Saaie stukken, sleutelscens, spanningsvelden en conflict

Iets meer dan twee weken geleden ben ik begonnen met de redactie van “Luchteilanden, deel 1”

Het verhaal begint in een appartement in een stad. Mijn hoofdpersoon wordt wakker naast haar toy-boy van die nacht. Er zijn 4 honden en ongeveer 3 uur vanaf dat moment heeft ze haar eerste zakelijke gesprek van die dag.

Dat eerste moment, waarop ze wakker wordt, gaat in fast-forward. Ik besteedde ongeveer 300 woorden aan het moment waarop ze opstaat, het balkon opgaat en ontbijt bestelt.

Plot en richting

Ook dit verhaal startte te langzaam. Ergens in de afgelopen 3 jaar is er iets in mijn eigen perceptie gebeurd waardoor ik ook de hoofdlijnen van het verhaal gedoseerd introduceer. Zo kwam je in de oude versie pas rond pagina 50 te weten wat het werkelijke conflict is.

Voor de lezer blijft het plot (waar gaat dit over?) en de richting van het verhaal (waar gaat dit naaroe?) te lang te vaag.

Coach

Mijn schrijfcoach zei ongeveer dit: “zorg dat ik vanaf het begin ga snappen wie je personage is, hoe ze tegen de wereld rondom haar staat en waarover dit verhaal gaat”. (maar dan in heel andere woorden)

“Het plot moet anders!”

In het verleden zou ik in de stress zijn geschoten. “Het plot is niet goed! Het plot moet anders! Er moet meer gaan gebeuren!”

En vervolgens zou ik keihard zijn vastgelopen.

Personage, waarden, spanningsvelden, conflict

Mijn probleem is vaak het personage zelf. Degene die dat “plot” meemaakt.

En het probleem met dat personage is, dat ik nauwelijks weet wat dat personage eigenlijk wil. Wat WIL ze? Waarom? Hoe? Wanneer?

Wat zijn zijn of haar belangrijkste waarden? Welke van die waarden leiden onvermijdelijk tot conflict? (Een waarde is bijvoorbeeld: “het is belangrijk voor mij dat iedereen rondom me blij en tevreden is”.)

In “Luchteilanden” is een van die waarden van mijn hoofdpersoon: “persoonlijke vrijheid”.

Wat haar omgeving ook probeert, ze zal altijd iets doen waardoor ze het gevoel heeft dat ze een stuk controle over haar eigen leven heeft, dat ze uiteindelijk vrij is om, ondanks al haar verplichtingen, toch haar eigen pad te kiezen.

Dit geeft een basis voor conflict. En voor spanning.

Herschreven openening

Bloesems toy-boy, die eerst niet meer dan 200 woorden kreeg, is nu het middelpunt van de opening geworden. Haar verschillen, het conflict met haar moeder, de wens tot ontsnapping en haar dilemma worden allemaal rond dit personage (dat momenteel Amber heet) opgehangen.

We leren over haar “perversie” voor de mensen die niet van het eiland komen. We leren iets over het waardeoordeel dat veel mensen, inclusief haar moeder, over niet-Eilanders hebben. We leren hoe belangrijk status is voor de moeder van Bloesem en hoe makkelijk een Huis (een familiebedrijf) kan vallen door een schandaal of iets anders dat die status in gevaar kan brengen.

We leren dat Bloesem schijt heeft aan die regels. En dat de vernietiging van het Huis haar eigenlijk geen reet zou moeten kunnen schelen om haar ontsnapping te kunnen maken, maar dat juist dat haar ervan weerhoudt om haar eigen richting te kiezen.

We leren dat Bloesem vrijwel constant onder observatie staat, dat ze pas 4 jaar na haar geboorte voor het eerst haar moeder ziet en dat iets in Bloesem een zeer negatieve reactie in haar moeder veroorzaakt.

Meer dan 50% van deze onthullingen was verspreid over meer dan 30.000 woorden.

 

“Waar is het plot?”

Ik ben gestopt met “schrijven vanuit mijn plot”. (Zie “schrijversblok“)

Ik ben gaan werken met sleutelgebeurtenissen. “Bloesem (mijn hoofdpersoon) ontsnapt” “Het Huis komt in problemen” “Haar beste vriend pleegt zelfmoord”.

