Het herkennen en oplossen van seks- en andere ismes in je eigen verhaal

We ontkomen niet aan ismes

Discriminatie is een automatische, niet-bewuste handeling. Het is onderdeel van ons overlevingsmechanisme. “Deze vrucht ziet er mooier uit dan die. Deze persoon is leuker of beter te vertrouwen dan die andere.”

Daarnaast kan dit proces van discriminatie worden beïnvloed door de denkbeelden van mensen in onze directe omgeving en door de denkbeelden de we oppakken van opiniemakers in de media.

Eén voorbeeld uit het verleden: “Vrouwen zijn niet in staat tot rationeel denken, en daardoor nergens anders goed voor dan het werk in de keuken.”

 

Keuze

Als schrijver heb je de keuze een stap verder en breder te gaan en jezelf uit te dagen om voorbij dat soort denkbeelden te gaan die je vaak vooral onbewust in elk verhaal met je meeneemt.

 

Ga voorbij politieke correctheid

Ik ben zelf van mening dat dit soort acties weinig zin heeft als je dit voornamelijk doet voor anderen, om ‘politiek correct’ te zijn.

Schrijf wat je wilt schrijven. Kijk wie je bent, wat je wilt en welk wereldbeeld je in je verhalen naar voren wilt brengen. Is dat ‘meer diversiteit’, doe dat dan zo goed als je kunt.

Als je daarentegen van mening bent dat bepaalde groepen (mannen, vrouwen, mensen met een niet-heteronormatieve seksuele voorkeur, mensen van een andere etnische achtergrond en/of religie, etcetera) (structureel) op een lager plan horen dan andere groepen of jouzelf, blijf dat dan gerust gebruiken in je schrijven.

 

-isme en macht

Dit zijn de drie kernvragen die ik mezelf stelde:

  1. Wat is het nut van discriminatie?
  2. Wie heeft daar belang mee?
  3. Wat valt er mee te winnen?

Ik kwam daarbij op de volgende hoofdpunten en vervolgvragen:

  1. Uitsluiting en privileges — Wat als je bepaalde mensen van iets kunt uitsluiten en andere mensen juist een voorkeurspositie kunt geven? Gaat dat je eigen invloed verbeteren?
  2. Alleen een bepaalde groep een stem geven — Wat als je bepaalde groepen tot zwijgen kunt brengen zodat (alleen) bepaalde andere groepen gehoord worden? Wat betekent dat voor jezelf?
  3. Relevantie — Wat als je de mening en de levens en het leed van bepaalde groepen volledig irrelevant kunt maken? Wat als je het leed en de mening en de levens van jouw eigen groep meer relevant kunt maken dan anderen? Hoe maak je daar winst mee?
  4. Verwijdering — Wat als je bepaalde groepen mensen (volledig) kunt verwijderen uit jouw omgeving? Zodat ze bijvoorbeeld geen invloed meer hebben op je leven of je geloofssystemen?

Ik ga daar later in dit stuk enigszins verder op in, met tekst en plaatjes.

 

Erkenning, bestaansrecht en gelijkwaardigheid

Waar draait het om? (Kernwoorden in bold voor helderheid)

  1. Erkenning en bestaansrecht, of: op positieve wijze gehoord en gezien worden — Als ‘jij’ (datgene waarmee je jezelf identificeert) structureel op negatieve wijze wordt beschreven, of zelfs structureel volledig afwezig bent in een situatie waarin ‘jij’ zou moeten of kunnen voorkomen, is sprake van uitsluiting en negatieve discriminatie. Voor veel mensen die niet aan ‘de norm’ voldoen is dit dagelijkse realiteit. En die realiteit doet pijn.
  2. Gelijkwaardigheid, of: ‘erbij horen’ — Als ‘jij’ (datgene waarmee je jezelf identificeert) structureel wordt achtergesteld, of juist constant op een voetstuk wordt geplaatst, is er — in een andere vorm — sprake van uitsluiting. ‘Jij’ hoort er niet bij. Je bent ‘anders’ en dat anders zijn wordt opnieuw vervormd en versterkt. En juist dat ‘anders’ zijn is maar al te vaak een dagelijkse realiteit voor mensen die niet-normatief zijn. Hoe fijn is het, daarentegen, om —  al is het maar in een verhaal — eindelijk eens ‘normaal’ te zijn?

