Alles hetzelfde of alles anders?

Deze verkennende blogpost begint met 4 dingen:

  1. Feedback (en wat ik bij het ontvangen daarvan als trend tegen kwam)
  2. Het creatieve proces (als het oogsten van inspiratie uit chaos)
  3. Techniek
  4. “Boyhood” van Linklater

Van daaruit trek ik zeven punten uit elkaar van “wat de lezer verwacht”, om het op een vriendelijke wijze in mijn container van schadelijk afval te proppen.

Ik geef in het einde van deze post een korte toelichting waar ik zelf als schrijver “volgens de regels” structureel te kort schiet en hoe ik die “tekortkomingen” probeer te compenseren zodat mijn werk een groter publiek kan bereiken.

Alles hetzelfde? Alles anders?

De titel van deze blogpost slaat op twee verschillende trends: “ik doe de dingen zoals iedereen het doet” en “ik doe daar niet aan mee”.

Beiden hebben hun voor en nadelen. Beiden hebben een ander artistiek uitgangspunt. Beiden hebben een eigen soort publiek.

  1. “Ik doe dingen zoals iedereen dat doet” is veilig, geeft toegang tot een groot publiek, eindeloos veel steungroepen en leidt snel tot eindeloze herhaling en saaie eenheidsworst.
  2. “Ik doe daar niet aan mee” leidt vaak tot onleesbaar werk met een aanzienlijk kleinere doelgroep, dat veel meer literaire grenzen verkent dan het veilige schrijfwerk, veel variatie kan opleveren, maar vaak kant nog wal lijkt te raken.

Ik neig naar de “Ik doe daar niet aan mee” groep.

Nuance

De werkelijkheid in dit model is, dat schrijvers ergens tussen deze twee uitersten werken. Ikzelf zoek graag grenzen op EN ik kijk graag naar structuren en formules die zich in het verleden bewezen hebben.

Het opzoeken van de grenzen (stylistisch, thematisch, verhaalinhoudelijk, enzovoorts) maakt dat ik plezier heb in wat ik schrijf. Het toepassen van bepaalde regels en structuren helpt om dat werk toegankelijk en leesbaar te maken voor een breder publiek.

Hierin maak ik op bepaalde plekken concessies (het schrappen van langere stukken die voor mij en de verhaalachtergrond relevant zijn, maar die voor veel lezers tot een ‘dit sla ik over’ moment leidt, het versimpelen van bepaalde zinnen en zinsconstructies) en op andere plekken niet (als een ‘langzame’ of ‘saaie’ scene wel degelijk een kernrol speelt in mijn verhaal bijvoorbeeld).

“Hoe moet het dan?”

Kort en helder: het interesseert me niet “hoe dingen moeten” en het doel van deze blog is voornamelijk het belichten van twee verschillende benaderingen (in een werkveld van oneindig veel andere opvattingen), die beiden een eigen bestaansrecht hebben.

1: Feedback

In de afgelopen 18 maanden heb ik van verschillende mensen feedback gekregen op mijn verhalen. Ik volgde de feedback in verschillende gesprekken online. Wat me over het geheel genomen opviel in deze feedback was het pakket van terugkerende elementen van een soort “ideaal verhaal” of een “ideale verhaalstructuur” met een beperkte set regels.

2: Het creatieve proces als het oogsten van inspiratie uit chaos

Ik had vandaag een gesprek waarin orde, chaos en het creatieve proces centraal stonden. De stelling van mijn gesprekspartner: “Structuur en het creatieve proces gaan niet goed samen”.

Mijn tegen-stelling: “Chaos is een oneindige bron van mogelijkheden. Structuur is als een oogstmachine. Des te beter het proces, des te meer je uit die chaos kunt oogsten.”

3: Techniek

Techniek en creativiteit worden vaak als tegenpolen gezien. “Techniek is dodelijk voor de creativiteit” of: “dit verhaal is technisch perfect, maar emotioneel zo dood als een pier” bijvoorbeeld.

Techniek is een diepe kennis van het “hoe”. Bij schrijven: “hoe zet ik effectief een verhaal op?” “Hoe bereik ik op dat punt die specifieke emotionele lading?”

Techniek is in mijn ogen de perfecte ondersteuning voor het creative proces. Ik wil met mijn werk steeds hoger komen, steeds beter worden. Mijn ervaring met andere processen is dat zonder degelijke kennis, uitbreiding en beheersing van mijn eigen technieken dat proces van groei zeer langdurig zal zijn, met veel investeringen van tijd en energie in doodlopende paden.

4: Linklater: “Boyhood”

Dit weekend zag ik “Boyhood”. Een film “die helemaal nergens over gaat”. Vrijwel elk belangrijk plotpunt dat tot spanning kan leiden (scheiding van de ouders, dronken partners van de moeder, verhuizingen, gepest worden) wordt overgeslagen.