Ik plaats die sleutelgebeurtenissen vervolgens in een bepaalde volgorde. (Het plot) maar ik ga mezelf niet druk maken over meer dan dat. De details van mijn plot ontwikkelt en verfijnt zich vaak tijdens het schrijven.

Ik werk vervolgens aan mijn personages. “Wat willen ze? Waarom is dat zo? Hoe uit zich dat? Met wie botst dat? Waarom? Hoe? Hoe kan ik dat laten zien? Waar?”

Dit leidt tot de eerste serie van onthullingen (expositie) en conflicten.

Elk van die onthullingen en conflicten wordt vervolgens ergens in het verhaal geplaatst (aanvulling op dat basisplot).

Het plaatje ziet er ongeveer zo uit:

Bloesem

Ik heb even (voor mijn eigen gemak) de onthullingen leeg gelaten. Maar die zijn o.a. “De moeder van Bloesem had een totaal andere verwachting van het kind toen Bloesem voor de eerste keer in huis kwam” en: “elke stap die Bloesem doet wordt opgenomen. Elke emotie vastgelegd” en: “wat Bloesem doet op de Benedenwereld kan de reputatie van het Huis schaden.”

Die onthullingen helpen om die conflicten inhoud te geven, om ze scherper te maken, meer impact te geven.

Side-note: Die tekening ziet er al erg gestructureerd uit. Alsof ik dit soort dingen ook daadwerkelijk doe. Met schema’s en dergelijke.

Kort: dat is een valse indruk. Ik heb geen plot-kaart. Ik plot niets uit op papier of in diagrammen. Ik schrijf. Ik redigeer. Ik werk met sleutelscenes. Ik knoop de boel tijdens het redigeren aan elkaar. Ik heb geen mening over “dit is beter of slechter dan die andere aanpak”.

“Hoe staat mijn plot in dienst van het conflict?”

De grootste fout die ik maakte in mijn voorbereiding, was: “hoe stel ik mijn conflicten in dienst van het plot?”

Want ik werkte eerst een outline uit. “In hoofdstuk 1 gebeurt dit. Er is een conflict tussen A en B. Dan doen ze dat. Hoofdstuk 2: …” en zo voorts.

Maar plot is slechts een volgorde van gebeurtenissen. Plot is niet eens “het verhaal”. Plot kan veranderen. Op het moment dat ik scene 5 vóór scene 3 plaats, is mijn plot al veranderd, terwijl mijn verhaal vrijwel hetzelfde blijft.

Door de focus naar conflict te verplaatsen, kan ik me focussen op wat er op dat moment gebeurt. “Waarom zijn ze kwaad op elkaar? Waarom juist daar? Waarom juist op dat moment en over dat onderwerp?”

Ik kan focus geven op relevantie. “Waarom is dat eigenlijk belangrijk? Waarom is dat belangrijk daar? IS dat belangrijk daar?”

Ik kan teruggaan naar mijn personages en mezelf afvragen: “Past dit bij hem of haar? Past dit op dat moment? Past dit met alles wat ik vooraf al heb laten zien en blootgegeven over dat personage?”

Ik kan besluiten om aanvullende scenes te schrijven, voorafgaande, of opvolgend op dat moment. Ik kan besluiten om bepaalde plotpunten die in mijn oorspronkelijke opzet pas later gebeuren, naar voren te schuiven en eerder plaats te laten vinden, omdat dat in dienst staat van dit conflict.

Plotpunten en sleutelscenes

En zo komen we automatisch op plotpunten. Plotpunten zijn “gebeurtenissen waarop het verhaal een wending krijgt”. Er gebeurt iets op dat moment, dat cruciaal is voor verdere gebeurtenissen later in het verhaal, waardoor bepaalde besluiten wel worden genomen en andere besluiten niet.

Plotpunten vertalen zich (in mijn boekje in ieder geval) naar sleutelscenes. “Dit is het moment waarop cruciale zaken plaatsvinden. Dit zijn de acties en conversaties die plaatsvinden. Dit is de informatie die wordt prijsgegeven, of de ontdekking die gedaan wordt.”

