke stappen kun je nemen om jezelf te verbeteren? Hoe richt je schrijfgroepjes op? Hoe beoordeel je elkaars werk?

Optioneel:

  1. Benaderen door uitgever? — Geef schrijvers bij hun upload de mogelijkheid een vinkje te zetten met: “wil je benaderd worden door een uitgever?”. Zegt een schrijver “ja”, geef zijn of haar verhaal dan (op een gegeven moment) ook door naar uitgevers die daarin mee willen gaan. Hiermee houdt je en maak je een levendige cyclus.
  2. Adopteer een schrijver?  — Geef juryleden de optie om (inplaats van juryfeedback voor elk verhaal te schrijven) hun favoriete schrijver(s) van die editie van constructieve feedback te voorzien, te helpen, te coachen als- of zodra dat verhaal door een uitgever wordt opgepakt.

Beperk het hiertoe, zou ik zeggen.

De HA is een wedstrijd. De jury selecteert, de schrijvers schrijven en hopelijk werken een aantal van die (terugkerende) schrijvers stug aan hun eigen kwalliteiten, zodat ze elk jaar nog beter gaan worden.

Maar groei van schrijvers is iets dat een wedstrijd zich niet als doel moet stellen. Daarvoor is begeleiding nodig, zoals je onder andere in workshops en bij uitgevers met goede redacteurs zou moeten en kunnen krijgen. Daarvoor is stimulans nodig, zoals de mogelijkheid een publiek te bereiken, in publicaties te komen (zoals o.a. SF-Terra, WonderWaan, Ganymedes, Edge.Zero)

Daarvoor (groei) is ook het gat tussen inzending en uiteindelijk oordeel te groot.

Een paar gedachten over archetypische onderwerpen en literaire stromingen

Dit begon allemaal met een stelling van X over de schrijver en “de plicht van elke schrijver om voor de eeuwigheid te schrijven” (want anders neem je jezelf niet serieus genoeg als schrijver, als onderliggende motivate).

Van daar kwamen we op literaire stromingen. En of er een stroming is die eeuwig is (nee) en in hoeverre literaire stromingen onderhevig zijn aan mode (ik denk: behoorlijk).

Ik draai dingen graag om. En kwam op:

  1. Archetypische onderwerpen als basis
  2. Literaire stromingen als invulling van die archetypische onderwerpen

Twaalf voorbeelden van archetypische verhaal-onderwerpen:

  1. Liefde (romantisch, praktisch, ontluikend, stervend)
  2. Wraak (zorgvuldig uitgewerkt, in een vlaag van passie)
  3. Verwonding en ziekte (het breken van de wil, waanzinnig worden,
  4. Heling (het hervinden van de wil, genezing van een ziekte, het overkomen van beperkingen)
  5. Interne dreiging (een verrader, een moordenaar in de eigen groep, verslechtering van de eigen situatie door eigen handelen, of het handelen van een vertrouwd persoon)
  6. Externe dreiging (concurrentie, oorlog, ontslag)
  7. Verlies van iets of iemand (door dood, scheiding, afstand, onvoorziene omstandigheden)
  8. Het vinden of herwinnen van iets of iemand
  9. Een reis ergens naartoe (fysiek, in de persoonlijke ontwikkeling van een personage)
  10. Een vertrek (van een fysieke locatie, van een situatie, van een ander personage, in de vorm van een vlucht of een bewust proces)
  11. Het grijpbare (concrete doelen, fysieke objecten, rijkdom, armoede)
  12. Het ongrijpbare (goddelijke inmenging, geesten, een dreiging vanuit een onbekende bron)
  13. Een (kritische) analyse van (bepaalde trends in) een bepaald tijdsvlak (het verleden, het heden waarin de schrijver leeft, de plek waar de schrijver zelf leeft, een andere locatie)
  14. Een schets van een mogelijke toekomst (op basis van een bepaald aantal ideeën of idealen of technische en maatschappelijke ontwikkelingen)

 

Literaire stromingen als gevolg van de uitwerkingen van literaire archetypen

Elk verhaal bevat een mix van deze ingrediënten en ik denk dat de nadruk die op elk gelegd wordt één van de factoren is die bepaalt waarin een verhaal zal worden onderverdeeld.

Boeketreeksen draaien bijvoorbeeld primair rondom liefde, haat, wraak verwonding en/of heling. Primaire en eenvoudig te begrijpen onderwerpen die op zich al voldoende zijn om een meeslepend verhaal te vertellen.

Literaire werken smijten daar vaak nog een analytische laag bovenop. Liefde is niet alleen maar liefde, haat is niet alleen maar haat. Alles heeft (waarschijnlijk) context. Een reden. Alternatieven. Een duiding die vaak weer verband heeft met dat tijdsvlak en bepaalde culturele aspecten binnen dat tijdsvlak.

