Diversiteit in SF en Fantasy

Afgelopen zaterdag  (Imagicon, 21 maart 2015) zat ik in de kleine zaal waar Rochita Loenen Ruiz, Marilyn Monster, C.M. Chang en Corrinne Duyvis, gemodereerd door Marieke Nijkamp, spraken over diversiteit in het genre. Deze blogpost bevat een korte samenvatting van een aantal punten die daar besproken werden en wat aanvullende dingen vanuit mijzelf.

Het panel: “Fandoms: diversiteit in SF & F”

Ik laat het aan anderen over om daar een goed / beter verslag van te maken. Wel geef ik hier een paar punten die in dat uur werden aangestipt.

Gender-problemen in Hollywood – Hollywood heeft een structureel probleem met vrouwen. Zowel in de representatie als in het serieus nemen van vrouwen als doelgroep voor genre-films. Corinne stipte aan dat in genre-specifieke films die voor ‘mannen’ zijn gemaakt (er werden een paar titels genoemd), een opkomst van 40% en zelfs 60% vrouwen als een “fluke” worden gezien en dat die opkomst dus niet telt. “Want die films zijn voor mannen gemaakt.” Aanvullend daarop verwees Corinne naar een artikel dat ergens in 2014 verscheen, waarin een vrouwelijke regisseur en schrijver (ik kan dat artikel helaas niet zo snel vinden) aangeeft dat de film-industrie gedurende haar hele carrière weerstand heeft geboden tegen vrouwen in hoofdrollen (in ‘serieuze films’) vrouwen als regisseurs van films en film-vrouwen die een leven hebben dat verder gaat dan ‘alles draait om die man’. Ik geef je een paar links. “Gender inequality in film” waarin wat cijfers worden gegeven. Als je denkt: “dat valt best wel mee met die 30%” dan moeten we een serieus gesprek hebben. We zijn inmiddels in 2015 en dat artikel gaat over een land (Amerika) dat zichzelf al meer dan zestig jaar het lichtend voorbeeld van gelijkheid, vrijheid en democratie ziet. “No more excuses, Hollywood needs to hire more female directors” geeft hier ook wat meer info over en benoemt onder andere de hypocrisie die leeft over dit onderwerp.

Diversiteit in SF & F en de dominantie van witte, heteroseksuele hoofdpersonen – Amerika en England zijn lange tijd de meest dominante leveranciers van SF en Fantasy-verhalen geweest. De meeste schrijvers uit deze gebieden zijn blank en heteroseksueel. Tot de jaren ’80 waren de meeste schrijvers binnen deze groep mannen.

Om een lang verhaal kort te houden een simpele oefening: ga naar je boekenkast en selecteer alle boeken:

  1. Die geen man als hoofdrolspeler hebben
  2. Waarin de hoofdpersoon niet blank is
  3. Waarin de hoofdpersoon niet heteroseksueel is

Dit kan een en/of zijn.

De kans is zeer groot dat je (als gemiddelde, ‘normale’ lezer) vooral met punten twee (niet blank) en drie (niet heteroseksueel) niet verder komt dan een 5 tot 10-tal boeken uit een verzameling van 500 stuks.

Als we daarbij ook nog toevoegen–:

  1. Waarin de wereld niet gebaseerd is op Judeo-Christelijke normen (nadruk op monogamie, nadruk op het belang van kinderen en nageslacht uit specifieke familielijnen, het hebben of krijgen van kinderen voor gezinsgeluk en het belang van kinderen voor het voortzetten van welvaart of een beschaving)

–op hoeveel boeken kom je dan?

Representatie van de “ander” en de keerzijde van die medaille – Kun je jezelf als blanke Europese- of Europees-Amerikaanse schrijver inleven in een niet-blank karakter? En in hoeverre wordt een dergelijk karakter dan een stereotype of wordt het geschreven als een echt persoon en personage? In hoeverre doe je dit als schrijver “omdat dat ook nog moet for the sake of diversiteit” (zodat je je “gelijkheids-quota” haalt bijvoorbeeld) of omdat je karakters toevallig die achtergrond hebben?

Aangestipt in die discussie, maar in mijn woorden: de valkuilen bij het schrijven van die “ander” gelden voor elke schrijver. Elk karakter dat niet uit je eigen (belevings)wereld komt loopt het risico als een karikatuur neergezet te worden.

Maar moet je dan alleen maar schrijven wat je kent? Moet je als schrijver dan maar niet het risico lopen om de fout in te gaan? Of moet je als schrijver juist wel dat risico nemen? En hoe dan?

