Interview met Zafira, uit “Luchteilanden”

In mijn streven naar meer diepte en een sterkere interne logica van mijn verhalen, probeer ik een nieuw ding: fictieve interviews met de fictieve karakters uit mijn verhaal. Doel van deze oefening is niet om tot mooi schrijfwerk te komen (ik vermoed dat dit vrij lelijk is als ik het terug lees), maar mezelf dieper in de karakters te brengen.

Dit is Zafira, de moeder van mijn hoofdpersoon. Zafira is in zekere zin de antagonist in het verhaal en de relatie tussen Mima en Zafira is op z’n zachtst gezegd redelijk slecht.

Wie ben je?

Mijjn naam is Zafira Suliman. Ik ben de elfde opvolger van het Huis van Suliman en sta momenteel aan het hoofd daarvan. Ik ben 146 jaar oud. Ik heb drie dochters: Kobalt, Leander en Mima.

Ik was 21 toen ik het Huis overnam van mijn moeder. Het Huis stond toen op de rand van de afgrond en zou zonder enige twijfel failliet gegaan zijn als ik het roer niet drastisch had omgegooid. Dat begon met bezuinigingen en het openbreken van contracten waar geen van de betrokken partijen meer blij mee was.

Ik lijk in die zin op Mima. Net als Mima was ik de jongste dochter. Net als bij Mima waren mijn broers en zussen niet in staat om het bedrijf door te zetten. Net als Mima voelde ik minachting voor mijn eigen moeder.

Ik betreur dat laatste. Maar ik heb ooit mijn keuze gemaakt voor deze koers. Noam is een betere ouder voor Mima dan ik. Mima moet zich richten op het bedrijf. Mijn werkelijke gevoelens voor mijn zoon— voor mijn dochter zijn niet relevant. En ik kan niet tegen de pijn in haar ogen.

Het maakt het makkelijker dat ik Mima pas ken als vierjarig kind. En dat ik weinig binding met haar voel, nooit veel voor haar gevoeld heb.

Ik weet niet hoe Mima zich zal voelen als ik over vijf jaar weg ben, maar ik was opgelucht toen mijn eigen moeder dood was. In mijn geval door de eer aan haarzelf te houden en door te kiezen voor zelfdoding. Ik hoop dat onze situatie anders zal zijn, maar zal haar niet kwalijk nemen als ze die dag dat ik mijn leven ten einde laat komen als de beste dag van haar leven zal zien.

Ik ben architect. Daarvoor ben ik opgeleid toen ik als vierjarig kind uit de crèche kwam en dat is wat ik ben blijven doen tot Noam het over nam. Ik zorg daarnaast voor het financiële beheer van het bedrijf en voor het beheer van de klanten hier op de Eilanden en de klanten beneden.

Voor mij staat plicht vooraan. Plicht is belangrijker dan al het andere in dit leven. Zonder plicht, zonder plichtsbesef is er geen richting. Zonder richting vervalt alles in chaos. Zonder plicht was dit huis vervallen tot niets. Zonder plicht zou mijn eigen leven heel anders zijn verlopen…

Ik geloof niet in keuze. Ik heb gezien wat keuze heeft gedaan met Kobalt en Leander. Hoezeer ik ze ook liefheb: het zijn zwakkelingen. Zonder ruggegraat. Voordat Mima kwam heb ik overwogen om mijn huis, dit Huis over te dragen aan Noam. En pas in de afgelopen vijf jaar ben ik gaan geloven dat dat niet meer nodig is. Mima is geschikt. Geschikt als opvolger. Geschikt voor dit werk.

Ze is dan wellicht niet de beste gen-architect, maar haar werk is beter dan dat van de directe concurrentie. Ze is dan wellicht onvoorspelbaar, maar het eindresultaat is tot nu toe altijd lonend gebleken. Zelfs de rare dingen die ze in haar kop haalt. Beneden begint het Huis van Suliman langzaam naam te krijgen als een innovatieve groep. Iets dat ik nooit nastreefde, maar Mima blijkbaar met haar werk voor elkaar heeft gekregen.