 

Genres

Wat maakt literatuur literatuur? En lectuur lectuur? Wat maakt dat verhaal X wel als genreverhaal wordt beschouwd, maar verhaal Y niet, terwijl beiden vergelijkbare onderwerpen behandelen? (Antwoord: dit hangt voor een groot deel af van wat centraal staat in dat verhaal en hoe dat verhaal verandert als je bepaalde elementen weglaat.)

Hoeveel verschillende redenen en manieren zijn er om verliefd te worden? Of juist een liefde te verliezen? Wie doen dat? Volwassenen? Pubers? Binnen welk kader gebeurt dat? En welke impact heeft dat? Leidt liefde tot oorlog? Wraak? Is die liefde verboden? Toegestaan? Oppervlakkig? Diep? Meer lust dan liefde? Leidt die liefde (binnen het verhaal) tot seks? En hoe expliciet wordt die seks weergegeven? Zien we meerdere lagen in dat verhaal?

Als we spreken over wraak, hoe wordt die uitgevoerd? Subtiel? Met wat onschuldige confrontaties? Moord? Doodslag? Enorm veel bloed en rondspattende ingewanden? Vanuit welk oogpunt bekijken we die wraak? Vanuit de dader? Het slachtoffer? De rechercheur die het onderzoek doet nadat de daad of daden gepleegd zijn? Richten we ons op de daad zelf? Op de reconstructie? Op de emotionele, financiële en anderzijdse gevolgen?

Als we ergens vandaan gaan (vertrek) wat maakt dat we gaan? Zijn we gedwongen door omstandigheden? Is het tegen onze wil? Is het een bewuste keuze? Zijn elders de omstandigheden beter? Of is het gewoon onderdeel van ons werk? Is de aankomst belangrijk? Of draait het om de reis? Komen we ooit op onze bestemming?

Als we ergens naartoe reizen, waarom is dat doel relevant? Wat gaan we daar vinden? Wat lokt ons? Worden we wel gelokt?

Als een liefde, een dreiging, een doel grijpbaar is, waar blijkt dat dan uit? Hoe gaan we daar mee om? Wat kunnen we daar nog meer mee doen?

Als iets ongrijpbaar is, hoe kunnen we daar dan grip op krijgen? Willen we dat wel? Geeft het vrede dat iets ongrijpbaar is? Of juist een (groot) gevoel van ongemak?

Is er sprake van transformatie? Van personages? Van de wereld rondom die personages? Zien we een reflectie van/op bepaalde culturen of culturele stromingen? Geeft ons dat meer inzicht in onszelf of de wereld rondom ons? Hoe diep gaat de schrijver daarin?  Hoeveel lagen vinden we? En hoeveel vrijheid wordt ons geboden in een eigen interpretatie van dat verhaal?

 

Cultuur en modegrillen

Literatuur en lectuur is (net als al het andere) onderhevig aan cultuur (en culturele veranderingen) mode en modegrillen. Waar het “wat” nauwelijks zal veranderen (liefde, wraak etcetera blijven onderdeel van onze menselijke belevenis) zal het “hoe” per tijdsperiode anders zijn.

Dit “hoe” dekt onder andere:

  1. Stijl en vorm van het verhaal —  gebruiken we bijvoorbeeld heel veel woorden en hoofdstukken om één bepaald ding uit te lichten, of knallen we met hoge snelheid door veel situaties heen? Schrijven we lineair of fragmentarisch? Met flashbacks of zonder flashbacks? Vanuit één gezichtspunt of meerdere gezichtspunten?
  2. Focus in het verhaal — waar ligt die focus? Op het individu? Op de omgeving rondom dat individu? Op de daden? Op de gevolgen van die daden? Op de morele boodschap? Iets anders?

Voor nu geen conclusie.

 

Theory of mind en het schrijfproces

[Eerste draft]

Theory of mind is (Wikipedia):

het vermogen om zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf. Men maakt gebruik van theory of mind wanneer men beschrijft wat een ander ziet, voelt of denkt vanuit zijn perspectief.

 

“Het vermogen zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander” is onder andere weten en begrijpen dat:

  1. Mensen (vaak) niet dezelfde voorkeuren en afkeuren hebben als ikzelf.
  2. Mensen (vaak) niet over dezelfde kennis en achtergrond beschikken als ikzelf.
  3. Zelfs als mensen dezelfde opleiding hebben gevolgd, met een vergelijkbaar ontwikkeltraject als ik, hun ervaring en invulling daarvan totaal anders is (of kan zijn) dan de mijne.
  4. Mensen (in de meeste gevallen) bij een bepaalde gebeurtenis niet dezelfde gedachten of gevoelens hebben als ikzelf.

