De Harland Award, 2017

Samenvatting

Wat ik vanaf 2017 hoop te zien is een jaargang (en een start) waarin de organisatie van de Harland Award — onder die zeer specifieke naamvlag van Paul Harland — een standpunt gaat nemen met betrekking tot kwaliteits- en verhaalverwachtingen. Een standpunt dat –vanwege die naamkeuze “Harland Awards”– past bij het karakter van Paul Harland als specifiek persoon én als drager van specifieke vaandels én als criticus binnen het genre.

Ik hoop verder dat de selecteurs, de juryleden en hun criteria véél eerder bekend gemaakt gaan worden, zodat ik als schrijver (waar ik dat zou willen) rekening kan houden hun adviezen en selectiecriteria.

Hier een paar voorstellen voor de 2017-editie.

1: Handel ‘in de geest van’ of (advies:) kies een andere naam

Zou Paul zich de afgelopen jaren hebben omgewenteld? In zijn graf? Waarschijnlijk wel.

Paul was een kritisch lezer en een kritisch schrijver. Hij was fel in het voordeel van verhalen waarin bezieling was te lezen, verhalen waaruit —bij voorkeur— een unieke (en wilde) verbeeldingskracht sprak, verhalen waarin de platgetreden paden hard werden gemeden. Verhalen die iets nieuws brachten. Verhalen waarin grenzen werden opgezocht, regels werden gebroken.

Paul had de neiging de schrijvers die op de veilige paden wandelden, het soort schrijvers dat kritiekloos andermans werk na-aapten, de schrijvers die nooit verder kwamen dan zwakke imitaties van al even zwakke schrijvers, of waarvan het werk uit herkauwd gras of flauwe, kleurloze pap bestond, genadeloos af te branden.

 

Met andere woorden:

Als je een wedstrijd naar een specifieke schrijver vernoemt, eer dan ook (eindelijke eens) zijn standpunten. Of kies (zou ik als optie 2 willen voorstellen) een andere naam voor je wedstrijd.

De Harland Award kan hierin volgens mij het volgende doen:

  1. Zoek uit waar Paul Harland voor stond.
    1. Praat bijvoorbeeld specifiek met Paul Evenblij als het gaat om de inhoudelijke aspecten van schrijven en kritiek. (Kan zijn dat het Paul geen fuck interesseert, wat de HA doet, maar dat is een volgende halte)
    2. Lees of herlees Paul Harlands polemieken en recensies in de edities van: “Fantastische Vertellingen” uit de jaren ’80 en ’90 (uitgegeven door Remco Meisner en vast nog wel te verkrijgen). Analyseer zijn standpunten.
  2. Weerspiegel die standpunten in een lijst met verwachtingen of criteria.

 

2: Verwoordt dat in een statement

Voor mijn gevoel staat de Harland Award momenteel voornamelijk voor: “de winnaar van de Harland Award is schrijver met dat verhaal dat de meeste punten heeft gekregen”. Iets waarover ik al eerder schreef en waarin ik geen persoonlijkheid, kleur, of visie proef. (Zie ook: “Paul en zijn graf” hierboven.)

Ik kom nergens op de site enig inzicht tegen in de concrete verwachtingen van de organisatie naar de deelnemers, behalve globale zaken als: “schrijf een goed leesbaar en boeiend verhaal”, “stuur op tijd in”, “dit en dat verwachten de voorselecteurs en juryleden van een verhaal” en “zo moet je document worden opgemaakt”.

Dus.

 

Hoe zou een “Paul Harland specifiek” wedstrijd-statement er uit kunnen zien?

Hier een voorbeeld op basis van mijn visie op Paul Harland, omdat je ergesn moet beginnen:

De Harland Award beloont met name die verhalen:

  1. Die onmiskenbaar genre-verhalen zijn (SF, Fantasy, Horror, steampunk, cyberpunk, etc).
  2. Die inhoudelijk goed in elkaar steken, onder andere door een solide samenhang van gebeurtenissen in dat verhaal en geloofwaardige handelingen van personages binnen de verhaalwereld.
  3. Waarin de schrijver bovengemiddelde lef toont in zijn of haar schrijven, bijvoorbeeld door controversiële onderwerpen aan te snijden, tegendraadse standpunten in te nemen.
  4. Waarin de schrijver een bovengemiddelde flair en een bovengemiddelde verbeeldingskracht toont in zijn of haar schrijven, bijvoorbeeld door:
    1. Extravagante werelden en/of locaties
    2. Ongewone personages
    3. Ongewone situaties
  5. Waarin een uitzonderlijk inzicht wordt getoond in de brede variëteit van motivaties in het “waarom” van het menselijk handelen.
  6. Die positief staan tegenover homosexualiteit, bi-sexualiteit, a-sexualiteit, polyamorie en een positieve benadering hebben met betrekking tot gender-issues en aanverwante zaken.