Mima heeft laten zien dat ze klanten kan binden, dat ze genoeg begrip heeft van zaken, dat ze zelfs met onmogelijke klanten uit plaatsen als Venetië uit de voeten kan.

 

Ik maak me zorgen. Ik mis in Mima die volledige toeweiding naar het Huis, die ik wel in mezelf en in Noam zie. Ik maak me zorgen over haar uitspattingen en haar rare zijsprongen. Ik maak me zorgen over haar koppigheid. Ik maak me zorgen wat dat met de reputatie van dit Huis gaat doen.

Ik weet bijvoorbeeld van haar uitspattingen in Boaz, waar ze meer dan eens in situaties is beland waar ze gewond raakte, of anderen pijn heeft gedaan. Ik weet dat dit normaal is onder mensen van haar leeftijd, en dat ook kinderen van andere Huizen hier aan meedoen, maar ik zou liever zien dat ze het niet doet.

Ik weet dat ze Beneden dingen doet die onacceptabel zijn. Seks met grondbewoners bijvoorbeeld. De walging die ik hiervoor voel is niets vergeleken met de verontwaardiging die zal losbarsten als dit publiekelijk wordt. De reputatieschade zal waarschijnlijk zo groot zijn dat we hierboven opnieuw gebrandmerkt zullen worden.

 

Wat wil je?

Ik wil dat Mima het bedrijf overneemt. Ik wil dat ze dit met net zulke toewijding doet als ik dat deed. Ik wil dat Noam gelukkig is en gelukkig blijft. Ik wil dat mijn andere kinderen eindellijk gaan beseffen dat rondlummelen niemand gelukkig maakt.

Ik wil een nalatenschap achterlaten die gezond is en sterk. Ik wil dat Mima begrijpt dat ik nooit haar vijand was.

Ik wil dat ze eindelijk gaat beseffen dat met het Huis ook verantwoordelijkheden komen hierboven. Niet alleen daar beneden. Ik wil dat de lijn van Suliman ongebroken blijft. Ik wil dat Mima haar eigen geluk gaat vinden, zonder daarmee schade te doen aan het Huis.

Ik wil rust.

Ik wil het soort leven kunnen leiden dat ik nooit heb kunnen leiden. Vrij en zonder de beslommeringen van dit Huis. Ik wil de deur achter me dicht kunnen trekken en weten dat alles goed zit. Ik wil meer tijd doorbrengen met Noam. Ik wil meer vrijheid.

 

Waarom lukt dat niet?

Mijn leven heeft altijd in het teken gestaan van het Huis. Geen enkel jaar, geen enkel moment liet ook maar enige tijd over voor iets anders. Elk jaar was er wel weer iets nieuws: het wegvallen van leveranciers van grondstoffen, een concurrerend huis dat nieuwe producten op de markt bracht, lastercampagnes tegen het Huis van Suliman. Klanten Beneden die verdwenen of hun deel van het contract niet nakwamen.

Dan en daarna Mima. Haar sabotage-acties. Haar rare streken. De bomen die ze ontwierp en die onvoorspelbare resultaten gaven. Haar stijfkoppigheid en eisen tot erkenning – die uiteindelijk wel weer tot nieuwe zakelijke mogelijkheden leidden, maar die ook veel van mijn tijd vraten. Noam was een goed buffer, maar Mima wist altijd heel goed hoe ze mij recht in mijn gezicht kon raken. En als het niet in mijn gezicht was, dan tegen mijn schenen of met een stomp in mijn buik.

Ik kan me slechts enkele momenten van rust herinneren.

Het was als leven in een gevangenis.

 

Wie zijn de belangrijkste mensen in je leven?

Noam. Omdat ik van hem houd. Kobalt, die mijn liefste en beste kind is, ondanks al haar gebreken. Leander, omdat ze slim is en financieel goed grip weet te houden op het Huis.