Over het algemeen begint een kind na het derde levensjaar langzaam een besef te krijgen van die scheiding tussen “wat ik denk/voel/ervaar” en “wat jij denkt/voelt/ervaart” of: “wat ik ervaar is niet (noodzakelijk) wat jij ervaart”.

Maar waarom is dit belangrijk? En met name in het schrijfproces?

 

Als je je wilt inleven in je personages

Ik probeer mijn personages als eigen karakters neer te zetten.

Dit houdt in dat ze andere voorkeuren hebben dan ikzelf, andere gedachten denken dan ik doe en anders reageren op bepaalde situaties dan ik echt zou doen, of in mijn fantasie.

Dit kan tot gevolg hebben dat ik personages creëer waar ik weinig affiniteit mee heb, of juist bewondering voor kan voelen, of zelfs verliefd op kan worden.

 

Als je meer diversiteit zoekt in je personages

Aangezien elk personage een eigen brein heeft en eigen gedachten, kan automatisch de basis ontstaan voor meer diversiteit in die personages. Personages kunnen het grondig oneens zijn over bepaalde onderwerpen en grondig eens op andere.

Ze kunnen lijnrecht tegenover elkaar staan in bepaalde situaties, zorgvuldig samenwerken in anderen, zonder dat het verhaaluniversum in elkaar klapt.

Er kunnen veel mooiere en rijkere grijze gebieden ontstaan waarin meningen verschillen.

Personages kunnen in veel meer richtingen onlogisch handelen in de ogen van anderen binnen dat verhaal, terwijl hun eigen beweegredenen volledig coherent en logisch zijn voor hun karakter én voor de lezer.

Verder zijn personages zich niet bewust van de handelingen van anderen (iets wat je soms nog in het werk ziet van beginnende schrijvers) waardoor geheimen die de lezer wel kent van bepaalde personages, niet bekend zijn bij de andere personages in dat verhaal.

 

Als kritieken en recensies tot je grote verbazing tegenvallen

Lezers kennen je (waarschijnlijk) niet. Noch weten ze van jouw doelstellingen, je inspanningen en andere offers die je hebt gebracht. En — tenzij je wereldberoemd bent — zal ze dat worst wezen.

Lezers zijn gewend aan een overvloed van (soms) andersoortige verhalen. En het is zeer waarschijnlijk dat een groot aantal van die verhalen, waaronder het jouwe en/of het mijne, niet voldoet aan zijn of haar verwachtingen.

Zeker in het begin vond ik negatieve feedback totaal verschrikkelijk. Ik had voor mijn eigen gevoel enorm mijn best gedaan, (vrijwel) alles verwerkt dat uit de feedback van mijn lezers kwam en voor mijn eigen gevoel een (super) mooi verhaal opgeleverd.

Maar mijn mening is niet de mening van de wereld.

Mijn gebrek aan ervaring en redactie in het verleden leverde vaak slordig werk op, vol plotgaten, onlogische sprongen in het verhaal, voor de lezer ongeloofwaardige personages, houterige dialogen. Het werk dat ik nu schrijf is beter doorwerkt, maar vaak lastig te doorgronden doordat ik een bepaalde kant op gegroeid ben die voor voor teveel mensen — zelfs mijn beoogde doelgroep — te cryptisch is.

Ik heb nog steeds moeite mezelf goed in de schoenen van de lezer te plaatsen. Ik heb moeite met het “waarom?” achter de handelingen van mijn personages. Ik heb moeite mezelf als lezer op te stellen, die nog van niets weet, nog van alles moet leren over de werelden die ik schep.

Verder is de mening van de wereld niet altijd noodzakelijk relevant voor mij of mijn werk.

Soms verschillen we dusdanig dat er geen middenweg bestaat. Sommige dingen in mijn werk zijn zo relevant voor mezelf (waaronder het genre waarin ik schrijf) dat ik daar geen afstand van zal doen.

 

Als we onszelf als het middelpunt van het universum zien

Soms ben ik als schrijver niet in staat mezelf los te koppelen van mezelf. Ik ben in die mindset het enige relevante in de wereld en de wereld werkt binnen dat kader (exact) zoals ik dat zie.

