Iedereen een roman! Of: waarom het allemaal zo slecht niet is

Met de komst van Zilverspoor / Zilverbron een paar jaar terug, is in Nederland een structurele verandering gekomen. Iedereen die genre-verhalen schrijft en uitgegeven wil worden kan uitgegeven worden bij een uitgever die tot nu toe een enorme productie heeft laten zien.

Ik ben een grote voorstander van de veranderingen die plaatsvinden. Ook al heb ik mijn kanttekeningen (“hoe eerlijk is Zilverbron als platform en paraplu voor [verkapte] self-publishing?” bijvoorbeeld).

Ik ben een groot voorstander.

Deels omdat ik geen ruk geef om het puristische en soms elitaire gelul rondom de kwaliteit van boeken, of “hoe het zou moeten”. Noch zal het me een ruk schelen wat de “negatieve impact” van dergelijke boeken op de markt is. (Kort: die is zo goed als nul, niks.)

Dit is onder andere een loftrompet voor de selfpubbers. En een fuck you naar de criticasters van dat fenomeen (tenzij het over oneerlijke contracten gaat. Dan zeg ik: “Spreek jezelf uit!”).

Mezelf zijnde, speel ik deze loftrompet met wat dissonanten. Ik blijf namenlijk een kritische eikel.

Er is geen geld

Laat ik even iets duidelijk stellen. Er is geen geld. Werken in een patatkraam is lonender dan het schrijven van verhalen. Hoe dat komt? Onder andere doordat er veel meer vormen van vermaak zijn gekomen waar mensen óók hun geld aan uitgeven. Verder zijn er meer schrijvers dan ooit en mensen kunnen hun geld maar één keer uitgeven.

Dit is slecht voor schrijvers, maar het is ook heel slecht voor uitgevers. Want als mensen je product (het boek) niet kopen, dan heb je geen omzet. En zonder omzet kun je geen bedrijf leiden.

Voor SF/F en Horror schrijvers in Nederland zitten we momenteel in een hele kloterige situatie: bijna niemand in een Nederlandstalige populatie van 20 miljoen mensen weet dat we bestaan. En bijna niemand in die een populatie van 20 miljoen mensen koopt onze boeken. 200 tot 500 stuks van een goedlopende titel ongeveer. Als je nog niet echt doorgebroken bent en je boek ondanks dat toch aanslaat. Met iets van 1 tot 2 euro beloning per boek voor de schrijver.

Om rond te komen van je schrijfwerk moet je ongeveer 15.000 euro per jaar kunnen verdienen. Dat is (met een vrij losse berekening en op basis van de cijfers die ik ken) een verkoop van ongeveer 7000 boeken per jaar via een uitgever.

Er is geen geld voor marketing

Zonder geld kun je nauwelijks marketing plegen. En zonder marketing weet niemand dat je bestaat. En als niemand weet dat je bestaat, blijf je hangen op teleurstellende verkoopcijfers. En wat is teleurstellend vanuit commercieel opzicht? 200 tot 500 exemplaren.

Verkapte selfpublishing

Bij Zilverbron (en vroeger bij Books of Fantasy) betaal je als auteur ongeveer 2000 euro om je manuscript uiteindelijk in boekvorm te krijgen. Dit is een fixed-fee en dekt in principe redactie, opmaak en de uiteindelijke druk van het boek.

Is dit verkapte selfpublishing? Ja. Jij investeert in je eigen boek. Jij neemt het financieel risico van een falen.

“Uitgevers moeten hun schrijvers betalen”

Er is een credo dat uitgevers hun schrijvers moeten betalen voor het werk dat die uitgever uitgeeft. Ik zeg: lulkoek.

Het doel van een uitgever is het uitgeven van boeken. Om dat te kunnen doen zijn verschillende zakelijke modellen mogelijk. In één van die zakelijke modellen investeer je ongeveer 10.000 euro (of meer) in dat boek, inclusief redactie, productie en promotie en betaal je de schrijver vóóraf[1] een deel van de verwachtte winst op het boek dat geschreven gaat worden. De hoop en verwachting is dat dat boek, of een aantal andere boeken in het fonds, voldoende zal verkopen om eventuele verliezen (elders) te kunnen dekken.

[1] Het voorschot-bedrag dat ik ken (vanuit artikelen die ik gelezen heb over dit onderwerp) met auteurs bij gerenommeerde uitgevers, is ongeveer 2500 euro voor de eerste uitgave. Een grijpstuiver als je uitrekent hoeveel tijd er in een gemiddelde roman zit.