Mijn leveranciers en mijn klanten. Omdat ze zorgen dat wij door kunnen blijven gaan.

En dat is het.

Ik zou Mima kunnen noemen, maar ik denk niet dat dat de vraag was.

 

Hoe zie je Mima?

Ik denk dat ik veel al gezegd heb over Mima.

Ik denk dat Mima diep van binnen wel begrijpt wat er op het spel staat en wat haar rol en haar verplichtingen zijn. Ik denk dat Mima heel intelligent is, zeer grondig en zeer getalenteerd, waar ik dankbaar voor ben. Ik heb eerder iets over haar zakelijke werk beneden gezegd. En haar schijnbare ‘voorliefde’ voor… bepaalde dingen daar.

Ik heb ook al eerder gezegd dat ze soms onvoorspelbaar is. Laat ik daar iets duidelijker over zijn. Mima is lastig te grijpen. Ze volgt haar eigen plan en doet dat met een eigenwijsheid die me soms tegen de rand van mijn redelijkheid jaagt. Maar er is altijd een dieper plan en de uitkomst is vrijwel altijd in het belang van het Huis. Ik was het bijvoorbeeld lange tijd volledig oneens met haar fascinatie voor de cultuur en de geschiedenis van de mensen en de steden beneden. We doen zaken omdat dat goed is voor het Huis. En de kwaliteit van ons werk verkoopt toch wel. Suliman heeft in de afgelopen duizend jaar altijd afnemers gehad daar beneden. En de enige reden dat dit voor mijn tijd fout ging was door wanbeleid en verwaarlozing. Niet door een gebrek aan mogelijkheden of een gebrek aan belangstelling.

Maar Mima heeft in de afgelopen zeven jaar laten zien wat er nog meer mogelijk is. Dat de rare bomen die uit dat ondoorgrondbare brein van haar komt weldegelijk afnemers heeft. Dat het wegstappen van de conventies soms zelfs tot nieuwe klanten kan leiden en meer omzet. Ik zou nog steeds het liefste een rem op haar verstand willen zetten, maar ik zie ook dat Mima Mima is en niet mij. Iets dat Noam me keer op keer heeft proberen duidelijk te maken.

Mima is een risico. Altijd al geweest en dat zal ze altijd blijven. Ongeacht wat ik met haar opvoeding had gedaan, zou dat stuk onvoorspelbaarheid gebleven zijn, waarin ze plotseling van richting kan veranderen en je in verbijstering en alleen achter kan laten.

Daarom laat ik het Huis ook niet alleen aan haar achter. Daarom heb ik Noam hard aan Mima gekoppeld. Mima is de onbekende factor. Noam is het stabiliserende element. En dat werkt.

Ik haat Mima. Nee. Ik haat haar niet, maar er is iets in haar dat me afstoot. Vanaf het moment dat dat kind mijn huis binnenkwam, was er iets dat me in haar afstootte. Een deel daarvan is de manier waarop ze beweegt. Vloeiend als water. Er is op de meeste dagen geen moment in haar patroon waarin ze hapert. Ze heeft een elegantie die ongekend is, een concentratie die onvoorstelbaar is. Dit mag klinken als bewonderende woorden, maar dat zijn ze niet. De beste verklaring die ik kan vinden is dat ik jaloers ben. Haar motoriek is iets dat ook ik zou willen bezitten.

Klinkt dat kinderachtig? Ja? Jammer dan.

Ik twijfel verder niet aan haar loyaliteit. Mima heeft laten zien dat ze zelfs zonder constante druk in het belang van het Huis werkt en denkt. Onvoorspelbaar: ja. Een risico: ja. Maar niet loyaal? Nee.

 

Waar kom je vandaan en wat kenmerkt je daarin?

Mijn moeder was een ramp. Ze was 110 toen ik het bedrijf van haar overnam, wat niet zonder gevecht ging. Ze was totaal onkundig, totaal niet in staat om een bedrijf te voeren. Ze had geen gevoel voor prioriteiten en geen gevoel voor zaken.

