Theory of mind en het schrijfproces

[Eerste draft]

Theory of mind is (Wikipedia):

het vermogen om zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf. Men maakt gebruik van theory of mind wanneer men beschrijft wat een ander ziet, voelt of denkt vanuit zijn perspectief.

 

“Het vermogen zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander” is onder andere weten en begrijpen dat:

  1. Mensen (vaak) niet dezelfde voorkeuren en afkeuren hebben als ikzelf.
  2. Mensen (vaak) niet over dezelfde kennis en achtergrond beschikken als ikzelf.
  3. Zelfs als mensen dezelfde opleiding hebben gevolgd, met een vergelijkbaar ontwikkeltraject als ik, hun ervaring en invulling daarvan totaal anders is (of kan zijn) dan de mijne.
  4. Mensen (in de meeste gevallen) bij een bepaalde gebeurtenis niet dezelfde gedachten of gevoelens hebben als ikzelf.

Over het algemeen begint een kind na het derde levensjaar langzaam een besef te krijgen van die scheiding tussen “wat ik denk/voel/ervaar” en “wat jij denkt/voelt/ervaart” of: “wat ik ervaar is niet (noodzakelijk) wat jij ervaart”.

Maar waarom is dit belangrijk? En met name in het schrijfproces?

 

Als je je wilt inleven in je personages

Ik probeer mijn personages als eigen karakters neer te zetten.

Dit houdt in dat ze andere voorkeuren hebben dan ikzelf, andere gedachten denken dan ik doe en anders reageren op bepaalde situaties dan ik echt zou doen, of in mijn fantasie.

Dit kan tot gevolg hebben dat ik personages creëer waar ik weinig affiniteit mee heb, of juist bewondering voor kan voelen, of zelfs verliefd op kan worden.

 

Als je meer diversiteit zoekt in je personages

Aangezien elk personage een eigen brein heeft en eigen gedachten, kan automatisch de basis ontstaan voor meer diversiteit in die personages. Personages kunnen het grondig oneens zijn over bepaalde onderwerpen en grondig eens op andere.

Ze kunnen lijnrecht tegenover elkaar staan in bepaalde situaties, zorgvuldig samenwerken in anderen, zonder dat het verhaaluniversum in elkaar klapt.

Er kunnen veel mooiere en rijkere grijze gebieden ontstaan waarin meningen verschillen.

Personages kunnen in veel meer richtingen onlogisch handelen in de ogen van anderen binnen dat verhaal, terwijl hun eigen beweegredenen volledig coherent en logisch zijn voor hun karakter én voor de lezer.

Verder zijn personages zich niet bewust van de handelingen van anderen (iets wat je soms nog in het werk ziet van beginnende schrijvers) waardoor geheimen die de lezer wel kent van bepaalde personages, niet bekend zijn bij de andere personages in dat verhaal.

 

Als kritieken en recensies tot je grote verbazing tegenvallen

Lezers kennen je (waarschijnlijk) niet. Noch weten ze van jouw doelstellingen, je inspanningen en andere offers die je hebt gebracht. En — tenzij je wereldberoemd bent — zal ze dat worst wezen.

Lezers zijn gewend aan een overvloed van (soms) andersoortige verhalen. En het is zeer waarschijnlijk dat een groot aantal van die verhalen, waaronder het jouwe en/of het mijne, niet voldoet aan zijn of haar verwachtingen.

Zeker in het begin vond ik negatieve feedback totaal verschrikkelijk. Ik had voor mijn eigen gevoel enorm mijn best gedaan, (vrijwel) alles verwerkt dat uit de feedback van mijn lezers kwam en voor mijn eigen gevoel een (super) mooi verhaal opgeleverd.

Maar mijn mening is niet de mening van de wereld.

