Schrijven, kunst, politiek en waarom er geen universele schoonheidsidealen zijn

In de afgelopen weken stuitte ik op een paar dingen die tot deze post leidden.

  1. De ontmaskering van Benjanun Sriduangkaew als Winterfox/Requires Hate. Voor diegenen die niet weten we dat zijn en dat helemelaal gemist hebben volgt later in deze post een link naar de samenvatting
  2. De visie die DWDD en Matthijs van Nieuwkerk blijkbaar op kunst en kunstenaars: als decoratie en makers van decoratie
  3. Een dialoog (uiteindelijk) op facebook tussen mij en Miranda La dat begon met haar stelling: “Je kunt niet voor iedereen schrijven” en de impliciete inverse vorm van die stelling: “zou je als schrijver eigenlijk voor iedereen moeten schrijven?”

Wat ik denk

Ik ben van mening dat elk creatief werk altijd politiek van aard is en dat elke schrijver zijn of haar eigen reden heeft om te schrijven.

Ik ben verder van mening dat “kunst” een hol begrip is.

Kunst en kunstenaars als mooimakers

Een quote uit deze PDF:

Want als kunst geen hobby is, wat is het dan wel? Waarom kan een hedendaagse Westerse samenleving niet zonder kunst? Wat is, kortom, de rol van kunst in de 21ste eeuw? “Kunstenaars zijn mooimakers”, zei Matthijs van Nieuwkerk onlangs tijdens een interview in DWDD. De luis in de pels van de samenleving, zeiden anderen. Het zout in de pap. Tegendenkers! Kunst is een soort therapie en helpt de mens zichzelf te begrijpen, schrijft filosoof Alain de Botton in zijn pas verschenen boek Art as Therapy

En de video van “De snijtafel”:

Waarn we die stelling van Matthijs van Nieuwkerk terug kunnen vinden (kunstenaars zijn voornamelijk mooimakers en moeten dus geen lelijke werken maken). Het idee dat kunst iets anders zou kunnen zijn dan mooie plaatjes gaat Matthijs blijkbaar boven de pet.

Universele waarde (van schoonheid)

Het idee van de “universele waarde” in kunst, en meer specifiek, een “universele waarde van schoonheid”, “kunst die voor iedereen onomstotelijk mooi is” is een oud en achterhaald idee dat ongeveer 120 jaar geleden nog verdedigd kon worden toen kunst iets was voor de bovenlaag van de maatschappij.

Mensen zijn geen machines. “Smaak” is geen universeel gegeven. Kunst als begrip is inmiddels meer dan een imitatie of een represenatie van de werkelijkheid of een streven naar een (meetbaar) perfecte ideaalweergave van die werkelijkheid.

En ja. Het is het mogelijk om creatieve werken te produceren die door een groot publiek met genoegen geconsumeerd worden. Gebakken friet en “Shake it off” van Taylor Swift zijn twee voorbeelden hiervan.

Er zijn bepaalde formules die inhaken op wat ons brein “lekker” vind. Bepaalde ritmes en herhalingen, bepaalde texturen, bepaalde geuren. Patat is lekker vanwege de geur van het frituurvet, de geur van de gefrituurde aardappels, de textuur en bite van de individuele friet.

“Shake it all” heeft een lekker ritme, een zangeres met een heldere en mooie stem en een paar leuke herhalingen van klanken die goed in het brein blijven hangen.

Die “universele waarden” zijn echter zo benaal dat ze niets met kunst of schoonheid te maken hebben. Het zijn patronen waarmee en waarin kunst en ander creatief werk vormgegeven kan worden. Die patronen zijn zo basaal dat meer dan 90% van het creatieve werk dat we zien en dat ons aanspreekt een herhaling is iets dat al meerdere keren gedaan is, met wat slimme variaties en wat slimme toevoegingen.

We hebben die patronen voornamelijk gevonden (en verfijnen deze) door prikkeling en de meting van feedback. Die feedback bestond tot 20 jaar geleden voornamelijk uit:

  1. De directe reacties van een proefpubliek
  2. Verkoopaantallen
  3. De impact van dat werk op de omgeving (Het “Harry Potter effect” is een voorbeeld)

Politiek en de onmogelijkheid niet-politiek te zijn

In de afgelopen weken ontstoond er in de Amerikaanse SF-wereld een klein schandaal. Benjanun Sriduangkaew bleek Requires Hate te zijn, bleek WinterFox te zijn, een trol, een online-stalker, een “feministische” “Social Justice Warrior” die (schijnbaar) opkwam voor minderheidsgroepen.

Een redelijke samenvatting in deze serie van car crashes kan hier gevonden worden.

Interessant in die discussie is de discussie over “politieke agendas” en hoe deze “onze geliefde literatuur kapot maakt”.

