“Je hebt dit nu wel geschreven, maar heeft het nut?”

Wanneer heeft iets nut in een verhaal? Als het het plot dient? Maar is dat de enige richtlijn? Hier een korte verkenning van wat de mogelijke opties zijn.

(Disclaimer: ik ben waarschijnlijk niet compleet.)

  1. Het dient het plot — “Plot” is een wat verbasterde term. De interpretatie van ‘plot’ die ik hier bedoel? De keten van gebeurtenissen die je verhaal stuurt en vormt
  2. Het dient het verhaal — Het verhaal is (even simpel gezegd) datgene wat de lezer ervaart bij het lezen. Het verhaal is niet hetzelfde als het plot, net als dat je huis met al je spulletjes en gezelligheid en jouw karakter en jouw interieurkeuzes niet de fundering en de indeling van dat huis is.
  3. Het dient de beeldvorming — Van bijvoorbeeld de wereld, de karakters, de situatie
  4. Het dient de leeservaring — Door bijvoorbeeld een bepaalde reactie op te wekken, de lezer even op een ander been te zetten, of juist meer helderheid te bieden aan de situatie
  5. Het dient de schrijver — Omdat het bijvoorbeeld iets is dat belangrijk is die schrijver, of omdat het een bepaalde emotionele waarde heeft.
  6. Het dient de doelgroep — Omdat je verhaal mogelijk en waarschijnlijk ook voor anderen bestemd is en deze mensen (net als jijzelf) bepaalde verwachtingen hebben over een bepaald soort verhaal.

Schrappen en “alles in dienst van het plot”

Schrappen “in dienst van het plot” lijkt een goed uitgangspunt, tot je dit letterlijk en rigoreus gaat doorzetten. Elke conversatie die niet over de plotelementen gaat, kan geschrapt worden. Elke gebeurtenis die afleid van dat plot? Schrappen. Elke omgevings- en/of persoonsbeschrijving die niets bijdraagt aan de kern van het plot? Schrappen.

Wat overblijft is een vrij mager en kaal verhaal. Functioneel, zonder franje, puur en alleen gefocused op de hoofdlijnen.

In dienst van de schrijver

“In dienst van de schrijver” (ofwel: omdat jij dit zelf belangrijk en/of leuk vind) heeft een aantal mogelijke aspecten. Ik noem er twee:

  1. Het is opwindend — Jij, zelf, zit helemaal op het puntje van je stoel. De woorden vliegen over je scherm. Dit kunnen actie-scenes zijn, seks-scenes, brokken technische informatie over bepaalde dingen in je verhaal, wat je maar warm maakt van binnen.
  2. Het is iets dat belangrijk voor je is — Om in je verhalen te stoppen. Een bepaalde boodschap, een bepaalde overtuiging. Een bepaalde (belangrijke) (levens) les die jij geleerd hebt. Een dierbare herinnering. Iets met een groot persoonlijk gewicht. Een geloofsovertuiging. De ontmanteling van een geloofsovertuiging. Noem het maar op.

Als dat niet je plot, je verhaal, je doelgroep, de beeldvorming of de leeservaring dient, zijn er een paar dingen die je kunt doen:

  1. Schrappen — Klaar. Het was leuk, maar er valt weinig mee te doen
  2. Beter integreren in je verhaal — Dat het nu wellicht niet past, betekent niet dat er geen ruimte voor is binnen je verhaal of bij je lezer(s). En zeg nou zelf: als je niet kunt of mag schrijven wat je zelf het leukste vindt, wat is dan het nut van dat verhaal? Kijk wat ontbreekt. Waarom past het bijvoorbeeld nu niet? Wat ontbreekt er in de rest van het verhaal waardoor dit nu buiten de boot lijkt te vallen? Kijk hoe je het geheel vervolgens beter aan elkaar kunt plakken zodat het net lijkt alsof het er helemaal bij hoort.
  3. Heroverwegen of je de juiste genrekeuze hebt gemaakt — Zeg dat je verhaal begon als een avonturenverhaal, maar je eigenlijke kern zwaar politiek is. (Of pornografisch.) Draai die situatie dan om. “Dit verhaal is geen avonturenverhaal, maar een politieke verhandeling, verpakt in avontuur” Over het algemeen vloeit het verhaal makkelijker als je de juiste (her)start weet te maken.

In dienst van de doelgroep

Je doelgroep bepaalt meer in je verhaal dan je wellicht denkt. Zelfs als je je niet bewust bent van hun bestaan. Die doelgroep is vaak in eerste instantie “iedereen die dat soort verhalen leuk vind die ik schrijf.” En vaak is datgene wat die doelgroep leuk vind, eveneens datgene wat jij zelf leuk vind om te lezen.

Mensen binnen die doelgroep kunnen heel specifiek in hun voorkeuren zijn. Bijvoorbeeld: “Ik lees alles wat Horror is, maar kom niet aanzetten met een Fantasy-verhaal”. Die individueen zijn verder zelden “naar jouw kant over te halen” als jouw verhaal niet naar hun smaak is.

Die doelgroep heeft verder bepaalde genre-verwachtingen. Een fantasy-verhaal zonder magische elementen zal een fantasy-lezer waarschijnlijk niet echt blij gaan maken. Een SF-verhaal echte zonder SF-elementen zal een SF-lezer niet snel tot dingen als: “Topverhaal! Als ik 6 sterren had kunnen geven, zou ik er 7 doen!”

Een actie-verhaal zonder actie? Zelfde verhaal. Een avontuur zonder avontuur? Idem.