Mijn ervaring met mijn eigen schrijven (en het falen in het schrijven van dat soort scenes) en ook mijn feedback in juryrapporten en naar andere schrijvers is dat cruciale handelingen en wendingen in een verhaal (de plotpunten) zonder een duidelijke interne motivatie van de personages voor mij als lezer vaak ongeloofwaardig, saaileeg en/of betekenisloos zijn.

Maar wanneer en hoe plan je die plotpunten? Vooraf? Tijdens het schrijven? Achteraf tijdens het redigeren?

Ik doe (zoals ik eerder al enigszins aangaf) een mix van alledrie. Ik moet eerst weten waarover het gaat, welke richting het opgaat, voordat ik kan beginnen. Ik moet ongeveer weten wie er meespelen en in welke rollen.

Ik werk vervolgens eerst de ruwe lijnen van mijn basisverhaal uit. In het geval van “Luchteilanden”: “Jonge vrouw gaat ontsnappen van luchteiland” en haar onderliggende motivatie: “ze is geketend en wil vrij zijn” (dit is overigens al 1000 keer helderder geformuleerd dan die eerste draftversie).  Ik verzin van tevoren in eveneens zeer ruwe lijnen uit waar ze heen gaat in haar plan, wie ze gaat ontmoeten, wie belangrijk is voor haar in dat proces. Ik kijk naar relevantie en of die momenten interessant zijn.

Ik werk een paar sleutelscenes uit. Daarin geef ik die ruwe lijnen concreet vorm. Ik probeer spanning te scheppen, grip te krijgen op wat op dat moment gezegd en gedaan wordt. Daarna kijk ik waar ze op dat moment in het verhaal passen en wat daaruit voort gaat komen. Daarin probeer ik alvast wat eerste antwoorden te vinden. “Waarom of hoe is ze geketend?” bijvoorbeeld.

Met elke volgende sleutelscene wordt het plot duidelijker. Met elk conflict wordt het verhaal over het algemeen scherper en — zeker als die conflicten door mijn personages worden veroorzaakt — steeds spannender.

Veranderingen in motivatie

Vaak blijven de plotpunten en sleutelscenes bij mij redelijk stabiel, maar verandert het waarom.

Naarmate ik dieper in het verhaal kom, wordt die wereld duidelijker en ook de reden dat dingen niet gaan zoals mijn hoofdpersoon wil. Ik verzin dingen die in eerste instantie goed en slim lijken, maar later alleen maar problemen veroorzaken. “Op wat voor manier is ze een gevangene?” is al lang niet meer hetzelfde als in het oorspronkelijke verhaal. Evenmin als: “Wat houdt haar concreet vast” en: “Hoe gaat er jacht op haar gemaakt worden als ze eenmaal ontsnapt is?”

Ritme, patronen en tussenruimte

Even heel kort: net als muziek heeft een verhaal een ritme en een tempo. Des te korter de tussenruimte tussen elke onthulling en elk conflict, des te hoger het tempo. Een verhaal waarin op elke nieuwe pagina weer een nieuw conflict of een nieuwe onthulling wordt gegeven, heeft een hoog tempo.

Een verhaal waarin die onthullingen zeer in een zeer regelmatig patroon gegeven worden (bijvoorbeeld: “elke 1000 woorden”) heeft een regelmatig ritme.

Focus

Ik heb moeten leren om focus te houden. Mijn verhalen hadden veel gebeurtnissen, maar de samenhang was vaak als los zand. Mijn verhalen waren meer mijmeringen dan strak geregisseerde verhalen.

Hier is wat ik in mijn redactierondes doe:

Elke onthulling, “moet” weer verband houden met de rest van het verhaal. Met andere woorden: “Waarom is dit belangrijk? Hoe versterkt dit het inzicht van delezer en/of geeft het meer inhoud aan een conflict later in het verhaal?”

Hetzelfde geldt voor de conflicten. In het kader van de hoofdlijnen, bijvoorbeeld: “hoe steunt dit conflict de hoofdlijn van het verhaal? Waarom is dit conflict relevant voor die hoofdlijn?” en, in het kader van de onthullingen: “Hoe helpt dit conflict een onthulling meer (emotionele) inhoud te geven?”