 

3: Drop wedstrijd-doelstelling 3: “de schrijver helpen zich te ontwikkelen”

Een wedstrijd is geen groeiversneller voor een schrijver. Een wedstrijd is geen workshop.

Hoe goed bedoeld het ook is, een wedstrijd zoals de Harland Award is te traag (in de beoordeling van verhalen en met een frequentie van één wedstrijd per jaar) om voor een gemiddelde schrijver echt zoden aan de dijk te zetten in een (snelle) persoonlijke ontwikkeling.

Uiteraard is het prima om “de ontwikkeling van de schrijver” als doel te hebben van de organisatie. Maar plaats het dan op dat niveau en ondersteun het door o.a. schrijfboeken aan te bevelen, workshops en workshop-mogelijkheden te noemen van schrijvers als Thomas Olde Heuvelt, Tais Teng en handleidingen te geven in het organiseren van schrijfgroepjes en door facilitaire sessies te doen op de Harland Dag zelf, waarin schrijvers bijvoorbeeld praktische oefeningen doen in samenwerken om samen beter te worden voor de volgende ronde van de Harland Award.

 

4: Verander het concept van selectierondes

Bij Edge.Zero kwam één ding zeer duidelijk naar voren:

  1. Meer beoordelaars zorgt voor een betere balans in de selectie. We hadden o.a. beoordelaars die consistent bepaalde genres of bepaalde type verhalen lage punten gaven en andere genres en verhaaltypes consistent hoog lieten scoren, ongeacht de kwaliteit van het verhaal. Dit soort subjectieve voorkeuren was voor mij totaal onverwacht ( “We hadden toch redelijk objectieve criteria?”), is in mijn optiek geen harde fout en een onvermijdelijke feature van juryleden. Omhels het, gebruik het en doe dat op verstandige wijze. Ook in de keuze van de jury.

 

Hoe zou dat volgens mij gedaan kunnen worden?

Dit is slechts één mogelijke insteek:

  1. Laat alle juryleden alle verhalen lezen – Je voorkomt hiermee “ronde-bias” waarin verhalen soms “onterecht” niet doorgaan naar een volgende ronde (bijvoorbeeld door zeer persoonlijke voorkeuren van twee of drie juryleden in een bepaalde ronde, of specifieke en beperkende criteria waardoor bijvoorbeeld voornamelijk het soort verhalen met een specifiek soort opbouw of insteek doorgaan naar een volgende ronde).
  2. Doe geen rondes, maar gebruik twee “beoordelings-bakjes” – en laat elk jurylid op zijn en haar manier alle verhalen doorgaan. Dit kan er als volgt uitzien:
    1. “Bakje één” – Dit zijn de verhalen, die volgens dat jurylid bijvoorbeeld niet voldoen aan de specifieke eisen van de wedstrijd. Deze verhalen mogen deels ongelezen blijven.
    2. “Bakje twee” – Dit zijn de verhalen die volgens dat jurylid wél voldoen aan de eisen van de wedstrijd. Deze worden geheel gelezen.
  3. Gebruik een vast stramien in de beoordeling van elk verhaal – Bijvoorbeeld die van de literaire analyse (of “verhaalanalyse”). (zie hier voor een voorbeeld).
    1. Denk aan scores op goed gebruik van: vertelsperspectieven, samenhang en verband, spanning, thema, motief, motto, stijl.
    2. Aanvullend voor SF, Fantasy en Horror passen daar ook bij: wereldbouw en geloofwaardigheid.
    3. En even relevant: motivatie (van handelingen), plot en verhaalbeleving.
  4. Dwing geen specifiek soort verhaal af – Er zijn in het verleden in wedstrijden meningen geweest van juryleden en andere sujetten dat een verhaal op een bepaalde manier geschreven zou moeten worden. Bijvoorbeeld: “gebruik niet meer dan één vertelperspectief” en “begin meteen met de actie”. Die criteria zijn vooral onzin als je streeft naar een brede reeks van inzendingen.
  5. Gebruik een puntensysteem per criteria waarop je kunt wegen – Bij Edge.Zero maakten we gebruik van drie opties: “Voldoet volgens mij niet”, “Voldoet volgens mij bijna”, “Voldoet volgens mij wel” op basale technische criteria als “plot” en “ontwikkeling van het personage”. Dit gaf per beoordelaar, per verhaal en per criterium een goede doorsnede van de meningen en ervaringen per lezer en per verhaal een score waarop we konden sorteren en filteren. Wat bij ons ontbrak was een korte motivatie per verhaal, per beoordelaar. “Waarom gaf je deze (lage) score?”
  6. Zet een minimaal leesquotum voor “bakje twee” — In het geval van de Harland Award zijn dat er bijvoorbeeld 25: de 25 (volgens die jury) beste verhalen die mogelijk in aanmerking komen voor een prijs.
  7. Distilleer je prijswinnaars – Met een goed systeem is het relatief eenvoudig om uit die eindlijst een eind-top te bepalen. “Wie wint?”
  8. Schrijf voornamelijk jurybesprekingen voor “bakje twee” – Die bovenlaag zit wel goed. Die snapt waarschijnlijk inmiddels wel hoe je een verhaal schrijft dat kop en staart heeft.
    1. Verdeel al de verhalen gelijkmatig over je juryleden.
    2. Laat per verhaal twee of drie juryliden kort feedback geven over de scores die hij/zij heeft gegeven. Per criteria. Hoe lager het verhaal scoort, hoe belangrijker de feedback is als leerpunten voor de persoonlijke groei van die schrijver.

