Schrijversblok en hoe ik daar voorbij kwam

Wat was mijn schrijversblok? Hoe lang duurde dat? Waardoor werd het veroorzaakt? En: hoe kwam ik daaraan voorbij?

Dit schrijversblok liep ongeveer vanaf 1995 tot en met 2012.

Mijn schrijversblok zag er ongeveer zo uit:

  1. Ik had een of ander idee voor een verhaal waar ik wel iets voor voelde
  2. Ik ging zitten
  3. Ik schreef een pagina, soms een scene, soms niet meer dan een paar zinnen
  4. Het verhaal liep vast
  5. Paniek, angst, weerzin, zelfhaat
  6. Einde van dat verhaal

Omgezet in een plaatje:

block_inner

Dat wil niet zeggen dat ik niets schreef in die tussenliggende periode, of dat ik geen periodes had waarin het schrijven lekker ging.

Het gat en de blokkade

De reden voor mijn schrijversblok zag er ongeveer zo uit:

block_gap

Ik stond op een bepaald schrijfniveau waar ik niet meer tevreden over was. Ik had het gevoel dat ik mezelf inhoudelijk aan het herhalen was. Ik wilde hoger komen, betere, mooiere verhalen schrijven, maar ik had geen idee hoe ik dat gat moest overbruggen.

Het soort schrijven dat ik doe

Ik ben een ‘thematische flow-schrijver’. Ik kies een bepaald thema, kies die aspecten van dat thema die me het meest aanspreken, begin met wat generieke ideeën voor de vorm, de karakters en de wereld en duik zo snel mogelijk mijn verhaalwereld in om te zien hoe zich dat ontwikkelt.

Als ik een goede klik heb met mijn thema’s en als ik tijdens het schrijven van dat verhaal in mijn flow kom, weet ik dat ik met dat verhaal goed zit.

Mijn echte plot vormt zich achteraf, als ik de samenhang ga zoeken, losse einden aan elkaar ga knopen, plotgaten ga dichtmetselen.

“Plot” is voor mij minder belangrijk dan “Verhaal”.

Dit soort schrijven botst best wel redelijk hard met het soort schrijven van: “hoe het moet, deel 1”, waarin je netjes je outlines uitwerkt, plot-punten gaat verzinnen, een climax verzint die een climax is en (als je het helemaal goed doet) waarbij die climax wordt gevolgd door een mogelijkheid tot een catharsis bij de lezer. (het ABC van Aristoteles!) (Bijna dan.)

Primaire oorzaak van mijn blok

Bij elk woord dat ik schreef, las mijn innerlijke recensent/criticaster mee. Die innerlijke recensent/criticaster was van mening dat elk verhaal dat ik op dat moment schreef eigenlijk tot een ontknoping moest leiden. Dat elk element in dat verhaal onderdeel moest zijn van die ontknoping.

Mijn innerlijke schrijver had daarbij altijd zoiets van: “fuck die shit, dat wil ik niet!”

Waar de innerlijke schrijver linksaf wilde, vond mijn criticaster dat we rechtdoor, of rechtsaf moesten. Een beetje als de bestuurder en de bijrijder die beiden aan het stuur aan het trekken zijn, omdat ze beiden denken te weten wat de beste richting is om bij een totaal andere eindbestemming te komen.

Persoonlijke oplossing: 1

De eerste oplossing kwam door het buitenspel zetten van de angst achter mijn criticaster.

Mijn angst om niet gewaardeerd te worden door een hele specifieke verzameling van voornamellijk denkbeeldige mensen. Mijn angst om als schrijver en persoon door bepaalde mensen afgewezen te worden. Mijn angst om als schrijver in een dode hoek terecht te komen. Mijn angst dat anderen wel eer en glorie voor hun werk gaan krijgen en ik niet. Mijn angst dat ik verkeer bezig was.

Zodra ik ging luisteren naar wat ik zelf voornamelijk wilde doen, en op mijn eigen manier, nam die angst af.

Sleutelvondst: het probleem van de uitwerking

Ergens in 2012 kwam ik, na een gesprek over “slechte verhalen met slechte ideeën” op de volgende kernformule:

  1. Er bestaan geen slechte ideeën [1].
  2. Vaak is het kernprobleem van een ‘slecht’ verhaal dat het idee (en de karakters en al het andere dat daar onderdeel van maakt) nauwelijks/onvoldoende wordt uitgewerkt.