Soms is het antwoord (achteraf) “Niet. Dit helpt op geen enkele manier om dat conflict of die onthulling meer inhoud te geven”. In dat geval verdwijnt dat stuk. (Ik knip en plak het vaak in een tweede document dat “<verhaaltitel>  – cutouts” heet)

Soms is het antwoord: “Ik weet het nog niet”, omdat ik nog niet diep genoeg heb nagedacht over mijn karakters.

Vaak moet ik dat stuk een paar keer redigeren en (deels) herschrijven om alles helemaal scherp te krijgen.

Plaats en actie

Soms is plaats cruciaal. Soms is het bijzaak. Als een gesprek tussen twee karakters plaatsvind, waarin voornamelijk de onthulling (expositie) centraal staat, kan dat overal zijn: een wandeling door een park, tijdens een lunchafspraak, whatever.

Als dat gesprek wordt afgeluisterd, is het belangrijk dat dat in rust kan gebeuren, of dat dat gesprek op één locatie plaatsvind. Als het onderwerp vertrouwelijk is, is het waarschijnlijk dat dat gesprek plaatsvind op een plek waar alleen vertrouwelingen kunnen komen. Een geheime kelder, een plek in het bos, een kamer in een huis bijvoorbeeld.

Plaats is verder cruciaal voor sfeer. Spanning wordt namelijk niet alleen door conflict en actie veroorzaakt. Spanning heeft ook een bepaalde sfeer nodig. Denk aan “het oude huis aan het einde van de straat” achtige sfeer, “waar het duister achter de ramen naar buiten loert”. Of: “de donkere kelder waarin het gewicht van de bovenliggende stad bijna voelbaar is”

Actie kent een paar variaties. Voor de eenvoud zet ik de vormen die ik zelf gebruik (bij “Luchteilanden”, maar ook in andere verhalen) hier op een rijtje

  1. Verbindende actie — Hierin gaat het personage van A naar B, of doet hij of zij iets dat de aanzet is tot een volgende scene.
  2. Aanzet geven tot conflict — Hierin neemt het personage actie dat (direct of indirect) aanzet geeft tot een conflict. Dat kan doelbewust zijn, of per ongeluk.
  3. Reageren op conflict — Hierin reageert het personage op een conflictsituatie (of een confrontatie) die door anderen wordt veroorzaakt

Simpel gesteld: een saai verhaal heeft vaak saaie locaties, heeft voornamelijk verbindende acties en vaak personages die zelf (actief) geen actie ondernemen en zelf geen (grote) conflicten veroorzaken.

Omgekeerd: een spannend verhaal heeft vaak spannende en/of intrigerende omgevingen en ondernemende personages die met hun acties één of meerdere (grote) conflicten veroorzaken.

Actie versus gebeurtenis

Een actie wordt ondernomen, door iets of iemand, vaak met een bepaalde intentie. Die actie zet iets anders in beweging.

Een gebeurtenis is iets dat gebeurt, als gevolg van iets anders. Er is mogelijk een voorafgaande actie door een persoon, maar deze is in het verhaal niet duidelijk aangekondigd of verder uitgewerkt. Een voorbeeld: een gebouw dat instort, is een gebeurtenis. Vallende rotsen die een lawine veroorzaken is een gebeurtenis. Rotsen die vallen omdat ze een duw krijgen, is een gebeurtenis.

De gebeurtenis die (als een gevolg) voortkomt uit een actie kan met intentie zijn, of per ongeluk.

Duwde de persoon (of het dier) die rotsen met opzet? Of stootte die persoon of dat dier die rotsen per ongeluk aan, waardoor die lawine werd veroorzaakt?

En als het niet door een persoon of dier werd veroorzaakt, wat was het dan? Een aardbeving? De regen en een kleine aardverschuiving?

En wie zegt dat de natuur, die omgeving zelf, geen “acteur” is?

Slot

Ik heb het idee losgelaten dat plot belangrijk is om een meeslepend en spannend verhaal te schrijven.

