Redactie: hoe ik mijn verhalen doodschrijf of juist levendiger maak

Subtitel: “(Intensief) Redigeren: gevaar of goed idee?”

Perfectie. Of “mijn variant” daarvan

Er zijn even simpel gezegd twee kampen:

  1. De criticasters die soms of vaak totale perfectie wensen en eisen.
  2. De lezer die een leuk en fijn verhaal wil lezen

Het is aan de schrijver zelf welke schrijfdoelen hij of zij stelt. In mijn geval ben ik een zeer kritische lezer en een criticaster die “totale perfectie” eist. Ook in mijn eigen werk.

Maar mijn schrijfdoelen zijn niet heilig. Schrijvers die niet aan mijn (perfectionistische) schrijfdoelen voldoen, zijn niet minder schrijver dan ik: een redenering die ik vaak online voorbij zie komen. “Schrijvers MOETEN dit en dat!”

Bullshit.

Schrijvers die niet schrijven zoals ik, zijn schrijvers met andere doelstellingen en voor een ander publiek. Zo simpel is het. En als ik als lezer geen zin heb in het werk van die schrijvers, lees ik ze niet.

Ik ga verder niet proberen die schrijvers te veranderen (zodat ze gaan schrijven wat ik wil bijvoorbeeld).

Schrijvers zijn vrij om te doen wat ze willen. Klaar.

Fouten durven maken

Elk verhaal is in principe nieuw. Schrijven is daarom ook: experimenteren. Dingen doen die je al kent, dingen doen die je nog nooit geprobeerd hebt. Combineren. Lostrekken van dingen die je voorheen samen deed. Falen. Slagen. Opnieuw uitproberen. Zijpaden verkennen. Dingen loslaten. Jezelf laten verrassen. Fouten maken en fouten herstellen.

Als je verder wilt, hoger wilt: redigeer

Als je verder wilt met je schrijven, hoger wilt klimmen op je eigen ladder van mogelijkheden (wat een persoonlijke keuze is) dan is redactie essentieel. Geen enkele eerste versie van een verhaal (ongeacht wat je op dat moment mag denken en voelen) is het beste wat je uit dat werk kan halen.

Er zijn altijd dingen die onderbelicht zijn gebleven, pareltjes in je verhaal die nog niet uit de oesters zijn gehaald, goud op de grond en in de berm van het verhaal dat nog niet is opgeraapt, diamantjes die wel gevonden, maar nog niet (helemaal goed) geslepen zijn.

In mijn eigen ervaring begint een verhaal pas echt goed te glanzen na drie schrijf- en redactierondes. De eerste is de ruwe en eerste draft en de afronding daarvan, zodat het “af” is en gelezen kan worden. De tweede is de redactie na feedback. De derde versie is nadat het verhaal even gelegen heeft, eventueel nog wat feedback heeft gekregen en een derde schrijf en redactieronde heeft gekregen.

Redactie en doodschrijven

Ik schrijf en redigeer verhalen dood zodra ik ga nadenken over “de lezer”. Een hypothetische en zeer eenzijdige groep zeikerds/mensen, of een bepaalde azijnpisser/persoon, die voornamelijk in mijn hoofd bestaat en die (heel) kritisch naar mijn werk kijkt.

  1. “Kan ik dit wel doen?” — “Is dit wel goed genoeg volgens die persoon of die groep?” “Neem ik niet teveel risico?”
  2. “Sta ik niet voor schut?” — Waar ik anders wild zal dansen en grote risico’s zal nemen ga ik nu nadenken over die risico’s zelf. “Sta ik niet voor schut? Neem ik teveel risico? Maak ik geen domme fouten?”
  3. “Gaan mensen dit wel snappen?” — Waar ik hele spannende dingen en “complexe zaken” zou kunnen doen, ga ik het verhaal simpel maken “voor de lezer”.
  4. “Doe ik hier X wel een plezier mee?” — Waarbij “X” de jury van een wedstrijd kan zijn, of een specifieke criticus of “belangrijke persoon” die ik graag aan mijn kant wil krijgen. “Kijk eens wat een mooi verhaal ik voor jou geschreven heb!”

