Diversiteit, inclusiviteit en politieke correctheid

Diversiteit

In de afgelopen 30 jaar is de diversiteit in Nedelrand alleen maar toegenomen. Eén voorbeeld daarvan: er zijn in Amsterdam in 2007 meer dan 177 nationaliteiten geteld. Verder is  diversiteit zeker in Nederland (dat ooit voor een groot deel uit moerasland bestond en voornamelijk door immigranten uit omringende landen werd bevolkt) een integraal onderdeel van de geschiedenis.

Wat doe je als schrijver met een diverse realiteit zoals de onze?

Wat als ‘de norm’ jou als lezer buitensluit?

Wat doe je- en wat wil je als schrijver met personages die binnen jouw genre nauwelijks tot niet gerepresenteerd worden?

Hoe kun je je als lezer identificeren met een verhaal waarin jijzelf, of jouw soort persoonlijkheid, of waarin personages met eigenschappen die binnen jouw voorkeuren vallen, (volledig) afwezig zijn?

Een voorbeeld: jouw lezer is niet-heteroseksueel, niet blank en niet van een blank-Europese achtergrond, maar 95% van de verhalen die beschikbaar zijn in jouw markt gaat over blanke, heteroseksuele mensen met een blank-Europese (en vaak Judeo-Christelijke) achtergrond.

Is (of wordt) diversiteit een speerpunt in je werk? Schuif je die diversiteit onder het tapijt? Hou je het allemaal vaag in het midden (bijvoorbeeld door niets te benoemen en neutrale namen te kiezen) en laat je het (geheel) over aan de lezer?  Of doe je er gewoon helemaal niets mee en is iedereen zoals jijzelf?

 

Racisme

En hoe zit het met racisme? Wanneer ben je als schrijver bezig met het bevestigen van racistische denkbeelden in je verhaal? Is het racistisch (zoals sommigen beweren) als je juist de aandacht verplaatst naar de dominantie van blanke mensen en een blanke cultuur in een bepaalde context?

Is het racistisch om bepaalde groepen uit te sluiten van je verhalen en je verhaalwereld?

 

Seksisme

Seksisme is een ander heet hangijzer. Is het seksistisch als er alleen maar mannen of alleen maar vrouwen in een verhaal voorkomen? Of als slechts één van deze partijen de macht in handen heeft en de ander niet?

Is het mogelijk sappige verhalen vol seks te schrijven, zonder seksistisch te zijn?

Zou je jezelf daar eigenlijk wel druk over willen of moeten maken?

 

Discriminatie

Breder praten we (met racisme én seksisme) over discriminatie. Drie voorbeelden:

  1. Superioriteit — Handelen naar het idee dat één volk of één specifiek geslacht (man óf vrouw) (genetisch of anderzijds) “superieur” is aan het andere.
  2. Privileges — Het (structureel) ontnemen of ontzeggen van bepaalde privileges, op basis van het geslecht, een bepaalde huidskleur of een bepaalde etnische afkomst.
  3. Uitsluiting — Het (structureel) uitsluiten van mensen die van een ander geslacht of van een andere etnische achtergrond zijn.

Een paar voorbeelden:

“Mannen zijn superieur aan vrouwen, blanken superieur aan mensen met een donkere huidskleur.”

“Mannen hebben recht op een hoger loon dan vrouwen. Mensen van een andere etnische afkomst hebben minder recht op sociale bijstand.”

“Vrouwen en mensen van een andere etnische achtergrond zijn hier niet welkom.”

In elk van deze voorbeelden is sprake van een (vaak genormaliseerde en scheve) machtsverhouding. “Wij hebben de macht. Jij niet.”

Verder is sprake van een veroordeling op basis van uiterlijke kenmerken (vrouw zijn, een andere huidskleur hebben) of op basis van herkomst (een andere buurt, een andere stad, een ander land, een ander werelddeel).

Tot slot is in heel veel gevallen sprake van een systematische herhaling van onzin/onwaarheden over die andere partijen. (“Ik ben genetisch superieur aan jou” is daar één voorbeeld van. “Mannen zijn jagers en vrouwen zorgdragers” is een tweede.)

Discriminatie is geen willekeurig is, maar heeft een heel duidelijk aantal doelen, waaronder:

  1. Het klein houden van die ‘ander’ (door hem of haar macht en zeggenschap te ontnemen).
  2. Het drijven van een wig tussen jou en die ‘ander’ (zodat er o.a. geen reden is tot samenwerking).

 

 

Inclusiviteit

Het idee van inclusivitiet binnen het schrijversvak, is dat je andere mensen, met andere kenmerken gaat betrekken in je werelden.

Niet als stereotypen en “omdat het moet” maar omdat ze ook aanwezig zijn in die wereld. Wie en wat en hoe en hoe veel of hoe vaak is aan jou als schrijver zelf.

Maar hoe doe je dat?

De meest eenvoudige manier (zeker als je dat nog nooit eerder hebt gedaan) is door ze precies zo te schrijven als je zou doen met je andere personages.

