Uitgevers en pareltjes en bagger-werk — ruw beeld

[Dit is mijn hele ruwe beeld over het uitgeversgebeuren. Ik kan er naast zitten. Mede omdat ik niet direct in die wereld zit of zat, en alleen een paar verhalen ken]

Het vak zelf is sinds de jaren ’80 veranderd. Van redelijk “idealistische” instellingen waarbij het boek en de schrijver belangrijker waren (simplistisch gesteld) dan de winst, heeft een verschuiving plaatsgevonden naar de commercie.
De uitgeverij is veel meer een bedrijf geworden.

Dit heeft consequenties gehad die o.a. heel zichtbaar zijn geworden voor schrijvers zelf. Maar ook voor series. “Als het niet verkoopt, gaan we niet door” inplaats van: “we geloven in deze serie en gaan door, zelfs als de verkopen tegenvallen”.

Zilverbron/zilverspoor

Zilverspoor / Zilverbron heeft aan de ene kant een hele slimme zet gedaan: hun Zilverbron-fonds wordt geheel gefinancierd door de schrijvers zelf, waardoor de uitgeverij omzet kan halen met het uitgeven van genre-boeken die anders niet mogelijk is.
Dit is enorm knap. En het valse deel van mijzelf kan daar hele valse dingen over zeggen, maar zakelijk gezien heeft de uitgeverij het beste gedaan wat het had kunnen doen binnen dit kader.

Vervuller van wensdroom

Ik zie Zilverbron als een vervuller van een wensdroom: uitgegeven worden bij een uitgever. Het beloont de schrijver met een boek.
En zoals gezegd: het is aan de SCHRIJVER om te bepalen of de prijs voor die beloning (2000 euro, je eigen boek in druk) het dat waard is. En voor velen is dat zo.

De consequenties (meer dan het gevaar) zijn de volgende:

  1. Positief: Er verschijnen veel meer genreboeken van eigen bodem
    Negatief: Veel daarvan zou eigenlijk nog een aantal stevige herschrijf-rondes moeten krijgen.
  2. Positief: Veel schrijvers zien hun wens vervuld worden (uitgegeven worden!)
  3. Negatief: Er komt zoveel genrewerk van middelmatige kwaliteit op de markt dat er een soort keuze-blindheid ontstaat
  4. Negatief: de uitgeverijen die minder boeken uitgeven (en mogelijk van betere kwaliteit) moeten meer moeite doen om _hun_ werk onder de aandacht te brengen. (Ze brengen één van vele titels uit dat jaar)

Uitdaging en onderscheid

Het is de uitdaging voor die uitgevers om zich te onderscheiden met schrijvers die op de één of andere manier met kop en schouders boven de anderen uitsteken.
(Wie dat bepaalt — en waar je die schrijvers gaat vinden — is nog even een andere uitdaging)

Het is daarin ook een enorme uitdaging om de productie constant te houden. Als je als uitgever per jaar één boek uitbrengt, bouw je niet echt een publiek op. Of heel langzaam.
Meer boeken, meer schrijvers is ook meer kans om op het netvlies te komen bij de lezer.

Ik denk dat uitgevers zich bewust zijn van hun merk en hun positie. “Wie ben ik? Wat geef ik uit? Voor wie is dat?”
Quasis is daarin anders dan Macc of Celtica of Zilverbron/Zilverspoor of Verschijnsel

Fonds, schrijvers, kwaliteit

Zover ik begrijp (uit gesprekken) is het grootste probleem:

  1. Om een stevig fonds op te bouwen (goede schrijvers, sterke verhalen) heb je een minimaal aantal schrijvers nodig (zeg: minstens 5 goeie schrijvers met de hoop te groeien naar 10)
  2. Er zijn maar heel weinig genre-schrijvers in Nederland die nu, op dit moment, werk kunnen leveren van een hoge kwaliteit.
  3. Deze schrijvers zijn niet allemaal even productief (lees: schrijft niet minstens één boek per twee/drie jaar)
  4. Deze schrijvers zijn niet altijd bereid om mee te werken (andere plannen, geen match met de uitgeverij)
  5. Deze schrijvers schrijven niet altijd werk dat bij een groot publiek aansluit. Soms kan dat werk zelfs ondoorgrondelijk zijn voor veel lezers. Het soort “Topschrijver, maar toch onleesbaar werk en eigenlijk bagger van zeer hoog literair niveau”