Elke mogelijkheid waarmee het verhaal tot een drama kan worden omgezet, vermeden (jongens die in een leeg huis ‘ninja’ spelen met een zaagblad, met mogelijk dodelijke afloop, een gewelddadige pleegvader die de kinderen meeneemt in de auto in iets dat mogelijk tot ontvoering of een ongeluk kan leiden).

Tijdens die momenten waarop het verhaal had kunnen omslaan in een drama, was de reactie van het publiek duidelijk voelbaar. “Nu gaat het gebeuren!” “Nu gaan dingen echt mis.”

Juist door dit NIET te doen schept Linklater een sfeer en een verhaal dat op mij diepe indruk achterliet. We hebben namelijk al de tijd om ons op het hoofdpersoon te richten: de jongen die in 12 jaar tijd van een vierjarige opgroeit tot een jongvolwassene.

Techniek en vorm en emotie komen perfect samen in deze film.

Regels

Regels hebben iets veiligs. Als je maar netjes en goed de regels volgt, komt vanzelf alles goed. Mamma is trots op je. Pappa is trots op je. Juf geeft je een sticker in je schrift.

Overal waar die zelfde (of vergelijkbare) regels worden toegepast, loop je vervolgens een goede kans een veilige en redelijk voorspoedige toekomst op te bouwen.

Als schrijver verhoog je, als je maar de juiste (vuist)regels volgt, zeer waarschijnlijk je kansen op publicatie, je kansen op groot succes en waardering van een groot publiek.

Wat dan? Een voorbeeld van zes regels

  1. Begin met de actie
  2. Schrap alles wat het plot niet dient en alles wat het plot niet voortdrijft
  3. Het tonen van dingen werkt beter dan het vertellen van dingen
  4. Zorg voor een sympathiek karakter
  5. Beperk het aantal gezichtspunten (in een kort verhaal)
  6. Voldoe aan het einde wat je aan het begin als belofte geeft

Maar hoe interpreteer je dit? Hoe definieer je bijvoorbeeld “actie”? Wat is dat plot? Wat drijft het voort? Wat als “vertellen” structureel effectiever is dan “tonen” voor wat je in dat verhaal kwijt wil?

Wat is jouw definitie van “sympathiek”? Wat als je bewust zoveel mogelijk gezichtspunten wilt tonen om een compleet beeld van je centrale thema te geven? Wat als je schijt aan beloftes hebt?

“Wat de lezer verwacht”

Het “ideale” verhaal dat “de lezer verwacht” volgt ongeveer deze regels:

  1. Het verhaal wordt beter als het voortgedreven wordt door actie.
  2. Als op 30% van het werk nog steeds niets van belang is gebeurt, is er iets fout met het verhaal
  3. Het innemen van politieke standpunten (door de karakters) is iets dat het beste tot een minimum beperkt kan worden. Geen gepreek. Geen paginalange gesprekken over geladen onderwerpen.
  4. Vertraging is slecht. Als een verhaal begint te vertragen is er een probleem.
  5. Het is beter om het aantal thematische onderwerpen te beperken. Minder is beter.
  6. Een verhaal heeft een begin, midden en einde
  7. Je moet alles duidelijk uitleggen. (De gemiddelde lezer is dom).

Hier is mijn mening over die zeven punten:

  1. Actie is een stijlmiddel. Actie is niet noodzakelijk om een goed en meeslepend verhaal te schrijven. Actie kan uit verschillende vormen bestaan, van simpele interacties tussen karakters tot een (verhit) gesprek.
  2. Er is veel concurrentie. Er wordt enorm veel geschreven en gepubliceerd. Lezers besluiten vaak binnen een paar regels al of ze door willen lezen of niet. Het is redelijk relevant om de lezer al op pagina 1 beet te pakken. “Actie” kan ook de introductie van het centrale thema zijn.
  3. Een verhaal hoeft geen plot te hebben. Een verhaal mag best helemaal nergens naartoe gaan. De reis is even belangrijk als- en soms belangrijker dan het einddoel.
  4. Een verhaal mag een uitgesproken politieke lading hebben. Karakters mogen de stem en de mening van de schrijver weergeven. Sterker nog: elk verhaal heeft een politieke lading [1] en elk verhaal vertegenwoordigt de stem van de schrijver.
  5. Vertraging is prima. Het geeft de lezer een moment van rust. Vertraging geeft ruimte voor andere aspecten van je karakters die anders niet aan bod komen. Deze vertraging mag bestaan uit banale acties zoals het buitenzetten van de vuilnis of een bezoek aan de supermarkt.
  6. Er is geen perfecte balans. Voor mij is meer beter. Meer gezichtspunten op een bepaald onderwerp. Meer verkenningen van meer variaties op een specifiek thema. Mijn interne belevingswereld bestaat uit verbanden en patronen. Des te meer ik die patronen kan uitlichten, des te beter ik mijn persoonlijke doelen behaal in wat ik wil overbrengen naar de lezer.
  7. De drie-acte structuur (begin, midden, einde) is slechts een optie. En ontstaan in het theater. Mensen moeten eten en plassen. Het decor moet soms veranderd worden, dus breek je je stuk in stukken. Een verhaal kan een eindeloos aantal acties hebben, meerdere momenten van climax en ontlading.
  8. Het is okee om dingen on-uitgelegd te laten. “Domheid” komt voornamelijk voor bij een doelgroep die onbekend is met het genre. Als die doelgroep jouw doelgroep is, is uitleg essentieel. Als die doelgroep niet jouw doelgroep is, is alles wat je aan onnodige uitleg weg kunt laten pure winst voor de voortgang en snelheid van je verhaal.