Van “The death of Science fiction literature” (bold door mij)

In the remarkable space of only a few short years, an ideology with a totalitarian bent, powered by group hatred and defamation and full of other assorted mischiefs normally associated with hate groups has taken over the core institutions of the science fiction community’s fans and artists. In microcosm is it a case study in how hate speech can not only be mainstreamed but made to seem noble, even necessary.

En

The presence of persistent racial and gender animus (under a rubric of anti-bigotry) has been so great as to often rise to the level of hate speech. For that to happen to a genre with the legacy and warnings of George Orwell in his novel 1984, and with a principled liberal tradition within SF once years ahead of mainstream society is disturbing.

En:

The term “progressive” has been hijacked to mean, in the case of today’s core SF community, whatever the far extreme of radical gender feminism decides is best for itself, which falsely becomes what is best for all women, America, and even the world.

En:

It’s no surprise how often feminists in SF bring up the idea that everything is political. There is an agenda behind that.

In response to this sort of rhetoric, Robert Stacy McCain writes “Anyone who believes feminism is about ‘equality’ is so hopelessly stupid that I doubt they could read or comprehend this sentence. Feminism isn’t about equality. Feminism is about hate. As Jim Goad says, every word of feminist rhetoric is intended to ‘degrade, humiliate, and demoralize men,’ and this is especially true as regards feminism’s deliberate demonization of male sexuality.”

Wat is er ongeveer gaande?

  1. In de afgelopen 10 jaar zijn er (voornamelijke in de Amerikaanse AF/Fantasy kringen) meer en meer vrouwen van niet-blanke afkomst die zich openlijk uitspreken over het gebrek aan representatief werk in  SF en Fantasy
  2. Een aantal daarvan (waaronder Requires Hate op haar blog) zijn zeer expliciet en uitgesproken daarin.
  3. Feminisme kan net als elke andere ideologie gekaapt worden door mensen die dit soort bewegingen gebruiken voor hun persoonlijke (haat) agenda.

Waar die “[feminist] ideology with a totalitarian bent, powered by group hatred and defamation and full of other assorted mischiefs normally associated with hate groups”  zich voornamelijk op richt is een betere representatie van:

  1. Niet blanke mensen
  2. Vrouwen
  3. Homosexuele, lesbische, transsexuele, biseksuele en transgender mensen en mensen die queer zijn

De onderwerpen waarop deze groep van (voornamelijk) vrouwen binnen SF en Fantasy hun vinger drukken, de kritiek die ze naar voren is deels in overlap met wat je in de volgende video in een serie over “Tropes vs Women in vidoegames” kunt zien. De beelden zijn zeer expliciet:

Dit gevecht gaat niet over de demonisering van mannen maar over het gevecht tegen stereotyperingen (in dit beperkte voorbeeld: vrouwen als hulpeloze wezens, mannen in leidinggevend rollen, mannen in rollen die er toe doen, vrouwen in rollen die er niet toe doen, vrouwen in slechts zeer beperkte rollen als lustobject, als beloning voor de held of de side-kick van de held, of beloning voor de antagonist) en gelijkwaardigheid.

Volgens mij is geen enkel werk zonder politieke agenda. Het schrijven van een verhaal, het maken van kunst, deze blogpost heeft altijd een politieke ondergrond. Die politiek kan expliciet zijn of impliciet. Die politiek kan bestaan uit het uitdagen van een gevestigde orde, het aanvallen en/of monddood maken van mensen met een afwijkende mening, of uit een doorgaande normalisering en (impliciete) verheerlijking van de regels, de normen en de culturele aspecten van de gevestigde orde of het eigen ideeengoed.

Het belangrijkste verschil tussen expliciet politieke verhalen en verhalen “zonder” een politieke agenda is dat die ‘subtiele’ agenda niet altijd even duidelijk zichtbaar is. En dat die ‘subtiele’ agenda pas (pijnlijk) zichtbaar zodra je van die norm afwijkt, vanwege je eigen seksualiteit bijvoorbeeld, of je eigen religieuze of anderzijdse overtuigingen.

(De mythe van de) “Onpartijdige, totaal objectieve jury”

Dan hebben we (de mythe van) de onpartijdige jury. Ik kan de Facebook-discussie helaas niet meer terugvinden.

In het kort in mijn woorden samengevat:

Het is gek dat er zoveel meningsverschil is tussen de waarderingen van verschillende juryleden (van de Paul Harlan Prijhs). Een jury zou onpartijdig en objectief moeten  zijn en een verhaal op inhoudelijke kwaliteit moeten beoordelen.

En zo voorts.

Het idee dat er verschillende criteria kunnen bestaan voor wat “een goed verhaal” maakt, en dat die criteria volledig subjectief en volledig tegenstrijdig kunnen zijn, is blijkbaar een absurd gegeven.