Dit betekent niet dat je als schrijver in elk van je verhalen iedereen ter wereld (die in jouw optiek ook maar enigszins wordt buitengesloten) moet gaan representeren. Het  is vaak al een goed begin dat je kunt laten zien dat je deze situatie van buitensluiting begrijpt — bijvoorbeeld door het laten horen van verschillende stemmen en meningen in je verhaal.

En wat kan er nog meer? Wellicht is (voor de verandering) geen van je personages blank, of (voor de verandering) geen van je personages.heteroseksueel. Wellicht is je hoofdpersoon (voor de verandering) iemand met een lichamelijke handicap of een niet-normatieve geestelijke gesteldheid.

Je hoeft dat niet expliciet naar voren te brengen. Een hint kan al voldoende zijn.De kernwoorden zijn: respectvol en gelijkwaardig. Elk van je niet-normatieve personages is net als elk van je normatieve personages een volledig persoon.

 

Een overzicht van de hoofdpunten

Hieronder vind je de meest voorkomende punten

Structurele uitwissing

In dit geval bestaan bepaalde groepen simpelweg niet in je verhaalwereld. Er zijn bijvoorbeeld nergens in je verhaalwereld niet-blanke mensen te vinden. Letterlijk iedereen in je verhaalwereld is bijvoorbeeld heteroseksueel. Letterlijk niemand in je verhaalwereld heeft lichamelijke en/of andere beperkingen, ook al zijn die beperkingen hoogstwaarschijnlijk wel aanwezig.

Noot: “meer diversiteit” wordt vaak verward met “iedereen moet meedoen”. Dat is niet het geval, het is niet de vraag en het is — vanuit hele praktische redenen, waaronder je focus — niet haalbaar. De vraag is simpelweg: “wie sluit je (bewust of onbewust) uit?” en: “kun je als schrijver iets minder eenzijdig zijn?”

 

Structureel slechts één partij een stem geven

In dit geval nemen anderen het woord voor diegenen die eigenlijk zouden moeten spreken. Dit gebeurt in je verhaal bijvoorbeeld door je personages structureel oordelend over groeperingen of mensen te laten praten die zelf niet aanwezig zijn; door mensen met een bepaalde stem of mening die wel aanwezig zijn niet te laten uitspreken, of in het geheel niet aan het woord te laten.

Noot: Als de personages in een verhaal veel over en in naam van andere groeperingen spreken, onderzoek:

  1. Hoe eenzijdig het beeld is.
  2. Of je ook andere — niet stereotype en (bijvoorbeeld) meer menselijke — kanten kunt laten zien over dat personage of die groepering(en)

Je kunt als schrijver op de volgende manieren balans aanbrengen:

  1. Laat de mensen waarover gesproken wordt ook zelf aan het woord.
  2. Zorg dat hun tegenargumenten en hun redenen tot actie onvoorwaardelijk gelijkwaardig zijn in kracht.

 

Structurele uitsluiting

In dit geval bestaan bepaalde “niet-normatieve” groepen wel in je verhaalwereld, maar worden ze structureel uitgesloten van het hebben van invloed. Elke persoon in een gezagspositie is bijvoorbeeld een blanke man. En in je verhaalwereld worden niet blanke personages, niet-heteronormatieve personages en niet-mannelijke personages bijvoorbeeld structureel uitgesloten van elke rol van belang.

Noot: Het kan zijn dat een verhaal, of jouw verhaal, zich juist richt op uitsluiting van kansen en mogelijkheden voor bepaalde groepen. Maar zelfs in die verhaalwereld zijn weldegelijk rolmodellen aanwezig die streven naar verandering en die — door hun daden en resultaten, in interviews en via andere kanalen — laten zien dat een muur (of glazen plafond) doorbroken kan worden, dat succes mogelijk is, welke prijs daarvoor betaald wordt en waarom het doorbreken van die muur (of dat plafond) zo essentieel is voor beide partijen.

