Hoe versimpeld moet SF worden om leesbaar te zijn?

In de afgelopen jaren hebben ik en M— verschillende discussies gehad over het moeilijkheidsniveau van de SF-verhalen die we insturen naar wedstrijden. En ik beken direct: ik ben een SF-snob. Kort en bot samengevat is mijn gevoel dat je het ambitie-niveau van wedstrijdverhalen moet terugbrengen tot dat van een kinderboek voor 12-jarigen, wil je een kans maken om een prijs te winnen.

Ik heb daar moeite mee. Maar vanochtend viel het kwartje, toen ik een verhaal van James Tiptree las in een bundel vertaalde SF-verhalen van Prisma.

“Het is als met Jazz,” was ongeveer mijn gedachtengang. “Je hebt enorme complexe rekenkundige jazz die klinkt als willekeurig getoeter. En dan heb je Jazz die klinkt als ‘Take five’: helder, simpel, catchy vanaf het begin en mooi.” En daaruit voortredenerend: “Je hebt SF voor de incrowd en SF voor het grote publiek”.

“SF op kinderboekniveau”

Dat “kinderboekniveau” ziet er ongeveer zo uit:

  1. Wees vanaf het begin helder waar het verhaal over gaat en waar dat verhaal naartoe Gebruik heldere formules in je opbouw.
  2. Hou het simpel. Meervoudige gezichtspunten vanuit meerdere karakters? Beter van niet. Spelen met vorm en stijl? Beter van niet. Een non-lineair verhaal dat sprongen in de tijd maakt? Beter van niet.
  3. Blijf dicht bij de huidige realiteit. Zorg dat je karakters en je wereld herkenbaar blijven voor de lezers die géén SF lezen. Je mag wel wát rare dingen introduceren, maar zorg dat óók de niet-SF-lezers nog steeds kunnen begrijpen wat er gaande is.
  4. Hou geen dingen geheim. Als na 3 bladzijden nog steeds niet duidelijk is of je hoofdpersoon een man of een vrouw is, of dat het verhaal een moordmysterie is, of wat dan ook, kost dat waarschijnlijk punten. Zie ook punt 1 in deze lijst: “wees vanaf het begin helder”
  5. Hou het klein. Concentreer je op één onderwerp, één thema, of één personage. Ga geen uitgebreide werelden of samenlevingen verzinnen.

“Wie schrijft de toekomst?”

In een recente column (hier) schrijft Martijn Lindeboom:

Halverwege de jaren negentig kwam de klad in de sciencefiction in Nederland en het werd fantasy wat de klok sloeg en nog steeds slaat. Daar zijn allerlei redenen voor aan te wijzen, zoals: waarom zou je cyberpunk lezen, terwijl we feitelijk in een cyberpunkwereld leven (maar dat geldt voor meer genres)?

Ik heb een andere stelling. Ik denk dat we als SF-liefhebbers (en schrijvers) teveel naar binnen hebben gekeken.

SF voor de incrowd

Net als met Jazz heeft SF een eigen ontwikkeling meegemaakt die binnen een selectieve groep van lezers en schrijvers plaatsvond. “Fijnproevers”, “kenners”. Mensen die de hele geschiedenis van het genre kennen, of in ieder geval het belangrijkste deel van die geschiedenis, en die tot op het boek, het verhaal en de schrijver kunnen aanwijzen: “kijk: hier is dat idee het eerst geïntroduceerd in die specifieke vorm. Toen heeft X het verder uitgebreid en Y heeft het in boek Z vervolmaakt tot deze specifieke vorm”.

De SF die vanaf de jaren 1960 in Nederland werd uitgegeven door Prisma, Bruna en Meulenhoff was vergelijkbaar met de Jazz die vooral door liefhebbers werd gewaardeerd: complex, veeleisend voor de beginnende lezers en (in overdrachtelijke zin) niet altijd mooi of plezierig om te luisteren.

De fout die ik de incrowd keer op keer zie maken (of dat nu met Jazz of met SF of met literatuur is), is dat ze hun smaak als benchmark-smaak neerzetten en de rest (vaak) als waardeloos.

Aanvullend: Ik maakte later vandaag in dit kader een vergelijking met: “wiskundigen die voor andere wiskundigen schrijven en dan verbaasd zijn dat leken hun werk totaal onleesbaar en prut vinden”

SF voor de massa

De massa heeft die achtergrond niet. Die massa is (even plat gezegd) voornamelijk geïnteresseerd in een goed leesbaar verhaal dat gaat over personen die dingen meemaken.

Die SF is simpel, richt zich op een beperkt idee, herkenbare formules en eenvoudige personages in herkenbare situaties. Die vermijdt vage concepten en ontwijkt het soort intellectuele, bijna autistische zelf-refererende getoeter waarin de meer complexe, verder doorontwikkelde SF vaak aan ten prooi valt. En als het goed geschreven is, kan het net zo geniaal en/of literair zijn in uitvoer en inhoud als de “complexe” SF. Met andere woorden simpeler is niet per definitie minder.