Dit neemt en nam binnen mijn werk de volgende vormen aan:

  1. “Als ik snap waar mijn verhaal over gaat, snappen andere mensen dat (automatisch) ook.”
  2. “Als andere mensen niet snappen waar mijn verhaal over gaat, dan ligt dat niet aan mij maar aan hen.”
  3. “Als andere mensen anders reageren op bepaalde situaties in mijn verhaal, dan dat mijn bedoeling was, dan is er iets mis met die mensen / dan zijn ze te dom voor dit verhaal.”
  4. “Als criticasters negatief op mijn werk reageren, dan komt dat omdat ze dom zijn, of omdat ze mij persoonlijk pijn willen doen.”

In elk van deze vier voorbeelden was ik niet in staat “mezelf een beeld te vormen van het perspectief van een ander”.

 

Als de lezer het verhaal niet snapt

Hier zijn de meest voor de hand liggende dingen die ik in mijn eigen proces (als schrijver) over het hoofd zag (voor de behoeften van mijn lezers):

  1. Er was onvoldoende informatie voor de lezer, waarmee de lezer geen houvast krijgt in o.a. de redenen waarom dingen gebeuren en mensen handelen in dat verhaal
  2. Er was geen logische opbouw van dat verhaal, waardoor de lezer geen houvast heeft, niet even aan de hand wordt meegenomen langs de meest belangrijke momenten.
  3. Er mist een stap in het schrijf- en redactieproces, waarin ik als schrijver mijn eigen verhaal ervaar en lees als een lezer.

Hier is hoe ik dit vaak oplos:

  1. Ik kijk of mijn verhaal voor de lezer logisch van opbouw is. Weet de lezer waar hij of zij is en waar we naartoe gaan met het verhaal? Worden we gewezen op de hoofdzaken en bijzaken? Hebben personages een reden om te handelen? Wordt dat op tijd onthuld?
  2. Lees ik tijdens het redigeren als een lezer van het niveau waarvoor ik schrijft? (Kinderverhalen zijn b.v. anders dan verhalen voor volwassenen en verhalen voor de het brede publiek zijn anders dan verhalen voor fijnproevers)

 

Als het saai is of saai wordt

Hier is een andere (overbekende) valkuil die samenhangt met het (gebrek aan) inlevingsvermogen in mijn lezers.

Als het verhaal saai wordt.

Hier zijn een paar mogelijke oorzaken:

  1. Ik ben voornamelijk aan het egotrippen.
  2. Er gebeurt te lange tijd niets dat enig werkelijk belang heeft voor de personages of het plot.
  3. Er gebeurt van alles, maar het duurt te lang voordat voor de lezer duidelijk wordt waarover het verhaal gaat en waarom je personages doen wat ze doen of willen doen. (Het verhaal blijft maar voortkabbelen, zonder dat er iets noemenswaardigs plaatsvindt bijvoorbeeld.)
  4. Er wordt (constant) teveel informatie gegeven die niet relevant is voor de lezer (enorm gedetailleerde beschrijvingen van kledingstukken, kapsels, handelingen, omgevingen bijvoorbeeld)
  5. De schrijver valt in een soort van herhaling door opnieuw dingen te vertellen die eerder in het verhaal al duidelijk waren voor de lezer.

Vaak gaat het in dit soort gevallen bij mij zo dat het verhaal voor mij als schrijver perfect aanvoelt (want het gaat zoals ik voor ogen heb) maar dat het voor de lezer totaal niet werken.

Vaak schrap ik hele stukken (nadat ik ze gekopieerd heb in een “verwijderde stukken” document). Soms ga ik verder dan enkele stukken en schrap ik hele bladzijden met dialogen en interacties (die op het moment van schrijven totaal geniaal leken en achteraf totaal niets blijken toe te voegen aan het verhaal of het verhaalverloop).

Hier is waar ik op let bij het schrappen en redigeren van saaie stukken:

  1. Is er een kernverhaal, een basislijn? Of gaat het verhaal overal naartoe, maar komt het uiteindelijk nergens aan?
  2. Welke stukken zijn echt relevant voor dat kernverhaal?
  3. Welke stukken zou ik weg kunnen laten? (Deze stukken schrap ik vaak zonder genade, nadat ik de tekst heb veilig gesteld in dat “verwijderde stukken” document)
  4. Waar herhaal ik mezelf?
  5. Waar ben ik vaag in mijn omschrijvingen? Kan ik datzelfde kernachtig (en stilistisch sterker) samenvatten in 3 of minder dan 3 heldere zinnen?

 

Helder zijn in je beperkingen en je persoonlijke schrijfdoelen

Omdat ik niet iedereen een plezier kon doen, liep ik vaak tegen onnodige teleurstellingen aan. Ik heb ontdekt dat het zeer schadelijk kan zijn om mezelf hierin uit het oog te verliezen en dat het goed werkt is te weten waarom ik schrijf en wat ik schrijf en waar ik moeite mee heb en voor wie ik dat doet én wie ik daarmee uitsluit. Het helpt me om kritiek in kaders te plaatsen waar ik iets aan heb en die verbeterpunten aan te pakken die zinvol zijn voor mijn soort verhaal.

