“Waarom is dit relevant?” Over personages, hun motivaties en de lezer

Ik vergelijk in dit kader het verloop van een verhaal in mijn hoofd vaak met een auto-ritje, waarbij de schrijver de bestuurder is en de lezer de passagier.

Modellen die ik gebruik

  1. Belofte en vervulling van die belofte — Waar gaat dit verhaal naartoe? Wat wil de hoofdpersoon? Wat kunnen we als lezer verwachten?
  2. Motivatie en conflict — Wat wil het personage? Wat is daarvan niet mogelijk? Niet acceptabel voor de omgeving? Wat wordt tegengewerkt? Welke drijfveren heeft de hoofdpersoon? Welke daarvan botsen met de dingen die door de buitenwereld worden verwacht van dat personage?
  3. Waarden — Vanuit welke waarden werken de personages? Welke waarden liggen er onder die drijfveren?
  4. Rode draad — Wat is door het hele verhaal de leidraad? De kern? Het thema dat terug blijft keren?

Ik splits een aantal van die modellen uit in sub-modellen. Omdat ik daarmee meer antwoorden krijg. Voor elke nieuwe omgeving werk ik opnieuw die lijst uit.

Reden?

Mijn werelden en mijn personages wijken vaak van gebaande paden af. Het ligt voor mij heel vaak niet echt voor de hand waarom ze een bepaalde handeling juist wel of niet plegen.

Zonder na te denken over het “waarom?” blijven die personages vaak oppervlakkig. Deze modellen (hoewel “uitgebreid”) helpen me om op verschillende manieren naar die personages te kijken en met vrij simpele vragen antwoorden te vinden waarmee ik scenes vaak van “meh” naar “Fukkerdefuck. Dat was intens” kan tillen.

 

Verveling en doelstelling

Verveling slaat vaak toe als ik geen flauw idee heb van waar we naartoe gaan. “Waar gaan we naartoe? We zijn nu al drie uur onderweg. Zijn we er al? Waarom zijn we in Belgie?”

“We gaan naar Parijs.”

“OK. Waarom zijn we met de auto?”

“Omdat dat uiteindelijk sneller is dan het vliegtuig of de TGV. We moeten in een buitenwijk zijn.”

“OK. Waarom nemen we deze stomme afslagen?”

“Omdat er een file is.”

“OK. Maar waarom stoppen we elke 30 minuten bij een tankstation?”

“Omdat ik zwanger ben en ik geen zin heb om in mijn broek te pissen.”

“OK.”

 

Belofte, vervulling van die belofte

Het overkoepelende model dat ik bij het schrijven gebruik is dat van “Promise & delivery”. Ik maak aan het begin een belofte. Gedurende het verhaal vervul ik die. Of niet.

Ik moet op een gegeven moment weten wat die belofte is. Wat ga ik je bieden? Waar gaan we uitkomen? En ik moet weten waarom zowel de belofte als de uitkomst van die belofte relevant zijn.

De MANIER WAAROP ik die belofte vervul, is wat mijn verhaal mijn verhaal maakt.

De helderheid waarmee ik zelf kan antwoorden wat die belofte en de vervulling is, maakt voor een groot deel of mijn verhaal meer wordt dan een aaneenschakeling van gebeurtenissen.

Vertrouwen: samen op reis

Eén manier waarop ik de band tussen lezer (jij) en schrijver (ik) zie is die van vertrouwen. Jij: de lezer, gaat samen met mij op reis. Een reis die ik georganiseerd heb.

Belofte, vervulling, obstakel, bijstelling, hernieuwde belofte, vervulling,

In het bovenstaande voorbeeld (“We gaan naar Parijs”) is –naast dat vertrouwen– sprake van een belofte, die niet zomaar wordt ingevuld. En niet zomaar met de meest voordehandliggende oplossingen — voor de passagier. “Waarom stoppen we zo vaak? Waarom gaan we niet met de TGV?” en zo voorts.

Elke keer als ik als schrijver een nieuw obstakel opwerpt, of afwijkt van de route, is het binnen mijn model –dat ik steeds strakker probeer toe te passen– belangrijk dat de lezer (nog steeds) het gevoel heeft dat dit een reden heeft die samenhangt met het doel.

“Waarom wijken we af?” “Omdat er een file is.”

Ik wil dat die zijsporen relevant zijn. Van toegevoegde waarde zijn. En dat voor de lezer elk van die zijsporen iets toevoegt dat past bij de totaalbeleving. En dat alleen datgene getoond wordt wat toevoegt.

“We gaan naar Parijs” is de belofte. “Er is een file” is een obstakel. “We gaan nu een B-weg op” is een zijspoor. “We stoppen bij een tankstation” is een onderbreking.

Motivatie en conflict: het personage en de lezer

Wat voor het personage HEEL BELANGRIJK is, kan voor de lezer in eerste instantie totaal niet relevant zijn.