Van welk gezichtspunt zou je dat soort verhalen schrijven? En als je hoofdpersoon vecht tegen onrecht, hoe portretteer je dat persoon dan? Als bron van inspiratie? Als een slachtoffer?

Laat je hierin inspireren door de biografieën van en over mensen die in dit soort situaties geleefd en gestreden hebben. Denk bijvoorbeeld aan de gelijkheid van rechten en kansen voor mannen en vrouwen, de leiders van vakbonden die vochten voor veilige en menselijke werkomstandigheden voor arbeiders en mensen die streefden voor de opheffing van apartheid of de opheffing van slavernij.

 

Structurele verafgoding en vernedering

In dit geval worden bepaalde groepen ofwel structureel op een voetstuk geplaatst, of structureel op een lagere plek in die verhaalwereld geplaatst. Vooral als dit gebeurt op basis van (onder andere) sekse, huidskleur, niet-normatieve lichaamsbouw is sprake van discriminatie.

Noot: Het is vooral als je begint met schrijven verleidelijk om heel erg zwart wit te zijn. Goede mensen zijn goed. Slechte mensen zijn slecht. Mensen uit groep X hebben bijvoorbeeld zelf om hun ellende gevraagd en mensen uit groep Y hebben hun succes terecht verdiend. Mensen uit groep A ‘zijn en doen altijd zielig’ terwijl mensen uit groep B per definitie heldhaftig zijn en ‘altijd gelijk hebben’. De wereld is echter vol met grijze gebieden en het beeld wat je nu hebt, hoeft niet altijd correct te zijn. Ook hier geldt dat je elk personage in het verhaal, of het nu een hoofdrol of een bijrol speelt, gelijke kansen geeft.

 

Structurele eenzijdige vervorming en karikaturalisatie van specifieke groepen

In dit geval schetst de schrijver structureel en specifiek een vervormd en/of karikaturaal beeld van bepaalde mensen of groepen. De helden in het verhaal daarentegen worden (soms expliciet) als schoon en normaal neergezet.

Noot: Er is niets mis met satire en het op de hak nemen van bepaalde groepen en groeperingen, zolang de humor ook het zelf raakt. De reden dat dit gevoelig ligt is dat spot en satire door mensen misbruikt kan worden en vaak ook misbruikt wordt om de kloof tussen mensen en groepen te vergroten, door andere en specifieke groepen expliciet en structureel in een negatief daglicht te zetten.

 

Structurele beperking van karaktereigenschappen

In dit geval worden bepaalde groepen en personages structureel gereduceerd tot ze slechts een handvol (vaak stereotype, of expliciet discriminerende) eigenschappen hebben. Vrouwen worden bijvoorbeeld gereduceerd tot emotionele wezens die (behalve een mogelijke belofte tot seks) geen enkel nut hebben en geen enkele concrete bijdrage leveren. De rol van mensen van een niet-normatieve etnische achtergrond wordt bijvoorbeeld beperkt tot die van crimineel, nar en domkop.

Noot: met de beperking (of verarming) van personages gaat ook vaak een stukje vergroting van slechte en (als het om een voetstukpositie gaat) ‘goede’ eigenschappen. Het basisidee is tot balans te komen. Elk personage heeft meerdere eigenschappen, die het interessant maken en diepte geeft. Vooroordelen (die vaak kleurend werken) zijn slechts dat.

 

-ismes en je verhaalwereld

Je verhaalwereld is een keuze. Waarschijnlijk een zeer bewuste keuze. Binnen die verhaalwereld kan (bijvoorbeeld) sprake zijn van expliciete en indirecte discriminatie, een zekere omkering van rollen en machtsverhoudingen, of een grote mate van gelijkheid.

Wat je doet hierin is aan jou. Wil je dingen aan de kaak stellen? Prima. Wil je gewoon een schets geven van een bepaalde situatie? Ook goed. Maar zodra je — bewust of onbedoeld — een -isme in je verhaal introduceert, krijg je automatisch te maken met representatie van een individu uit een bepaalde groep.

In een volgende blogpost ga ik in op een serie van archetypische thema’s die nog steeds (en vaak uit luiheid) in korte verhalen, films en romans gebruikt worden.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s