Mijn gebrek aan ervaring en redactie in het verleden leverde vaak slordig werk op, vol plotgaten, onlogische sprongen in het verhaal, voor de lezer ongeloofwaardige personages, houterige dialogen. Het werk dat ik nu schrijf is beter doorwerkt, maar vaak lastig te doorgronden doordat ik een bepaalde kant op gegroeid ben die voor voor teveel mensen — zelfs mijn beoogde doelgroep — te cryptisch is.

Ik heb nog steeds moeite mezelf goed in de schoenen van de lezer te plaatsen. Ik heb moeite met het “waarom?” achter de handelingen van mijn personages. Ik heb moeite mezelf als lezer op te stellen, die nog van niets weet, nog van alles moet leren over de werelden die ik schep.

Verder is de mening van de wereld niet altijd noodzakelijk relevant voor mij of mijn werk.

Soms verschillen we dusdanig dat er geen middenweg bestaat. Sommige dingen in mijn werk zijn zo relevant voor mezelf (waaronder het genre waarin ik schrijf) dat ik daar geen afstand van zal doen.

 

Als we onszelf als het middelpunt van het universum zien

Soms ben ik als schrijver niet in staat mezelf los te koppelen van mezelf. Ik ben in die mindset het enige relevante in de wereld en de wereld werkt binnen dat kader (exact) zoals ik dat zie.

Dit neemt en nam binnen mijn werk de volgende vormen aan:

  1. “Als ik snap waar mijn verhaal over gaat, snappen andere mensen dat (automatisch) ook.”
  2. “Als andere mensen niet snappen waar mijn verhaal over gaat, dan ligt dat niet aan mij maar aan hen.”
  3. “Als andere mensen anders reageren op bepaalde situaties in mijn verhaal, dan dat mijn bedoeling was, dan is er iets mis met die mensen / dan zijn ze te dom voor dit verhaal.”
  4. “Als criticasters negatief op mijn werk reageren, dan komt dat omdat ze dom zijn, of omdat ze mij persoonlijk pijn willen doen.”

In elk van deze vier voorbeelden was ik niet in staat “mezelf een beeld te vormen van het perspectief van een ander”.

 

Als de lezer het verhaal niet snapt

Hier zijn de meest voor de hand liggende dingen die ik in mijn eigen proces (als schrijver) over het hoofd zag (voor de behoeften van mijn lezers):

  1. Er was onvoldoende informatie voor de lezer, waarmee de lezer geen houvast krijgt in o.a. de redenen waarom dingen gebeuren en mensen handelen in dat verhaal
  2. Er was geen logische opbouw van dat verhaal, waardoor de lezer geen houvast heeft, niet even aan de hand wordt meegenomen langs de meest belangrijke momenten.
  3. Er mist een stap in het schrijf- en redactieproces, waarin ik als schrijver mijn eigen verhaal ervaar en lees als een lezer.

Hier is hoe ik dit vaak oplos:

  1. Ik kijk of mijn verhaal voor de lezer logisch van opbouw is. Weet de lezer waar hij of zij is en waar we naartoe gaan met het verhaal? Worden we gewezen op de hoofdzaken en bijzaken? Hebben personages een reden om te handelen? Wordt dat op tijd onthuld?
  2. Lees ik tijdens het redigeren als een lezer van het niveau waarvoor ik schrijft? (Kinderverhalen zijn b.v. anders dan verhalen voor volwassenen en verhalen voor de het brede publiek zijn anders dan verhalen voor fijnproevers)

 

Als het saai is of saai wordt

Hier is een andere (overbekende) valkuil die samenhangt met het (gebrek aan) inlevingsvermogen in mijn lezers.

Als het verhaal saai wordt.