Dan: “onpartijdig”. Voor sommige schrijvers (inclusief ikzelf, blijkbaar) is het vrijwel onmogelijk onder de radar van herkenning te vliegen. Juryleden die mijn oude werk kennen, zullen zeer waarschijnlijk ook in mijn nieuwe werk bepaalde vingerafdrukken kunnen vinden die sterk naar mijn hand of invloed wijzen.

Diezelfde juryleden (waaronder ikzelf) kunnen zich ook ontzettend vergissen. “Ik dacht dat dit door X was geschreven, bleek het van Y te zijn!”

Die herkenning (of mogelijke herkenning) leidt automatisch tot een verandering in de wijze waarop de lezer (en het jurylid) het verhaal zal lezen, plaatsen en beoordelen. Mensen discrimineren. Mensen hebben een “in” crowd en een “out” crowd. Niemand staat helemaal los van het publieke oordeel van anderen over henzelf.

Hierin speelt (naar mijn eigen ervaring als jurylid) de “gunfactor” een rol. “Ken ik deze persoon? Mag ik deze persoon? Gun ik deze persoon een bepaalde plek in mijn scorelijst?” en: “wat gebeurt er als dit schrijver X blijft te zijn? (geliefd door velen) Wat als ik te negatief ben, ondanks dat het verhaal toch echt prut is? Wat zijn de consequenties voor mijzelf?”

Ik, (als schrijver van dit stuk en als jurylid Milleniumprijs 2004, Fantastels 2013, 2014, Trek Sagea 2014), ben bevooroordeeld. Ik ben partijdig. Ik heb een bepaalde persoonlijke voorkeur voor een bepaald soort verhalen en een bepaald soort meningen.

En ik geloof niet in juryleden die beweren dit niet te hebben of niet te zijn. Ik geloof niet in juryleden die “een grote groep” of “de lezer” representeren. Ik denk dat ze ofwel liegen, ofwel zichzelf (grandioos) voor de gek houden.

De semi-onpartijdige organisatoren

Als de jury onvermijdelijk deels partijdig is en de organisatie van welk soort wedstrijd dan ook een redelijk onpartijdig oordeel wil geven, zal deze organisatie keuzes moeten maken. In het kort: “Wat is voor ons belangrijk en waar ligt onze grens?”

Een organisatie die gaat over hoog literair werk zal niet snel een jury samenstellen met mensen die voornamelijk vlot wegleesbaar, populistisch werk mooi en leuk vinden. Maar als “diversiteit” een item op de agenda van deze organisatie is, zal dat een belangrijke rol spelen in de keuze van de mensen die uiteindelijk de jury zullen maken.

De onbenulligheid in kunst

Kunst heeft geen “universele waarde”. het is hooguit een momentopname van een bepaald tijdstip en de relevantie van welke uiting dan ook wordt voornamelijk bepaald door omgevingsfactoren. “Wat was de invloed van dat werk op dat moment? Wie werd hierdoor beinvloed? Wat is daar nu van terug te vinden?”

De “universele waarden” die wel binnen elke vorm van kunst gevonden kunnen worden zijn zo banaal (afgezaagd, alledaags) dat het hele concept van kunst bijna lachwekkend wordt.

Liefde, haat, wraak. Een portret. Een verzameling mensen. Een gezicht. Mensen die contact met elkaar maken. Mensen die geen contact met elkaar maken. Mensen in een kamer. Mensen in de buitenwereld. Portretten van dingen die we graag willen hebben, gebruiken en eten. Vormen die we mooi vinden. Gebeurtenissen die we herkennen.

En ook: zelfexpressie. Narcissistische zelfexpositie. Werk dat voor niemand wordt gemaakt, Werk dat slechts zichzelf dient. Werk dat subsidies binnenhaalt.

Een deel van wat “kunst” wordt genoemd gaat uiteindelijk over ons en onszelf. Alsof je naar een groepsfoto kijkt met jouzelf en 100 anderen: “waar ben ik?” In kunst (en creatieve producties) vertaalt zich dat naar: “Herken ik mijzelf in dit artistieke product?” waarbij het “ik” onder andere bestaat uit de herkenning en weerspiegeling van mijn verlangens, mijn wensdromen, mijn angsten, de persoon die ik graag zou willen zijn of worden, de dingen die ik liever verborgen wil houden.

Daarin kan een “South Park” even krachtig zijn als (en zelfs sterker dan) een film met prachtige (eastetisch perfecte) beelden, sterke acteurs en een miljoenenbudget, een kort verhaal of een korte roman geschreven met een beperkte woordenschat en met simpele karakters even sterk als een zestiendelige serie in prachtig geschreven zinnen met perfect gekozen woorden.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s