In een ander zakelijk model kun je, als uitgever, eerst je eigen financiële zekerheid veilig stellen. Bijvoorbeeld door:

  1. De voorverkoop of voorfinanciering van je boeken (“schrijver X gaat een nieuw boek schrijven! Koop hier alvast een exemplaar / een aandeel!”). Crowdfunding is één van die manieren.
  2. Een abonnementsmodel (“We bieden elk jaar X aantal boeken! Wordt nu lid en ontvang er zes naar keuze!”)
  3. De kosten bij de schrijver zelf neer te leggen. Aangezien de meest productieve uitgever op dit moment dat model gebruikt, gaan we daar iets dieper op in.

Binnen een nauwelijks bestaande markt (SF/F/H in Nederland) zijn die “ik stel eerst mijn financiële zekerheid veilig” strategieën een stuk realistischer dan het (voor kleine uitgevers in die niet-bestaande markt) totaal krankzinnige: “Ik investeer eerst een smak van mijn eigen geld in het boek en hoop later dat we alles terug verdienen”.

Self-pub, de schrijver betaalt: is dat eerlijk?

Ja. Zo lang er geen valse beloftes worden gedaan, zo lang er eerlijk spel wordt gespeeld door de uitgever, is daar niets mis mee.

Waarom is dat (binnen het kader van “geen valse beloftes”) eerlijk?

DE SCHRIJVER bepaalt wat hij/zij met het manuscript wilt en doet. DE SCHRIJVER bepaalt of hij/zij geld wil neertellen om uiteindelijk ZIJN/HAAR boek in druk te zien. DE SCHRIJVER bepaalt bij welke uitgeverij of copyrette of online-dienst dat gebeurt. DE SCHRIJVER bepaalt of hij/zij daar 2000 euro voor neer wil tellen.

Snap je? Dit is geen leven of dood situatie waarin je met het pistool op je slaap gedwongen wordt om je zuurverdiende geld af te staan. Dit is een vrijwillige keuze. Van de schrijver.

Waarom een papieren boek goed is

Veel recensenten zijn nog steeds (lijkt het) ouderwetse eikels die alleen boeken bespreken als ze op papier zijn gedrukt. Totale lulkoek als je kijkt naar de kwaliteit van e-readers en het gemak van het medium, maar zo lijkt het te zijn. Een papieren boek geeft je een (kleine) kans op een recensie. Een e-book (zo lijkt het als ik de meningen hierover lees) aanzienlijk minder tot helemaal niet.

“Het is enorm veel bagger”, deel 1

Er is in verschillende Facebook-chats wat azijnpisserij geweest over de kwaliteit van het gepubliceerde (en de “onverdiende” sterren die daar in recensies aan gegeven wordt).

Is die kritiek terecht? Mogelijk. Speelt er in sommige gevallen jaloezie? Mogelijk. En het zal me totaal worst wezen.

“De lezer” is geen homogene groep. “De” (mogelijke) “lezer” is tante Bep en ome Nico en ook Drs Van Geningen en jij en ik: Peter Kaptein. “De lezer” is een wildvreemde die op zoek is naar een leuk boek dat hem of haar vermaakt. Wat dat vermaak is, verschilt per lezer. Een lekker verhaal met een rammelend plot maar veel spannende ontwikkelingen? Prima! Een hoogdravend semi-literair wrochtsel dat soms nauwelijks te ontwarren is? (Zoals ik die o.a. schrijf?) Ook goed!

Die sterren in een recensie zijn relatief. Ten aanzien van de doelgroep. “Een goed boek” op lezer-sites als Hebban en Goodreads is niet noodzakelijk “een kwalitatief hoogstaand boek”. “Een goed boek” daar is een boek dat DE LEZER pleziert. “Dit was een goed boek” is een boek waarvan DE LEZER na afloop dacht: “Dit zou ik nog wel een keer willen lezen”. Meer niet.

“Het is enorm veel bagger”, deel 2

Selfpublishing heeft de drempel verlaagd en drempels weggenomen.

Een direct gevolg is een toename in boeken. En een toename in werk dat — vanuit literair-kritisch oogpunt — ronduit bagger is.