“Waarom zou me dit boeien? Waarom zou ik dit lezen?”

Een van de meest eenvoudige middelen om hier antwoord op te geven is via conflict. Dit conflict is niet “een schreeuwende ruzie”, maar iets dat spanning veroorzaakt tussen “wat zou moeten zijn / zou moeten gebeuren” en wat in werkelijkheid door een personage wordt uitgevoerd.

Een simpel model: Nurture, Nature & Culture

“Nurture” is in dit model: “Datgene wat een persoon vanuit zijn of haar opvoeding meekrijgt”. Die opvoeding is in de breedste zin van het woord.

“Nature” is in dit model: “Datgene wat een persoon inwendig motiveert”. Natuurlijke drijfveren. Regels en meningen die vanuit de persoon zelf komen.

“Culture” is in dit model: “Datgene wat het personage omringt”. Die cultuur kan heel dwingend zijn, maar ook nauwelijks zichtbaar zijn.

Onderwerp, Nurture, Nature, Culture & Conflict

Dit (voor mij nieuwe model) werkt als volgt (in bold de conflicten):

Onderwerp: Vrijheid

Nature: Mijn hoofdpersoon wil vrij zijn. In elke mogelijke vorm.

Nurture: Haar sturende omgeving en haar opvoeding is gericht op gehoorzaamheid. Vrijheid is toegestaan, maar binnen zeer beperkte kaders. Waaronder een soort “bargevechten” die oogluikend worden toegestaan.

Culture: Vrijheid is relatief. De meeste mensen voelen zich vrij in de omgeving waarin ze leven. Niet iedereen wordt opgevoed zoals dit personage. Veel mensen snappen haar probleem niet en voelen zich vrij.

Conflicten:

  1. Tussen haarzelf en haar directe omgeving (moeder, meesters)
  2. Tussen haarzelf en de mensen in die cultuur. Haar eigen gevoel van gevangenschap wordt niet gedeeld. Ze is onbegrepen.

Dit is een simpel voorbeeld en het begin van de volgende stap: drijfveren.

Interne en externe drijfveren, conflict

Een persoon wordt –in de modellen die ik gebruik– gedreven door twee verschillende drijfveren:

  1. Intern — De dingen die een persoon zelf wil
  2. Extern — De dingen die door de omgeving van dat personage veroorzaakt of verwacht worden en waaraan dat personage zich (mogelijk en ofwel) verbonden heeft of niet meer uit kan onttrekken.

Een drijfveer is sterker dan “gewoon maar iets willen”. Een drijfveer zet een persoon in beweging. Een drijfveer zorgt dat plannen ook werkelijk uitgevoerd worden. En ook drijfveren kunnen botsen.

In mijn geval:

  1. Interne drijfveer: “Ik wil vrij zijn”
  2. Externe drijfveer: “Ik moet het bedrijf van mijn moeder voortzetten”
  3. Conflict: “Als ik mezelf vrijmaak, zal het bedrijf mogelijk kapot gaan.”

Nut en verschil

Diepte: Wat uit het “Nature, Nurture, Culture” model komt is voornamelijk handig om het personage diepte te geven. Hoe reageert hij/zij op bepaalde gesprekken en situaties? Wat maakt hem of haar herkenbaar en zelfs uitzonderlijk in de ervaring van de lezer? Waarom is dat personage meer dan een instrument? Meer dan een pop die maar wat door de schrijver wordt rondgeduwd? Waar is de weerstand? Waar ligt de passie?

Verscherping van het conflict: Dat model helpt verder als instrument om het conflict, dat uit de interne en externe drijfveren kan voortkomen, scherper te stellen. Doordat we het personage ook op andere vlakken beter leren kennen, gaan we beter begrijpen waarom de eigen belangen in dit conflict zo relevant zijn voor dat personage.

Oorzaak van primair conflict: Een botsing tussen de Interne en Externe drijfveren helpen (zoals gezegd) om de oorzaak van het primaire conflict duidelijk te stellen. “Waarom doe je dit?” kan uit dit model een goed antwoord krijgen.

Externe drijfveren?

Een paar voorbeelden:

  1. Er is een oorlog gaande. De hoofdpersoon wordt meegesleept.
  2. De hoofdpersoon is alles kwijtgeraakt en moet een deel weer terugvinden om te overleven.
  3. De omgeving is van mening dat je alleen van waarde bent als je X of Y bent of doet. De hoofdpersoon gaat daarin mee.
  4. De omgeving dwingt een bepaald gedrag af, omdat niet-conformeren nare consequenties kan hebben.

Interne drijfveren?

Vier voorbeelden:

  1. Het personage wil (koste wat kost) zelf vrij zijn
  2. Het personage wil graag iemand anders dienen.
  3. Het personage wil koste wat koste een heel specifiek eigen doel bereiken.
  4. Het personage wil eigenlijk met rust gelaten worden.

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s