Golden age

Wat ik begrijp uit o.a. de verhalen over de “golden age” in de US hebben een aantal factoren daar een rol gespeeld tot de groei en bloei van het genre:

  1. Er was een markt en er was geld (voldoende om schrijvers het equivilent van 1 euro per geschreven woord te betalen, zodat je met een verhaal van 2000 woorden je maandlasten kon betalen)
  2. Er was een betalend platform voor korte verhalen (waardoor schrijvers zich konden ontwikkelen)
  3. Er was / kwam een redacteur die zielsveel om het genre gaf, persoonlijk investeerde in de schrijvers en schrijvers doelbewust in een bepaalde richting duwde. (Campbell en later … ben ik vergeten)
  4. Er was een lezerspubliek, groot genoeg om uitgeverijen rendabel te maken (bestsellers van 100.000 stuks en meer per titel)

Schrijvers

Voor schrijvers was er (indirect en direct)

  1. Een podium waarop- en een kweekvijver waarin ze tot bloei konden komen
  2. Stimulans en begeleiding

In mijn optiek staan we in Nederland nu waar de Amerikaanse schrijvers en uitgevers ergens in 1920 stonden. We hebben iets van 200 genre-schrijvers die zo nu en dan iets insturen.

Een paar daarvan leveren werk van goede kwaliteit. (En zijn in overdrachtelijke zin de voorlopers zoals Jules-Vernes en H.G. Wells dat waren)

Er begint zich een markt te vormen waar je uitgegeven kan worden en waar je als schrijver kunt groeien.

Vrijwilligerswerk

Het enige belangrijke verschil is geld. Dat geld is er niet. Er is geen geld. Er is geen huidige afzetmarkt die groot genoeg is om schrijvers te betalen. Er is geen geld. Er is geen huidige afzetmarkt die groot genoeg is om… etcetera

Zonder dat geld en zonder die afzetmarkt kun je de meest mooie dingen verzinnen en willen, maar zonder dat geld blijft het hangen bij goede bedoelingen en een paar gekken die tegen alles in toch door blijven beuken.

Schrijven van genre-werk in Nederland is momenteel voornamelijk vrijwilligerswerk. Als er al een vergoeding is (vanuit de uitgever) dan is deze –zover ik de cijfers ken, en met een voorschot van 2500 euro– niet groot genoeg om een jaar van te leven.

Hoe bereiken we ons publiek?

Ik wil iets duidelijk stellen vanuit mijn kant. [In reactie op mijn eigen facebook-reacties in de draad waaruit deze tekst komt]

Ik wil heel graag dat er meer gaat komen voor schrijvers. Meer kansen, meer publiek, meer aandacht. Om die redenen heb ik o.a. donaties gedaan naar de Harland Award en de ‘Stichting voor bla bla bla’ en is er geld toegezegd naar Roelof Goudriaan voor betaling van schrijvers van WonderWaan, zodra de backlog online en/of en gratis e-pubs gepubliceerd gaat worden MET respect voor de schrijvers.

Ik kijk naar de markt op dit moment als eentje die in ontwikkeling is en net van de grond begint te komen. (Been there many times.) De regels die in dat moment gelden zijn anders dan de regels die gelden in een markt die al ontwikkeld IS.

Een markt die nog niet ontwikkeld is (lees: waarin je als bedrijf nog geen winst kunt maken en voornamelijk aan het investeren bent) vereist moed en doorzettingsvermogen en een stuk financiële steun die NIET uit die (potentiële) markt voortkomt maar onder andere van donateurs, sponsors, vrienden, familie en de eigen partner (bijvoorbeeld: “doe jij jouw ding EN hou het huis schoon en de koelkast vol, ik verdien het geld wel om de huur en het gas/water/licht en de boodschappen te betalen”)

De kans van falen (lees: de kans dat je niet voldoende omzet haalt om je bedrijf levensvatbaar te maken zonder externe steun) is groot.

Welnu:
We kennen inmiddels het truukje: “Hoe druk ik een mooi boek?”

De grootste focus nu zou moeten zijn: “Hoe bereiken we ons publiek?” En dan niet die 500 die nu voor een mooie break-even zorgt, maar die 5000 die zorgt dat we kunnen groeien.

Mijn grootste zorg nu is dat we regels hanteren die bij een ontwikkelde markt horen. “Betaal de schrijvers. Geen gratis content.” etcetera.
Dit is echter een doodlopende steeg. Je kunt niet oogsten zonder te zaaien.