Die doelgroep heeft ook een bepaalde leesverwachting. Een voorbeeld: mensen die gewoon een lekker ongecompliceerd avontuur willen lezen, zullen maling hebben aan plotgaten en een hekel aan lange bespiegelingen en analyses over de interne motivaties van personen en bijpersonen. Mensen die door een verhaal uitgedaagd willen worden (bijvoorbeeld tot nadenken) zullen bepaalde (hoge) eisen stellen aan de opbouw en de literaire kwaliteit van wat ze lezen.

Afwegingen

Een betere vraag bij elk stuk in je verhaal is: “Wat dient dit stuk?” Dient het het verhaal? Dan heeft het waarschijnlijk waarde. Dient het het plot? Prima. Dient het de beeldvorming (van de lezer)? Perfect. Dient het de leeservaring? Mooi! Dient het de schrijver? Wellicht schrappen. Zeker als het niet het plot, het verhaal, je doelgroep, de leeservaring of de beeldvorming (bij de lezer) dient.

Conflicten

Een stuk kan heel goed het verhaal dienen en niet het plot. Omgekeerd kan een bepaald stuk perfect het plot dienen, maar niet het verhaal. Of dient een stuk wel de leeservaring, maar niet het verhaal.

De kunst is in die gevallen te kijken naar de effecten. “Wat gebeurt er als ik dit weglaat?” “Wat gebeurt er als ik het laat staan?” “En wat als het herschreven wordt, korrter wordt gemaakt?” “Is het nodig?”

Overbodigheden

Een gouden regel die voor mij goed werkt bij (te) lange beschrijvingen en (te) lange stukken uitleg is (zeg: meer dan 5 regels tekst): “Kan dat kernachtiger?” en meer specifiek: “Kun ik de kern hiervan ook in 3 regels tekst vertellen?”

Onduidelijkheden

In sommige gevallen denk je als schrijver duidelijk te zijn geweest, maar missen twee van je drie proeflezers binnen je doelgroep de kern van je ding. Kort samengevat: “Ik snap niet waar dit plotseling vandaan komt” en: “Ik snap niet wat je hier bedoelt” en “Ik snap niet waar je met dit stuk naartoe wilt gaan.”

Dat soort dingen gebeuren. Jij ben je lezer niet. Je lezer weet niet wat er zich in jouw hoofd afspeelde toen je dat schreef.

In de meeste gevallen is het probleem:

  1. Onduidelijk proza — Het staat er wel, maar je meeste lezers snappen je niet
  2. Te weinig informatie — Het is ergens wel aanwezig in je verhaal, maar het is te diep verborgen, te lang geleden of simpelweg nooit getoond of toegelicht
  3. Zonder verband met de rest — Er staat wel iets geschreven, maar het heeft geen enkel verband met de rest van het verhaal. Het heeft geen inleiding, geen implicaties en het voegt niets toe aan de rest. Dit kan een overbodige beschrijving zijn, een overbodige scene en zelfs een overbodig hoofdstuk.

In dat laatste geval dient het (zelfs als het supermooi geschreven is) waarschijnlijk niet echt het plot, het verhaal, je doelgroep, de leeservaring of de beeldvorming (bij de lezer).

Bij onduidelijk proza (te lange zinnen bijvoorbeeld, specifieke woorden die te moeilijk zijn, onduidelijke verwijzingen met “dit”, “die” en “dat”, vage omschrijvingen) is de oplossing simpel: herformuleren die hap! Anders insteken. Anders opzetten. Kortere zinnen. Andere volgorde van beschrijvingen en omschrijvingen.

In geval van te weinig informatie (waarbij de lezer denkt: wat is dit? Waar komt dit opeens vandaan?) is de eerste stap te begrijpen wat er ontbreekt. Vervolgens: hoeveel woorden heb je maximaal nodig om in zo kort mogelijke tijd je lezer weer bij de les te brengen? Soms is een enkele zin of een enkel woord voldoende. “Zo deden ze dat altijd in dit gebied” is een voorbeeld van een fix voor een dergelijk “what the fuck?” moment bij je lezer.

Soms heb je een paar zinnen en zelfs een hele scene nodig om de gaten bij je lezer in te vullen. Minder is meer. Maar soms kan dat nieuwe stuk nieuwe openingen bieden waardoor andere stukken in je al bestaande verhaal ook en opeens ook veel meer diepte gaan krijgen. Kortom: er is geen simpele regel hier. In ieder geval niet eentje die in 3 zinnen uit te leggen is.

Jezelf dingen toestaan

En soms moet je dingen gewoon met rust laten, omdat er anders geen einde aan je redactoe komt. Die ene scene die eigenlijk nergens op slaat volgens al deze regels? Die niets toevoegt? Is die belangrijk voor jouzelf? Heb je alles gedaan om het beter te laten werken? Past het nog steeds niet helemaal perfect, maar kun je ook niet leven zonder?

Laat het dan gewoon lekker gaan en staan.

Tot slot

Schrappen is goed. Toevoegen is goed. Herschrijven is goed. Teveel schrappen is niet goed. Teveel herschrijven? Kan tot dood proza leiden. Teveel toevoegen? Kan tot een bombastisch en oeverloos verhaal leiden dat maar niet tot een einde lijkt te gaan komen.

En de volgend keer dat je iemand “in dienst van het plot” hoort roepen, voeg daar dan zelf in gedachten bij: “verhaal, doelgroepleeservaring en beeldvorming bij de lezer”.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s