En wat bedoelen we met “bagger vanuit literair-kritisch oogpunt”? Een rommelig, slecht of zelfs afwezig plot. Slecht uitgewerkte personages. Ongeloofwaardige en slecht uitgewerkte situaties. Ongeloofwaardige en slecht uitgewerkte handelingen van die personages. Opeenstapelingen van clichés en clichematige oplossingen van problemen waarmee personages geconfronteerd worden. Het ontbreken van een eigen stem, of een eigen draai aan de onderwerpen in dat verhaal. Krukkige zinnen, slechtlopende hoofdstukken. Plotgaten zo groot als Rotterdam, bijvoorbeeld door gebrekkige research en lui denkwerk van de schrijver. Taal en stijlfouten die bij sommige mensen letterlijk braakneigingen of woede-aanvallen opwekken. En zo voorts.

Is dat een probleem? Nee. Voor heel veel lezers (in het genre) is dat totaal geen probleem. Die lezers kennen niet veel beter dan prut, omdat 95% van alles wat ze aan films en TV-series consumeren van vergelijkbare baggerkwaliteit is. Buffy the Vampire Slayer. Dr Who. Alle Star Trek series. Supernatural. Alle Star Gate-series. En veel van die bagger-series heeft een loyale groep kijkers en en nog loyalere groep fans. En veel van die series wint prestigieuze prijzen.

Dus kortom: fuck dat azijngepis. Ook bagger (bezien vanuit literair-kritisch oogpunt) heeft bestaansrecht.

Waarom is het vaak zo kut?

Een deel ligt bij de schrijvers. Algemene luiheid bij het verzinnen, schrijven en redigeren bijvoorbeeld. Een deel ligt bij de markt. Lezers binnen ons genre weten bijvoorbeeld nauwelijks dat er schrijvers zijn binnen dat genre. En er is eigenlijk geen geld. Wat voor een schrijver weer geen stimulans is om extra moeite te doen en van het schrijven een carrière te maken.

Dit heeft onder andere tot gevolg dat dát talent dat zou kunnen bloeien ergens op dat pad naar persoonlijk meesterschap uitdooft, omdat andere dingen óók belangrijk zijn en schrijven van genre-werk in Nederland geen reet oplevert. Diegenen die tóch doorzetten zijn uitzonderingsgevallen.

Schrijven wat je leuk vind

Hier is de kern: schrijf wat je leuk vind.

Literaire kritiek is belangrijk, maar…

De literaire criticus is niet de lezer

De literaire criticus leeft op een eiland. Op dit eiland wordt alles met kwaliteit bereid. Patat friet is niet zomaar patat friet, maar wordt in de beste olie en met de beste kwaliteit aardappels bereid. De eerste hap zorgt gegarandeerd voor een mentaal-culinair orgasme.

Die patat friet doet bijvoorbeeld duidelijk hoorbaar “krak” als je er in bijt en vult je mond met een sublieme smaak van de beste gefrituurde aardappel die er maar te krijgen valt. De mayonaise die bij die friet gaat is versgemaakt van de beste azijn, de mooiste eieren en de meest maagdelijke olie die maar te krijgen is. En die mayonaise heeft de perfecte smaak voor die specifieke friet: niet te zuur, niet te zout, niet te flauw.

En dit moet. Dit is belangrijk. Die criticus is essentieel. Want iedereen kan patat bakken maar niet iedereen kan de perfecte patat maken. Die criticus is essentieel, want als 998 van de 1000 patatzaken slappe patat bakt, zal ik als willekeurige consument en zonder dat werk van die criticus heel erg veel moeite moeten doen om die 2 patatzaken te vinden die WEL super-goede friet maken.

Die criticus heeft een gids-rol. En hoort die gids-rol te nemen.

Die criticus hoort te zeggen: “Ik ga –onder andere op basis van mijn eigen ideaalplaatje én op basis van de literaire criteria die ik ken– op zoek naar het beste boek, de beste schrijver die momenteel binnen dit genre te vinden is.”

Die criticus is niet perfect

Sommige critici weigeren bepaalde boeken te lezen. Op basis van vooroordelen.

Anderen hebben een subjectieve blik, of trekken bepaalde vriendjes (die b.v. niet zo heel erg goed kunnen schrijven) voor terwijl ze concurrenten (die wél kunnen schrijven) de grond in boren omdat ook (literaire) recensies soms oorlog kan zijn.

Weer andere critici doen maar wat. Ze lezen een boek, doen wat willekeurige beoordelingen en maken zich daarmee af van hun taak.

De criticus is niet de lezer.