Een impressie:

Ik schrijf alleen maar SF, met een zware literaire boventoon. Fantasy, Horror en andere genres interesseren me niet.

Mijn verhalen zijn impressies uit de levens van mijn personages, waarover vaak een sausje van actie wordt gegoten.

Mijn personages denken vaak meer dan dat ze handelen, ook al lijkt het dat ze meer handelen dan denken en praten.

Mijn verhaalwerelden zijn even belangrijk als de personages en het plot.

Plot is noodzakelijk voor de lezer en de leeservaring, maar niet mijn favoriete ding.

Ik probeer altijd pulp-elementen toe te voegen om het verhaal gang te geven, maar slaag daar niet altijd in. Zie “plot” en “grootste struikelblok”

Mijn grootste struikelblok zijn de volgende waarom-vragen: “Waarom is dit belangrijk voor het personage? Waarom is dit relevant voor de lezer?”

Ik ben niet in staat om simpele ABC-verhalen te schrijven, omdat dat soort verhalen voor mij kaal en leeg aanvoelen.

Mijn werk moet sprankelen, veel verschillende ervaringen kunnen bieden. Het eindresultaat heeft vaak iets van een roman die is samengeperst in een kort verhaal.

Terugkerende thema’s die mijn interesse blijven houden zijn o.a.: het spelen met rollenpatronen, seksualiteit, gender-issues, discriminatie, onderdrukking en klasse-verschillen.

Ik doe dit voornamelijk omdat ik zelf graag dat soort verhalen lees en schrijf en ik van mening ben dat dat één van de functies is van SF en er niet genoeg van geschreven wordt.

Dit alles geeft mij een helder anker en een helder inzicht in wat ik naast me neer kan leggen en waar ik nog meer aandacht aan moet geven.

 

Begrijpen wie je lezers wel en niet zijn

Het is verleidelijk over de rest van de wereld te denken als “de mensen” en “de lezers” en “hun” en “wij”. Geen van deze groepen bestaat echter (tenzij we op een gegeven moment dat punt bereiken van een echte hive-mind).

Wie mijn lezers ook zijn, hoe groot mijn doelgroep ook is (kan uit een miljoen potentiële lezers zijn, of slechts uit drie mensen bestaan), er zijn altijd mensen binnen en buiten die groep die mijn werk:

  1. Nooit gelezen hebben
  2. Niet zullen waarderen
  3. Niet interessant zullen vinden
  4. Niet zullen begrijpen

In sommige gevallen zal dat permanent zijn.

Dit kan onder andere komen door:

  1. De persoonlijke voorkeuren — Van die lezer(s). Wat ik schrijf, kan die lezer(s) niet of niet voldoende aanspreken. Zelfs als ik alles uit de kast trek.
  2. Een kennis-nadeel — Mijn lezer weet meer over het onderwerp dan ik (en ziet keihard alle fouten die ik maak), of ik bent onbegrijpelijk voor mijn lezer
  3. Bepaalde vooroordelen — Over het genre waarin ik schrijf, of over mijzelf als schrijver.

Het enige dat ik hierover kan zeggen is, is het volgende:

  1. Het is zeer zinvol om in mezelf en mijn soort publiek te investeren. Wat willen ze? Wat verwachten ze? Wat verwachten ze van een schrijver als ik? Kan ik daaraan voldoen? Kan ik nog beter leren dat te schrijven dat ik wil neerzetten? Kun ik nog beter leren te begrijpen wie en wat mijn publiek is?
  2. Het is behoorlijk zinloos stil te blijven staan bij die mensen die niet tot mijn doelgroep behoren. Kritiek? Negatieve opmerkingen? Geen aansluiting met mijn schrijfdoelstellingen uit die groep? Negeren.

 

Als je het gevoel heb dat je iedereen een plezier moet doen

Veel van ons groeien op met het idee dat we iedereen een plezier moeten doen, dat we voor iedereen (volledig) acceptabel en (volledig) aanvaardbaar moeten zijn.

Mijn realiteit?

“Voor iedereen acceptabel en aanvaardbaar zijn” is voor mij onmogelijk geleken en ik ben op een gegeven moment gestopt met “mijn best doen” voor de grote groep. Er is altijd wel iemand die mij raar, dom, stom of een onbetrouwbare eikel vind, die kritiek heeft op wat ik doe en het — om wat voor reden dan ook — totaal oneens is met wat ik denk of doe.

