“Show and tell” deel 2 – Weglaten en expliciet benoemen

Je kunt “show” en “tell” prima combineren. Maar hoe ver ga je in het benoemen en tonen van emoties en andere zaken?

Zie link voor deel 1: “Dynamiek, helderheid …”.

Exposure, overexposure en relevantie voor de lezer

De kernvraag: hoe belangrijk is het voor de lezer?

Een voorbeeld:

Geraldien bleef staan, voelde haar spieren samenkrampen. Ze kneep haar ogen even samen, zo kort dat het niet opviel en ze had even de neiging om haar handen tot vuisten te ballen, alsof ze op het punt stond om uit te halen. Ze voelde de druk op haar tanden omdat ze haar kaken samenklemde.

“Goedemorgen buurvrouw,” zei ze en gaf even een vrijwel onzichtbaar rukje met haar hoofd.

Ik heb betere dingen te doen dan hier te staan kletsen met jou, dacht ze.

Ik kan uiteraard nog meer laten “zien” van de woede van mijn hoofdpersoon en dat verrijken met de reacties van de overbuurvrouw.

“Goedemorgen,” zei Julia met een brede glimlach en een blik die eerst naar Geraldien’s gezicht, toen naar haar schouders en haar handen ging, toen weer terug naar haar gezicht. En Julia trok even een wenkbrauw op.

Geraldien liet haar mondhoeken opkrullen [want we gaan niet expliciet vertellen dat ze een glimlach forceert] en stak haar hand op. “Fijne dag verder”

Julia knikte en liet ook haar mondhoeken opkrullen.

Ik vraag me af wat je denkt, vuile roddeltante met je nepglimlach, dacht Geraldien [want in een gedachtenstroom mogen we wel expliciet zijn].

Ik overdrijf, maar wat we hier hebben is een “show” waarin werkelijk alles (bijna tot op het krampachtige af) getoond wordt. Wat nog ontbreekt “om het helemaal duidelijk te maken” zijn beschrijvingen van lichaamshouding en stemgebruik.

Maar wat voegt dit toe? Zijn al die spiersamentrekkingen en andere zaken echt zo relevant voor de lezer? Hoe is het bovenstaande beter, hoe wekt dat een beter beeld op dan de variant hier direct beneden?

Zonder al die spiertrekkingen:

Geraldien voelde zich al niet op haar gemak toen ze het huis verliet, en dat gevoel werd alleen maar sterker toen ze Julia op haar af zag komen.

“Goedemorgen buurvrouw,” zei ze en het kostte Geraldien moeite om hartelijk te klinken.

“Goedemorgen,” zei Julia met een brede glimlach, maar haar ogen waren onderzoekend, argwanend.

Wat je in deze tweede versie hebt is een “Show via Tell”. Ik gebruik “tell” om de lezer te laten zien dat Gerladien zich ongemakkelijk voelt en dat de ontmoeting tussen Julia en Geraldien alles behalve hartelijk is. Ik laat — opnieuw via “tell” — zien dat Julia dan wel hartelijk glimlacht, maar waarschijnlijk niet zo vriendelijk is.

De beeldvorming, die ik in de eerdere versie probeerde te forceren via een overexposure (en het kan nog veel erger dan dat), laat ik voornamelijk over aan de lezer.

Relevantie, investering en beloning

Uiteindelijk draait het om drie dingen:

  1. Hoe relevant is dit moment in het verhaal?
  2. Hoe veel investering verwacht ik van mijn lezer?
  3. Welke beloning geef ik aan het einde?

Een verhaal met constante over-exposure (zoals het eerste voorbeeld hierboven) vereist een constante investering van de lezer. Er wordt niets uitgelegd. En de lezer moet in het ergste geval bladzijde na bladzijde door allerlei spiergetrek en kaakgeklem en veranderingen in lichaamshouding en stembuigingen heenlezen.

Maar als veel van die momenten eigenlijk alleen maar “show” momenten zijn, “omdat het moet”wat is dan de beloning voor de lezer? Wat geef je als schrijver terug voor al die moeite bij het lezen van al die details?

En wat weerhoudt mij ervan op een gegeven moment stukken van dat soort proza over te slaan en het verhaal zelfs volledig te laten vallen? “Te langdradig. Teveel beschrijvingen. Teveel werk nodig om te begrijpen waar het over gaat. Te saai.”

Wat is het verschil in investering?

