4 non-productieve weken

Van weerzin en weerstand ben ik rustig aan ook hier naar acceptatie gegleden.

Wat is er aan de hand?

Ik heb een keelontsteking. Deze duurt nu een week en is hopelijk eindelijk afgelopen. De week daarvoor waren er een aantal sociale en andere verplichtingen die mijn effectieve schrijftijd heeft beperkt tot 12 uur. Op een week van 50 beschikbare werk-uren.

Met die opkomende keelontsteking was mijn effectiviteit in die 12 uur minimaal. Ik heb dingen kunnen doen, maar veel  verder dan het overdrachtelijke schaven en schuren van basale dingen ben ik niet gekomen. Onder andere omdat mijn woordenschat van 10 miljoen woorden terugvalt naar 50. En omdat ik dat extra vuur mis.

De week daarvoor was ik op vakantie.

De week daarvoor redigeerde ik een Engelse versie van Verhaal X, waarvan op 2 april bekend is of het gedaan heeft wat het heeft moeten doen (toppositie) of niet (opnieuw ergens in de lage regionen.)

De week daarvoor schreef en redigeerde ik een Engels verhaal, “Everything as a result of short term something” waarvan ik ongeveer 50% ga wegpleuren omdat het niet doet wat ik wil dat het doet.

De slechte invloed  van peer pressure

Ik ken mensen in mijn directe kring die in 12 maanden een roman hebben opgeleverd en afgeredigeerd. Terwijl ze daarnaast aan het werk waren. Die elke dag neerzitten en een x-aantal woorden schrijven.

Naast de dagelijkse bezigheden.

Met een full-time sabbatical, voel ik me lui met mijn “lage productie”. Of tenminste traag. Want op elke dag schrijven volgen minstens 4 dagen redigeren.

Niet omdat dat schrijfwerk zo slecht is, maar omdat ik het niet goed genoeg vind. Omdat het te vlak geschreven is. Omdat er geen spanning in zit. Omdat er spanning ontbreekt. (Het soort spanning van: “je pakt een stuk hout in twee handen en buigt het over je knie” dat niet specifiek gerelateerd is aan “er gebeuren heel veel actie-dingen”)

Of tenminste ongefocused, want ik heb 100 dingen gedaan, behalve werken aan mijn roman.

Vervolgens worden mijn neefjes en nichtjes jong-volwassenen en pubers en hebben ze alweer X-jaar muziekles achter de rug en studeren ze af of gaan ze naar het voortgezet onderwijs.

En mijn roman is nog steeds niet af. En mijn deadline nadert. Want mijn spaargeld raakt op en ergens in mei/juni zou ik verstandelijkerwijs weer aan de slag moeten.

En in mijn hoofd heb ik af en toe gesprekken met denkbeeldige mensen, waarin ik uitleg waarom mijn roman nog niet af is. En waarin ik mezelf verwijt dat ik te traag ben en zo.

Fuck die shit

Ding is: alles heeft z’n eigen tempo. En ja: ik kan dingen doen zoals schrijver X of schrijver Y, inclusief “elke ochtend (of avond) een X aantal woorden schrijven”.

Ik herlas “The Demolised man” van Alfred Bester. En ik zag dat een film (waarvan ik nu even de titel vergeten ben) in 2004 verschenen was en dat daar 3 jaar voorbereidingstijd aan voorafging en dat gaf me op de één of andere manier het gevoel dat het niet zo uitmaakte.

Zolang die fukking roman maar afkomt. En zolang ik niet vergeet waarom en voor wie ik die roman aan het schrijven ben. (Mezelf.) En zolang die roman maar doet wat ik wil dat het doet. (Een gevoel van schoonheid overbrengen. En liefde. En het besef dat dingen ook anders kunnen.)

Acceptatie

De keelontsteking en de slaap en het niets anders kunnen doen dan uit bed komen en weer naar bed gaan en nog maar weer eens een paar uur slapen leerde me iets dat ik al een paar keer daarvoor heb geleerd.

Sommige dingen gaan zoals ze gaan. Vechten ertegen heeft geen zin.

Het pad dat ik kies is van revisie. En revisie van revisies. Tot ik op een gegeven moment dat punt bereik waarin het verhaal doet wat het moet doen.

Dit heeft als consequentie dat ik een lage productie heb. En dat verhalen lang blijven liggen. En soms 2 jaar of 5 of 10 jaar later pas weer worden opgepakt om afgemaakt te worden.

Dith eeft ook als consequentie dat anderen rondom me (en ik ben een jaloerse bitch, ik ga dat niet ontkennen) links en rechts in Nederlandstalige en Engelstalige publicaties verschijnen terwijl er van mij momenteel slechts één werk online staat: “Gila Pradopo”.

Hier is het enige dat ik niet meer doe is een verhaal in de steek laten. Zoals ik met 4 andere romans in 2003 en 2012 wel heb gedaan. Ik wordt te oud voor die shit.

Een tweede verandering is het besef dat ongeacht wat er speelt of gebeurt, het schrijven een soort aanhangsel van mezelf is. Ik kom er niet vanaf.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s