Veel belangrijker dan “focus op het plot” (in mijn eigen benadering) is te kijken naar de inhoud van het verhaal. Ik werk dan ook veel liever vanuit dingen als de volgende:

  1. Persoonlijke waarden — Wat is absoluut en onwrikbaar belangrijk voor mijn personages? Welke waarden zijn dat? Hoe vertaalt zich dat in het spanningsveld tussen hen en hun omgeving?
  2. Omgevingsfactoren — Hoe ziet de omgeving van mijn personages er uit? Wat wil die omgeving van mijn personages? Hoe blijkt dat? Werken die factoren mee of tegen? Wat gebeurt er als de situatie plotseling omslaat? Aangeboden kansen door omstandigheden verdwenen zijn, of juist worden aangeboden? Hoe komt dat? Door wie?
  3. Motivatie — Wat willen mijn personages eigenlijk? Hoe is dat verbonden met hun persoonlijke waarden? Waarom? Waarom op deze manier en niet anders?
  4. Kracht van die motivatie — Hoe sterk wil dat personage dat? Sterk genoeg om alles op het spel te zetten? Wat is het punt dat dingen teveel worden? Het personage breekt of afhaakt?
  5. Hoofdlijnen — Waar gaat het verhaal in hoofdlijnen over? Wat zijn de belangrijkste veranderingen of gebeurtenissen?
  6. Conflict — Welke conflicten worden er veroorzaakt? Bijvoorbeeld:
    1. Botsende waarden — Waar staan mijn personages (lijnrecht) tegenover elkaar? Waar hebben ze een soort middenweg gevonden? Waar denken ze dat er een middenweg was, die uiteindelijk niet bestaat? Hoe groot is de wrijving?
    2. Spanningsvelden — Welke spanningen zijn er al aanwezig tussen mijn personages en mijn personages en hun omgeving?
  7. Informatie — Onder andere doormiddel van onthullingen. Wat zien we hier eigenlijk op dit moment? Wat ging daaraan vooraf? Wie zijn er aanwezig? Waar is dat? Waarom is dat relevant? Waarom juist dat en niet iets anders?
  8. Expositie — Hoe kan ik de conflicten en die informatie laten zien? Waar laat ik dat zien? Waar plaats ik mijn conflicten? Waar plaats ik mijn onthullingen?
  9. Actie — Wat gebeurt er verder? Wat voor actie wordt er ondernomen naar aanleiding van een conflict? Wie neemt die actie? Is duidelijk waarom die actie (door dat persoon) wordt ondernomen? Is die actie verbindend (om van A naar B te komen b.v.) of is dat een reactie? Of wordt die actie bewust aangezet door een personage om iets op gang te brengen (wat weer tot een conflict kan leiden)?
  10. Relevantie — Een verhaal kan helemaal vol zitten met actie en spanning en onthullingen, maar zijn ze ook relevant? Zijn ze relevant voor het verhaal? Voor de personages? Voor de lezer? Waarom? Waarom niet? En als het wel relevant is, maar simpelweg niet overkomt, wat ontbreekt er dan? Heeft dat dan te maken met de locatie? De expositie van informatie en conflicten vooraf? Zijn die conflicten en die onthullingen vooraf wel scherp genoeg? Ter zake doende genoeg? Of was ik maar wat aan het rotzooien?

Plot is uiteindelijk niet meer dan de volgorde van gebeurtenissen. Wat gebeurt wanneer? Waar? Hoe komt dat samen?

Wat die gebeurtenissen veroorzaakt, komt voort uit je karakters en je wereld. Uit persoonlijke ambities van je personages. Uit persoonlijke waarden. Uit omgevingsfactoren die soms in het voordeel van personages werken en soms in het nadeel.  Uit de motivatie (de reden tot actie) en de kracht van die motivatie (hoe graag wil je personage dit eigenlijk) en de actie die weer voortkomt uit die motivatie en die waarden.

Hoe spannend dat verhaal is of wordt, wordt onder andere bepaald door de kracht en de impact van de conflicten. Is een tocht naar de supermarkt spannend? Niet als er niets gebeurt, en er geen uitdagingen zijn. Wel als elke stap (bijvoorbeeld) moeite kost en er een bepaald conflict aan ten grondslag ligt, of die actie tot een later conflict kan leiden. Wel als duidelijk is waarom die actie relevant is voor het personage, of de omgeving. En waarom (bijvoorbeeld) het succes of falen van die actie relevant is.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s