Waar de lezer wellicht zegt: “OMG Dat was een SUPER GOED BOEK!!! IK ZOU HET 15 STERREN!!! GEVEN ALS DAT MOGELIJK WAS, MAAR HEB ER SLECHTS 5!!” kan de criticus best zeggen: “Dit boek is prut volgens mijn standaarden. Het heeft hooguit wat leuke ontwikkelingen en verdient daarom met moeite 2 van 10 sterren.”

“Maar de literaire elite dan!”

Er is een terugkerende wens om het genre omarmd te laten worden door de literaire wereld. “Hoe vreselijk is het dat die kringen (vroeger) met dedain neerkijken op SF en Fantasy en Horror”.

Verder leeft het idee dat al die boeken die nu worden uitgegeven door uitgeverijen die minder kritisch zijn op de schrijvers en hun werk, schade zouden kunnen doen aan het imago van de SF/F/H in Nederland.

Ik zeg: fuck die ‘elite’. En fuck die literaire wereld. Zoek nooit erkenning bij een stel kortzichtige eikels die toch al niet op je zitten te wachten (en als groep te klein is om als schrijver of uitgever winst op te maken). Reik uit naar buiten. Daar waar het publiek zit.

Waarom kwaliteit (binnen het genre) belangrijk is (voor mij)

Dat wil niet zeggen dat we alleen maar bagger hoeven te produceren. Dat “veel boeken van allerlei kwaliteit” net zo goed is als, of beter dan “weinig boeken van enige kwaliteit”.

Kwaliteit is belangrijk. Voor mij. Voor een lezer zoals ik.

“Het genre” is in mijn persoonlijke belevenis en in mijn persoonlijke lees-voorkeur even dwingend als mijn seksuele voorkeur elders.

Ik kan binnen dat kader als experiment wel iets anders proberen dan wat ik leuk vind maar het geeft me geen bevrediging. Het geeft me niet die diepe bevrediging die ik wel krijg van ‘mijn soort boeken’.

Een boek dat in mijn beleving slecht is, is als onhandige seks met een onervaren of ongeïnspireerde partner. Frustrerend en nauwelijks bevredigend. Een goed boek is als fantastische seks. Ik wil meer. Ik wil hetzelfde nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. De hele dag. En de hele nacht. Tot ik uitgeput neerval. En dan herhaling.

Als alles binnen mijn genre volgens mijn standaarden onhandige bagger is komt op een gegeven moment dat moment dat ik opgeef. Dat ik opgeef aan datgene wat mijn grootste voorkeur heeft. Wat totaal jammer is. Voor mij persoonlijk.

Tot slot: 1 – Een paar punten op een rij

Tweescheiding: Er bestaat een tweescheiding tussen het publiek en de criticus. Beiden leven in een andere werkelijkheid en beiden hebben 100% gelijk vanuit hun eigen kader. Een willekeurige lezer is echter geen criticus.

Bereidheid en kans: Voor het genre in Nederland is de huidige ontwikkeling prima, waarin ELKE schrijver gepubliceerd kan worden, als hij/zij bereid is om:

  1. Geld neer te leggen
  2. Het boek / verhaal af te schrijven
  3. De hoogstnoodzakelijke redactie te doen
  4. Te voldoen aan een aantal andere randvoorwaarden (die ik niet ken)

Stimulans: Het biedt stimulans, hoop en beloning. “Ik heb een boek geschreven en nu is het ook uitgegeven!”

Hypothetische bedreiging: Ik snap dat dit verwarring geeft en soms als een bedreiging gezien kan worden. “Mijn prachtige boek, dat zorgvuldig is geschreven en vrijwel alle literaire kritiek met vlag en wimpel kan doorstaan, verzuipt in de bagger van honderden schrijvers die voornamelijk voor zichzelf bezig zijn” bijvoorbeeld. Maar ook: “Dit soort boeken geeft [bla bla bla] een slechte naam”.

Betaling: Ik snap best dat sommige schrijvers van mening zijn dat je betaald moet worden voor je arbeid. Maar om eerlijk te zijn vind ik die kritiek vaak kortzichtig en respectloos en vraag ik me elke  keer opnieuw af: “heb je met al je kritiek op die uitgever en die schrijver dan welk goed gekeken naar het WAAROM van die schrijvers zelf?”

