Wat losse gedachten over kunst en de kunst van het schrijven

Kunst was een commerciële activiteit. Het idee dat een kunstenaar tevreden moet zijn met kruimels is onzin. Rembrandt was een goedbetaald commercieel artiest. Hij leefde in armoede omdat hij een slecht zakenman was, niet omdat hij kunst maakte.

Schrijvers in 1930 en 1960 waren nog in staat om te leven van hun werk. De betaling van 3 tot 5 cent per woord toen staat ongeveer gelijk aan 1 euro nu. Een verhaal van 5000 woorden kon (verhoudingsgewijs) grofweg 5000 euro opleveren.

Het idee dat kunst en het schrijven beiden een puur creatieve aangelegenheid zijn, dat techniek en de beheersing van technieken niet relevant is, is onzin.

Het idee dat bepaalde technieken “moeten” en “moeten worden toegepast” is eveneens onzin. “Show, don’t tell” is een leidraad. Evenals “begin je verhaal in het midden van de actie” en honderden andere vergelijkbare uitspraken en technieken.

Het jezelf eigen maken van een techniek is zowel frustrerend als bevrijdend. De frustratie komt onder andere uit een tijdelijke daling van kwaliteit. Werk wordt vaak drie keer slechter, voordat het vier keer beter wordt. Simpelweg omdat een bepaalde techniek een bepaalde leercurve heeft. En die leercurve bestaat onder andere uit “gedeeltelijk weer opnieuw beginnen”. De bevrijding komt op het moment dat je die techniek begint te beheersen en alles (of dat nu beheersing van licht en schaduw, of volume is, of bepaalde narratieve technieken) op z’n plek begint te vallen.

Een techniek is ervaring, verpakt in basisregels. Die basisregels hebben zowel een voordeel als een nadeel. Het nadeel van die basisregels: verlies van nuances. Het voordeel van die basisregels: iedereen kan ze oppakken.

Meesterschap komt onder andere door het eindeloos toepassen en verkennen van die technieken en het herontdekken, ontsluiten en toevoegen van die nuances. Niet de techniek zelf, maar de mate van beheersing en de interpretatie van die techniek maakt de meester.

Technieken lijken op het eerste gezicht saai. Zeker als de basis simpel is. Of simpel lijkt. De eindeloze herhaling van een techniek, of een stel technieken (onder andere tijdens het redigeren van een verhaal) kan saai lijken. Die herhaling en die saaiheid zijn onderdeel van het werk. Creativiteit en vrijheid zit onder andere in de eerste draft. Kwaliteit in het redactiewerk.

Mijn eerste verhalen kwamen nooit veel verder dan een eerste draft. Ik schreef. Ik schreef een einde. Ik ging nog één keer over mijn verhaal heen, en dat was het. Redigeren was pijnlijk. Ik haatte redactie. Ik schreef liever iets nieuws dan dat ik redigeerde. Mijn output toen was ongeveer 1 verhaal per week, 4000 woorden per verhaal, 160.000 woorden per jaar. Er zitten stukken in die verhalen die nog steeds mooi zijn, waar ik soms jaloers op ben, zelfs 20 jaar later. Het merendeel van dat werk is echter het equivilent van stukken karton die met gaffertape aan elkaar zijn geplakt. Ruw. Onafgewerkt.

Een van de dingen die ik mezelf verwijt is dat ik niet vol ergens voor gegaan ben. Het helpt om in opleiding te gaan bij een meester. Het helpt om feedback te krijgen van iemand die oneindig veel verder is in een bepaalde techniek of een bepaalde richting dan mijzelf. Ik was echter te ongeduldig. Ben te eigenwijs. En er was geen geld mee te verdienen. Illustraties maken? Geen geld. Het schrijven van SF-verhalen? Geen geld. Het is alsof je 50.000 euro investeert in een sector die al dood is. Waarom pijn leiden en in gevecht gaan met mijn eigen (opgeblazen) ego en mijn eigen trots als er geen financiële beloning aan de andere kant van dat traject ligt?

Aan de andere kant: logica faalt als het gaat om voorkeuren. Ik begon te schrijven omdat ik op 12 jarige leeftijd dacht dat ik beter was Eddings met “De worm Ouroboros”. Ik begon te schrijven omdat ik fan was van Jack Vance en A.E. van Voght. Ik schrijf op dit moment omdat de eenzijdige consumptie van het werk van anderen me op een gegeven moment gaat vervelen. Wat hardlopen of koken voor anderen is, is schrijven voor mij. Een redelijk zinloze bezigheid (want het levert vrijwel niets op, behalve persoonlijke bevrediging) waar ik behoefte aan heb en tevredenheid uit put.

Dat eindeloze redigeren dat ik nu doe, ben ik pas gaan doen toen mijn programmacode binnen een team werd gebruikt en ik doorkreeg dat het resultaat van de eindeloze refacoringen van progammacode nuttig is voor anderen. Net als bij het schrijven van fictie had ik ook bij het schrijven van code moeite met het herzien van dingen die ik al gemaakt had.

Het opschonen, het refactoren van code heeft een aantal doelen. 1: Het verwijderen van code die geen nut meer heeft. 2: Het verhelderen van de bestaande structuren binnen die code, zodat ook andere mensen begrijpen wat er allemaal gebeurt. 3: Het verbeteren van bestaande structuren, zodat deze hetzelfde doen als voorheen, maar beter leesbaar zijn, met een logica die beter te volgen is door anderen. 4: Het borgen van die oplossing voor de toekomst, zodat zelfs over 10 jaar nog steeds helder is wat al die code doet.

Redactie is vergelijkbaar met refactoring. De eerste draft doet mogelijk wat het moet doen, maar is vaak rommelig, onevenwichtig en bevat vaak nog veel stukken die wel de juiste kant opgaan, maar nog te onhandig zijn omschreven, teveel woorden gebruiken om een bepaald idee of gevoel neer te zetten, of juist te weinig uitleg bevatten en daardoor te snel over bepaalde aspect heenspringen die essentieel zijn voor de lezer. Hoezeer een verhaal ook voor mijzelf geschreven wordt, het is uiteindelijk de lezer die iets uit al die woorden moet gaan maken. Als die woorden voornamelijk verwarring achterlaten, als zelfs de meest basale verhaallijn niet overkomt, dan faalt mijn verhaal.

Ik schrijf uiteindelijk voor mijn lezers. Ik ga er vanuit dat die lezer actie wil, grootste decors en personages die actief zijn, keuzes maken. Ik ga er van uit dat de drijfveren van mijn personages ongewoon moeten zijn. Iets dat nieuwsgierigheid opwekt vanwege de context. Ik streef naar effect. Het verhaal moet de lezer ontroeren, meeslepen, amuseren. En ik ga er vanuit dat die lezers zijn zoals ikzelf: kritisch over de keuzes die de schrijver maakt en kritisch over de keuzes die de personages maken. Als iets in het verhaal niet geloofwaardig is, niet geloofwaardig overkomt, wordt het geschrapt of herschreven. Als iets in mijn effectbejag niet werkt, wordt het herschreven of geschrapt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s