Denk hierin bijvoorbeeld aan Reilly in de eerste “Alien” film. Gespeeld door een vrouw, maar oorspronkelijk geschreven als een mannelijk personage. Hoe ‘raar’ dat is, komt bijvoorbeeld naar voren in deze quote: “She’s not a sidekick, arm candy, or a damsel to be rescued. Starting with Alien, Ripley was a fully competent member of a crew or ensemble — not always liked and sometimes disrespected, but doing her job all the same.” (bron)

Wie zijn dat? Een greep:

  1. Beroepen — Mannen in ‘vrouwenberoepen’ en vrouwen in ‘mannenberoepen’
  2. Windstreken — Mensen uit verschillende windstreken, die vanwege diverse redenen daar gekomen zijn waardoor ze voor dat verhaal relevant zijn geworden
  3. Geaardheden — Mensen met verschillende geaardheden (seksueel en anderzijds) die dat zijn omdat ze dat nu eenmaal zijn van hun geboorte
  4. Interne bedrading — Mensen met een andere ‘interne bedrading’, waardoor ze de werkelijkheid anders waarnemen; zich binnen hun eigen normaliteit anders denken en/of zich anders gedragen dan de meeste mensen rondom.
  5. Geloofssystemen — Mensen met andere geloofssystemen (en overtuigingen) die binnen hun eigen denkkaders volledig logische verklaringen vinden voor wat voor andere mensen vreemd is of vreemd lijkt.

Benoem je dan ook hun kenmerken? Hun ‘anders’ zijn? Hoe veel aandacht gaat daar naar uit? Hoe doe je dat?

Hier drie uitgangspunten:

  1. Relevantie — Is het belangrijk voor jouzelf en jouw specifieke doelgroep dat dit helder is? Zoja: draai niet om de hete brij heen.
  2. Sfeer en identificatie — Voegt het voor jou en je lezers toe aan de sfeer van dat verhaal en de identificeerbaarheid met dat verhaal en die personages als die verschillen helder zijn? Zoja: wees dan helder over die verschillen en eigenschappen.
  3. Eigenheid — Zijn de personages die je schrijft eigen aan jezelf? Komt het uit je hart of uit een diepe wens dit te doen? Doe het dan gewoon, naar je eigen inzicht.

Het is hierin zeker handig research te doen naar de levens- en belevingswerelden van de personages die je probeer te schrijven. Zeker als die verder bij jouzelf en wat bij jou bekend is vandaan liggen en leven.

De meest eenvoudige manier om die afstand te overbruggen is als volgt:

  1. Research — Doe research. Lees je in. Volg discussies online van mensen die dat leven leiden en in die situaties leven.
  2. Begrip — Leef je in in hun uitganspunten. Kun je hun gezichtspunt begrijpen en overnemen in je verhalen?
  3. Keuzes — Kies hoe je dat wilt doen. Wat toon je? Vanuit welk perspectief? En met wat voor soort persoonlijkheid? (Denk opnieuw aan Ripley uit “Alien”, die kundig én toevallig ook een vrouw is.)

 

Politieke correctheid

Politieke correctheid is wat mij betreft een stok. Waarmee mensen geslagen worden.

Doe je dingen omdat je graag ‘politiek correct’ wilt zijn, heroverweeg dan je redenen om meer diversiteit in je werk te brengen.

De weerstand vanuit de wereld rondom kan behoorlijk hoog worden als je bepaalde taboes of bepaalde denkbeelden expliciet en weloverwogen en goed onderbouwd in je werk naar voren brengt.

De bewering dat iets gedaan wordt “uit politieke correctheid” is wat mij betreft vaak een bewering met een politieke reden: “Hou je bek over mensen die we voornamelijk negeren. Maak ze niet zichtbaar.”

Interessant is dat “politieke correctheid” (soms nabijheid van het woord gutmensch) vaak gebezigd wordt in verband met menselijke verhalen over mensen die (vaak) buiten hun schuld in kutsituaties leven. Alsof het fout is om empathisch te zijn.

 

Je huiswerk doen

Dat “goed onderbouwd” is kern. Als je andere mensen dan de standaard keuzes (die overigens verschillen per genre en doelgroep) binnen je verhaal bestaansrecht gaat geven, is het handig als je goed onderzoek doet. (Zie wat hierboven daarover staat)

Des te beter jij je kunt inleven in je personages, des te echter ze over gaan komen in je werk.

Hoe je dat invult (en hoe ver je gaat in het benoemen van expliciete zaken) is aan jou als schrijver.

 

Uitsluiting versus fouten maken

Moet je ‘andersoortige’ personages (niet-jouw-geaardheid, niet-jouw-huidskleur, niet-jouw-overtuigingen-delend, niet-jouw-afkomst/herkomst) vermijden? (Ongeveer de meest voorkomende vraag op dit onderwerp.)

Ik zelf vind van niet. Juist het verkennen van dat soort personages waar ik vrij weinig over lees en juist het verkennen van die eigenschappen die ik bij mezelf ontken of ontwijk is voor mij wat het schrijven extra leuk maakt.

Ik maak liever fouten dan dat ik me laat opsluiten in ‘meer van mijn veilige zelf, zoals ik wil dat de buitenwereld mij ziet’.

Ik probeer daarin ook steeds explicieter te worden, zonder dat verhaal een draak te maken van — vooral — armzalige/slechtgeschreven karakterschetsen. Elke nieuwe expressievorm (in dit geval het insluiten van meer diversiteit) vereist nieuwe skills. En het leren van die skills kost tijd en moeite en gaat met vallen en struikelen en opstaan en nog meer vallen en struikelen.

 

Tot slot

Ik persoonlijk vind het resultaat daarvan (iets meer diversiteit in mijn eigen werk, een betere representatie van de wereld rondom mijzelf) lonend.

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s