Dit is het verschil tussen de interpretatiestappen voor “show” en “tell

Bij “tell” zijn dat de volgende:

  1. Lees de zin
  2. Interpreteer de woorden
  3. Vertaal de betekenis van die woorden
  4. Breng dat in verband met de rest van de situatie en de rest van wat al gelezen is

Bij “Show” (waarin we de situatie voornamelijk impliciet weergeven) zijn dat de volgende stappen:

  1. Lees de zin
  2. Interpreteer de woorden
  3. Vertaal de betekenis
  4. Verbeeld de situatie die uit stap 3 is voortgekomen
  5. Extrapoleer uit die verbeelding de mogelijke betekenis van de handelingen
  6. Breng deze in verband met eerdere aanwijzingen
  7. Interpreteer wat hiervan de mogelijke betekenis is.
  8. Breng dat in verband met de rest de situatie en de rest van wat al gelezen is

Samengevat: waar je met “tell” klaar bent in stap 4, begint met “show” eigenlijk pas het echte werk. Het is een dubbele vertaalslag: van woorden naar (ongeduidde) situatie en van (ongeduidde) situatie naar betekenis.

Tonen door te vertellen

Zoals ik al eerder in dit stuk aangaf, kun je prima dingen tonen door dingen te vertellen. Het voorbeeld dat ik eerder gaf is daar een voorbeeld van:

Geraldien voelde zich al niet op haar gemak toen ze het huis verliet, en dat gevoel werd alleen maar sterker toen ze Julia op haar af zag komen..

“Goedemorgen buurvrouw,” zei Geraldien en het kostte haar moeite om hartelijk te klinken.

“Goedemorgen,” zei Julia met een brede glimlach, maar haar ogen waren onderzoekend, argwanend.

Is glashelder.

Minder saai: verrijken door te tonen

En hier komen we weer terug bij het eerste stuk over “Show and tell”.

Geraldien voelde zich al niet op haar gemak toen ze het huis verliet. Ze trok zacht de deur dicht, merkte hoezeer haar handen trilden toen ze haar sleutel in het slot stak.

“Goedemorgen, buurvrouw!” riep Julia vanaf de andere kant van de straat. Geraldien balde bijna haar vuisten, kneep even haar ogen samen.

Ik vraag me af wat je denkt, vuile roddeltante met je nepglimlach, dacht Geraldien

“Goedemorgen buurvrouw,” zei ze en het kostte haar moeite om hartelijk te klinken. Toch wist ze een glimlach te produceren die hartelijk leek, hopelijk weinig argwaan zou wekken onder die immer onderzoekende ogen.

Ik neem de vrijheid om de scene iets te veranderen. Julia komt namelijk ergens vandaan en ik heb geen zin om ook dat nog mee te nemen.

Verder pak ik twee elementen uit die eerste versie: het ballen van de vuisten en het samenknijpen van de ogen en ik voeg daar het “met trillende handen, slot” stuk aan toe.

De rest vult de lezer in.

De truuk hier is “show” en “tell” samen te mengen tot een effectieve vorm waarin ik vertel wat er gaande is en — in dit voorbeeld — toon welke impact dat heeft op mijn personages.

  1. Het is duidelijk via “tell” wat er plaatsvind en (in dit specifieke voorbeeld) hoe het personage zich voelt
  2. Die basis wordt door de schrijver via “show” aangevuld (met iets herkenbaars), zodat ik naast een algemeen beeld ook een concrete aanwijzing krijg hoe dat er op dat moment en voor dit personage uit ziet. Hiermee verklein ik o.a. de afstand tussen de lezer en die situatie.

Minder kan meer zijn

Met minder woorden (en een mix van “show” én “tell”) kun je vaak veel sneller en effectiever hetzelfde — en soms een zelfs veel krachtiger — beeld oproepen dan alleen met een uitvoerige (en krampachtige) “show”.

Andere vormen van “show”

Zoals ook al aangegeven in het eerdere artikel, gaat “show” over: “laat zien dan dat dit personage zus of zo is!”

Je kun je “show” onder andere doen via:

  1. Handelingen
  2. Weergegeven gedachten(stromen)  emoties)
  3. Gesprekken
  4. Innerlijke dialoog
  5. Zinsbouw en woordkeuze

En voor elke wijze geld: “[…] die verband houden met de situatie en/of de emoties van de personages”

Het voorbeeld hierboven geeft slechts een beperkte vorm van de mogelijkheden van “show”.

Effectiviteit

Als schrijver ben je — in mijn optiek — bezig iets teweeg te brengen in het hoofd van je lezers. Het gaat er daarbij niet om “welke regels pas jij toe als schrijver?” maar “hoe kun je dat gewenste effect in dat hoofd van die lezer zo goed mogelijk teweeg brengen?”

“Show, don’t tell” en “Show and tell” en “Mix show met tell” zijn daarin gereedschappen. Meer niet.

Als een verhaal loopt, stroomt, stuwt, beelden in het hoofd van de lezer opwekt, gevoelens en emoties teweeg brengt, vragen oproept EN vragen beantwoordt dan komt dat voornamelijk door een effectieve schrijfstijl waarin “show” en “tell” effectief worden afgewisseld, zodat ik, als lezer, snap wat er gebeurt én in mijn verbeelding kan zien hoe dat plaatsvind.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s