Focus op het menselijke aspect – Ik denk dat dit een paar keer in verschillende vormen genoemd is: “schrijf die ‘ander’ gewoon als een persoon.” Met alle complexiteiten en menselijke verlangens. En in mijn woorden: als je voorbij gaat aan de labels die we aan een persoon toekennen (“hij/zij is en [vul et label in].” En voorbijgaan aan het idee dat we – zodra we weten wat voor label we aan een persoon toe kunnen kennen ook ‘automatisch weten wat voor soort persoon dat is’, er al een behoorlijke verbetering in die representatie zal komen.

Witwassen – Je kunt een wereld natuurlijk ook volledig witwassen. Bijvoorbeeld: een wereld met alleen maar blanke, heteroseksuele karakters in een wereld met alleen maar Judeo-Christelijke normen “omdat je daarmee in ieder geval geen fouten maakt”. Maar dat is ongeveer net zo erg als misrepresentatie. Kijk naar de volgende vraag en stel even (als voorbeeld) dat iedereen in de hele verhaalwereld hetero-normatief is, monogaam en blank: wat is er dan in die verhaalwereld met alle niet-heteronormatieve, niet blanke, niet monogame mensen en culturen en subculturen gebeurd? Zijn ze allemaal verwijderd? Vergast? Stelselmatig vermoord of uitgestoten? Met wortel en tak uitgeroeid?

Zelfs in een verhaalwereld waarin elk racistisch en seksistisch en homofobisch stereotype wordt herhaald en nog eens extra wordt onderstreept zodra we een niet-normatief personage ontmoeten zijn deze groepen en mensen in ieder geval nog in leven. Aanwezig.

“Everything’s political”

Maar wat moet je dan als schrijver? Moet je de barricades op om stemmen te geven aan de zogenaamde minderheidsgroepen? Tegen de stroom in gaan zwemmen? En wat als je mogelijke publiek, je mogelijke doelgroep “helemaal niet op dat soort verhalen zit te wachten”? Wat als je gewoon maar een schrijver bent? En gewoon maar verhalen wilt schrijven en in je werk geen politiek wilt voeren, omdat politiek iets voor anderen is?

Ik quote Skunk Anansi (uit dit nummer en los van de rest van haar woorden): “Yes it’s fucking political, everything’s political”.

Een normatief verhaal waarin mensen een “normal” leven leiden is een verhaal met een politieke lading. Een verhaal waarin de moraal is: “en het kwam toch weer goed” of “het liep slecht af” is een verhaal met een politieke lading. Alles dat gezien kan worden als een “veilig verhaal” en alles dat norm-bevestigend is, heeft een politieke lading. We hebben het alleen niet altijd door.

Wat is die politieke lading dan?

Dat hangt af van het type verhaal. En van de inhoud. Verhalen waarin vooral mannen een dominante rol spelen en vrouwen slechts een bijrol zijn bijvoorbeeld patroon-bevestigend. “Zo is het (en niet anders). Zelfs in dit verhaal en deze verhaalwereld”.

Verhalen waarin dominante niet-mannelijke en dominante niet-heteroseksuele karakters vooral “slechteriken” zijn, doet daar een stapje bovenop: “iedereen die voor zichzelf op durft te komen en geen man of geen hetero is, is waarschijnlijk niet te vertrouwen”. Omgekeerd en in andere woorden vertaald: “wantrouw homo’s, biseksuelen, wantrouw mensen die niet aan de seksuele norm voldoen en wantrouw vrouwen die een plaats in de wereld durven te nemen en die hun bek open durven te trekken (want ze gaan jou, of datgene wat je lief hebt waarschijnlijk ook kapot maken)”.

Als “normaal” eigenlijk abnormaal is

Ongeveer 10% van de wereldbevolking is Europees-blank[1]. Grofweg 10% van de wereldbevolking wordt geboren met een primaire seksuele voorkeur voor mensen van het eigen geslacht. Waarschijnlijk gelden vergelijkbare getallen voor mensen met een primaire seksuele voorkeur voor dieren, kinderen, objecten en bepaalde rolverdelingen binnen het seksuele spel.

Ongeveer 5% (bron, ik behoor tot die 4% die ambivilent is) heeft het gevoel dat het lichaam waarin hij/zij geboren is niet het lichaam is dat eigenlijk bij zijn/haar persoonlijke lichaamsbeleving past. Een deel van die groep zal op een gegeven moment ook daadwerkelijk een geslachtsverandering ondergaan.

[1] Europeanen en Europees-Amerikanen zijn niet de enige mensen met een lichte of blanke huidskleur.

Ongeveer 40% van de volwassen bevolking in Nederland is (uitgaande van VIVA enquetes en vergelijkbare bronnen) minimaal één keer in zijn of haar leven vreemd gegaan. Waarschijnlijk droomt 90% van die zelfde volwassen bevolking van seks met iemand anders dan zijn of haar partner, met of zonder een werkelijk gevoel van interne noodzaak om dat ook daadwerkelijk in daden om te zetten.