Wat voor mij de last van- en de angst voor negatieve reacties verlichtte was:

  1. Het besef dat ik zelf elke dag exact hetzelfde doe met mensen die ik ken of toevallig tegenkom: het afwijzen en bekritiseren van wat ze doen en laten en dat dit zelden langer duurt dan een flits van een seconde.
  2. Het besef dat ik uit de meeste negatieve situaties weg kan lopen, omdat die mensen niet mijn vrienden en niet mijn geliefden zijn. Mijn groeiende vermogen om geen zak te geven om situaties die niet van belang zijn is ongeveer de allerbeste Zen-meditatie die er bestaat.

 

Wie is je lezer dan?

Mijn lezer is die persoon die een voorkeur geeft aan mijn soort verhalen. Dat kan het soort verhalen zijn dat ik nog wil gaan schrijven, of het soort verhalen dat ik nu al schrijf.

Mijn doelgroep lijkt enorm veel op mijzelf en houdt onder andere van: (je mag dit skippen)

Verhalen met diepere lagen, die zich soms pas na een aantal keer lezen en herlezen onthullen.

Verhalen waarin iets gebeurt, zodat het uitnodigt tot lezen, verslavend kan zijn, uitnodigt naar meer.

Verhalen die een indruk achterlaten, omdat de behandeling van bepaalde onderwerpen bijvoorbeeld bij die lezer tot nieuwe (persoonlijke) (bevrijdende) inzichten leiden.

Succesvolle buitenbeentjes, die mogelijk nog steeds weerstand ervaren vanuit hun omgeving, maar daarin een duidelijke eigen plek hebben gevonden, hoe minimaal dat ook is.

Diepe werelden waarin veel meer gebeurt dan in één verhaal past.

Die doelgroep vind het volgende wel belangrijk, maar pas in tweede instantie:

Actie die het verhaal voortstuwt.

Wat mijn doelgroep vermijdt als gif zijn verhalen waarin:

Makkelijke oplossingen worden geboden voor soms complexe problemen.

Personages zich conformeren aan beperkende normen en beperkende waarden

Jouw doelgroep houdt mogelijk van vergelijkbare verhalen en waarschijnlijk van een ander soort werk en een ander soort schrijver. De kernvragen die ik stel zijn deze:

  1. Wat lees ik zelf het allerliefste?
  2. Wat schrijf ik graag?
  3. Hoe zou ik dat kunnen combineren in mijn werk?
  4. Welk soort lezers wil ik uiteindelijk graag willen bereiken met je werk? Wat lezen die lezers graag?
  5. Is dat haalbaar? Realistisch?

 

De valkuilen van het ego

Ons ego is een kind van een jaar of drie. Dat kind wil aardig gevonden worden.

Een negatieve reactie op een verhaal kon behoorlijk hard aankomen. Voor mij voelde het lange tijd als een afwijzing van iemand van wie ik graag liefde of erkenning wilde krijgen. Zelfs als dat een wildvreemde was.

En wat heel raar was, was dat de mening van een wildvreemde vaak veel meer impact leek te hebben dan de mening van iemand die ik persoonlijk kende.

Ik denk dat dat laatste komt door de volgende drie redenen:

  1. We zijn vaak niet in staat onszelf in de huid van de criticaster te plaatsen. “Vanuit welk oogpunt wordt deze kritiek gegeven?” verwordt hierdoor vaak in rare aannames als: “de criticaster doet dit om mij pijn te doen”
  2. Vanuit dit soort verkeerde beginpunten (o.a. “de criticaster doet dit om mij pijn te doen”) stelde ik mezelf vaak de verkeerde waarom-vraag. (“Waarom wil deze persoon me omlaag halen?” bijvoorbeeld.)
  3. We weten vaak niet hoe we hier uit kunnen ontsnappen.

 

Slot

Inlevingsvermogen heeft binnen het schrijven twee kanten:

  1. Mezelf in de gedachten van de lezer en mijn personages kunnen plaatsen, met de uitgangspunten van die persoon als basis (en niet mijn eigen gedachten)
  2. Begrijpen wat de motivaties zijn (het “waarom”) vanuit een denkkader dat daadwerkelijk niet het mijne is.
  3. Daar iets constructiefs mee kunnen doen.

Verder is tot nu toe — bij het ontvangen van kritiek — de grootste uitdaging gebleken om los te komen uit dat stuk ego dat constant bevestiging zoekt bij alles en iedereen rondom me. “Mag ik er wel zijn? Ben ik goed genoeg voor jou? Vind je me wel lief genoeg?”

Iets dat al meerdere keren in het verleden mijn schrijfplezier heeft bedorven.