Met de tijd die HA inboekt voor de beoordeling, mag dit geen problemen geven. En door de besprekingen (Als dat systeem gebruikt zou worden — niet iedereen werkt hetzelfde immers) over de groep te verdelen beperk je ook de werklast per jurylid.

In 3 zinnen samenvatten “waarom ik je een lage score op deze drie punten gaf” is redelijk snel te doen als de beoordeling al gegeven is in de vorm van punten. Aanzienlijk sneller dan een recensie (of sorts) per verhaal te schrijven is mijn persoonlijke ervaring met Edge.Zero — waarin we criteria gebruiken — en is mijn ervaring met wedstrijden als Trek Sagae en de Milleniumprijs waarin je per verhaal inhoudelijke feedback probeert te geven in een zelf-verzonnen structuur.

 

5: Wees niet bang voor die techniek, of: “Maar het is kunst!”

De Harland Awards voor korte verhalen is geen avantgardische bedoening waarin juist het breken van de regels de kern van de wedstrijd is.

“Staat dit huis onbedoeld scheef?” is een valide manier van meten binnen de doelstellingen van de wedstrijd en een valide eerste stap om de kwaliteit van een verhaal te beoordelen.

 

6: Balanceer het met subjectieve meningen

Techniek alleen maakt geen goed, mooi, meeslepend verhaal.

“Vind ik dit huis mooi? Uitdagend? Uitnodigend? Afstotend/bevreemdend/betoverend genoeg?” is daarom die tweede stap, die andere 50% van de beoordeling.

 

7: Zorg voor een goede follow-up

Je wedstrijd is afgelopen? De winnaars bekend? Perfect. Stimuleer je schrijvers het volgende te doen:

  1. Redigeren die hap! – Wellicht niet direct iets dat de verantwoordelijkheid is van een wedstrijd, maar momenteel ontbreekt in mijn optiek een ‘call to action’ om een volgende stap te maken. Biedt instrumenten aan (referenties naar boeken over schrijven bijvoorbeeld)
  2. Insturen die hap! – Stimuleer je schrijvers om hun werk actief in te zenden naar bundels als Ganymedes en initiatieven als Edge.Zero, bladen als SF-Terra en WonderWaan.

 

8: Wees veel eerder met juryleden en introducties

Dit jaar las ik pas een paar weken voor de deadline wie zou gaan jureren, waar die juryleden op letten en wat hun voorkeuren zijn. Dit mag vroeger. Véél vroeger. Bijvoorbeeld een half jaar vantevoren.

Dit geeft me de tijd om mijn verhaal te herlezen op die factoren, bij te schaven waar ik denk dat het onvoldoende voldoet en fatsoenlijk af te ronden voor inzending.

Nu kreeg ik het gevoel dat dit allemaal erg last-minute was waardoor de criteria van de selecteurs en juryleden nauwelijks meer relevantie hadden in mijn proces.

 

Slot: is de feedback in juryrapporten (nog) zinvol?

De Harland Award juryrapporten zijn een erfenis. Uit de King-Kong Award-tijd.

De organisatie zou een enorme efficientieslag kunnen maken door juryleden géén feedback te laten schrijven op elk verhaal.

Zoals één iemand het de afgelopen maand op Facebook stelde: “Kies gewoon een winnaar en klaar.”

En: “Daarnaast leg je de nadruk opnieuw op verbeterpunten, schrijvers die tekort schieten, terwijl de strijd tussen de besten zou moeten gaan, vakmensen die het klappen van de zweep kennen en waarschijnlijk al die verbeterpuntjes al kennen maar onbewust, of waarschijnlijker bewust niet hebben toegepast. Je kunt geen prestigieuze wedstrijd organiseren als de beste kandidaten niet meedoen. Iedereen weet dat bij de paralympics iedereen keihard zijn best doet, maar uiteindelijk draait het om de Olympische Spelen. In Nederland worden op genreschrijfgebied voornamelijk paralympics georganiseerd, maar wie zijn handicaps heeft overwonnen, kan blijkbaar nergens terecht.”

