Mijn ervaringen met het uitgeven van een papieren tijdschrift

Ik had deze blogpost al een paar maanden eerder gepland en toegezegd aan iemand. Bij deze. Aan het einde: advies naar mezelf als ik datzelfde nu had gedaan..

Ator Mondis, 10 gulden voor 4 nummers per jaargang

In 1991 en na 1 vol jaargang kwam Rakis ten einde, een SF-tijdschrift van Jos Weijmer.

Ator Mondis sprong in dat gat. Om te zorgen dat ik binnen zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk abonnees kreeg, deed ik een actie: “1 jaargang, 4 nummers, 10 gulden”. Kostprijs van productie (1,50 gulden) en kosten van verzending (1 gulden). Ik was 20 jaar oud.

Niet meegerekend: kosten van misdrukken en vergissingen.

150 abonnees

Ik adverteerde in SF-Terra en Holland-SF, beiden goed voor ongeveer 300 tot 500 abonnees  en in de eerste drie maanden en voordat het eerste nummer uberhaupt ingevuld was, won ik iets van 100 abonnees.

Harde kern

Ik vermoed dat dit de harde kern van dat moment betrof: mensen die met hart en ziel van SF hielden, geen armzalige student meer waren zoals ikzelf en graag nieuwe dingen zagen gebeuren en waarschijnlijk alles verzamelde dat maar in het Nederlandstalige gebied werd uitgegeven.

Een dankbaar publiek voor de lancering van een nieuw initiatief.

Plafond van 150

Die 100 groeide uit tot 150 abonnees. En bleef daar steken. Het tweede jaar zag, ondanks nieuwe advertenties in beide bladen, geen groei.

Kosten en baten

Elk nummer werd inhoudelijk door mij geredigeerd, vormgegeven, aangevuld en geillustreerd. Elk verhaal ging door minstens 1 redactieronde met de schrijver, waarin ik gedetailleerd feedback gaf op zinsniveau, op inhoud en op verhaalstructuur. Feedback die vaak wel en soms ook niet werd doorgevoerd.

Line-editing werd vanaf het derde nummer van het eerste jaargang door Mike Jansen gedaan, omdat ik een slordige lezer was en ben en fouten liet zitten die Mike er in 99% van alle gevallen feilloos uithaalde.

Ator Mondis was verliesgevend. Ator Mondis had in die vorm geen toekomst. Mijn uren werden niet betaald. De uren van Mike werden niet betaald.

Plafond

Mijn abonnee-aantal bleef steken op die eerder genoemde 150 mensen. Om ook maar iets van een toekomst en inkomsten van belang te genereren, om meer te worden dan een kansloos fanblad was het tienvoudige en honderdvoudige van dat aantal nodig. 1500 tot 15.000 abonnees.

Ik ging in het tweede jaar op zoek naar een drukker. Ik had verschillende gesprekken met Aldipress, een organisatie die tijdschriften in de bakken van kiosken, boekhandels en sigarenwinkels bezorgde. Ik maakte de stomme fout dat drukwerk “zelf” te willen doen. Als een bedrijfje.

Full time job

Met alle werkzaamheden, inclusief het illustreren, redigeren, vormgeven en zo voorts, slokte Ator Mondis al mijn vrije tijd op. Mijn studie lag al op het tweede plan en in 1992, toen mijn propedeuse was afgesloten, stopte ik. Die studie was niet wat ik verwacht had en mijn tijdschrift was belangrijker dan een baan als informaticus bij een verzekeraar of een bank.

Einde

Aan het einde van het tweede jaargang, 2,5 jaar na start, trok ik de stekker uit het blad.