En omgezet in kritische vragen die mijn criticaster weer kan gebruiken:

Is het idee [2] goed uitgewerkt? Bruist het? Leeft het? Ja? Nee? Kan het (nog) beter? Hoe dan?

Wat ontbreekt er nog? Wat gaat er gebeuren als ik met dat idee nog een stapje verder zou gaan, dat idee nog verder zou doordrukken?

 Dit gaf een nieuw werkmodel aan de criticaster. Eentje die ondersteunend werkte inplaats van ondermijnend.

[1] Er bestaat een heel scala aan mogelijke interpretaties voor deze stelling. In het kort: zelfs het meest belachelijke, meest platgetreden en het meest ogenschijnlijk domme idee kan worden omgezet in iets dat tot briljante verhalen kan leiden. De kanttekening: je moet er wel wat moeite voor doen en/of net die insteek weten te vinden waardoor het die vonk krijgt.

[2] Dat ‘idee’ is inclusief de personages, situaties, gesprekken, aanleidingen tot acties en gebeurtenissen en wat er nog meer in de schrijfpap wordt gesmeten.

Persoonlijke oplossing: 2

Ik heb een deal gemaakt met mijn criticaster.

Zodra het verhaal klaar is, of als de innerllijke schrijver dat verhaal vrijgeeft voor kritiek, mag die criticaster helemaal (en keihard) los gaan met dingen als ‘plot’ en ‘structuur’ en ‘op 25% van je verhaal ontploft het eerste plotpunt’ en zo voorts. De voorwaardes zijn deze:

  1. Het verhaal zoals het is, wordt gewaardeerd en gerespecteerd
  2. De focus van de kritiek is: “hoe kan (het idee in) dit bestaande verhaal nog beter worden uitgewerkt?”

Het plaatje ziet er ongeveer zo uit:

block_samenwerking

Natuurlijk zoek ik, als mijn eigen criticaster, in dat proces naar plotgaten en lelijke zinnen en zwakke beschrijvingen van situaties, personages en andere zaken. En natuurlijk heeft dat proces blinde vlekken, waardoor ik dingen over het hoofd zie die andere criticaster er direct uit plukken. En op dagen waar ik moe ben, loopth et schrijven soms stroever dan andere dagen. En op sommige dagen ga ik gewoon niet schrijven omdat ik teveel andere dingen aan mijn kop heb.

Veranderingen

De belangrijkste veranderingen in mijn eigen schrijfproces zijn deze:

  1. De schrijver schrijft, de criticaster geeft feedback
  2. De criticaster probeert niet meer de schrijver te zijn
  3. De criticaster heeft een ander model om kritiek te leveren
  4. Die kritiek wordt niet meer gevoed wordt door de angst voor de reacties van mensen die alleen in mijn hoofd bestaan.

Met als gevolg dat:

  1. Het redigeren van mijn eigen werk nauwelijks meer energie kost
  2. Dat redactiewerk niet meer bestaat uit: “OMG!! Nu moet ik mijn eigen verhaal ook nog gaan lezen!!” en (hysterische stem in mijn hoofd): “OMG!! Het is waar! Ik zuig!!”, maar ondersteunend is geworden in het proces en gericht op structurele verbetering in de uitwerking van ‘het idee’ in dat verhaal

Als een idee niet werkt

Soms werkt een idee gewoonweg niet voor me. Waar ik met goede moed begin (soms met kernwoorden) loopt het in sommige gevallen gewoon vast. Bijvoorbeeld:

  1. Omdat ik geen flauw idee heb waar ik naartoe aan het gaan ben
  2. Omdat ik niet heb nagedacht over de thematiek van het verhaal (waar gaat het over? Welke thema’s wil ik raken?)
  3. Omdat die thematiek me op dat moment niet (meer) aanspreekt
  4. Omdat ik moe ben, mentaal uitgeput, of gewoon geen zin heb in schrijven

Tot slot

Dit is ongeveer de realiteit van het proces:

block_gap2

Er is wat groei, soms een dal (waarin mijn werk niet werk, of prut is), maar uiteindelijk (en hopelijk) verdere groei.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s