Ding is: de Harland Award is een wedstrijd voor iedereen. Beginnend schrijver en gevorderde. Dit heeft een aantal aspecten:

  1. Kans op ontdekking — Van oudsher kijken minstens één of meerdere uitgevers mee met de wedstrijd. Wat wordt ingestuurd? Is dat interessant? Zou ik dat willen publiceren?
  2. Mogelijkheid tot het krijgen van inhoudelijk sterke feedback — Niet elke schrijver heeft (op dat moment) een schrijfgroep of geoefende schrijvers en lezers die exact de pijnpunten kunnen aanwijzen in een / het verhaal. De HA (en ook de andere wedstrijden) leveren deze dienst.

Dit heeft ook één belangrijke consequentie:

  1. Meer overhead — Voor jury en organisatie (schrijven van zinvolle feedback voor individuele verhalen is geen sinecure bijvoorbeeld, evenmin als het samenstellen van het eindrapport)

Dat de HA (of een andere wedstrijd) zich zou moeten focussen op de topschrijvers en/of (afhankelijk van wie die mening geeft) zich moet weerhouden van feedback naar deze schrijvers is in mijn optiek totaal voorbijgaan aan het nut en doel van dit soort wedstrijden.

Ja: dit zijn JUIST het soort wedstrijden waaraan ook de beginners en de mensen met een handicap mee kunnen doen.

Ja: dit is een essentiële talentenjacht voor hobbyisten en liefhebbers en schrijvers die van mening zijn dat er nog groei mogelijk is.

Wil je iets anders dan dat? Organiseer dan iets anders, met een andere insteek, maar laat de HA in dat opzicht zoals het is. Omdat het concept JUIST rete-waardevol is voor beginnende schrijvers, in een land waarin zo veel andere belangrijke faciliteiten voor die schrijvers (waaronder tijdschriften met een groot bereik, betaling voor je werk, een groeipad dat meer is dan: “hier is het diepe, spring er maar in. Als je aan de overkant komt zonder te verdrinken? Gefeliciteerd!”) simpelweg ontbreken.

Wil je alleen iets voor de toppers? Prima. De helft heeft inmiddels schijt aan wedstrijden, omdat het niets meer toevoegt. Als geheel zijn dat soort wedstrijden voor al voor de buitenwereld voornamelijk schouderklopjes binnen een zeer klein, nauw kringetje. Iets dat al snel naar elitair en incestueus masturbatiewerk gaat neigen.

JUIST dat nieuwe, frisse talent dat in wedstrijden als de Harland Award naar boven komt drijven, met onverwachte en vaak onbekende winnaars houdt de boel fris.

 

Edge.Zero

Ik ontkom er niet aan Edge.Zero ook hier te melden.

Edge.Zero (uit de koker van Mike Jansen en mij) komt dichter bij het: “geef aandacht aan de topschrijvers” concept. Het idee achter Edge.Zero is om dat hele gekut van wedstrijden met een vakjury zoveel mogelijk los te laten. Want eerlijk: voor mij als ouwe rot telt voornamelijk hoeveel lezers ik bereik. Meer is beter.

Edge.Zero volgt daarom veel meer de paden van een uitgever met een magazine, met de doelstellingen van een magazine:

  1. Met zoveel goede verhalen zoveel mogelijk publiek bereiken — Zodat uiteindelijk omzet kan worden gegenereerd (uit donaties) en de gepubliceerde schrijvers ook daadwerkelijk een (maximaal) publiek kunnen bereiken
  2. Schiften op kwaliteit, binnen een bepaald kader — Dat publiek moet werk krijgen waar we zelf achter kunnen staan. En als “uitgevers” hebben we daarin hele specifieke voorkeuren.

We geven wel feedback, maar die feedback is voornamelijk standaard, omvat de mening per beoordelaar en inhoudelijk voornamelijk op basis van checklijsten en scores.

De reden voor Edge.Zero is juist dat te doen wat relevant is: een podium bieden voor het beste werk dat in Nederland en België geproduceerd wordt.

 

Eindgedachten

De wedstrijden die we hebben worden in bepaalde groepen te relevant gemaakt. Tot het punt waar ik denk: “waar maak je je zo (ziekelijk) druk over?”

Met enorm respect naar elke organisator een sneer naar de criticasters: Het gaat fucking nergens over als er geen structurele follow-up is.

Want wat win je uiteindelijk? Wat is de volgende stap? Wie pakt jouw verhaal op? Waar kom je vervolgens terecht? Blijf je doorgaan met schrijven? Biedt je je werk ook naar andere markten aan? Blijf je jezelf ontwikkelen? Wordt je gelezen? Bouw je daarmee een fan-base op?

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s