In dit proces en in mijn geval gaat mijn verhaal hierdoor vaak enorm dood, omdat ik niet meer mijn eigen flow volg, maar dans op de melodie van een verzonnen criticaster die (in mijn hoofd) alleen (nog) maar de slechte dingen ziet.

Of ik loop keihard vast met dat idee. (Schrijversblok)

Over externe kritiek

Proeflezers zijn essentieel, maar voornamelijk om te ontdekken waar het verhaal mijn eigen doelstellingen niet haalt. “Komt dit en dat over?”

Als het antwoord “nee” is, zal ik daar meer aandacht aan moeten geven (zie “Levendiger maken” hier beneden voor de stappen die ik normaal gesproken neem).

Het verhaal blijft mijn verhaal. Met mijn (schrijf)doelstellingen.

Dat een verhaal na kritiek wel eens drastisch kan veranderen komt voornamelijk doordat:

  1. De uitwerking van mijn verhaal op dat moment, gewoon niet meer voldoet.
  2. Ik vertrouwen heb verloren in mijn eigen uitvoering tot dan toe.

Dat laatste kan een slecht teken zijn. Het kan zijn dat ik onzeker wordt over mijn eigen schrijven. Zie mijn stukje over: “Redactie en doodschrijven” hierboven.

Levendiger maken

Ik heb in de afgelopen jaren een andere aanpak gevonden. Die ziet er zo uit:

  1. Doelstellingen scherp stellen — Ik zet eerst voor mezelf op een rijtje wat ik wil met dit verhaal.
  2. Inhoud scherp stellen — Ik wil weten waarover ik schrijf. “Wie is wie? Waarom doet hij/zij dat wel of niet? Welke elementen spelen een rol in die wereld? Waarom? Waarom andere dingen niet? Of ook?” En ook: “klopt dit wel? Klopt dit wel in verband met andere zaken in het verhaal?” [1]
  3. Nog wilder, nog mooier, nog extremer — Ik ga kijken of ik de boel (binnen bepaalde grenzen) nog verder naar de rand kan duwen. “Haal ik het meeste uit deze scene, in dit moment van dit verhaal? Kan het scherper? Mooier? Wilder? Extremer? Meer verstild?”
  4. Resonantie — Resoneert het? Emotioneel? Voel ik wat hier gaande is? Niet? Kan ik dit stuk zo herschrijven dat dat wel gebeurt?
  5. Vertrouwen in wat er staat — Als mijn eerste draft staat, is dat meestal (in ruwe vorm) het verhaal dat ik wil vertellen. Het kan zijn dat er nog wat kleine aanpassingen gebeuren, maar dat verhaal is wel het verhaal. Als die ruwe schets (totaal) niet werkt, ligt dat vaak aan de manier waarop ik het op dat moment geschreven heb, of de manier waarop ik dat moment weergeef.
  6. Terug in de koelkast — En soms is het idee en het (mogelijke) verhaal gewoon nog niet rijp genoeg en moet ik het later nog een keer proberen en niet nu. Dat verhaal gaat terug naar de koelkast. Het is waarschijnlijk nog zo rauw dat het herschreven moet worden.
  7. Schrappen — Sommige stukken in mijn verhaal waren leuk, of leken belangrijk toen ik ze schreef, maar voegen na afronding van dat verhaal niets (meer) toe aan dat verhaal. En kunnen dus worden weggesmeten. (“Kill your darlings”)
  8. Herschrijven — Sommige stukken moeten opnieuw. Regel na regel. Niet zozeer inhoudelijk (uitzonderingen daargelaten) maar in de manier waarop het gepresenteerd wordt. “Van ‘afstandelijk en beschrijvend’ naar ‘op de huid van het personage'” bijvoorbeeld.
  9. Veranderen van volgorde om de impact te vergroten — Soms komt een stuk harder, beter, effectiever aan als bepaalde informatie eerder, of pas later wordt gegeven. Dit kan een volledig hoofdstuk zijn, een paragraaf, of een scene.