Hoe ga je in dat nieuwe / onontgonnen marktgebied doorbreken? Wat is je verwachting qua markt-omvang? Hoeveel potentiële klanten denk je dat er zijn?

Zilverbron heeft daarin –vanuit hun zakelijke kant– een hele duidelijke stelling genomen: “We verwachten dat die markt er niet is, dus gaan we zelf geen risico nemen.” Daarom betalen de schrijvers zelf. Een hele gezonde en praktische keuze wat mij betreft. En in z’n eigen recht prima en vanuit andere standpunten (die allemaal ook hier besproken zijn) wat cynisch en ook niet echt leuk.
Waar is de expansie-drift naar de markt?

“Als je schrijvers betaalt, MOET je wel aan je promotie werken”

Er werd in de facebook-draad [waaruit dit komt] opgemerkt dat als je in je schrijvers investeren, je wel MOET werken aan de ontwikkeling van je markt (mijn woorden).

Dit is een foute en omgedraaide redenering.

Als uitgever maak je een zakelijk plan. Dat plan is gebaseerd op wat je denkt te weten van de markt.
Als die markt positief is (er zijn kopers, er kan winst worden gemaakt binnen X-jaar tijd) dan ga je op zoek naar investeerders. Zodat je geld hebt.

Met dat geld betaal je je mensen (inclusief je schrijvers en je markering/PR mensen). Vervolgens ga je aan de slag om je targets te halen. (Omzet)

Elk jaar check je (etcetera)

Als die markt negatief is (er zijn te weinig kopers om winst te maken) ga je afwegingen maken. “Wat doe ik wel? Wat wil ik niet?”

“Ga ik mijn schrijvers betalen?” “Ga ik investeren in marketing?” “Waar doe ik dat?” “Hoe ga ik het geld verdienen voor de investeringen die nodig zijn?” En zo voorts.

Als het niet je intentie is om tijd en moeite te steken in je schrijvers of je fonds (een truukje dat ik o.a zag bij L.S.), dan blijkt dat vanzelf. “Beste schrijver, ik wil dat JIJ je promotie gaat doen” is één van die signalen dat een uitgever eigenlijk te lui of te cheap-ass is om zelf te investeren in de marketing, promotie en groei van dat fonds.

Klein fonds

Voor een kleine uitgever in een negatieve markt zou ik kiezen voor:

  1. Focus op bereik en kwaliteit. “Zoveel mogelijk lezers bereiken met retegoeie content”
  2. Betaling van mijn schrijvers. (1 cent per woord om mee te beginnen)
  3. Geld binnenhalen via andere kanalen (o.a. sponsors en werk uit goedbetalende andersoortige arbeid)

De content die ik zou bieden zou een deel gratis zijn (promotie – een discussie die we al eerder hebben gehad) en die promotie-content zou ik gebruiken om de boeken te pluggen. “DEZE SCHRIJVER HEEFT OOK EEN PRACHT-BOEK! KOOP HET NU!” en: “ALLE 15 VERHALEN VAN DIT KWARTAAL GEBUNDELD ALS EBOOK! VOOR MAAR 10 EURO! STEUN ONS! KOOP HET NU!”

Kwaliteit zou #1 zijn. Geen bagger. Sterke content. Goed geredigeerd.

Succes zou ik meten op page-views. “Haal ik de 300 views per dag?” “Zien we effecten van online campagnes?”

Promotie van werk van eigen bodem: de favorieten van-

Ik denk dat een “de favorieten van..” zou kunnen werken (zoals eerder gezegd). “De 20 meest favoriete boeken van [X] in 2015”. Als ik op facebook al vind dat je met goede argementen komt, kan ik in je favorietenlijstje bijvoorbeeld zien welke boeken je graag gelezen hebt (met referenties als “X was met haar vorige boek al goed op dreef, maar dit boek gaat weer een stap verder”_. Wat mij weer kan aanzetten om het werk van X te gaan zoeken en lezen.

Zoals dit: buzzfeeds beste SF boeken van 2015.

Ik ben heel nieuwsgierig naar leeslijsten van Jan VantEnt en Paul van Leeuwenkamp en en Roelof Goudriaan en Jos Lexmond en andere lezers die ook recenseren (of gerecenseerd hebben). En niet zozeer recensies, maar meer: “deze schrijvers en deze boeken van eigen bodem vond ik de moeite waard. En wel om deze redenen” En wellicht ook: “Deze schrijvers MOET je ECHT lezen”

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s