 

“Waarom zien we niet meer ambitieuze SF, Horror en Fantasy verhalen?”

Ik heb mijn eigen theorieen hierover, die ik in het verleden al op verschillende manieren heb bewoord.

Kort samengevat:

  1. Gebrek aan stimulans — Iets waarop niemand zit te wachten zal minder snel ondersteuning en positieve impuls krijgen. “Doe maar niet te moeilijk. Niemand wil dit lezen.” en zo voorts.
  2. Gebrek aan zichtbaarheid — Wellicht wordt het wel geschreven, maar nergens uitgegeven.
  3. Gebrek aan ambitie — Ambitie zit in je, of niet. Veel ambitieloos schrijfwerk is simpelweg ambitieloos omdat de schrijver geen ambities heeft, anders dan dat verhaal te schrijven (en in of op te sturen naar iets of iemand)

Ambitie en het gebrek daaraan

Ambitie komt in mijn optiek van binnenuit en grenst wat mij betreft aan obsessief gedrag. Oftewel: het onvermogen iets los te laten wat anderen al lang geleden zouden hebben laten vallen.

Ambitie is verder persoonlijk. Zeer persoonlijk.

Een gebrek aan ambitie (wat dat ook mag zijn en waarin dat ook is) is echt enorm gezond en behoorlijk normaal. Veel mensen zijn niet-obsessief ingesteld. En kiezen voor dingen die leuk zijn, plezier geven, veel beloning opleveren en weinig moeite kosten.

Over het algemeen zijn mensen die niet obsessief ambitieus zijn, in mijn optiek blijere en vrijere mensen met minder kopzorgen. Ze schrijven ook het soort super-saaie verhalen dat ik liever niet lees, omdat ik eindeloos veel betere dingen te doen heb.

Stimulans

Hoe stimuleer je “ambitieuze verhalen”? Of “obsessieve ambitieuze schrijvers”?

Hier is mijn mening:

  1. Zorg dat ze ergens terecht kunnen:
    1. (Online) uitgevers die hun soort werk publiceert.
    2. Coaches en schrijvers die dat soort schrijvers van dat soort werk steun en stimulans geven
    3. Wedstrijden die specifiek voor dat soort verhalen worden georganiseerd
  2. Biedt ruimte voor experiment. Ambiteus werk is heel veel vallen en weer opstaan.
  3. Zorg dat het steun krijgt
    1. Bespreek dat soort werk.
    2. Schrijf over de noodzaak en behoefte.
  4. Maak dat soort werk zichtbaar

Zichtbaarheid

Het is 2016 en Internet, Facebook en plekken als SmashWords zijn momenteel je vrienden. En je gaat (als ambities schrijver) niet zitten wachten tot iemand je een hand reikt. Dat gebeurt namelijk binnen SF-minnend Nederland al meer dan 30 200 jaar niet. Er is geen geld. Er is geen (tot nauwelijks) ambitie. En er wordt enorm veel gepraat zonder dat er concreet wat verandert.

  1. Werk samen
  2. Verzamel schrijvers. Maak bundels en zet ze op Smashwords
  3. Maak een website
  4. Publiceer kort werk en lang werk en prikkelende dingen
  5. Snap wat je publiek zoekt en wat heb prikkelt
  6. Doe aan marketing en zelfmarkeing
  7. Zorg dat het woord zich verspreidt.
  8. Stuur je werk in naar zoveel mogelijk wedstrijden die voor jouw soort genre relevant zijn. Want niet-meedoen is toegeven dat jouw werk niet relevant is.

Vorm kliekjes van gelijkgestemden

Juist met ambitieus werk is het belangrijk om focus te houden. Ambitieus werk vraag om toewijding, niet om democratische meningen en verwatering van schrijfdoelstellingen.

Accepteer de intolerante eikels

Verder zijn obsessieve ambitieuze mensen vaak enorme intolerante eikels die slecht samenwerken, snel ruzie krijgen met andere obsessieve ambitieuze mensen en ruzie zoeken en die slecht tegen de afwijkende meningen van anderen kunnen. Dit houdt onder andere in dat samenwerking meer in de vorm van “hoe doen katten dat?” dan “hoe doen honden dat?” gaat.

Het is mogelijk, zolang het maar vrijheid blijft bieden en iedereen zijn of haar eigen gelijk kan vinden. En wegblijft van het soort ruzies dat harten breekt. (Respect tonen en zo, zelfs als je lijnrecht tegenover elkaar staat en zo.)

Verlaat de groepen die giftig zijn

Sommige groepen zijn ronduit giftig, met bittere en manipulatieve mensen die jouw rug gebruiken om zichzelf hoger te plaatsen.