Lessen

  1. Papier is een klote-medium. Het vreet kostbare tijd (drukken, nieten, vouwen, snijden, in enveloppen stoppen, enveloppen addresseren, de hele rotzooi naar het postkantoor brengen) en teveel geld (verzenkosten, drukkosten). Meer abonnees is meer werk en meer kosten.
  2. De omvang van de incrowd is te klein. SF-Terra en Holland-SF werden dan wel professioneel gedrukt, maar hadden totaal geen bereik. Daarop inhaken was goed voor een kickstart, maar het grote publiek lag elders.
  3. 150 abonnees is als een huiskamerconcert. Leuk, maar het gaat helemaal nergens naartoe.
  4. Je moet niet doen waar je niet goed in bent. Geef me een tijdmachine en ik ga terug om mezelf een klap in mijn gezicht te geven. De 20.000 gulden die ik toen wist los te peuteren om de bestaande drukpers in iemand z’n schuurtje aan te vullen met andere materialen was beter ergens anders besteed.
  5. Andere mensen zijn rete-belangrijk. Ik besefte in 1992 niet hoe belangrijk Mike was voor Ator Mondis en mezelf. Ik was arrogant. Ik had moeite om bepaalde controle uit handen te geven. Ator Modnis had verder kunnen komen als ik meer werk uit handen had durven geven.
  6. Introversie is een probleem. Omdat ik moeite heb contact te maken met anderen, omdat ik mezelf liever terugtrek in mijn eigen stulp heb ik een hele kleine kring van mensen om mee samen te werken. Zie punt 5: “Andere mensen zijn rete-belangrijk”
  7. Een tijdschrift uitgeven is rete-makkelijk. De crux ligt in het vinden van het publiek en (in mijn geval) een goed team.
  8. Doe het stap voor stap. Ik wilde teveel, te snel, had een paar hele goede ideeën en een mooi blad met potentie maar niet echt een echt goed plan.

Verhalentijdschrift nu

Ik heb dit al eerder gezegd en geschreven: Fuck Papier. Papier is een parasitaire entiteit. Het kost geld en moeite. Het beperkt de reikwijdte van het medium. De verkoop van papieren tijdschriften leveren – zeker met de belachelijke oplages vna 150 en 1500 stuks – geen zak op.

Anno nu zou Ator Mondis electronisch zijn verschenen. Gratis. Met een strakke site en een strakke optimalisatie van de site voor zoekmachines.

Als ik dit nu zou doen en zou opzetten zou dit mijn basisstrategie zijn (de realiteit is altijd weerbarstig). In adviesvorm en waarschijnlijk niet het ultieme en meest briljante plan:

  1. Zorg voor voorfinanciering. Dit is hoe en van wie:
    1. Vrienden en familie. Genadeloos, maar met respect en zonder drammen en zonder (emotionele) dwang. Een nee is een nee is een nee. Een ja is een ja. Een misschien is een “okee, tot later”.
      1. Weet wie bereid is te geven en wie niet.
      2. Weet hoeveel de “ja” mensen bereid zijn te besteden en vraag dat ook.
      3. Ga waar het geld zit.
      4. Wees duidelijk en eerlijk in de presentatie van de intenties: Bijvoorbeeld: “Ik ga een tijdschrift uitgeven, online en gratis. Ik wil in het eerste jaar 10.000 mensen bereiken. Dit gaat waarschijnlijk geen reet opleveren, maar ik vind dat dit essentieel is.”
      5. Wees 120% bereid om elke euro en elke cent terug te betalen als dingen mislukken. Bepaal daarin ook het moment waarop je gaat zeggen: “meer kan ik niet doen”.
    2. Fans. Zorg dat je een begin gaat maken voor een constante geldstroom van buitenaf.
      1. Schreeuw het van de daken. Maak duidelijk wat je wilt en waarvoor dat geld nodig is.
      2. Zorg dat je credentials hebt. Een bewijs van kunnen. Een nulnummer.
      3. Laat mensen gebruik maken van automatische overschrijving via de bank.
      4. Zet een minimum-bedrag per maand of per jaar.
      5. Laat mensen zelf beslissen of ze meer willen geven, vrijgevigheid is een prachtig ding.
  2. Ga actief scouten. Naar de beste schrijvers en illustrators binnen het Nederlandse taalgebied. Leg je handen op alle verhalen die in de afgelopen 5 jaar geschreven zijn en zorg:
    1. Dat je weet wie constant een bepaalde kwaliteit weet te leveren.
    2. Dat je de opkomende talenten herkent: die schrijvers die elk jaar beter werk leveren
  3. Gebruik de bekende namen. De schrijvers en illustratoren die zijn doorgebroken. Weest daarin integer. Maak geen misbruik, maar streef primair naar een mooi en zelfs prachtig product. En nee is nee. “Misschien” is “ik [als uitgever] kom hier later op terug.”
  4. Betaal de schrijvers. Vooraf. Minimaal 1 cent per woord. Want dat stimuleert. En het is netjes.
  5. Maak geen vage beloftes. De kans dat een tijdschrift binnen het genre winstgevend wordt is minimaal.
  6. Zet duidelijke grenzen. Maak duidelijke afspraken met de mensen die content leveren. Maak duidelijk wat kan en wat niet kan. Dit is de basis:
    1. Exclusiviteit of vrijheid van publicatie van een verhaal hier en elders
    2. Regels met betrekking tot het terugtrekken van een verhaal door de schrijver
    3. Het weigeren van een verhaal van een schrijver, als dat uiteindelijk (en zelfs na redactie) nog steeds niet aan kwaliteitseisen voldoet
    4. Het proces van redactie. Hoe? Hoeveel rondes? Waarom? Met wel doel?
    5. Een heldere definitie van kwaliteit. Wat is “kwaliteit” binnen de normen van het tijdschrift? Hoe wordt dat gemeten? Welke paden worden bewandeld om dat te verkrijgen? Welke verwachtingen liggen er naar schrijvers en illustratoren?
  7. Verzamel mensen met kennis en ervaring. Voor advies. Voor advies en voor advies. En om, als de boel echt fout gaat, en alleen, alleen, alleen als alle andere opties op zijn, om je bij te springen en je uit de brand te helpen.
  8. Verzamel een team van werkers. Om de marketing te doen. Om verhalen te redigeren. Om jouzelf te vervangen als je ziek en snotterend en met 40 graden koorts, of een halve burnout in bed ligt. Of als je werk eist dat je 3 maanden lang en 16 uur per dag NIET met het tijdschrift bezig bent. Om te zorgen dat dingen gebeuren, zelfs als jijzelf geen tijd hebt. Om te zorgen dat je andere activiteiten niet in gevaar komen.
  9. Hou dat team klein. 5 man wordt al snel een menigte. 6 mensen zijn teveel.
  10. Wees niet bang om mensen te ontslaan. Omdat mensen mensen zijn en het makkelijker is om dingen toe te zeggen dan ze ook werkelijk ten uitvoer te brengen. En omdat mensen soms een keigoede start maken maar daarna in kunnen zakken. Dood gewicht is dood gewicht. Woorden zijn geen daden. Beloftes zijn geen handelingen.
  11. Wees niet bang om mensen weer aan te nemen. Soms schop je iemand uit het team en bedenk je achteraf: “Stom!”. Stuur een mail. Zeg: “Ik heb een domme fout gemaakt. Kom alsjeblieft weer terug” en ruim eerst het oude zeer op als er conflicten waren en vervelende dingen zijn gezegd.
  12. Werk keihard aan SEO en “social media strategies”. Het publiek zit binnen achter hun laptop en gebruikt internet. Mensen gebruiken zoekmachines en Facebook en Twitter en Tumblr en andere sociale “ik deel mijn shit” plekken.
    1. Zorg voor “flitscampagnes”. Dingen die opvallen en BOEM doen, met veel licht en veel mooie glitters. En stop daar wat geld in, bij mensen die binnen een beperkt budget mooie dingen kunnen maken die aandacht trekken. Dingen die aandacht trekken en aandacht opleveren. Dingen waar mensen over gaan praten. Dingen die geheid gedeeld gaan worden. Mooi beeld is essentieel.
    2. Zorg voor een buzz. Mensen gaan over dingen praten (de buzz) als daar iets achter zit dat dieper gaat en als duidelijk is en (bijvoorbeeld) dat er een warm en kloppend hart achter zit. (Seks en schandalen werken ook goed, maar vereisen een vrij rucksichlose persoonlijkheid.) Gebruik dat warme en kloppende hart. Inspireer. Investeer. Heb lief. Laat dat zien. Straal dat uit.
    3. Optimaliseer de site op elke relevante zoekterm en zoekcombinatie die de site bovenaan de Google-ranking gaat brengen.
    4. Adverteer van tijd tot tijd op Facebook en probeer Google Adwords. Als een zij-strategie. Omdat het geld kost en niet noodzakelijk de meest effectieve manier is om de doelgroep te bereiken.
    5. Denk vanuit je doelgroep. Wat jij wilt is – behalve een retegoed blad, meer aandacht, meer lezers, meer bereik en meer geld – volledig irrelevant. Geef in je campagne wat de mensen willen en graag delen en doorvertellen. En zorg dat je exact gaat weten en aanvoelen wat dat is.
  13. Doe het stap voor stap. En weet wat je prioriteiten zijn.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s