Mijn oudere broer en mijn oudere zus hadden beiden het bedrijf verlaten, zodra ze konden: toen ze vijftien werden. Ik was de enige die nog over was. Als ook ik “nee” had gezegd, was dat het einde van het bedrijf geweest.

De tuinen die je om het huis hebt gezien, waren in een redelijke staat, onderhouden door de werkers, maar er waren al meer dan zestig jaar geen nieuwe soorten meer bijgekomen en de reputatie van het Huis was dat van een stervende. Afgeschreven.

Toen ik vijftien werd en de keuze kreeg, heb ik heel diep en heel grondig nagedacht over wat ik wilde. “Wil ik net als mijn broer en zus dit Huis achter me laten? Of wil ik iets doen met wat er overgebleven was?” Net als elk huis had Suliman verschillende periodes gekend, slecht en goed, en het was uiteindelijk die oude reputatie van doorbijters die voor mij de balans deed overslaan.

Ik sprak eerder over plicht. Dat moment, toen ik vijftien werd, was het moment waarop duidelijk werd hoe essentieel dat gevoel van plicht wel was. En je ziet het resultaat. Suliman was stervende toen ik begon. Het is nu een top-drie bedrijf op dit eiland.

Ik geloof in plicht. Ik geloof in samenwerking. Ik geloof in talent. En ik geloof in mogelijkheden.

 

Hoe zit het met Noam?

Noam heeft mijn tweede dochter gedragen. En dat is hoe ik hem heb leren kennen. Hij fascineerde me vanaf het begin en toen ik zijn ontwerpen zag, klikte er iets binnen in me.

Het is niet gebruikelijk dat een Huis iemand van buiten binnenlaat. We zijn een gesloten gemeenschap met heldere regels hierover. Maar het is eerder gebeurd. En het was niet dat ik zonder reserveringen was. Iedereen kan ontwerpen maken en iedereen ambieert wel ergens een positie die hoger ligt. En zelfs als helemaal duidelijk is dat je als ontwerper geen enkele kans maakt bij welke familie dan ook, blijven mensen toch proberen.

Noam was anders. Zijn rust en zijn zelfverzekerdheid maakte me nieuwsgierig. Zijn gebrek aan ego maakte dat ik de moeite nam om te bekijken wat hij me aanbood. Noam dring zich niet op. Hij had geen verwachtingen. Hij was simpelweg verliefd op het werk en wilde simpelweg iets laten zien.

De kwaliteit van zijn werk was zichtbaar vanaf het moment dat ik in de ruimte stond waarin zijn basisontwerpen waren neergezet. Alles klopte. Het was niet alleen de zorg die hij toonde, maar ook dat meer ongrijpbare gevoel van meesterschap.

Hier stond ik, tussen het persoonlijke werk van een jongen die de helft van mijn leeftijd had, die uit een sociale omgeving kwam die hooguit in aanraking kwam met mijn kringen door het draagmoederschap. Waarin talent een volledig willekeurig gegeven was, volledig bepaald door anderen. En ik wist dat ik met Noam iets bijzonders had gevonden.

Dat besef, dat instinctieve gevoel werd bevestigd toen ik de patronen bekeek van zijn architectonische constructies, de manier waarop hij het genetische materiaal had gerangschikt, de zaden liet construeren in de gesimuleerde processen. Dit was een zeldzaam natuurtalent.

Zonder mijn achtergrond, zonder het falen van mijn moeder had ik waarschijnlijk nooit de volgende stap gezet. Ik gaf Noam een kans. Ik gaf hem een contract. Ik gaf hem een opdracht.

Twee jaar later werd hij onderdeel van het Huis.

De liefde kwam pas veel later. Iets dat deels te maken had met de rust in Noam en  deels met mijn focus op andere dingen. Vandaag kan ik me niet meer voorstellen hoe het leven zonder Noam zou zijn geweest.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s