Eén simpel advies: loop zo snel mogelijk weg en sluit de deur. Zelfs “als ze mogelijk nog ergens een meerwaarde kunnen leveren.” Vaak is dat niet het geval.

Produceer

Ambitie is latten hoger leggen en leercurves overwinnen en dan opnieuw hoger reiken. De enige manier om door te gaan is te produceren. Veel verhalen.

Fuck: “koop mijn boekje” (tenzij je dat leuk vind)

“Koop mijn boekje” loont niet (uitzonderingen daargelaten!). Het verspreidt niet (uitzonderingen daargelaten!). En het Internet is zo goed als gratis met websites als WordPress die geen kosten rekenen voor weblogs, die weer als publicatieplatform kunnen worden gebruikt.

Ga voor eyeballs. Bezoekers. Bekendheid.

Pageviews zijn in mijn optiek je eerste inkomsten, je eerste beloning, je eerste betaling.

Faal. En faal nogmaals. En dan nog een keer. Tot het lukt.

Elk falen is een stap op weg naar beheersing.

Het goede van schrijven (in tegenstelling tot skateboarden en parcour) is dat “op je bek gaan” bij het schrijven (en online publiceren) geen blijvende schade oplevert, zoals gebroken knieschrijven, gebroken enkels, gebroken polsen, gebroken kaken, gebroken neuzen en gebroken ellebogen.

Publiceer

Fuck elke uitgever die je niet wilt publiceren. En als er niets overblijft, maak dan je eigen plek. Dat is hoe dingen werken. Maak je werk zichtbaar.

Fuck verder iedereen die klaagt dat “gratis werk de markt ondermijnt”. Dat is niet zo. Pirated-werk (zoals gratis-downloadbare boeken van gerenommeerde uitgevers) ondermijnt de markt. Facebook ondermijnt de markt. Slechte marketing van het eigen fonds; een slecht marketing-plan; een armoedige uitvoering van dat marketing-plan ondermijnt “de markt” (lees: de eigen verkopen).

Niet jouw gratis werk.

Wees geen (bittere) jankert online

Als dingen niet lukken, huil daar dan offline over. Niet online. Bij ambitie hoort falen. En een groot publiek dat jouw werk niet pruimt omdat het te raar, te moeilijk of te onleesbaar is. Huil offline, verzet je doelen en doelstellingen en ga weer door.

Verwar ambitie niet met kwaliteit of succes, tenzij dat je ambitie is

 

(Super)ambitieus werk is (zoals eerder gezegd) niet per definitie leesbaar of verkoopbaar of goed, of goed te pruimen door (veel) lezers. Zeker niet als je als schrijver grenzen probeert te doorbreken.

(Super)ambitieus werk kan zelfs heel lelijk zijn.

(Super)ambiteus werk kan totale rotzooi zijn voor een grote groep lezers (en weer super-enerverend voor een andere groep).

Tot slot

Ik denk dat het beste dat in de komende jaren in Nederland kan gaan gebeuren, een wildgroei aan websites gaat zijn waarop ambitieuze en andersoortige verhalen te lezen zullen zijn.

Elk met een specifiek doel en kwaliteitsdoelstellingen voor ogen.

Je publiek daarin zijn niet de oude knorrige mensen zoals ik (die nergens tijd meer voor hebben en vrijwel alles kut vinden) maar jonge lezers die net het genre beginnen te ontdekken en overal nog open en fris tegenaan kijken.

Je kracht ligt verder in onderscheid en samenwerking. Laat zien waarin jouw site en jouw verzameling van schrijvers uitblinkt ten aanzien van andere sites en schrijvers. Wissel met elkaar uit. Werk samen, doe maandelijkse “wedstrijden” en opdrachten waarin je (samen) bepaalde onderwerpen uitwerkt.

Schrijf fan-fiction en trek dat soort lezers ook naar andere plekken toe. Ga voor pageviews en bezoekersaantallen. Volg je eigen hart. Maak dingen die totaal geweldig en tegelijkertijd totaal kut zijn. Faal met liefde en passie. Streef naar hoger en meer. Wat dat ook mag zijn in jouw persoonlijke schrijfdoelstellingen.

En heb schijt aan mensen die je proberen te vertellen wat je wel en niet moet doen, op basis van “succesformules” en andere onzin, of zonder dat ze ooit echt aandacht aan je werk te hebben geschonken.

Stop met het pleasen van lezers en juryleden.

Pak alleen die feedback waarmee jouw werk in jouw optiek beter gaat worden. Want het is jouw werk. Hoe lelijk of mooi dat ook mag zijn.

En heb je geen ambitie? Dan is dat ook prima.