Wat de geschiedenis leert

Niets staat vast. Als je een studie maakt van de literatuurgeschiedenis van de 20e eeuw, zie je dat ongeveer alle mogelijke richtingen waarin je een verhaal kunt laten leiden is uitgevoerd en uitgeprobeerd. Als literaire stroming. Als tegenbeweging, als poging om los te breken uit literaire keurslijven.

Van plotloos werk, tot alternatieve vormen tot mengelingen van stijlen.

Uitvoering is alles

Mijn uitganspunt is deze: het gaat het er niet om wat je doet, maar hoe je het uitvoert. Anders geschreven: er bestaan geen slechte ideeen. Uitvoering is alles.

Een voorbeeld:

Mijn karakter zet de vuilnis buiten. Dit duurt 2500 woorden lang.

En dus? Hoe is dat relevant? Wat gebeurt er nog meer? Wat toont deze actie over de wereld? Over mijn karakter? Is dat relevant? Moet het iets vertellen? Als het niets vertelt over mijn karakter(s) en de wereld, wat is het nut? Waarom duurt dit meer dan 5 bladzijden?

Wat voeg ik toe? Wat laat ik weg? Hoe expliciet of impliciet laat ik die dingen zien die relevant zijn voor de rest van het verhaal? Wat schrijf ik als subtekst (impliciet, tussen de regels?) wat duid ik expliciet?

Kan ik dit spannend maken? Interessant? Iets dat een toegevoegde waarde heeft voor de lezer? Volgens “de regels” moet dit spannend zijn. Maar wat als ik dat niet wil? Wat als er (ogenschijnlijk) geen reet gebeurt in die 2500 woorden?

Hoe kan ik de lezer vasthouden? Waarmee doe ik dat?

Voorbeelden:

  1. De vuilnis bevat een doodgeboren kindje
  2. Dat doodgeboren kindje is van de buurvrouw
  3. De vuilnis is gewoon vuilnis. De hoofdpersoon staat op het punt de kern van het centrale mysterie op te lossen en we volgen het interne proces.
  4. De wereld is totaal anders dan die van ons. Wellicht een ander land of een andere cultuur of een andere realiteit. In de 20 meter van huisdeur naar de plek waar het huisvuil terecht komt leren we bijna alles wat relevant is om de rest van het verhaal (en het centrale thema) te duiden.
  5. Er gebeurt helemaal niets. De realiteit is die van ons. Maar de observaties van het karakter zijn zo mooi, zo poetisch, zo schrijnend of zo treffend dat de lezer de volgende keer dat hij of zij naar buiten gaat de wereld net even anders ziet.

Regels tot norm. Alles hetzelfde?

Regels zijn stukken gereedschap. Ze helpen een verhaal scherper vorm te geven, op verschillende momenten naar het zelfde onderdeel te kijken.

Omdat regels zo handig zijn is verleidelijk ze tot norm te verheffen.

“Zo moet het.”

Zodra een regel norm wordt, ontstaat eenheidsworst. Vooral als die norm weinig ruimte geeft voor alternatieven en de “politie” die deze normen bewaakt dominant aanwezig is.

“Het is jammer dat je het zo en zo doet”

“Je zou beter dat en dat kunnen doen”

“Niemand wil een verhaal lezen over huppeldepup”

Regels zijn prima, maar geen wetmatigheid

Regels zijn prima als je jezelf daar als schrijver goed bij voelt. Maar ze zijn geen wetmatigheid.

De formule

Als je een formule-schrijver bent, is dit prima. Formules hebben kracht. Als formules goed zijn uitgewerkt kun je met weinig inspanning geweldige verhalen schrijven met een grote impact.

Het voordeel van vooral succesvolle formules is dat je publiek vooraf al weet wat het van jouw werk kan verwachten. De meest effectieve basisingredienten zijn al voor je neergelegd. Er zijn geen rare verrassingen en als je alles op goede wijze weet samen te brengen heb je zeer waarschijnlijk een bestseller aan je kont hangen.