[1]

Soms zijn mijn karakterschetsen en mijn lijstjes met achtergrondgegevens even omvangrijk als (en soms zelf groter dan) het verhaal zelf.

Research is daar verder een (belangrijk) onderdeel van. Veel googlen als dat nodig is en zorgen dat ik (goed genoeg) snap waar ik het over heb om niet al te dom over te komen als iemand een expert is op dat vlak.

Impact? Emotionele resonantie?

De impact van- en binnen een verhaal is in mijn geval: “de emoties die overblijven”.  Nadat de lezer een stuk- of een verhaal gelezen heeft bijvoorbeeld.

De emotionele resonantie binnen een verhaal is in mijn aanpak: “De emoties die loskomen tijdens het lezen van dat specifieke stuk”. Nagel ik je aan je stoel? Voel je (en ikzelf, tijdens het lezen en redigeren) het verdriet of de vreugde van dat personage?

Die emotionele resonantie is heel lastig te vatten. Net als bij muziek heeft die emotie een opbouw, is het een resultaat van een combinatie van “klanken”. Het is heel erg voelen als schrijver, om dat punt te pakken. En heel veel schrappen van zinnen die teveel sturend zijn.

“Ze is blij/verdrietig. Het was heel erg eng/heel erg erg/heel erg leuk.” Voel ik dit? Nee? Herschrijven die hap. En dan: bijschaven. Herlezen. Voelen. Bijschaven. Herlezen. Voelen. Net zo lang tot het (bij mij) gaat resoneren. En ik bij herlezing weken later spontaan tranen voel opkomen, of blijdschap. Of woede. Of angst. Of een “Fuck! Dit werkt!”.

Vertrouwen in wat er staat

Ik heb in 2012 een stelling ingenomen: “Er bestaat niet zoiets als ‘een slecht idee’. Het probleem ligt vaak bij de uitwerking.”

Als een idee niet werkt, ligt dat vaak niet aan dat idee zelf, maar aan de manier waarop dat is uitgewerkt. Om een heel lang verhaal kort te houden:

  1. Slechte research — Het idee kan best goed zijn, of goed werken, maar de schrijver heeft geen research gedaan. En daardoor klopt er geen zak van de uitwerking van dat idee. Ongeloofwaardige gebeurtenissen en plotgaten als gevolg.
  2. Luie uitwerking — De research kan best OK zijn, maar de uitwerking van het idee zelf is lui. Bijvoorbeeld door het volgen van al gebaande paden, of de keuze van oninteressante momenten en oninteressante personages
  3. Armzalige karakterisering — De personages doen van alles, maar zijn zo armzalig neergezet, dat ik –als lezer– geen binding met ze kan krijgen. Reacties die teveel over de top zijn, of te klungelig, of te geforceerd of juist totaal plat en afwezig. Alsof je naar een toneelstuk aan het kijken bent met acteurs die maar wat aan het rondkloten zijn.
  4. Te weinig samenhang/geratel — De scenes kunnen op zich goed zijn, maar ik kan als lezer de weg kwijtraken. “Waarom is dit stuk belangrijk voor het verhaal? Want ik zie het niet”. En soms kan een (stuk van dat) verhaal letterlijk bestaan uit het geratel van de schrijver.
  5. Teveel willen / gebrek aan focus — Soms bevat één verhaal teveel lijnen, zonder een duidelijke hoofdlijn te hebben. Het gaat over van alles, maar het is onduidelijk wat nu echt het kernpunt is van het verhaal. Waarvan geen enkele lijn geheel tot z’n recht komt. Dit komt bijvoorbeeld als de schrijver teveel wilt vertellen in één verhaal, en/of als de schrijver een gebrek aan focus heeft, bijvoorbeeld.
  6. Angst voor de lezer/risicomijdend schrijfgedrag — Een van de slechtste raadgevers bij het schrijven is “de fictieve lezer”. Fuck die fictieve lezer. Schrijf wat je wilt schrijven. Neem risico.

En hoe fix je dit soort problemen? Zie het begin van deze blogpost.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s