Ruimte: Er is een tijd geweest dat “uitgegeven worden” alleen was weggelegd voor een hele kleine groep mensen. Mensen die vaak uit een welvarende familie kwamen en de tijd en het geld konden vrijmaken om te schrijven. Die tijd is voorbij. Iedereen die wil schrijven en uitgegeven wil worden heeft en krijgt nu de ruimte om dat te doen. Ik denk dat dat fantastisch is.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dit: Fuck dat elitaire gedoe. Maar dat is te algemeen.

Bevrijding: Het feit dat schrijven EN uitgegeven worden niet meer is voorgelegd aan een kleine groep mensen, is een bevrijding. Het biedt kansen aan mensen die anders geen kans zouden krijgen. Het biedt keuze naar een publiek dat anders slechts een heel beperkt aanbod van eigen bodem zou kunnen lezen.

Denkfout: En maak niet de denkfout dat al die lezers zitten te wachten op literair hoogstaand werk, of dat voor elke schrijver erkenning in de vorm van betaling belangrijk is. DAT IS NAMELIJK NIET ZO.

Tot slot: 2 – het belang van gidsen

Vier elementen spelen een rol in die selectie (bij mij):

  1. De uitgever — Elke uitgever heeft een bepaald fonds dat op een bepaalde manier tot stand komt (selectie en selectiecriteria). Ik als lezer zal na een paar boeken van die uitgever vaak gaan bepalen of die uitgever mijn moeite nog waard is of niet.
  2. De schrijver — Als een schrijver me bevalt (o.a. door gekozen thematiek, kwaliteit van uitwerking en verhaalopbouw) zal ik die schrijver blijven volgen. Zo niet: dan valt die schrijver af.
  3. De persoonlijke aanbeveling — Ik zal veel sneller bepaalde boeken en schrijvers lezen die worden aanbevolen door mensen met dezelfde “zoekcriteria” als ik, dan dat ik boeken en schrijvers zal lezen (of uitlezen) die worden aanbevolen door mensen die niet diezelfde criteria hebben.
  4. De bespreking op het platform — Vergelijkbaar met de persoonlijke aanbeveling, maar dan uitgevoerd door iemand die een boek echt doorlicht en inhoudelijk tracht te bespreken; op een specifiek platform (een specifiek blad, of een specifieke site bijvoorbeeld).

Voor alles wat er nu in Nederland wordt uitgegeven zijn al een soort van gidsen aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan Hebban, GoodReads.com en www.fantasywereld.nl. Maar zoals Roelof Goudriaan al opmerkte in de Holland-SF van December 2015 is die leidraad die daar geboden wordt (in mijn woorden) als een rammelende kar. Niet echt betrouwbaar.

En wellicht is dat een goede volgende stap om het genre in al z’n huidige pluriformiteit een plaats te geven: “Geef mij een lijst met namen en een categorisering in wat ze mij te bieden hebben als lezer.”

Zodat als ik op zoek ben naar “een boek van genre [X], met elementen [Y] en [Z], dat voldoet aan [critaria]” ik gewoon een paar voorstellen van “deze schrijvers zou je kunnen proberen” krijg.

Tot slot: 3 – Kleine uitgeverijen en kwaliteit

Kleine uitgevers zijn voornamelijk kleine uitgevers. Met vaak een beperkt budget. (Je hebt veel geld en een lange adem nodig om veel geld te kunnen verdienen).

Wat bepaalt dan de kwaliteit van een boek?

  1. De zelf-opgelegde (schrijf)doelstellingen van de schrijver
  2. De kwaliteit van het schrijversschap van de schrijver. Kan hij/zij een verhaal vertellen? Een goed verhaal vertellen? Een super-goed verhaal vertellen?
  3. De kwaliteit van de redactie die de schrijver op zijn/haar eigen verhaal pleegt

Zie je daar ergens het woord “uitgever” staan? Nee. Precies.

Tot slot: 4 – Kan een kleine uitgever top-boeken uitgeven?

Ja. Dit zijn de voorwaarden die ik zie:

  1. Dat er top-schrijvers zijn, die in staat zijn om topwerk te leveren.
  2. Dat deze top-schrijvers nergens anders aan de bak kunnen.
  3. Dat deze kleine uitgever en deze top-schrijvers elkaar weten te vinden en elkaar leuk vinden

Gelukkig voor de kleine uitgevers is er vanuit de grote uitgevers nog steeds terughoudendheid om schrijvers van eigen bodem uit te geven. Bijvoorbeeld omdat hun werk niet aansluit op het fonds.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s