Hoe versimpeld moet SF zijn om leesbaar te zijn?

Dat hangt uiteraard af van de lezer.

Maar ik denk dat 99% van onze potentiele doelgroep allereerst gewoon een goed verhaal wil dat lekker wegleest en geen al te hoge eisen stelt aan de voorafgaande leeservaring van die lezer.

Moet dat verhaal op een soort kinderniveau zijn geschreven? Bijvoorbeeld zo?

“Piet de ruimtevaarder stond voor zijn raket. De raket was hoog. Piet wilde naar de maan. De maan was ver weg.”

Nee. Dat denk ik niet. Iemand die geen genre-expert is, is niet automatisch geestelijk gehandicapt. Maar de snelheid waarin SF-specifieke ideeën vanaf bladzijde één geïntroduceerd worden, moet waarschijnlijk omlaag. Die lezer moet eerst even de tijd krijgen om zicht te binden aan de hoofdpersonen in dat verhaal.

Het helpt verder als die personages helder worden neergezet, met emoties en drijfveren en doelstellingen waarmee die lezer snel kan meegaan. De wereld zelf? Die zal druppelsgewijs geïntroduceerd moeten worden, beginnend bij iets dat bekend is.

Deel één van Star Wars begint (na de belofte dat we actie gaan krijgen! En robots! En supergrote ruimteschepen!) met opzet op een woestijnplaneet, in rust, met een jongen (Luke) die in eerste instantie een normale jongen lijkt te zijn. Het publiek dat nog nooit een SF-film heeft gezien, of niet echt een genre-liefhebber is, krijgt daardoor even de tijd om zich aan te passen en voor te bereiden op wat komen gaat.

Slot

Ik vond als 12 jarige SF-geek dat films en verhalen zoals “Star Wars” voor kleuters waren. Die mening zou ik nu hebben met series als “The maze runner”, “The Hunger Games” en “Divergent”. Het is té simpel, als je opgegroeid bent met het ‘échte’ spul. Het blijft te veel aan de oppervlakte, óók als het gaat om wereldbouw en de rijkdom aan beschikbare SF-ideeën. Het bevat te weinig reflectie en zelfreflectie. Het stelt te weinig vragen en als die vragen gesteld worden, zijn ze vaak te simpel en beperkt.

Maar ik ben het grote publiek niet en mijn specifieke behoefte naar een specifiek soort verhaal heeft zich volledig gericht op één specifiek genre: SF.

De werkelijkheid (en niet het probleem) met wedstrijden als de Harland Award, Fantastels en Trek Sagea, is dat het merendeel van de jury geen hardcore SF-lezers zijn. Die jury gaat o.a. voor leesbaar en een goed verteld verhaal. Die jury is een goede (en wellicht perfecte) doorsnede van het leespubliek waarin een dergelijk verhaal zou belanden als het gepubliceerd zou zijn.

Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is, met wat kanttekeningen.

Als SF in Nederland weer terrein wil gaan krijgen, moeten we (weer) rekening gaan houden met het publiek. En dat publiek houdt meer van de toegankelijke opzet van “Take Five” dan het intellectuele en schijnbaar structuurloze geneuzel in stijlvormen als Free form Jazz. Luister maar eens naar dit stuk, dat maar niet op gang lijkt te komen.

Maar het soort versimpelde en verdunde spul dat het resultaat van dat “toegankelijker maken dan het was” is, is in geen enkel opzicht kenmerkend voor wat SF is of kan zijn. Het kan en mag geen dwingende vorm worden in de zin van: “als een (SF-)verhaal niet in deze simpele opzet past, dan is het niet goed.”

Complexe verhalen met complexe structuren hebben een eigen publiek met eigen eisen. Dit soort verhalen staat (net als de regels die daarvoor gelden) vaak haaks op die regels van eenvoud en vereenvoudiging, omdat die regels te beperkend zijn.

De kunst is volgens mij, zeker nu er zo’n breed leesaanbod is, om de complexe materie in het soort “Jazz voor gevorderden SF” zo helder te structureren en zo helder te verpakken dat zelfs een leek denkt: WTF! Dat is mooi! Ik snap er voor het grootste deel geen zak van maar wat ik wel snap is… wow!

Schrijven voor een incrowd is leuk, maar maakt ook lui.

 

Advertisements

One thought on “Hoe versimpeld moet SF worden om leesbaar te zijn?

  1. Als je op de manier schrijft die in deze studie wordt gepropageerd, dan kun je winst bij PHP, Fantastel en andere “klasse” wedstrijden wel op je buik schrijven… Ik denk niet dat het veel zal worden gelezen, want nooit gewonnen betekent nooit gepubliceerd en dus ook nooit gelezen, vooral niet wanneer je het inderdaad op je buik schrijft!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s