Hier zijn een paar mogelijke oorzaken:

  1. Ik ben voornamelijk aan het egotrippen.
  2. Er gebeurt te lange tijd niets dat enig werkelijk belang heeft voor de personages of het plot.
  3. Er gebeurt van alles, maar het duurt te lang voordat voor de lezer duidelijk wordt waarover het verhaal gaat en waarom je personages doen wat ze doen of willen doen. (Het verhaal blijft maar voortkabbelen, zonder dat er iets noemenswaardigs plaatsvindt bijvoorbeeld.)
  4. Er wordt (constant) teveel informatie gegeven die niet relevant is voor de lezer (enorm gedetailleerde beschrijvingen van kledingstukken, kapsels, handelingen, omgevingen bijvoorbeeld)
  5. De schrijver valt in een soort van herhaling door opnieuw dingen te vertellen die eerder in het verhaal al duidelijk waren voor de lezer.

Vaak gaat het in dit soort gevallen bij mij zo dat het verhaal voor mij als schrijver perfect aanvoelt (want het gaat zoals ik voor ogen heb) maar dat het voor de lezer totaal niet werken.

Vaak schrap ik hele stukken (nadat ik ze gekopieerd heb in een “verwijderde stukken” document). Soms ga ik verder dan enkele stukken en schrap ik hele bladzijden met dialogen en interacties (die op het moment van schrijven totaal geniaal leken en achteraf totaal niets blijken toe te voegen aan het verhaal of het verhaalverloop).

Hier is waar ik op let bij het schrappen en redigeren van saaie stukken:

  1. Is er een kernverhaal, een basislijn? Of gaat het verhaal overal naartoe, maar komt het uiteindelijk nergens aan?
  2. Welke stukken zijn echt relevant voor dat kernverhaal?
  3. Welke stukken zou ik weg kunnen laten? (Deze stukken schrap ik vaak zonder genade, nadat ik de tekst heb veilig gesteld in dat “verwijderde stukken” document)
  4. Waar herhaal ik mezelf?
  5. Waar ben ik vaag in mijn omschrijvingen? Kan ik datzelfde kernachtig (en stilistisch sterker) samenvatten in 3 of minder dan 3 heldere zinnen?

 

Helder zijn in je beperkingen en je persoonlijke schrijfdoelen

Omdat ik niet iedereen een plezier kon doen, liep ik vaak tegen onnodige teleurstellingen aan. Ik heb ontdekt dat het zeer schadelijk kan zijn om mezelf hierin uit het oog te verliezen en dat het goed werkt is te weten waarom ik schrijf en wat ik schrijf en waar ik moeite mee heb en voor wie ik dat doet én wie ik daarmee uitsluit. Het helpt me om kritiek in kaders te plaatsen waar ik iets aan heb en die verbeterpunten aan te pakken die zinvol zijn voor mijn soort verhaal.

Een impressie:

Ik schrijf alleen maar SF, met een zware literaire boventoon. Fantasy, Horror en andere genres interesseren me niet.

Mijn verhalen zijn impressies uit de levens van mijn personages, waarover vaak een sausje van actie wordt gegoten.

Mijn personages denken vaak meer dan dat ze handelen, ook al lijkt het dat ze meer handelen dan denken en praten.

Mijn verhaalwerelden zijn even belangrijk als de personages en het plot.

Plot is noodzakelijk voor de lezer en de leeservaring, maar niet mijn favoriete ding.

Ik probeer altijd pulp-elementen toe te voegen om het verhaal gang te geven, maar slaag daar niet altijd in. Zie “plot” en “grootste struikelblok”

Mijn grootste struikelblok zijn de volgende waarom-vragen: “Waarom is dit belangrijk voor het personage? Waarom is dit relevant voor de lezer?”

Ik ben niet in staat om simpele ABC-verhalen te schrijven, omdat dat soort verhalen voor mij kaal en leeg aanvoelen.

Mijn werk moet sprankelen, veel verschillende ervaringen kunnen bieden. Het eindresultaat heeft vaak iets van een roman die is samengeperst in een kort verhaal.

Terugkerende thema’s die mijn interesse blijven houden zijn o.a.: het spelen met rollenpatronen, seksualiteit, gender-issues, discriminatie, onderdrukking en klasse-verschillen.