Zonder formule

Zonder formules, zonder een basisstructuur, met verhalen die afwijken van de norm loop je “risico”.

  1. Falen — Het verhaal kan jammerlijk falen.
  2. Minder aansluiting — De kans dat een verhaal zonder formule niet aansluit bij de verwachtingen van het grote publiek is groot.
  3. Meer kritiek — De kans dat een verhaal “zonder formule” harde kritiek zal krijgen van het grote publiek, is groter.

Aan de andere kant staat:

  1. Meer vrijheid — Waar een formule veel mogelijke paden afsluit (“dit wel, maar dat niet”) schept het loslaten van formules de mogelijkheid alles te doen en proberen wat je maar bedenken kunt (“dit en dat en dat en ook dat!”)

Slot

Mijn voorkeur als schrijver is de deconstructie van elementen. Elk verhaal wat ik schrijf heeft een element van verstoring in zich. Valse noten en verstoring van ritme. Lelijke elementen. Lelijke karakters.

Waar een schijnbare grens staat, druk ik mijn werk graag door naar de andere kant. Wat “niet mag” of “niet kan”, is juist interessant om te verkennen.

Ik heb mijn eigen “zwakheden” leren erkennen. Ik kan geen drie-acter schrijven. Ik ben niet in staat om “bevredigende eindes” te schrijven, omdat ik niet geloof in een einde dat is afgerond.

Ik kom weg met wat ik doe door in cirkels te schrijven: waar ik mee begin is tegenwoordig vaak waar ik mee eindig. Het geeft in ieder geval de schijn van een afgerond werk.

Ik ben niet in staat om verhalen te schrijven waarin alle actie in dienst staat van het plot. Ik schrijf in patronen en structuren. De reis staat centraal. Het doel is vaak secundair. Het eindpunt boeit me niet.

Ik wil echter ook gelezen worden

Als ik het daar zou laten, zou mijn werk behoorlijk middelmatig blijven. “Interessante uitgangspunten, interessante wereld, maar geen spanning, geen stuwkracht en een zwak einde.”

Ik wil gelezen worden.

Structuur, regels, technieken helpen me primair om:

  1. Voorgrond en achtergrond te scheiden — Door de centrale thema’s van elk verhaal duidelijker naar voren te brengen en de bijzaken onderdeel te maken van de achtergrond
  2. Meer contrast en dynamiek te krijgen — Tussen mijn karakters en de verschillende gebeurtenissen waarin ze verzeild raken
  3. Een sterker einde te schrijven — Die de lezer een laatste (emotionele) duw of schop geeft, zodat het verhaal als geheel meer impact heeft en langer blijft hangen

De rest komt voort uit:

  1. Chaos. Willekeur — Het dippen van mijn emmer in de stroom van willekeurige zaken die op verschillende plekken onder mijn voeten doorstroomt.
  2. Zaken die me (nog steeds) bezig houden — Het schrijven als middel om grip te krijgen op mezelf, de gebeurtenissen in mijn omgeving. Het schrijven als een momentopname, als een kroniek, waarmee ik het “nu” van mijzelf en dat moment veranker.

Feedback

Feedback van anderen helpt me om mijn eigen werk op andere manieren te bekijken, om het beter te krijgen, de zwaktes te onderkennen.

Met elke feedback komt ook vaak:

  1. De visie van die lezer
  2. Een weerspiegeling van zijn of haar normen en regels
  3. Voorstellen die botsen met mijn eigen uitgangspunten

Soms leidt dat tot frustratie (bij mij of mijn proeflezer). In veel gevallen probeer ik dat spanningsveld weer te gebruiken als referentiekader voor mezelf. Klopt dit? Past dit verhaal nog steeds bij mij als ik dit zou doorvoeren? Wat gaat er verloren in de woorden? Wat gaat er verloren in de stijl? Wat gaat er verloren in de perceptie en de verwachting van de lezer? Was dat te verwachten? Moet dat gecorrigeerd worden?

Eindresultaat

Het eindresultaat na feedback is tot nu toe vele malen beter dan dat waarmee ik begon. Vooral als mijn lezer me duidelijk kan maken:

  1. Wat zijn of haar verwachtingen waren over het verhaal
  2. Hoe daar niet aan voldaan werd
  3. Wat overbodig is in zijn/haar perceptie
  4. Wat uitgelegd had moeten worden, maar (onterecht) onbelicht blijft
  5. Waarom hij of zij zich niet met mijn karakters kan verbinden

(Dit vertaalt zich onder andere weer in plotgaten, onderbelichting en overbelichting van karakters, onderwerpen, verbanden en gebeurtenissen, dooie momenten en gebrek aan motivatie van karakters)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s