De meeste relaties bereiken (volgens opnieuw een VIVA en vergelijkbare bladen) na 1, 4 en 7 jaar een keerpunt waarin een van beide partners, of beiden op het punt staan van: “is dit het eigenlijk wel?”

Ongeveer 20% van de Nederlandse volwassen bevolking “voelt zich niet gelukkig” (gedeeltelijke bron). Volgens mijn herinnering, gebruikt ongeveer 40% van de Nederlandse bevolking een bepaalde vorm van medicatie en zelfmedicatie (inclusief de meer natuurlijke middelen zoals valeriaan en Sint-Janskruid) om angsten en spanningen te onderdrukken.

Het gebruik van deze middelen is zelfs zo hoog dat: (zie dit Volkskrant-artikel uit 2001) “Het bekende anti-depressiemiddel Prozac [..] blijkt al in een concentratie van 0,3 microgram per liter de uitstoot van mannelijke geslachtscellen bij mosselen te stimuleren. [..] Het gaat daarbij om gehaltes antidepressiva die op dit moment inderdáád in het oppervlaktewater worden gevonden.”). En als je denkt dat zelfmoord een uitzondering is: “Jaarlijks denken 410.000 mensen [in Nederland] aan zelfmoord. Ieder jaar doen 94.000 Nederlanders ook daadwerkelijk een poging om zichzelf te doden.”  (bron)

Als het gaat om gelijkheid, tolerantie en integratie zijn de resultaten ook niet echt bemoedigend, zoals dit Volkskrant-artikel bijvoorbeeld aangeeft mbt werkeloosheid onder allochtonen, of de meer dan 2 miljoen likes op de Pietitie, die duidelijk laat zien dat het meevoelen met anderen, die bijvoorbeeld vanuit hun persoonlijke achtergrond en ervaringen aantstoot nemen op de racistische stereotypes van Zwarte Piet, blijkbaar toch wel erg lastig kan zijn voor veel Nederlandse mensen. Makkelijker is om (als blanke Nederlander) gewoon overal te roeptoeteren dat al die andersdenkenden allochtonen maar gewoon en vooral op moeten rotten of hun bek moeten houden.

Als je alleen naar de cijfers rondom zelfmoord kijkt (die op alle lijnen hoger liggen dan ik verwacht had) is er blijkbaar iets geks aan de hand met dat “normaal” in onze beschaafde, Nederlandse, normatieve wereld waarin je vooral niet te gek moet doen.

Ik weet dat dit een complex onderwerp is en dat ik (mede omdat ik hier niet dagelijks over schrijf en spreek) faal om dit goed onder woorden te brengen.

De bottom-line: “Normaal” is een dom verzinsel [2].

Het belang van afwijkende verhalen en afwijkende stemmen

Commercieel gezien zijn verhalen die afwijken van de norm: “de verhalen die niemand wil lezen”. En meer concreet en in iets andere woorden: “Niemand zit te wachten op een verhaal over [..]” Waarbij [..] een lesbische, bi-seksuele, homoseksuele, niet-blanke, niet mannelijke, a-seksuele hoofdpersoon kan zijn, of iemand die in een zware depressie zit. Of wereldvreemd is, of voor vrouwenrechten vecht.

En met nog andere woorden: “Waarom zou je een verhaal schrijven waar niemand in geïnteresseerd is of dat niemand wil kopen?” En met weer andere woorden: “Als schrijver wil je gelezen worden, toch? Waarom kies je dan voor dit soort karakters?” waarbij ‘dit soort karakters’ de niet-normatieve personages zijn.

Ik zelf schrijf “dat soort” verhalen. Het antwoord is in mijn geval meervoudig:

  1. Ik vind heteroseksuele, monogame en heternormatieve karakters intens saai. Ze spreken mij als schrijver en als persoon absoluut niet aan.
  2. Ik heb totaal geen emotionele binding met de hetero-normatieve wereld rondom mijzelf. Water op mijn olie. Niet mijn wereld en niet mijn ding.
  3. Ik heb veel te danken aan afwijkende verhalen met afwijkende karakters. Daarover later meer.

“Maar wie zit er dan op dat soort verhalen te wachten?”

Dat hangt af van de doelgroep. Dat hangt af van het verhaal. Dat hangt af van de thematiek. Dat hangt af van de mindset van die doelgroep.

Sommige verhalen bereiken een groot publiek omdat ze inspelen op een sterk sentiment dat door veel mensen gedragen wordt en daarin een bevestigende of juist ontwrichtende rol hebben. Andere verhalen bereiken alleen een klein publiek omdat de thematiek en de onderwerpkeuze slechts bij een kleine groep resonantie vinden.