Ik doe dit voornamelijk omdat ik zelf graag dat soort verhalen lees en schrijf en ik van mening ben dat dat één van de functies is van SF en er niet genoeg van geschreven wordt.

Dit alles geeft mij een helder anker en een helder inzicht in wat ik naast me neer kan leggen en waar ik nog meer aandacht aan moet geven.

 

Begrijpen wie je lezers wel en niet zijn

Het is verleidelijk over de rest van de wereld te denken als “de mensen” en “de lezers” en “hun” en “wij”. Geen van deze groepen bestaat echter (tenzij we op een gegeven moment dat punt bereiken van een echte hive-mind).

Wie mijn lezers ook zijn, hoe groot mijn doelgroep ook is (kan uit een miljoen potentiële lezers zijn, of slechts uit drie mensen bestaan), er zijn altijd mensen binnen en buiten die groep die mijn werk:

  1. Nooit gelezen hebben
  2. Niet zullen waarderen
  3. Niet interessant zullen vinden
  4. Niet zullen begrijpen

In sommige gevallen zal dat permanent zijn.

Dit kan onder andere komen door:

  1. De persoonlijke voorkeuren — Van die lezer(s). Wat ik schrijf, kan die lezer(s) niet of niet voldoende aanspreken. Zelfs als ik alles uit de kast trek.
  2. Een kennis-nadeel — Mijn lezer weet meer over het onderwerp dan ik (en ziet keihard alle fouten die ik maak), of ik bent onbegrijpelijk voor mijn lezer
  3. Bepaalde vooroordelen — Over het genre waarin ik schrijf, of over mijzelf als schrijver.

Het enige dat ik hierover kan zeggen is, is het volgende:

  1. Het is zeer zinvol om in mezelf en mijn soort publiek te investeren. Wat willen ze? Wat verwachten ze? Wat verwachten ze van een schrijver als ik? Kan ik daaraan voldoen? Kan ik nog beter leren dat te schrijven dat ik wil neerzetten? Kun ik nog beter leren te begrijpen wie en wat mijn publiek is?
  2. Het is behoorlijk zinloos stil te blijven staan bij die mensen die niet tot mijn doelgroep behoren. Kritiek? Negatieve opmerkingen? Geen aansluiting met mijn schrijfdoelstellingen uit die groep? Negeren.

 

Als je het gevoel heb dat je iedereen een plezier moet doen

Veel van ons groeien op met het idee dat we iedereen een plezier moeten doen, dat we voor iedereen (volledig) acceptabel en (volledig) aanvaardbaar moeten zijn.

Mijn realiteit?

“Voor iedereen acceptabel en aanvaardbaar zijn” is voor mij onmogelijk geleken en ik ben op een gegeven moment gestopt met “mijn best doen” voor de grote groep. Er is altijd wel iemand die mij raar, dom, stom of een onbetrouwbare eikel vind, die kritiek heeft op wat ik doe en het — om wat voor reden dan ook — totaal oneens is met wat ik denk of doe.

Wat voor mij de last van- en de angst voor negatieve reacties verlichtte was:

  1. Het besef dat ik zelf elke dag exact hetzelfde doe met mensen die ik ken of toevallig tegenkom: het afwijzen en bekritiseren van wat ze doen en laten en dat dit zelden langer duurt dan een flits van een seconde.
  2. Het besef dat ik uit de meeste negatieve situaties weg kan lopen, omdat die mensen niet mijn vrienden en niet mijn geliefden zijn. Mijn groeiende vermogen om geen zak te geven om situaties die niet van belang zijn is ongeveer de allerbeste Zen-meditatie die er bestaat.

 

Wie is je lezer dan?

Mijn lezer is die persoon die een voorkeur geeft aan mijn soort verhalen. Dat kan het soort verhalen zijn dat ik nog wil gaan schrijven, of het soort verhalen dat ik nu al schrijf.

Mijn doelgroep lijkt enorm veel op mijzelf en houdt onder andere van: (je mag dit skippen)

Verhalen met diepere lagen, die zich soms pas na een aantal keer lezen en herlezen onthullen.

Verhalen waarin iets gebeurt, zodat het uitnodigt tot lezen, verslavend kan zijn, uitnodigt naar meer.

Verhalen die een indruk achterlaten, omdat de behandeling van bepaalde onderwerpen bijvoorbeeld bij die lezer tot nieuwe (persoonlijke) (bevrijdende) inzichten leiden.

Succesvolle buitenbeentjes, die mogelijk nog steeds weerstand ervaren vanuit hun omgeving, maar daarin een duidelijke eigen plek hebben gevonden, hoe minimaal dat ook is.

Diepe werelden waarin veel meer gebeurt dan in één verhaal past.

Die doelgroep vind het volgende wel belangrijk, maar pas in tweede instantie:

Actie die het verhaal voortstuwt.

Wat mijn doelgroep vermijdt als gif zijn verhalen waarin:

Makkelijke oplossingen worden geboden voor soms complexe problemen.

Personages zich conformeren aan beperkende normen en beperkende waarden

Jouw doelgroep houdt mogelijk van vergelijkbare verhalen en waarschijnlijk van een ander soort werk en een ander soort schrijver. De kernvragen die ik stel zijn deze:

  1. Wat lees ik zelf het allerliefste?
  2. Wat schrijf ik graag?
  3. Hoe zou ik dat kunnen combineren in mijn werk?
  4. Welk soort lezers wil ik uiteindelijk graag willen bereiken met je werk? Wat lezen die lezers graag?
  5. Is dat haalbaar? Realistisch?

 

De valkuilen van het ego

Ons ego is een kind van een jaar of drie. Dat kind wil aardig gevonden worden.

Een negatieve reactie op een verhaal kon behoorlijk hard aankomen. Voor mij voelde het lange tijd als een afwijzing van iemand van wie ik graag liefde of erkenning wilde krijgen. Zelfs als dat een wildvreemde was.

En wat heel raar was, was dat de mening van een wildvreemde vaak veel meer impact leek te hebben dan de mening van iemand die ik persoonlijk kende.

Ik denk dat dat laatste komt door de volgende drie redenen:

  1. We zijn vaak niet in staat onszelf in de huid van de criticaster te plaatsen. “Vanuit welk oogpunt wordt deze kritiek gegeven?” verwordt hierdoor vaak in rare aannames als: “de criticaster doet dit om mij pijn te doen”
  2. Vanuit dit soort verkeerde beginpunten (o.a. “de criticaster doet dit om mij pijn te doen”) stelde ik mezelf vaak de verkeerde waarom-vraag. (“Waarom wil deze persoon me omlaag halen?” bijvoorbeeld.)
  3. We weten vaak niet hoe we hier uit kunnen ontsnappen.

 

Slot

Inlevingsvermogen heeft binnen het schrijven twee kanten:

  1. Mezelf in de gedachten van de lezer en mijn personages kunnen plaatsen, met de uitgangspunten van die persoon als basis (en niet mijn eigen gedachten)
  2. Begrijpen wat de motivaties zijn (het “waarom”) vanuit een denkkader dat daadwerkelijk niet het mijne is.
  3. Daar iets constructiefs mee kunnen doen.

Verder is tot nu toe — bij het ontvangen van kritiek — de grootste uitdaging gebleken om los te komen uit dat stuk ego dat constant bevestiging zoekt bij alles en iedereen rondom me. “Mag ik er wel zijn? Ben ik goed genoeg voor jou? Vind je me wel lief genoeg?”

Iets dat al meerdere keren in het verleden mijn schrijfplezier heeft bedorven.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s