Een verhaal over de stroeve jeugd van een homoseksuele eerste-generatie Marokkaanse jongen uit een redelijk liberale familie in een saai Nederlands dorp zal mogelijk minder aansluiting bij een Nederlandse doelgroep vinden dan een verhaal van een Nederlands-Russisch meisje die opgeleid wordt als moordenaar voor de Russische Maffia (ik heb beide lijnen hier ter plekke verzonnen, maar sluit niet uit dat deze twee verhalen ergens al geschreven zijn).

Hoewel commercieel onaantrekkelijk, kan dat (mogelijk redelijk saaie) verhaal van die Marokkaanse jongen wel weer bevrijdend werken voor anderen in zijn positie, zelfs levens redden als in een dergelijk verhaal verschillende uitwegen worden geboden, anders dan (bijvoorbeeld) zelfdoding of “blijven zitten waar je bent” en tot pulp worden geslagen door (blanke) mensen uit zijn of haar omgeving. Het kan zijn dat dat redelijk saaie verhaal een ander soort familieomstandigheden laat zien waarin ouders wel liefdevol kunnen zijn en waarin een andere kant van een bepaalde culturele stroming wordt getoond die wellicht overgeslagen en genegeerd wordt. Uitwegen en andersoortige achtergronden die anders en zonder een dergelijk boek mogelijk onzichtbaar zouden zijn gebleven voor anderen in een vergelijkbare positie.

En hoewel normatieve en norm-bevestigende verhalen een duidelijke bestaansreden hebben, al is het maar vanwege de commerciële waarde, hebben ze wat mij betreft ook een bepaald giftig effect.

Zeker als ze consistent en hardnekkig bepaalde waarden en personen buitensluiten die evenveel bestaansrecht hebben als de schrijver en de lezer van die verhalen.

“En wat biedt dat dan?”

In mijn optiek bieden verhalen met meer diversiteit in hun karakters, hun wereldbouw en hun interne geloofssystemen vaak:

  1. Een andere, bredere, meer gevarieerde en hopelijk een ook meer volledige en meer gebalanceerde blik op de wereld elders, of op de wereld om ons heen
  2. Andere opties en andere mogelijkheden om een bepaalde situatie en een bepaalde problemathiek aan te pakken en op te lossen
  3. Een uitweg uit een situatie die verstikkend en soms zelfs dodelijk kan zijn.

Mijn eigen belang

Literatuur kan in mijn optiek levens redden. Verhalen kunnen levens redden. Literatuur kan tot keerpunten leiden waarin dingen plotseling op hun plaats vallen en een stukje herstel kan beginnen. De basis (in mijn geval) is en was: “je bent niet alleen. Je bent niet de enige. Er zijn anderen die dit hebben meegemaakt, die dit vinden, die deze mening delen.”

Ik vond veel daarvan in “Babel 17” (Samuel Delany) en een deel in “Myra Breckinridge” (Gore Vidal). Voor anderen zullen dat ongetwijfeld andere verhalen zijn.

Ik kom uit een dorp dat me niets te bieden had en dat me nu nog steeds niets te bieden heeft. Als ik daar gebleven was, was ik waarschijnlijk en uiteindelijk een van die jaarlijkse zelfmoordenaars geworden.

Ik ken de agressie van anderen naar mijzelf omdat ik me niet gedroeg, niet kleedde en niet bewoog volgens de plaatselijke normen die bij mijn lichaam-met-een-penis hoorde.

Ik wantrouw en vermijd nog steeds de gespannen en geblokkeerde mannen in publieke ruimtes omdat ik uit die hoek meer dan eens fysiek geweld heb ervaren. Ik ben gelukkig vrijwel vergeten hoe het was om mezelf als 14-jarige elke dag doodmoe door de dag te worstelen omdat ik absoluut geen idee had wat ik met mezelf aanmoest en de angst en de zelfhaat uitputtend kunnen zijn. Ik ken de bevrijdende werking van het mantra: “Ik kan altijd nog zelfmoord plegen” als ik in op mijn dagelijkse dieptepunt zat.

“Babel 17” gaf dingen binnen in mijzelf plaats. Het liet me zien dat ik niet alleen was, dat mijn verlangens, mijn gevoeligheid en mijn eenzaamheid niet uniek waren. Dat de realiteit van de wereld rondom me niet de enige variant was. Dat er ergens anders waarschijnlijk een betere plek was.

En dit is waar ik uiteindelijk zelf voor schrijf.

[2] En de wereld zou in mijn optiek een stuk beter werken als we:

  1. Beginnen om mensen te accepteren zoals ze zijn.
  2. Begrijpen dat persoonlijke normen en waarden persoonlijke normen en waarden zijn en geen universele waarheden
  3. Acceptatie van een persoon niet automatisch gelijk stellen aan: “acceptatie van zijn of haar gedrag” of: “vrienden worden” of: “iemand toelaten in je eigen huis”
  4. Stoppen met anderen de schuld te geven van de rotzooi die we vaak zelf gemaakt hebben.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s